| |
De
versterker.
Hieronder ziet u
het schema.
De versterker is opgebouwd met 2 stuks ECC33 en 2 stuks EL34 per
kanaal. Eigenlijk stelt de schakeling niet zo erg veel voor,
eenvoudig, effectief, maar zeker niet minderwaardig, verre van dat !
Schakeltechnisch is hij zo ontworpen dat elke trap zo goed mogelijk
funktioneert en samenwerkt met de voorgaande en/of volgende trap.
Ook de balans uitgangstrap is een bekende die zijn kwaliteit nog
steeds bewijst.
De
schakeling.
Het begint met potmeter R1, deze regelt de balans tussen het
linker en rechter kanaal, voor R2 en R3 kunt u een weerstand nemen,
ik had alleen R2 geplaatst maar in mijn geval was een wat grotere
regeling gewenst, R4 is de bekende volume regeling.
De eerste buis neemt de versterking en de fasedraaiing voor zijn
rekening. De fasedraaier is de bekende Kangaroe schakeling welke
hier netjes hoogohmig afgesloten wordt. Dit i.v.m. het feit dat de
anode impedantie flink afwijkt van de kathode impedantie. Het
instelpotje R9 dient om het AC signaal aan de anode en de kathode
precies gelijk te maken.
Over de kathode weerstand R6 van de eerste triode een kleine condensator
geplaatst, deze dient om de frequentie karakteristiek vlak te maken
van 5Hz t/m 35KHz binnen 3dB. Ook de twee condensators C4 en
C5 dienen daarvoor. Deze waarde's die hier gebruikt worden gelden
eigenlijk alleen voor de door mij gebruikte uitgangs transformatoren
3A524 (eerste generatie ringkernen). Past u andere uitgangs
transformatoren toe, dan zult u misschien deze waarde's aan moeten
passen. Als u in het bezit bent van een scoop en een audio
generator, dan is dat een fluitje van een cent. Heeft u die
meetinstrumenten niet, laat deze freq. compensaties dan weg, en
luister, met de nadruk op het hoog in de muziek. Daarna de freq.
compensatie monteren, en weer luisteren. Hoort u geen verschil, dan laat
u ze weg.
De tweede
ECC33 neemt de aansturing voor de beide EL34's voor zijn rekening.
Op de kathode weerstanden van deze buis is enige tegenkoppeling
aangesloten vanaf de anode's van de EL34's. Zodoende worden de
inwendige weerstanden van de EL34's verkleind, dat is gunstiger voor
de aansturing van o.a. deze uitgangs transformatoren.
De eindbuizen,
2 stuks EL34, zijn geschakeld in de bekende balans schakeling met
automatische negatieve roosterspanning. Geen ultralineaire
schakeling, daar lenen deze uitgangen zich niet voor, maar de
eindbuizen staan rustig ingesteld, en de kathode weerstanden zijn
niet ontkoppeld, zodoende ontstaat interne tegenkoppeling, goed
voor een mooi onvervormd signaal. U zult tevens gezien hebben
dat in dit ontwerp geen tegenkoppeling vanaf de LS-uitgang naar de
kathode van de eerste ingangstrap is toegepast. De reden daarvoor is
dat alle versterkings trappen al intern tegengekoppeld zijn, meer
tegenkoppeling voegt hier totaal niets meer toe.
R31 in de
kathode's van de eindbuizen regelt de stroom balans, als u over R29
en R33 met een voltmeter dezelfde spanningen meet, dan is deze
potmeter juist ingesteld. Trouwens daar is ook heel makkelijk de
stroom door de eindbuis te meten. Staat over R29 of R33 b.v. 0,75
Volt, dan weet u dat er 75 mA door de eindbuis loopt.
Het schema : |
|