|
|
|
William James:
Vormen
van religieuze
ervaring
een onderzoek
naar het wezen
van de mens
4e druk, Amsterdam 2003
5e herziene druk 2005
© Uitgeverij Abraxas, Amsterdam ISBN 90-807300-2-5
|
ISBN 90-70459-36-1 |
ISBN 90-807300-1-7 |
Godsdienstwetenschappelijke klassieken
uit de Fenomenologische Bibliotheek
© 2003
Uitgeverij
Abraxas,
Amsterdam
© 2003
Nederlandse
vertaling:
Daniël Mok,
Amsterdam
Vertaling: Johan L. van Tricht & Daniël Mok
Oorspronkelijk verschenen als: 'The varieties of religious experience; a study in human nature' bij Longmans, Green & Co. 1902.
De eerste druk van The varieties of religious experience verscheen in 1907 bij W. Leijdenroth te Utrecht onder de titel "De verscheidenheden op het gebied van de godsdienstige ervaringen; een studie over de menschelijke natuur zijnde de 'Gifford lectures on natural religion' gehouden te Edinburg 1901-1903" in de vertaling van J.P. Wesselink-van Rossum.
De tweede druk,
in de vertaling
van J. Dutric,
verscheen in
1963 bij W. de
Haan n.v. te
Zeist en Van
Loghum Slaterus
n.v. te Arnhem
onder de titel
'Varianten
van religieuze
beleving;
een onderzoek
naar de
menselijke
aard' in de
serie
Palladium
Paperbacks.
N.B.D.:
"'De varianten
van religieuze
ervaring' is de
(volledige)
vertaling van
'The Varieties
of Religious
Experience' uit
1902. Het
beschrijft vele
vormen van
religieuze
ervaring, zoals
bekering,
heiligheid,
mystiek. Als
voorbeelden van
deze religieuze
ervaringen
dienen citaten
van onder
anderen
Tolstoi, de
heilige
Theresia en
Sint Jan van
het Kruis.
William James
(1842-1910),
een oudere
broer van de
schrijver Henry
James, was een
van de eerste
psychologen in
Amerika. Zijn
pionierswerk
culmineerde in
'Principles of
Psychology'
(1890). Met
'The Varieties
of Religious
Experience'
schreef hij een
klassieker op
het gebied van
de
godsdienstpsychologie.
Door de
talrijke
nuanceringen en
onderscheidingen
en de vele
citaten is het
boek een genot
om te lezen.
Voor eenieder
die dieper wil
ingaan op
'religieuze
ervaringen' is
dit boek een
aanrader.
Kleine druk."
De derde druk verscheen in 1995 in de serie Spirituele klassieken van Servire te Utrecht onder dezelfde titel.
Het hoofdstuk De zieke ziel is in de vertaling van J. Dutric en bewerkt door D. Draaisma ook opgenomen in de bundel De Hoofdsom van de Psychologie, in 1992 verschenen bij Swets & Zeitlinger b.v. te Amsterdam/Lisse.
De vierde en vijfde druk zijn geheel herzien door Daniël Mok.
Uitgeverij
Abraxas
Kinderdijkstraat
77
1079 GE
Amsterdam
Telefoon (020)
6446907
www.home.zonnet.nl/williamjames williamjames@zonnet.nl
nur:
706
Godsdienstwetenschap,
728
Spiritualiteit
en 770
Psychologie
isbn:
90-807300-2-5
|
|
|
![]() |
![]() |
![]() |
![]() |
De
godsdienstfenomenologie
is, kort
gezegd,
systematische
wetenschap op
historische
grondslag.
Zij licht
godsdiensthistorische
gegevens, met
behoud van hun
eigensoortigheid,
uit hun milieu
en plaatst ze
in een
denkbeeldig,
gelijkwaardig
en soortgelijk
verband,
waardoor de zin
van bepaalde
religieuze
verschijnselen
duidelijk
wordt.
Het gaat bij fenomenologie om de structuur van de godsdienst. Deze structuur bezit haar eigen logica, die anders van aard is dan de wiskundige en natuurkundige, maar even strikt in haar verloop. Dit betekent, dat je fenomenologisch kan laten zien, hoe een bepaalde religieuze gedachte zich logisch-noodzakelijkerwijze ontvouwt in een bepaalde godsvoorstelling, in een bepaalde opvatting over de mens en over zijn heil en in bepaalde heilige handelingen. De onschatbare winst die het fenomenologisch onderzoek oplevert, is het inzicht, dat godsdienst geen product is van oncontroleerbare gevoelens of grillig opkomende en weer verdwijnende stemmingen, maar een waarheidsbesef, waarover je meer te weten kunt komen, omdat het zich ontplooit met een begrijpelijke - zij het eigensoortige - "redelijkheid". Maar versta deze these goed. De fenomenologie kan zich niet uitspreken over de vraag of religie op waarheid berust, dan wel illusie is. In deze wetenschap is godsdienst een immanente cultuurgrootheid. Echter een verschijnsel dat wetenschappelijk alleen begrepen kan worden, wanneer je het verstaat zoals het zich aandient, dus als een waarheid, een idee, die zich in het menselijke zielenleven en in samenlevingsvormen realiseert, maar die nooit alleen uit psychologische en sociale factoren verklaard kan worden. De fenomenologie kan haar wetenschappelijk karakter alleen handhaven door religie inclusief haar specifieke eigenschappen te respecteren. Anders gezegd: zij wil de structuur van de godsdienstige verschijnselen doorlichten om de betekenisvolle ontstaansgeschiedenis en structuur daarvan te kunnen begrijpen.
Godsdienstfenomenologie kan geen subjectieve geloofsgetuigenis, een objectief oordeel of een historische of andere verklaring geven. Het is op de eerste plaats een nauwkeurige beschrijving van waarnemingen, die de lezer in medias res (midden in de zaken)verplaatst en hem op een directe wijze het eigen geluid en de zin en waarde van het verschijnsel doet verstaan.
De godsdienstpsychologie onderzoekt hoe de religieuze feiten psychisch-genetisch tot stand komen, welke algemene gevoelens, neigingen en psychologische complexen er aan ten grondslag liggen.
De godsdienstfilosofie onderzoekt de grondslagen van de religieuze kennis (kennisleer) en vormt zich een oordeel over de waarde van de religieuze feiten (waardeleer) om uiteindelijk tot waarheidsbevinding te komen (metafysica).
De theologie plaatst de waarheidsvraag van de religieuze verschijnselen in het licht van de Openbaring.
De godsdienstgeschiedenis stelt de vaststelling van de feiten op de eerste plaats. Zij onderzoekt hoe bepaalde volkeren, kerken, sektes, personen in een tijdsgewricht hebben gehandeld en gedacht. Welke leerstellingen zij hebben opgesteld, welke mythes zij hebben voortgebracht en welke rituelen er werden uitgevoerd.
De
godsdienstfenomenologie
classificeert
en beschrijft
de feiten naar
hun eigen wezen
en ontleent de
karakteristieke
voorbeelden aan
de
godsdienstgeschiedenis.
Zij probeert
met zo
zorgvuldig
mogelijk
onderzochte
feiten als
grondslag tot
hun wezenskern
door te dringen
via een
erlebten
Strukturzusammenhang
(Dilthey).
Fenomenologie
is geen
fantasie op
historische
motieven maar
meer een
'uiterst
radicaal
empirisme' (Max
Scheler),
insofern für
alle Sätze und
Formeln... eine
Deckung
Erlebensgehalt
notwendig ist.
Dr. C. J.
Bleeker:
Inleiding
tot een
phaenomenologie
van den
godsdienst,
Assen 1930
Grondlijnen
eener
Phaenomenologie
van den
Godsdienst,
Den Haag 1943
Op zoek naar
het geheim van
de godsdienst,
Inleiding tot
de
godsdienstwetenschap
1952
Het Wezen en
de Funktie van
de Godsdienst,
Deel I: Vuur
van de hemel
(Uit de
leerschool van
het
godsdienstonderzoek);
Deel II:
Het gulden
vlies (Een
speurtocht in
de wereld van
de
godsdienstige
verschijnselen),
Katwijk aan Zee
1982
De structuur
van de
godsdienst;
hoofdlijnen
ener
fenomenologie
van de
godsdienst,
Den Haag ca.
1955
Dr. K. A. H.
Hidding:
Mens en
godsdienst;
levende
godsdiensten
phaenomenologisch
belicht,
Delft 1954
Dr. G. van der
Leeuw:
Inleiding tot
de
phaenomenologie
van den
godsdienst,
1923
Dr. H. Th.
Obbink: De
godsdienst in
zijn
verschijningsvormen,
Groningen - Den
Haag - Batavia
1933