Rond middernacht hoort Kharsh ergens noord van het gebouw waar hij de wacht (Hoofdgebouw, A) houd een deur kraken. Hij gaat zachtjes naar de uitgang van het hoofdgebouw om rond te spieden en ziet bij de voorraadschuur (E) drie elfen en een gnoom, zo op het eerste gezicht medewerkers van de plantage. De vier lopen met vaten (wijn?) naar het zuiden en als ze om de hoek van de muur zijn verdwenen rent Kharsh er achteraan en werpt hij een spreuk van verstrikking op de vier, en weet zo de drie elfen aan de grond vast te zetten, hun benen verward in snel groeiende planten. De gnoom echter weet uit het bereik van de magie te komen en vlucht richting de oostmuur. Kharsh maakt lawaai voor tien, wakers komen en krijgen instructies om de drie elfen te bewaken en Kharsh zet de achtervolging op de gnoom in. Julian ontwaakt en houd een oogje in het zeil bij de drie elfen en hun bewakers. Jammer genoeg ontkomt de gnoom door over de muur te klimmen en Kharsh kan geen sporen ontdekken en moet onverrichter zake terugkeren.
Kharsh stelt voor om ergens jachthonden vandaan te halen die naar sporen kunnen zoeken, maar andere zaken hebben prioriteit zo denkt Mus. Mus stelt een plan en een valstrik op om de geheime gang in de gaten te houden voor het geval dat de dieven terug komen, waarna Alviran weer terugkomt om Kharsh te vragen naar wat zieke wijnstokken te kijken die in de oostelijke velden staan. Kharsh moet echter eerst rusten en vertrekt het bos in om te mediteren.