Rudolf Otto: Het heilige
3e druk, Amsterdam 2002
vertaling: Jo Dippel, & Daniël Mok
© Uitgeverij Abraxas, Amsterdam ISBN 90-807300-1-7
|
|
|
|
7. HET ONTZETTENDE (UNGEHEUER)
(Momenten van het numineuze V)
1. Een eigenaardig moeilijk te vertalen woord, een moeilijk te vatten begrip met zonderling vreemde kanten is het Griekse deinos (verschrikkelijk, vreeswekkend, angstaanjagend). Hoe komt het, dat het zo moeilijk en lastig te begrijpen is? Omdat het niets anders is dan het numineuze, zij het dan meest op een lager vlak, in oratorische en dichterlijke verdunning en in uitgesleten vorm. Zijn betekenisbasis is 'het enge van het numineuze'. Als de momenten hiervan zich ontvouwen, wordt het dirus (huiveringwekkend) en tremendus, erg en imponerend, geweldig en vreemd, wonderlijk en bewonderenswaardig, ijzingwekkend en fascinerend, goddelijk en demonisch en 'energiek'. Een gevoel van echt numineuze vrees in al zijn momenten voor het 'wonderwezen' mens wil Sofokles wekken in het koorlied:
pollà tà deiná, koedè antropoe deinóteron pelei.
'Unglücklicher!
Noch kaum
erhol' ich
mich!
Wenn ganz was
Unerwartetes
begegnet,
Wenn unser
Blick was
Ungeheures
sieht,
Steht unser
Geist auf eine
Weile still:
Wir haben
nichts, womit
wir das
vergleichen.
In deze woorden van Antonio in Tasso is het Ungeheure natuurlijk niet iets groots, want dat komt hier waarlijk niet in aanmerking. Ook eigenlijk niet iets 'ontzettends', maar dat, wat thambos in ons te voorschijn roept: 'Wir haben nichts, womit wir das vergleichen'. In Duitsland noemt het volk het daaraan beantwoordende gevoel bijzonder treffend: 'sich verjagen'. Dit woord komt van de stam jäh, jach, en zijn betekenis slaat op 'het plotselinge intreden van het totaalonverwachte en raadselachtige, dat het gemoed obstupefacit of in thambos brengt. - Ten slotte zuiver en helemaal als naam voor ons numineuze, bovendien, in zijn gehele gevoelsschakering, komt het woord 'Ungeheuer' voor in de wonderbare woorden van Faust:
Das Schaudern
ist der
Menschheit
bestes Teil.
Wie auch die
Welt ihm das
Gefühl
verteuere,
Ergriffen fühlt
er tief das
Ungeheure.
Vertalingen van bovengenoemd citaat uit Duistere Galerij zijn te vinden op pagina 145 van Een wijze uit het westen; beschouwingen over Rudolf Otto, Amsterdam 2001.