Kharsh Melkoog
Instrument van Moob-Dhane


Een jonge druide, door zijn stam verstoten en nu toch op weg om vrienden te maken. Dat kost hem veel moeite, maar wij zijn er van overtuigd dat er een dag komt dat ook hij de waarde van vriendschappen leert waarderen.

Met een combinatie van angst en verachting keek de tengere figuur zijn plaaggeesten aan. Hij stond op een soort primitief vlot, zijn ledematen vastgebonden aan twee kruislings staande takken die uitstaken als een soort mislukte masten.
Om hem heen stonden zeker veertig andere wezens zoals hij, bastaard kinderen van de meestal gewelddadige ontmoetingen tussen ork en mens. Ook hij was een halfork, een feit dat moeilijk was te verhullen door de kromme en puntige tanden, de groene tint in de huid en de vooruitstekende kaken.
Toch was hij anders als zijn soortgenoten, en dat was de reden waarom hij hier stond vastgebonden, een verschoppeling in een samenleving van verschoppelingen.
Zijn linkeroog was bedekt met een grijs vlies waarachter men met moeite zijn rode pupil kon zien vonken. Zijn onbesmette oog leek de dubbele haat uit te stralen ter compensatie. Zijn linkerhand was misvormd, meer een klauw dan een hand en de hand maakte een vreemde hoek met de arm. Tenslotte was hij een stuk magerder kleiner dan de meeste halforks hier verzameld, met hangende schouders en welhaast onmerkbare spiervorming.
Vreemd genoeg hielden de verzamelde halforks hun blikken afgewend van hun schriele soortgenoot, net alsof ze hem vreesden. En van de groep stapte naar voren met in zijn rechterhand een mes met een zwart krom lemmet en in de andere iets wat op een vogelklauw leek. Hij maakte een bezwerend gebaar met de klauw, hield zijn mes ietwat onzeker naar voren en spuwde op de grond voor de voeten van de magere halfork.
"Kharsh Melk-oog, de Raad van Mritt-gk verwerpt je. Mritt-gk verwerpt je. Ga van ons en kom niet terug." Hij stapte naar voren en sneed met een vlugge beweging eerst de linker en daarna de rechter oorlel af van de vastgebonden halfork die 'Kharsh Melk-oog' werd genoemd.
Kharsh beet zijn tanden stijf op elkaar van de pijn maar zei niets. De halfork tegenover hem hield nu de vogelklauw omhoog, toonde de klauw eerst aan de verzamelde groep, toen aan de hemelen en tenslotte weer aan Kharsh. Vervolgens brak hij, n voor n, de scherpe nagels af van de klauw en stak deze onder de nagels van Kharsh' misvormde hand.
Kharsh gromde van de pijn terwijl het bloed van zijn oren neer drupte op het vlot en daar mengde met het bloed van zijn hand.
De andere halfork stapte van het vlot, maakte wederom een bezwerend gebaar. Twee andere halforks stapten nu op het vlot en maakten met snelle vaardige bewegingen een eenvoudig zeil van geitenhuid vast aan de twee gekruiste palen. Toen stapten ze van het vlot en begonnen het van het strand te duwen richting open zee. Na een tiental meters kreeg de wind vat op het eenvoudige vaartuig en hoefden ze niet langer inspanningen te doen. Ze keerden terug naar het strand waar de groep opgelucht keek hoe Kharsh, bloedend en vastgebonden, het eiland Trag, het eiland van zijn geboorte verliet.
Zes dagen en zes nachten stond Kharsh zo, terwijl de winden hem over de zee bliezen. De tijd passeerde Kharsh zonder veel indruk achter te laten, grote delen van de dagen was hij buiten bewustzijn door voedsel en water gebrek, zeker in zijn verzwakte positie na het vele bloedverlies. Hij wist gedurende de vierde nacht wat vloeistof naar binnen te krijgen toen een hevige regenbui het vlot trof, een regenbui die hem het leven redde. Zijn wonden waren aan het ontsteken, klopten en schrijnden, maar de kleine halfork was sterker dan zijn uiterlijk deed vermoeden.
In de ochtend van de zesde dag, terwijl Kharsh met niets ziende ogen voor zich uit staarde, wierpen de golven het vlot op de kust van een ander eiland. Het vlot kantelde en hij lag nu zo mogelijk nog hulpelozer, omhoog naar de wolken te staren terwijl geregeld golven over zijn lichaam stroomden. Het zoute water beet pijnlijk in zijn wonden, maar had wellicht ook een reinigende werking en riep de woekerende ontstekingen een halt toe.
Zo lag Kharsh, starend omhoog, wachtend op de dood. Een grote vogel streek neer op het vlot.
De vogel keek naar Kharsh. Kharsh keek naar de vogel.

Zo zaten de twee eenzame figuren op het onbekende strand elkaar een tijdje aan te staren, de vogel wellicht metend of de halfork prooi of vijand was, de halfork's gedachten versluierd door bloedverlies, grenzend aan een delirium.
De vogel verzamelde meer moed omdat Kharsh niet bewoog, en schuifelde dichter en dichter bij. Met een schuin oog hield de vogel de halfork nauwlettend in de gaten, maar kon nog steeds geen dreiging bespeuren. Gesterkt door deze conclusie, pikte de vogel eens naar de pols van Kharsh, waar de touwen vermengd met bloed en zeewater een ruwe klont hadden gevormd die zeer tot de verbeelding sprak van de vogel.
Nog steeds reageerde Kharsh niet, en de vogel werd steeds brutaler, soms zelfs een klauw gebruikend om zijn snavel te helpen bijzonder aantrekkelijke stukken touw los te scheuren. Kharsh, in zijn half wakende toestand, sprak met de vogel, en hij ontdekte dat de vogel een boodschapper was. Een boodschapper en, zoveel was wel duidelijk, een bevrijder.
Kharsh hoorde van de haat voor de mensen, haat voor de orken, voor de elfen, dwergen, kortom, Kharsh hoorde en begreep de haat voor alle denkende wezens van Teolin.

Kharsh hoorde de haat van Moob-Dhane.

Het was de haat die Kharsh zelf ook kende, haat tegen de wezens die hem hadden uitgestoten, gemarteld, wezens die bang voor hem waren omdat hij anders was, wezens die zijn oog vreesden, die zijn misvormde hand vreesden. Kharsh hoorde de haat van Moob-Dhane, maar ook hoorde hij de liefde voor de beesten van het woud, de liefde voor de planten, liefde voor alle wezens die de harmonie met Teolin niet hadden verstoord.
Hoe lang Kharsh zo lag en luisterde, soms iets vroeg aan de vogel, dan weer pratend, was onduidelijk, maar toen de manen boven het strand rezen, werd het stil om het vlot dat Kharsh hier had gebracht. Hij keek naar de maan waarop Moob-Dhane zat in afzondering. Met een kleine beweging, haast niet te bespeuren, knikte de jonge halfork in de richting van Moob-Dhane.
Kharsh begreep het nu.
Hij bewoog een beetje. Kharsh voelde dat de spanning op het touw aan zijn rechterhand minder werd door het pikken en plukken van de vogel. De vogel, de bevrijder, schrok een beetje van de beweging en hopte iets verder weg van Kharsh, en Kharsh bewoog nu, worstelde en spande zijn spieren in zijn arm, schuurde en wrong, en plotseling begaf het touw het.
Enkele momenten later was Kharsh Melk-oog vrij, en strompelde hij in de richting van de bomen die hij in het oosten ontwaarde. Kharsh had, misschien voor het eerst in zijn leven, een doel.
Kharsh zocht een den.


The Teolin Setting
Copyright 2001-2005 Ylorea's Adventuring
Last update 23-03-2004