Rudolf Otto: Het heilige
3e druk, Amsterdam 2002
vertaling: Jo Dippel, bewerking: Daniël Mok
© Uitgeverij Abraxas, Amsterdam
|
|
![]() |
|
Inleidend woord
Men zou kunnen
betwijfelen of
een Nederlandse
uitgave van
Otto's beroemde
boek in ons
land nog wel
nodig is. Maar
de uitgever
heeft
ongetwijfeld
gelijk in zijn
mening, dat een
uitgave in onze
eigen taal het
boek onder veel
meer en nog
geheel andere
ogen kan
brengen dan die
het tot nu toe
lazen. En het
behoort tot die
boeken, die
nimmer genoeg
kunnen worden
gelezen.
Niet, dat er
geen bezwaren
zijn. Die
bezwaren
worden, nu Das
Heilige al een
zekere leeftijd
begint te
krijgen, steeds
duidelijker
gevoeld. Ze
zijn van
verschillenden
aard:
methodologisch,
psychologisch,
theologisch,
filosofisch.
Maar naarmate
ze duidelijker
worden, hebben
zij de glans
van Otto's boek
eer verhoogd
dan
verduisterd. Ze
zijn zonder
uitzondering
gebreken van
deugden. Zoals
ook de taal -
die
wonderlijke,
fascinerende
taal - soms
lijdt aan te
grote
indrukwekkendheid
en al te grote
oorspronkelijkheid.
Natuurlijk
maakt vooral
die
oorspronkelijkheid
van de taal het
boek
onvertaalbaar.
Elk boek van
een zekere
stand is dat,
een aristocraat
onder de boeken
als dat van
Otto is het in
bijzondere
mate. Maar de
vertaler heeft
zijn best
gedaan om
duidelijk te
zijn en toch
zooveel
mogelijk van de
kleur van het
origineel te
behouden.
In de
wetenschap
heeft Otto's
boek zijn
plaats gevonden
en een invloed,
die verre
uitreikt buiten
de grenzen van
de eigenlijke
theologie. Men
kan zelfs wel
zeggen, dat
ieder, die met
kennis van
zaken over
religieuze
verschijnselen
schrijft,
Otto's
gedachten in
zich heeft
opgenomen en
er, ook zonder
dat 'Das
Heilige'
uitdrukkelijk
wordt
geciteerd,
rekening mee
houdt. Het boek
is in korte
tijd een van
die weinige
wetenschappelijke
daden gebleken,
die de
vanzelfsprekende
vooronderstelling
vormen van elk
verder
onderzoek.
Maar niet
alleen voor de
wetenschap is
het boek van
Otto hoogst
belangrijk.
Ieder, die meer
helderheid
wenst over
eigen religieus
leven, zal het
met stijgende
spanning lezen.
Er is een oud
sprookje, dat
in velerlei
vorm bij vele
volken
voorkomt. Het
hoofdmotief is
dit, dat een
meisje of een
jongen alleen
wordt
achtergelaten
in een groot
kasteel. Van
alle kamers
krijgt de
sprookjesheld
de sleutels,
van alle op één
na. En die éne
deur van de
verboden kamer
trekt zijn
eenzame ziel
juist geweldig
aan. Ten slotte
opent hij de
kluis van het
mysterie. En
dan kan hij van
allerlei
vinden: in het
ene sprookje is
het een
gruwelijke
draak, in het
andere het
geheim van de
liefde, in het
derde niet
minder dan de
heilige
Drie-eenheid
zelf Zo zijn in
Otto's werk
allerlei
figuren dragers
van het
heilige, van de
zonderlingste
en meest
ontstellende
tot de
eerwaardige en
wel vertrouwde,
van spoken en
demonen tot den
Heilige Gods en
het
Onuitsprekelijke
van de mystiek.
Maar één ding
wordt ons,
terwijl we
lezen, steeds
duidelijker:
dat er in ons
leven een
verboden kamer
is, waaromheen
al ons hopen en
al ons vrezen
zich beweegt.
Die ons trekt
en lokt en ons
doet huiveren
bovendien, het
heiligdom, waar
wij het einde
vinden van al
onze vrees en
al onze liefde
in het wonder
der genade.
Groningen,
G. VAN DER LEEUW.
UIT DE VOORREDE
Bij de elfde tot de dertiende druk.
De eerste druk
van dit boek
verscheen in
1917. Aan den
vierde werd
overeenkomstig
veler verzoek
een vertaling
van de
belangrijkste
vreemde
vaktermen in
alfabetische
volgorde
toegevoegd, en
in aansluiting
daarbij een
vertaling van
de in den tekst
voorkomende
Latijnse en
Griekse
citaten, in de
volgorde der
paginering van
het boek.
Bovendien was
aan het boek
een aantal
bijlagen
toegevoegd, dat
zich in latere
drukken nog
aanzienlijk had
uitgebreid. Op
een viertal na,
zijn deze
bijlagen van
den elfde druk
afgescheiden en
verschijnen nu,
met dertien
andere
vermeerderd als
een
afzonderlijk
werk onder den
titel:
Aufsätze, das
Numinose
betreffend, bij
dezelfde
uitgever en
terzelfder tijd
als de elfde
druk van het
hoofdwerk. Deze
splitsing vond
plaats, om de
prijs van het
laatstgenoemde
boek zo laag
mogelijk te
kunnen houden
en om
anderzijds de
kopers van
vorige drukken
in staat te
stellen, de
toegevoegde
opstellen aan
te schaffen
zonder
genoodzaakt te
worden, het
hele werk voor
de tweede keer
te kopen.
Consequenties
voor de
theologie, die
uit de
resultaten van
dit boek
voortvloeien,
kan men vinden
in den
aanvullingsband:
Aufsätze, das
Numinose
betreffend,
vooral in de
opstellen, nr.
7, 10, 12, 17,
19, 21-24.
Consequenties
voor de
inrichting van
onzen eredienst
geeft het
intussen
verschenen
geschrift: R.
Otto: Zur
Erneuerung und
Ausgestallung
des
Gottesdienstes,
1926,
Töpelmann,
Gieszen.
Marburg, Maart 1926.
R. O.
Uit deze
voorrede zijn
enkele dingen
weggelaten, die
voor de lezer
van de
Nederlandse
vertaling van
geen belang
zijn. De tekst
van het boek
zelf, ook van
de bijlagen, is
onveranderd en
nauwkeurig
weergegeven.
Alleen zijn de
bijlagen in de
tekst
opgenomen. Ik
heb ze
aangegeven door
(haakjes).
Dat zich soms
grote
moeilijkheden
voordeden bij
de vertaling
van een zo
eigenaardig
geschreven
werk, spreekt
vanzelf. De
onwaardeerbare
hulp van Prof.
Dr. G. v. d.
Leeuw, die zich
blijkens het
inleidend woord
bijzonder
interesseerde
voor deze
vertaalarbeid,
is mij
menigmaal ook
onmisbaar
geweest.
Van alle op- en
aanmerkingen
naast de tekst
heb ik mij
onthouden, wat
niet betekent,
dat ik ze niet
zou hebben. Het
enige doel van
de vertaling en
de wens van de
vertaler is,
dat de
invloedsfeer
van dit
buitengewone
werk, ook in
ons land zich
mag uitbreiden.
AALTEN, Januari 1928. J. W. D.
Verantwoording bij de derde druk van Het heilige
Voor de derde
druk van Rudolf
Otto's
Het heilige
is gekozen voor
een bewerking
naar de eerste
druk. De
vertalerskwaliteiten
en het
inlevingsvermogen
van ds. Jo
Dippel staan
niet ter
discussie. De
bemoeienis met
het boek van
Gerardus van
der Leeuw, de
nestor van de
Nederlandse
godsdienstwetenschap
en
internationaal
erkend als een
van de
grootsten in
zijn vakgebied,
zegt ook
voldoende.
In het Van der
Leeuw-archief
in Groningen en
ook niet elders
is
correspondentie
te vinden die
enige
duidelijkheid
zouden kunnen
scheppen over
de
ontstaansgeschiedenis
van de
Nederlandse
uitgave in
1928. In het
Miskotte-archief
te Leiden
bevindt zich
een briefkaart
van Rudolf Otto
aan H.
Miskotte,
waarin hij o.m.
vraagt of hij
wellicht een
bekwame
vertaler weet
voor de
Nederlandse
uitgave.


Door navraag en
met hulp van
drs. R. M.
Dippel,
Amsterdam,
Zeeuws Archief,
Middelburg en
de Koninklijke
Bibliotheek,
Den Haag konden
korte en niet
volledige
biografieën van
vertaler
Johannes W.
Dippel en
uitgever J. L.
Willem
Seyffardt
worden
samengesteld.
Deze zijn
opgenomen in de
bundel
Een wijze uit
het westen
(pagina 148 en
153).
Waarom gekozen
is voor een
bewerking van
de eerste druk
en niet van de
tweede, door
dr. Oene
Noordenbos
herziene druk,
heeft twee
redenen.
In de
editie-Noordenbos
zijn een aantal
citaten en
aanvullingen,
die eerst in de
tekst waren
opgenomen,
verplaatst naar
het einde van
het boek.
Vermoedelijk
was de
bedoeling het
boek
leesbaarder te
maken, maar het
specifieke
effect van
logische
redeneringen
afgewisseld met
literair-religieuze
fragmenten de
beleving van
een
'getijdenboek'
is door deze
ingreep
verloren
gegaan.
In de tweede
druk is de
preek van F. W.
Robertson (Het
heilige,
eerste druk,
pagina 23 e.v.)
vertaald. Deze
vertaling is
als bijlage in
de bundel
Een wijze
uit het westen
opgenomen
(pagina 256).
Ook is daar als
bijlage
opgenomen de
vertaling van
de liturgische
studie
Schweigender
Dienst, die ook
in de Engelse
uitgave
voorkomt
(pagina 258).
In onze derde
druk zijn
waar mogelijk
enige evidente
zetfouten
gecorrigeerd.
De eerste druk
is uitgebracht
in een tijd dat
iedereen met
een zekere
opleiding Duits
kon lezen.
Maar de
uitgever heeft
ongetwijfeld
gelijk, dat een
uitgave in onze
eigen taal het
boek onder veel
meer en nog
geheel andere
ogen kan
brengen dan die
het tot nu toe
lazen. En het
behoort tot die
boeken, die
nimmer genoeg
kunnen worden
gelezen.
Aldus Gerardus
van der Leeuw
in zijn
inleidend
woord.
In onze tijd,
een tijd van
grote
verschuivingen
en
individualisering,
kan het
koepelbegrip
van het heilige
een verbindende
rol spelen in
het steeds
bonter
kleurende
spectrum van
religieuze en
levensbeschouwelijke
belevingen. Het
is een
tegenwicht voor
de
secularisatie
en de
afbrokkelende
maatschappelijke
verbanden.
Emancipatie is
een
kwalitatieve
verandering,
geen
overstappen van
het ene soort
handelen op het
andere.
Wij zijn
dankbaar dat
wij een nieuwe
Nederlandse
uitgave,
bedoeld voor
werkers in
pastoraat en
geestelijke
hulpverlening,
studenten en
met name
godzoekers die,
naast een
'redelijke
verantwoording'
van hun geloof,
ruimte willen
geven aan de
godsbeleving,
mogen
uitbrengen.
Want wij
stemmen in met
het woord van
Van der Leeuw:
'Het heilige
is een
aristocraat
onder de boeken.'
Amsterdam, najaar 2002
De uitgever
![]() |
![]() |
![]() |
![]() |
|
|
![]() |
|