Rudolf Otto: Het heilige

3e druk, Amsterdam 2002

vertaling: Jo Dippel, & Daniël Mok

© Uitgeverij Abraxas, Amsterdam ISBN 90-807300-1-7

 

 

 

 

16. HET HEILIGE ALS CATEGORIE A -PRIORI
deel 1

Het Heilige in de volle zin des woords is voor ons dus een samengestelde categorie. De samenstellende momenten zijn haar rationele en haar irrationele bestanddelen. Ten aanzien van beide momenten - dat moet tegenover elk sensualisme en elk evolutionisme in alle strengheid worden gehandhaafd - is ze een categorie zuiver a-priori.
Aan de ene kant: de rationele ideeën van absoluutheid, voleinding, noodzakelijkheid en werkelijkheid, en precies zo die van het goede als objectieve waarde en van objectief bindende geldigheid zijn uit geen enkele zintuiglijke waarneming te 'evolueren'. En alle epigenesis (de hypothese dat de eigenschappen van het zich ontwikkelende wezen pas later tevoorschijn komen en optreden), heterogonie (te voorschijn brengen van datgene wat tevoren in aanleg niet aanwezig is = bijzondere vorm van epigenesis) of hoe zulke compromis- en verlegenheidsuitdrukkingen ook verder mogen luiden, maskeren slechts het probleem. De vlucht te nemen in het Grieks, is hier, als zo vaak, slechts een bekentenis van eigen ontoereikendheid. Wij worden hier geheel van alle zintuiglijke waarneming teruggewezen naar datgene, wat onafhankelijk van alle 'waarneming' in 'zuivere rede' in de geest zelf geheel oorspronkelijk in aanleg aanwezig is.

(M. J. Langeveld, Een kwestie van gevoel of aanleg en H. C. Rümke, Karakter en aanleg in verband met het ongeloof uit de bundel Een wijze uit het westen bij dezelfde uitgever.)