Rudolf Otto Het heilige

3e druk, Amsterdam 2002

vertaling: Jo Dippel, bewerking: Daniël Mok

© Uitgeverij Abraxas, Amsterdam

 

 

 

 

3. HET 'CREATUURGEVOEL' ALS REFLEX VAN HET NUMINEUZE OBJECTGEVOEL IN HET ZELFGEVOEL

(Momenten van het numineuze I)

I. Wij dringen er op aan, dat men zich eens bezint op een moment van sterke en zo eenzijdig mogelijke religieuze bewogenheid.
Wie dat niet kan, of zulke momenten helemaal niet heeft, wordt verzocht om maar niet verder te lezen. Want met iemand, die zich wel op zijn puberteitsgevoelens, zijn storingen in de spijsvertering of ook zijn sociale gevoelens kan bezinnen, maar niet op specifiek religieuze gevoelens, kan moeilijk over godsdienstige dingen worden gesproken. Hij is geëxcuseerd, wanneer hij tracht, met de verklaringsprincipes die hij kent, zover te komen als hij kan en zich bijvoorbeeld 'esthetica' als zinnelijke lust, en 'religie' als een functie van sociale driften en waarderingen of nog primitiever te verklaren. Maar de estheticus die het bijzondere van de esthetische beleving in zichzelf doormaakt, zal voor deze theorieën hartelijk bedanken en de religieuze mens nog meer.
Wij dringen er verder op aan, bij de toetsing en de ontleding van zulke momenten en zielstoestanden van plechtig vrome stemming en ontroering zo nauwkeurig mogelijk te letten op datgene, wat ze met toestanden van zedelijke verheffing bij beschouwing van een goede daad niet gemeen hebben maar wat ze aan gevoelsinhouden op hen voor hebben en op zich zelf voor bijzonders hebben. Als christenen stoten wij hier ongetwijfeld in de eerste plaats op gevoelens die wij in mindere mate ook op andere terreinen kennen: gevoelens van dankbaarheid, vertrouwen, liefde, overgave, van deemoedige onderwerping en berusting. Maar dat put het vrome moment geheel niet uit, dat alles levert nog niet die geheel eigensoortige trekken op van het plechtig-vrome, het 'solemne' en van de wonderlijke, slechts hier zo voorkomende, ontroering.

* Voor Schleiermacher vergl. men in R. Otto: West-Oestliche Mystik. L. Klotz Verlag, 2e druk, Gotha 1929, hetgeen in het supplement uitvoeriger over hem wordt gezegd.