Wolstad 1 - Hilligersberg
Door Dennis Brokken
Na
vorig jaar een goed seizoen achter de rug te hebben gehad, mocht er toch wel een
beetje sprake zijn van een poging tot een nieuw kampioenschap. Maar of dat gaat
lukken? Hier de eerste wedstrijd tegen Hilligersberg.
Hans Moors kon de eerste
wedstrijd niet meespelen, maar onze “Wilbert de verschrikkelijke kon
meespelen, dus dat probleem was opgelost (voor degenen die het nog niet
weten:Wilbert is clubkampioen geworden).
Ondergetekende was als
eerste klaar; in de variant van het Siciliaans speelde de witspeler het niet erg
sterk, of het ontbrak hem aan theoriekennis (dat kan natuurlijk ook) en dat werd
behoorlijk hard afgestraft door een leuk pionoffer dat een toren won met schaak
maar nog leuker, het ging mat: 1-0, een goede start.
Het grappige was, dat er
bij Rick van Loy exact dezelfde zettenreeks op het bord kwam, maar Ricks
tegenstander speelde het wel nauwkeurig en het werd een leuke partij. Zou dit
doorgesproken zijn? (Dit kan geen toeval zijn natuurlijk). Vroeg in het
middenspel kwam Rick langzaam maar zeker iets slechter te staan en hij was
genoodzaakt een stuk te geven. Er werd nog lang doorgespeeld, maar de uitslag
stond al vast: 0-1.
Wilbert Kocken kreeg de
Van Geet-opening tegen (voor meer informatie kan er contact opgenomen worden met
Maarten Werkhoven; boeken fl. 50,- per stuk (met handtekening van Maarten erbij
fl. 60,-)), maar Wilbert kreeg dus de van Geet tegen, en tja… wat moet er van
gezegd worden. Er werd van beide kanten wat ontwikkeld, maar toen verrekende
Wilbert zich in een redelijk lange combinatie, en dat kostte hem een stuk. Hij
had er echter wel 2 pionnen voor terug, maar dat bleek niet voldoende soelaas te
bieden.
Arnoud Jansen kreeg ook
een Siciliaan op het bord, maar nu mocht Wolstad met de witte stukken spelen. Er
kwam een normale stelling op het bord, maar op een gegeven moment waren wat
stofwolkjes opgetrokken en toen stond Arnoud een kwaliteit achter. Toen Arnoud
daarna klaar was, dacht ik in eerste instantie dat hij verloren had, maar hij
had er toch nog een remise uitgesleept.
Marc Viering had de hele
partij het overwicht en stond dan ook na een tijdje een pion voor. Toen werd
behoorlijk wat afgeruild en er ontstond een toreneindspel, met nog steeds een
pion voorsprong. Marc moest gezien de achterstand op winst spelen, maar dat
kostte hem uiteindelijke de kop: de andere had een soldaatje naar de overkant
gebracht en wilde een dame hiervoor…. .
Bram van Huijgevoort
kreeg zoals normaal een rustige opening op het bord en er werd een beetje
geschoven. Bram deed dit echter sterker en wist dan ook een kwaliteit te
incasseren. Het leek dus wel te doen om het punt te pakken. In het verre
eindspel kon Bram net niet zijn toren geven voor tegenstanders pion, om
vervolgens zelf een dame te halen, dus werd er van beide kanten een dame
gehaald. Bram probeerde met zijn koning eromheen te lopen, maar de tegenstand(st)er
bleef de hele tijd irritante schaakjes geven, en dus moest de vrede getekend
worden.
Huub Leemans kwam goed
uit de opening. Zijn stukken stonden goed actief opgesteld, en die samenwerking
leverde dan ook 2 lichte stukken op voor een toren, en dat is wel gunstig
natuurlijk. Maar iedereen moest met klok spelen en Huub dus ook. Die klok begon
langzaam door te tikken, maar de Hilligersberger had er ook last van. Het was
echt Huub die als eerste zijn zenuwen niet in bedwang kon houden en hij gaf zijn
dame knullig weg… en opgegeven.
Ad Feelders betrad met
wit de stukken, en hij speelde OOK een Siciliaan met wit alleen dan met 2.c3.
Toen ik een blik op de stelling werpte, dacht ik dat Ads stelling ineen zou
storten, maar dat zal wel een foute beredenering geweest zijn, want toen ik even
later de stelling weer bekeek, stond Ad een kwaliteit voor. Toen ruilde Ad de
dames, en de tegenstander had weer een beetje spel. Toen kwam echter een
“klote” paardmanoeuvre van de tegenstander en Ad was genoodzaakt de
kwaliteit weer terug te geven. Aangezien hij ook nog een pion verloor mocht hij
het eindspel proberen remise te houden met een pion minder. Ad speelde het
eindspel nauwkeurig en wist zo netjes remise te maken.
Hiermee was de eindstand
op 5½ - 2½ gekomen voor Hilligersberg. Ach ja, we zullen dit maar beschouwen
als een inkomertje, volgende keer gaan we Groenoord maar gewoon “hakken”.
Persoonlijke
uitslagen:
Wolstad 1 – Groenoord
Door Hans Moors
Na de
vette nederlaag uit de eerste ronde MOEST er ditmaal toegeslagen worden tegen
het gepromoveerde Groenoord. Onze aanstaande medewerker van de Universiteit
Utrecht Ad Feelders (2, w) gaf het
goede voorbeeld; mijn typering achteraf “snel, soepel en overtuigend”
beaamde hij volmondig. Zelf (4, w)
voegde ik daar een slappe remise aan toe. Mijn tegenstander hanteerde het wapen
van de voor hand liggende afruil en bereikte desondanks een gelijke stelling.
Zelfs in de Openingen Encyclopedie heb ik niet kunnen vinden wat ik verkeerd
deed.
Op dat
moment had Bram van Huijgevoort (6, w)
al drie stukken voor een toren, keek Arnoud
Jansen (8, w) tevreden naar een totaal verdwaalde zwarte toren en had Rick
van Loy (3, z) een prachtige aanval gecreëerd. De rest van ons had het
moeilijker. Dennis Brokken (7, z) stond na een een hele snelle dameruil steeds
behoorlijk verkrampt. Marc Viering (5,
z) had een moeizame laveerpartij en onze “nieuwe” kopman Huub Leemans (1, z) stond tegen oud-hoofdklasser John van Baarle
duidelijk minder.
Gelukkig
bekroonde Rick zijn aanval in fraaie stijl, terwijl Arnoud even later ook een
leuk matnet vlocht; ter beloning zijn beide partijen bijgevoegd, met wat kort
commentaar. (Zonder enige verdere inspanning dingen jullie nu mee naar de
jaarprijs van de nieuwe hoofdredacteur!) En omdat Bram uiteraard won, was de
overwinning al veilig gesteld.
Op de 39ste
zet ging bovendien Dennis’ tegenstander door zijn vlag. Daarop won Marc een
pion en drong met dame en paard de vijandelijke stelling binnen: genoeg voor het
punt. Lang-, eer- en eenzaam vocht Huub toen nog tegen een onafwendbaar lot…
Hiermee werd een eindstand van 6½ - 1½ in ons voordeel bereikt.
De
balans na twee wedstrijden: we tellen nog mee! Vooral de “staart” doet het
prima met 5 uit 6. Lang leve Dennis-100% Brokken!
De partij van Rick (z)
1.c4
e5 2.Pc3 Pf6 3.Pf3 Pc6 4.g3 Lb4 5.Lg2 0-0 6.0-0 e4 7.Pg5 Lxc3 8.bxc3 Te8 9.d3
exd3 10.exd3 h6 11.Pe4 (Allemaal nog bekend;
gebruikelijk is nu 11…b6.) 11…d6
12.Tb1 Pe5 13.Pxf6+ Dxf6 (Zie Diagram
1. Wits volgende zet leidt tot grote verwikkelingen die uiteindelijk gunstig
uitpakken voor zwart.)
Diagram 1:
Stand na 13…Dxf6
Diagram 2: Stand na 22…Df5!
14.d4!?
Pxc4 15.Da4 Lf5 16.Txb7 Ld3 17.Txa7 Tad8 18.Td1 (Omdat
dit toch een kwaliteit kost is 18.Txc7 beter.) 18…Te2 19.Lf4 Lc2 20.Dxc4 Lxd1 21.Ld5 (Of 21.h3 Te1+ 22.Kh2 g5
23.Le3 Te8 met de akelige dreiging 24…T8xe3.) 21...Te1+ 22.Kg2 Df5! (Zie Diagram
2.) 23.Txc7 Le2 (Dreigt 24…Tg1+
en mat in twee.) 24.Lxf7+ Kh8 25.Dd5 (25.Db3
Dg4!) 25… Tg1+ 26.Kxg1 Db1+ 0 –
1.
Arnoud Jansen - Jaco van
Leeuwen
1.e4
e6 2.d4 d5 3.Pd2 Pf6 4.e5 Pfd7 5.f4 c5 6.c3 Pc6 7.Pdf3 a6 (Lijkt
niet zo’n zinvolle zet.) 8.Ld3 g6 9.Pe2
b5 10. g4 h5 11.Pg3 hxg4 12.Pg5 De7 13.Dxg4 Tg8 (Er dreigde al 14.Pxf7!) 14.Ph7
(Leuk is 14.Pxe6!? dat echter faalt op 14…Pdxe5!) 14…cxd4
15.Ph5 Kd8 16.P5f6 Tg7? (Zie Diagram
1. In het vervolg moet zwart heel wat tempi verliezen om deze toren weer te
activeren.)
Diagram 1: Stand na 16…Tg7?
Diagram 2: Stand na 31.Lf3!
17.Ld2 Pc5 18.Le2 Pe4 19.Td1 Pxd2 20.Txd2 dxc3 21.bxc3 Kc7 22.0-0 Kb6
23.Dg2 Dc5+ (Na
23…Da3 slaat wit natuurlijk op f8.) 24.Kh1
Le7 25.a4 Lxf6 26.Pxf6 Pe7 (De bevrijding van Tg7 begint.) 27.axb5
a5 28.c4 Pg8 29.cxd5 Pxf6 30.exf6 Tg8 31.Lf3! (Zie Diagram
2.) Tb8 32.Tc2 Dd4 33.Tc6+ Ka7
34.dxe6 fxe6 35.Td1 Dxf6 36.Tc7+! (Spectaculairder dan 36.Df2+.) 1 – 0
(Wegens 36…Kb6 37.Df2+ Kxc7 38.Dc5 mat. Opvallend is dat de beruchte
“Franse” loper op c8 niet van zijn plaats geweest is…)
DSC 2 - Wolstad 3
Door Paul van Duijnhoven
De eerste wedstrijd van het seizoen
moesten we meteen tegen een zware tegenstander: DSC 2 uit Dongen. Er was mij
namelijk door onze spion Dennis B. ingefluisterd dat in dit team aan de eerste
3 borden zeer sterke spelers zaten met een rating rond de 1900/2000. Als
teamleider stelde mij dit meteen voor een moeilijke beslissing: hoe moest ik
op deze voorwetenschap inspelen. Daarbij kwam nog als extra moeilijkheid dat
ik niet eens mijn eigen team kende. Immers vorig jaar was ik nog teamleider
van het tweede en had ik slechts met een half oog gevolgd hoe het het derde
was vergaan. Bovendien was Wolstad 3 op nogal wat punten gewijzigd. Na rijp
beraad besloot ik toch maar tot een enigszins aangepaste opstelling door Karin
Hendrickx (sinds 25 augustus) en Marsel van Hoorn op bord 1 en 2 te zetten en
Johan en ik op bord 3 en bord 4 te zetten. Maar ik zou hooguit van een
semi-tactische opstelling willen spreken: immers in goeden doen kunnen Karin
en Marsel menig sterke tegenstander aan…...
Het eerste punt werd binnengebracht
door good old Ben van Kuijk, spelend aan bord 5. Hij wist zijn jonge
tegenstander al snel voor grote problemen te stellen die hem uiteindelijk toch
boven het hoofd groeiden. Het begin was dus gemaakt. Op de overige borden
ontspon zich echter een hevige strijd.
16.00 uur. Tijd voor een rondje langs
de velden. Op bord 1 doet Karin het verrassend goed tegen de sterke Maarten
van de Burght. Door een geniepige combinatie had ze een pion veroverd en ze
gaf – niet geheel tot mijn genoegen overigens – aan dat ze inmiddels méér
wilde dan remise. Op bord 2 had Marsel het moeilijk tegen Dongens kanon Hans
Jacobs. Uiteindelijk zou Marsel deze partij gaan verliezen. Op bord 3 speelde
Johan de Kok (terug van weggeweest) een heel solide partij. Wie had dat anders
verwacht van Johan? Hij stond een stuk voor tegen 1 pion dus dat punt leek me
wel binnen.
Van de partij van Karin van Tuyn (bord
6) durfde ik niet veel te zeggen, maar Andries (bord 7) en Rob Leurs (bord 8)
stonden naar mijn mening wat moeilijk. En mijn eigen partij….
Ach, ik speelde aan bord 4 (met zwart)
en maar liefst 2 klassen lager dan vorig jaar. Dat zou dus een makkie worden.
En aanvankelijk leek het daar ook op. Ik kwam zeer goed uit de opening en kon
geforceerd een stuk winnen tegen 2 pionnen. Ik vond de situatie echter niet
helemaal duidelijk en dacht nóg beter te hebben door eerst d.m.v. te rocheren
mijn koning in veiligheid te brengen. Daarbij overzag ik echter een tactische
grap uit stap 3, les 6: de aftrekaanval. Dat kostte me uiteindelijk
“slechts” een pion, maar ook mijn aanval was weg en wat nog erger was:
mijn zelfvertrouwen. Mijn tegenstander vlocht nog allerlei grappen en
tactische wendingen in de stelling maar ik wist steeds de beste zet te vinden
en toen mijn tegenstander het even niet nauwkeurig deed won ik mijn pion weer
terug en leek ik af te stevenen op een iets beter eindspel met lopers van
ongelijke kleur. Ik zeg leek, want mijn tegenstander dacht, aangemoedigd door
het eerdere succes, opnieuw een mooie val met aftrekaanval voor mij gezet te
hebben. Deze keer bleek de batterij echter ongeladen en ik won een vol stuk.
Er ontstond nu een eindspel met paard en loper + 2 pionnen voor mij, tegen
loper en 3 pionnen voor hem. Aan beide zijden verdween een pion, waardoor ik
er nog maar één over had. Even flitste het door mijn hoofd: als ik maar geen
eindspel met loper en paard overhoud. Nauwelijks had ik dat gedacht of de
loper van mijn tegenstander richtte zich met onverholen kamikazedrift op mijn
laatste pion waardoor enige zetten later inderdaad het gevreesde eindspel op
het bord verscheen. Theoretisch gewonnen, dat wel. Maar hoe ging dat en dan
ook nog binnen de 50 zetten en binnen de tijd? Gelukkig heb ik in mijn
beginjaren eens het boekje doorgenomen “Wat iedere schaker van het eindspel
moet weten” van J. Averbakh (zéér
aanbevolen) en het boekje maakt de titel ook volledig waar. Hierdoor wist
ik dat de koning mat gezet moest worden in de hoek van de kleur van de loper.
Maar meer wist ik ook niet en een matbeeld wilde me ook even niet voor de
geest komen. Geleidelijk aan begon ik echter meer van de finesses van dit
eindspel te begrijpen en met nog 3 minuten op de klok wist ik uiteindelijk het
bevrijdende mat op het bord te produceren. Oef! Diepe zucht.
Inmiddels was daarmee de stand op 1½
- 3½ gekomen. Karin (op bord 1) had uiteindelijk toch moeten berusten in
remise (wat in wezen toch een geweldige prestatie was) en Johan had het punt
inderdaad binnengehaald. Marsel daarentegen kon de druk uiteindelijk niet
weerstaan en verloor. Door mijn eindspelperikelen was ik het zicht op het
wedstrijdverloop volledig verloren, maar gelukkig had ik goede stand-ins. Want
inmiddels had de tegenstander van Karin van Tuyn een remise-aanbod gekregen en
nu was de tijd rijp om dit aanbod gretig te accepteren. Daarmee verzoenden we
ons in wezen met een gelijk spel want de borden van Andries en Rob boden geen
uitzicht op winst. Maar vooraf zou ik daar ook niet ontevreden mee zijn
geweest. En toen plotseling…….tumult rond het bord van Rob. De vlag van de
tegenstander was gevallen en volgens Rob waren er nog géén 40 zetten gedaan.
Dus moest er gereconstrueerd worden en inderdaad: de tegenstander had te
weinig zetten gedaan. Rob incasseerde dus het volle punt waardoor de eindstand
van 3 - 5 werd bereikt.
Daarbij vergeet ik eventjes de partij
van Andries. Deze ging vrij kansloos verloren, maar achteraf bleek dat Andries
tegen één van de drie kanonnen had gespeeld. Deze voelde zich echter niet
helemaal lekker en was daarom op eigen verzoek aan bord 7 gezet.
Pas achteraf zal blijken hoe waardevol
deze overwinning voor ons is geweest maar het lijkt mij dat we hiermee een
geduchte concurrent voor de titel voorlopig even op achterstand hebben gezet.
18 november wacht alweer de volgende tegenstander:
HMC 5 en daar weet ik gelukkig
helemaal niets van.
Nog even de persoonlijke uitslagen op
een rijtje:
|
DSC
2
|
–
|
Wolstad
3
|
3
- 5
|
|
M. van de Burght
|
–
|
Karin Bulle
|
½-½
|
|
H. Jacobs
|
–
|
Marsel van Hoorn
|
0-1
|
|
M. Maas
|
–
|
Johan de Kok
|
1-0
|
|
G. Damen
|
–
|
Paul van Duijnhoven
|
1-0
|
|
R. Haast
|
–
|
Ben van Kuijk
|
1-0
|
|
C. v. Woerkom
|
–
|
Karin van Tuyn
|
½-½
|
|
E. Cloosterman
|
–
|
Andries Höhner
|
0-1
|
|
M. Damen
|
–
|
Rob Leurs
|
1-0
|
O.D.I. 2 - Wolstad 4
Door Jan Coomans
Uden ligt niet naast de deur. Wij
deden er een uurtje over. Met Paul v.d. Berg als veilige gids voorop. Geef die
’n adres, hij tikt het in zijn boordcomputer en voilà, een complete
routebeschrijving rolt eruit. In kleur ook nog. Paul rijdt voortaan, vaste
prik, voorop.
Wij zouden in een bovenzaal moeten
spelen. Op mijn geklaag, dat 4 van ons daar een gruwelijke hekel aan hadden,
kreeg hun teamleider het voor elkaar, dat we gewoon beneden in de zeer ruime
gelagkamer terecht konden van restaurant Vorstenburgh. Hun eigen clubgebouw
was niet beschikbaar. Waarom dat niet direct kon, bleef vaag. Behalve 32
schakers was of kwam er geen man binnen op die regenachtige zaterdagmiddag.
Zoals gewoonlijk geen service, wel prijzen waarvoor de directie een butler had
kunnen inhuren.
Inmiddels was de wedstrijd begonnen,
ingeleid door een opmerkelijk stuurse voorzitter. Zeker mot met zijn vrouw
gehad en de discussie verloren. Wij met 7 man. Mijn schuld, door
discommunicatie. Draag het teamleiderschap dan ook over aan Erik de Gier. Maar
pas volgend seizoen. Ik moet na zoveel jaren wel fatsoenlijk af kunnen
kicken. Je hoort zoveel van trauma’s tegenwoordig.
Piet de Vries had last van het zwakke
licht in de zaal. Daar verschool hij zich niet achter. “Het werkt niet”,
sprak Piet. Was snel een stuk kwijt. Nog wat gespartel en K.O.
Ernst Hanewald liet zich een pion
afsnoepen. Wilde die terug. Ander niet van plan. Ernst speelde vrij snel.
Bracht paard tot op 7e rij. Te ver, dekte verkeerd met dame. Gooide
er nog een loper tegenaan. Niet te redden.0 - 3 toen de stand. Maar …
Paul v.d. Berg strijdlustig. Op zeker
moment leek het op zijn bord wel de aanval der Lichte Cavalerie. Gaf toren voor loper. Dit sloeg net door en het
werd zelfs mat op e7 tot verbijstering van zijn tegenstander. Hulde.
Noud van Oss was voor zijn doen ook
rap klaar. De vijandelijke dame kwam wel al vroeg bij Noud een kijkje nemen.
Maar die had er toen al alle vertrouwen in. Won een pion. En plots ging het
met medewerking van zijn opponent erg snel.
Bij Jaap Elzerman ging dat heel
anders. Zat op het 6e bord, maar met zwart en juist tegen de
teamleider. Een oudere, gepokt en gemazzeld, altijd moeilijk. Jaap iets betere
stelling. Beiden directe aanval op Monarchen. Dreigend. Niet misgrijpen. Paar
uur lang. Jaap, jonge vent, koelbloedig. Uiteindelijk verlies.
Erik de Gier. Nieuw aan 1e
bord. Altijd zware tegenstand. Niks cadeau. Gelijk uit de opening. Dan krijgt
Erik grip op het spel. Wint 2 pionnen. “Maar het is nog niet gedaan”, zou
een Belg zeggen. Maar Erik geeft niets meer uithanden. Wint nog een 3e
pion, geeft terug voor rijkere buit.
En ik trof een jeugdlid. Die voor zijn
5e zet 20 volle minuten in retraite ging. We waren net aan de gang!
En dat bleef zo. Bij elke beurt van Einstein, had ik de hele afwas van het
hotel kunnen doen plus alle aanwezige planten van water voorzien. Bij wijze
van spreken dan, want daar ben ik veel te lui voor. Victor kon toch wel
schaken en hield de boel voorlopig potdicht. Pas na 4 uur ronddrentelen
mijnerzijds eindelijk 1 pion te pakken. Met nog een kwartier op zijn klok,
morste hij onbekommerd 12 minuten ervan, om vervolgens een absoluut verkeerde
zet te doen.
Eindstand: 4 – 4. Geen slecht begin
voor het vierde.
Wolstad A – Wolstad B
Door Paul van Duijnhoven
Dit was de openingswedstrijd van de
avondcompetitie voor het seizoen 2000-01. Leuk gepland van de competitieleider.
Misschien wel met de gedachte om alle mogelijke competitievervalsing bij
voorbaat te verhinderen. Maar misschien ook wel gewoon toeval.
Voor de objectieve toeschouwer zou het
denk ik niet duidelijk geweest zijn wat nou het A-team en wat het B-team was.
Gaat u maar na: op bord 1 Wim Kimman tegen Fred Klerks, aan 2 Jaap Weel tegen
Hans Thönissen, aan bord 3 Maarten Werkhoven tegen Paul van Duijnhoven en
tenslotte aan bord 4 Karin Bulle (pardon: Hendrickx) tegen Andries Höhner. Het
was duidelijk dat het een spannend potje zou worden.
Wim en Fred waren het eerst klaar. Wim
won een toren en 2 stukken tegen een dame. Kort daarop blunderde hij echter, wat
hem een toren kostte. Hij wist echter een soort hekstelling te bereiken, zodat
het toch nog remise werd.
Aan bord 2 won Hans Thönissen van Jaap
Weel. Ik heb helaas niets van deze partij gezien, maar gelukkig heeft Hans deze
partij geanalyseerd. (Zie aan het einde van dit verslag, red.) En dan mijn eigen
partij tegen Maarten Werkhoven. Maarten speelde natuurlijk zijn geliefde Van
Geet, maar ik wist de scherpe varianten te vermijden en ik was van mening dat
wit niet echt veel bereikt had na de opening. Een tijdrovende paardmanoeuvre van
mij was echter meer dan mijn stelling kon verdragen en Maarten had in deze fase
de kans op groot en misschien wel winnend voordeel. Hij verzuimde echter toe te
slaan en overzag enige zetten later een eenvoudig valletje, waardoor hij een
volle toren achter kwam. Hiermee was de partij in hogere zin natuurlijk beslist,
ware het niet dat je met het hoge speeltempo van de avondcompetitie altijd nog
hoop kunt hebben dat je tegenstander door de vlag gaat. Het slot van de partij
was toch nog wel aardig en volgt hieronder:

Diagram 1:
Stand na 31.h4
Diagram 2: Stand na 35.Tg4
(Zie Diagram
1.) Zwart staat natuurlijk gewonnen, maar was inmiddels in lichte tijdnood.
Er volgde 31…Df7 (stuurt aan op
dameruil) 32.Te4 (verhindert dat) 32…b5
33.Lb3(?) Df5 34.Dd4 Dh3(!?) 35.Tg4 Het lijkt nog spannend te gaan worden
maar zwart had dieper gekeken (zie Diagram
2). Hier speelde zwart 35….Pf4!! en
het is plotseling uit. Voor degene die het niet meteen ziet: 36.Txf4 wordt
eenvoudig beantwoord met 36…Dg2 mat. Op 36.Dxf4 wint zwart met 36…Td1+ en na
37.Lxd1 gaat wit mat met 37…Txd1. En als wit de dame verplaatst is het spoedig
mat na Dxg4+. Er volgde nog 36.Lxe6+ Pxe6
37.Tg3 Dxg3+ 38. fxg3 en opgegeven.
Hiermee was de stand in de match op 1½
- 1½ gekomen en dus hing alles af van de partij tussen Karin (wit en A) en
Andries (zwart en B). Karin was in de opening enigszins overspeeld door Andries
en stond inmiddels tegen een zeer ongunstig eindspel (met paard en pionnen voor
Karin en voor Andries toren en nog meer pionnen) aan te kijken. Het slot van
deze partij was zeer bizar en waarschijnlijk alleen verklaarbaar uit de druk die
de uitvluggerfase met zich meebracht. Andries had de hele koningsvleugel van
Karin weggeslagen maar daarbij waarschijnlijk net één pionnetje teveel
weggesnoept. Dit gaf Karin de kans om met de a- en b-pion op te rukken en
ondersteund door het paard bleek dit dynamisch duo niet meer te stoppen. Tot
ieders verbijstering was het ineens uit en zo sleepte Wolstad A bijna letterlijk
voor de poorten van de hel toch nog de overwinning weg. En laat niemand
suggereren dat het competitievervalsing was. Het was een ongemeen spannend duel
dat uiteindelijk door een lucky Wolstad A met 2½ - 1½ werd gewonnen. Gelukkig
hoeven we niet meer tegen elkaar en kunnen we beide gaan voor het kampioenschap.
Want als Wolstad B zo blijft spelen voorspel ik dat de punten binnenkort vanzelf
wel gaan volgen. Wordt vervolgd.
Jaap Weel - Hans
Thönissen
Door Hans Thönissen
(Pirc Verdediging)
1.d4 g6 2.e4 d6 3.Lc4 Pf6 4.Pc3 Lg7 5.f3 Pc6 (Laatste boekzet van Fritz 6) 6.Pe2 0-0 7.Le3 e5 8.d5 Pe7 9.Dd2 Pe8 10.g4 (10.0-0 f5 geeft gelijke
stand) 10…f5?! 11.gxf5 gxf5 (Fritz
geeft als zeer merkwaardig maar correct alternatief 11…Pxf5 12.Lg5 Lf6 13.Lxf6
Dxf6 enz.=) 12.Lh6 f4 (Zet alles goed
vast) 13.Lxg7 Pxg7 14.0-0-0 Pg6 15.h4
Pxh4 16.Pg1 h5 17.Dh2 Pg6 18.Ph3 Lxh3 19.Dxh3 a6 20.Tg1 Tf6 21.Tg5 De8 22.Lf1
Df7 23.Dh2 Pf8 (23…Kh7 24.Tg1 licht voordeel wit) 24.Lh3
Tg6 25.Thg1 Txg5 26.Txg5 Df6 27.Dg2 Kh7! 28.Lf5+? (28.Dg1 is eigenlijk de
enige goede zet) 28…Kh6 29.Txg7 Dxg7 30.Dh1 Dg5 31.Pd1 Kg7 (31…Pg6 is nog wat
scherper) 32.Pf2 Pg6 33.Ph3 Dg3 34.Pg1 (34.Lxg6
zou nog de laatste strohalm zijn)
34…De1 mat.