Rudolf Otto: Het heilige
3e druk, Amsterdam 2002
vertaling: Jo Dippel, & Daniël Mok
© Uitgeverij Abraxas, Amsterdam ISBN 90-807300-1-7
|
|
|
|
5. (6) NUMINEUZE HYMNEN
(Momenten van het numineuze III)
Het onderscheid tussen louter 'rationele' verheerlijking van de Godheid en een zodanige, die ook van het irrationele, het numineuze, in zijn momenten van het tremendum mysterium, iets laat voelen, kan de vergelijking van de volgende gedichten aantonen. Gellert weet van 'de ere Gods uit de natuur' machtig en prachtig genoeg te zingen:
Die Himmel
rühmen des
Ewigen Ehre,
Ihr Schall
pflanzt seinen
Namen fort.
Helder, rationeel en vertrouwelijk is hier alles, zelfs met inbegrip van de laatste strofe:
Ich bin Dein
Schöpfer, bin
Weisheit und
Güte,
Ein Gott der
Ordnung und
Dein Heil.
Ich bin's! Mich
liebe von
ganzem Gemüte,
Und nimm an
meiner Gnade
teil.
Maar hoe mooi deze hymne ook is, de 'ere Gods' wordt toch niet volkomen bereikt. Er ontbreekt een moment dat direct voelbaar wordt, wanneer wij met deze hymne een andere vergelijken, namelijk het een mensenleeftijd vroeger door E. Lange gedichte lied op 'de majesteit Gods':
Vor Dir erbebt
der Engel Chor,
Sie schlagen
Aug' und
Antlitz
nieder,
So
schrecklich
kommst Du ihnen
vor.
Und davon
schallen Ihre
Lieder.
Die Kreatur
erstarrt
Vor Deiner
Gegenwart,
Womit ist alle
Welt erfüllet.
Und dieses
Aeuszere weist,
Unwandelbarer
Geist,
Ein Bild,
worein Du Dich
verhüllest
Dein Lob
vermelden
immerdar
Die Cherubim
und Serafinen.
Vor Dir der
Aeltesten graue
Schar
In Demut auf
den Knien
dienen.
Denn Dein
ist Kraf t
und Ruhm,
Das Reich und
Heiligtum,
Da mich
Entsetzen mir
entreiszet.
Bei Dir
ist Majestät,
Die über
alles geht,
Und heilig,
heilig, heilig
heiszet.*
(Vergelijk: Een vaste burcht is onze God van Martin Luther, nr. 401 in het Liedboek voor de kerken.)
Een fraaie Engelse parallel bij deze numineuze hymne is Hymns Verse III van Isaac Watts. Dit gedicht is opgenomen in het hoofdstuk Numineuze hymnen van de bundel Een wijze uit het westen, beschouwingen over Rudolf Otto, Amsterdam 2001.
Over het
numineuze in de
Engelse
literatuur
merkt de
Engelse
vertaler op:
'Afgezien van
de voorbeelden
van enkele
uitdrukkingen
in onze taal
zou het
gemakkelijk
zijn, uit
Engelse poëzie
en proza
plaatsen aan te
wijzen die,
zoals het al
uit Coleridge
aangehaalde
citaat,
numineuze
momenten en
stemmingen
weergeven. Ik
wil althans
drie
voorbeelden
daarvan geven.
Eerder heeft R.
Otto twee
hymnen genoemd
(van Gellert en
Lange), die het
verschil tussen
rationeel en
numineus
gestemde
gemoedshouding
aantonen. Dit
verschil zou
men nauwelijks
beter
aanschouwelijk
kunnen maken
dan door de
beide, iedere
Engelse lezer
vertrouwde
gedichten:
Addisons Hymne
op Psalm 12 en
Blake's gedicht
over de
'Tijger'. Beide
dichters willen
de Schepper
bezingen, zoals
Hij zich
openbaart in de
creatuur. Maar
het onderscheid
van hun
stemming is
onmiskenbaar.
Bij Addison is
dezelfde
stemming van
rustig
vertrouwen,
dankbare en
begrijpende
lofprijzing,
rustige
waardigheid als
bij Gellert.
Bij Blake is de
stemming van de
siddering, de
vrees, het
gevoelde
mysterie,
waarbij toch
een vreemde
verrukking
komt. Bij
Addison is er
een bewust
rationele
vroomheid. Het
is de 'rede'
die hier
luistert naar
de lofzang van
de natuur. En
dat was niet
slechts de
karaktertrek
van een enkele
ziel, maar
veeleer van een
gehele periode,
namelijk van
Addisons tijd.
Hoe heel anders
is echter het
karakter van de
verzen van
Blake.
De gedichten Hymn van Joseph Addison en The Tiger van William Blake zijn opgenomen in het hoofdstuk Numineuze hymnen van de bundel Een wijze uit het westen, beschouwingen over Rudolf Otto, Amsterdam 2001.
Ongewoon rijk
aan numineuze
hymnen en
gebeden is de
liturgie van de
Jom Kippur, de
Grote
Verzoendag van
de joden. Ze is
overschaduwd
door het
driemaal heilig
van de engelen
uit Jesaja 6:
Heilig, heilig,
heilig is de
Heer Zebaôth,
dat meermalen
terugkeert, en
ze heeft zulke
wondervolle
gebeden als het
Ubeken ten
pachdeka:
'Zo laat
dan komen, JHVH,
onze God,
uw vrees over
al uw
schepselen, en
een eerbiedig
bangzijn
(emateka!)
voor U over
alles, wat Gij
hebt geschapen,
dat U vrezen al
uw schepselen
en voor U zich
buigen alle
wezens, en dat
zij allen mogen
worden een
bond, om Uw wil
te doen van
ganser harte,
zoals wij die
leren kennen,
JHVH, onze God,
dat de
heerschappij is
bij U, de macht
in Uw hand en
de kracht in Uw
rechterhand en
Uw naam
verheven over
alles, wat Gij
hebt geschapen.
U, o Koning, willen wij huldigen.
Hoogste Koning
Sterk en vol
almacht,
Is Hij muur en
gracht,
Is Zijn woord
een kracht,
Hoog en
zegenend,
Tronen
vergevend,
't Al
overzwevend -
heerst in tijd
en in
eeuwigheid.
Hoogste Koning
Machtdaden
verricht Hij,
Geslachten
roept Hij,
Zegels
ontzegelt Hij
Louter in woord
vooral,
Kent Hij der
sterrental,
Banen en
kringen al -
heerst in tijd
en in
eeuwigheid.
Hoogste Koning
Geprezen door
alles,
Machtig tot
alles,
Genadig voor
alles,
Geeft spijze
aan alles,
V«borgen voor
alles,
Toch wakend
over alles -
heerst in
tijd en in
eeuwigheid.
Hoogste Koning
Den vergetene
niet vergeet
Hij,
Het inwendige
meet Hij,
Helderogig heet
Hij
Des harten
bedoelen weet
Hij
Een God der
geesten,
Het ware woord
meester
heerst in
tijd en in
eeuwigheid.
Hoogste Koning
In zijn kasteel
in louterheid,
In zijn
paleizen vol
wonderbaarheid,
Is Hij zonder
alle
gelijkheid,
In a;l zijne
werkzaamheid,
Stelt het zand
der zee tot een
grens die
scheidt,
Ook van Behemot
en zijn eeuwige
strijd
heerst in
tijd en in
eeuwigheid.
Hoogste Koning
Hij verzamelt
de wateren in
het meer,
Beweegt de
golven als een
heer,
Dat ze
vreselijk
brullen
De wereld met
rumoer
vervullen.
Maar hun
machtige
aanzwellen
Dwingt Hij
almachtig tot
verstillen
heerst in
tijd en in
eeuwigheid.
Hoogste Koning
Heersend in
koningsstaat,
In storm en
onweer Hij
gaat,
Glans dient Hem
als zijn
gewaad.
De nacht als
dag voor Hem
staat.
't Duister
omsluit Hem
dicht,
Maar Hijzelf
woont in het
licht
heerst in
tijd en in
eeuwigheid.
Hoogste Koning
Wolken Hem
dekken,
Vlammen in 't
rond lekken,
Cherubs dragen
Hem,
Bliksems zijn
slaven Hem.
Vaste en
bewegende
sterre'
Juichen reeds
van verre -
Hij heerst
in tijd en in
eeuwigheid.
Hoogste Koning
Opent de handen
en geeft te
genieten,
Zamelt de regen
om hem neer te
gieten,
Laat over drie
landen en vier
zelfs hem
vlieten,
Op dorre akkers
doet Hij 't
groen
opschieten.
Dag juicht tot
dag zo blij:
Juicht voor de
Heer, ook gij:
Hij heerst
in tijd en in
eeuwigheid.
Hoogste Koning
Heilig en
huiveringsvol,
Machtig en
wondervol,
Gaat met
meetsnoer over
d'aarde heen,
Stelt haar de
hoeksteen.
Schept zowel
groot als kleen
Tot zijn eer
alleen -
heerst in
tijd en in
eeuwigheid.
Hoogste Koning
Merkt op
ellend',
Tot smeken zich
wendt,
Zijn mildheid
niet schendt,
Zijn toorne
afwendt,
Alle aanvang
kent,
Aller enden end
-
heerst in
tijd en in
eeuwigheid.
Hoogste Koning
Spreekt recht
met waarheid,
Zijn werken
zijn waarheid,
Geeft genade en
waarheid,
Zelf genade en
waarheid,
Zijn wandel in
waarheid,
Zijn zegel de
waarheid -
heerst in
tijd en
eeuwigheid.
Huldigen willen wij U.
JHVH is Koning, JHVH was Koning, JHVH zal Koning zijn in Eeuwigheid.
Wat woont in 't
hemelrond
Roemt met
roemende klank:
JHVH is
Koning.
Wat woont op
aardegrond,
Zegent met
zegenende zang:
JHVH was
Koning.
D'een doet met
d'andere mee,
Juichen om
strijd in vreê:
JHVH zal
Koning zijn In
Eeuwigheid.
Al zijne
heiligen
Vol deemoed Hem
heiligen:
JHVH is
Koning.
Gans Zijne
volkerenschaar
Geeft Hem
getuigenis
waar:
JHVH was
Koning.
D'een doet met
d'andere mee
Lieflijk om
strijd in vree:
JHVH zal
Koning zijn In
Eeuwigheid.
Bliksemende
Cherubim,
Machtige
Serafijn,
JHVH is
Koning.
Morgen aan
morgen rees
Zeide in
fluistervrees
JHVH was
Koning.
D'een doet met
d'andere mee
Driemaal om
strijd in vree:
JHVH zal
Koning zijn In
Eeuwigheid.
JHVH is Koning, JHVH was Koning, JHVH zal Koning zijn In Eeuwigheid.
Amen.