|
|
|
|
NRC Handelsblad, 17 april 1998
Een filosoof voor gewone mensen; William James (1842-1910)
Bas Heijne
Linda
Simon:
Genuine
Reality; A Life
of William
James.
Harcourt Brace,
467 blz. fl.
79,45
[...]
Uit Genuine Reality, de zakelijke biografie van William James die Linda Simon schreef, valt gemakkelijk op te maken welk een eindeloos verwarrende vader Henry Sr. voor zijn kinderen moet zijn geweest: bevlogen en idealistisch, zijn kinderen aansporend om alleen met het allerhoogste genoegen te nemen, en hen tegelijk krachtig ontmoedigen wanneer het leven hen te nabij kwam. Hij was een dominante profeet die verkondigde dat een mens al zijn individuele eigenschappen moest afleggen. Toen zijn zoon William eindelijk dacht een roeping gevonden te hebben die de filosofie van zijn vader waardig was, en hem trots meedeelde schilder te willen worden, ontstak Henry Sr. in woede: ook de kunst was voor hem een zuiver geestelijke bezigheid, daar had je niet zoiets banaals als een kwast voor nodig. William zette door, maar niet van harte, net zoals hij later zijn medische studie aan Harvard zonder veel enthousiasme voltooide. Toen hij tegen de dertig liep, had William een leven vol valse starts achter de rug en was hij er nog altijd niet in geslaagd een blijvend contact te onderhouden met de buitenwereld. Hij was ziekelijk, neurotisch, sexueel ondervoed en speelde regelmatig met de gedachte zich radicaal van het leven af te keren. Zelfmoord leek de enige manier waarop hij de smetvrije idealen van zijn vader trouw kon blijven.
Angst
Een vader als Henry Sr. roept demonen op. William James ontmoette de zijne ergens rond zijn dertigste, toen hij een van zijn vele verlammende depressies doormaakte. Op een avond, toen hij iets wilde gaan pakken in het donkere voorvertrek van zijn slaapkamer, werd hij overvallen door wat hij noemde 'een verschrikkelijke angst voor mijn eigen bestaan.' Tegelijk drong zich het beeld aan hem op van een epilepticus die hij tijdens een van zijn rondes door een gesticht had gezien, een zwartharige jongen met een groenachtige huid, die de hele dag lang op een van de planken langs de muren zat, met zijn knieën opgetrokken tot onder zijn kin. Deze jongen, schreef James later, was 'entirely idiotic', de indruk die hij maakte was onmenselijk. James' angst en het beeld van de stomme patiënt mengden zich: 'That shape am I'.
James beschreef deze ervaring veel later, in zijn beroemde studie The Varieties of Religious Experience (1902), zonder hem te dateren, maar vast staat dat hij zich omstreeks 1870 bekeerde tot de gedachte dat de mens een vrije wil had. Terwijl zijn studies hem gaandeweg van de fysiologie naar de experimentele psychologie en vandaaruit naar de zuivere filosofie voerden, zag James zichzelf steeds minder als een lijdend voorwerp, speelbal van biologische en sociale krachten waar hij geen greep op had. James voelde een instinctieve afkeer van het wetenschappelijke wereldbeeld, zoals dat door de Victoriaanse positivisten werd voorgesteld: een universum beheerst door onwrikbare wetten, die op rationele wijze uiteindelijk volledig te doorgronden zouden zijn. Maar anders dan zijn vader vluchtte hij niet in een vergeestelijkt idealisme, dat hem hoog boven de waarneembare wereld uittilde. Tegenover het wetenschappelijke rationalisme van de positivisten stelde hij datgene waar zijn vader zijn leven lang nu juist met een grote boog omheen was gelopen: de menselijke ervaring.
Pragmatisme, pluralisme, radicaal empirisme; heel James' filosofie, die pas tijdens de laatste tien jaar van zijn leven beslag kreeg in een groot aantal gebundelde lezingen en colleges, richt zich niet op het leven zoals het is, maar zoals het ondergaan wordt. Het individuele bewustzijn is voor hem de maat der dingen. Als geen ander was James zich bewust geworden van de oneindige verscheidenheid van het leven zoals het geleefd wordt. Wat ervaren wordt, is echt; wat echt is, wordt ervaren.
Populariteit
Filosofen die geprobeerd hadden het universum in een algemeen geldende systeem onder te brengen, werden door James resoluut aan de kant geschoven. Abstracties en generalisaties geven onherroepelijk een valse indruk, niets in ons bestaan is enkelvoudig of onwrikbaar, onze wereld bevat talloze andere werelden. En net als de filosofie van de grote woorden had ook de wetenschap geen oog voor de ontelbare geheimzinnige hoeken en gaten in ons bestaan. In een van zijn bekendste essays, The Will to Believe (1897) eiste James een geestelijk terrein voor de menselijke geloofsbelevenis op dat zich onttrok aan iedere rationele bewijsvoering. Iemands geloof werd eenvoudig gerechtvaardigd door zijn behoefte aan een geloof. Het deed er niet toe of individuele geloofsovertuigingen botsten met wetenschappelijke dogma's; iedereen had het recht zelf zin aan zijn leven te geven, zolang anderen er niet door gehinderd werden in hun geloofspraktijk. Later, in Pragmatism (1907), schermde hij de wereld van de gelovige niet langer af van die van de wetenschapper; beiden, stelde hij, waren in wezen bezig met hetzelfde: vorm geven aan de wereld, door middel van stellingen en hypothesen, die gewaarmerkt of verworpen werden aan de hand van de ervaring.
James radicale solidariteitsbetuigingen aan de menselijke ervaring maakten van hem tijdens de jaren dat hij aan Harvard doceerde tot een populaire figuur, een filosoof voor gewone mensen. Het streven naar geluk was volgens hem de enige nuttige inzet voor filosofisch onderzoek - en bij James uitte die hartstochtelijke overtuiging zich in een filosofie die voor zijn duizenden toehoorders niet langer uit vragen, maar enkel en alleen uit antwoorden leek te bestaan. Dat bij de mens de wens doorgaans de vader van de gedachte is, werd door James niet afgedaan als een betreurenswaardige irrationele impuls, maar gehuldigd als een vruchtbare manier om het ongrijpbare leven een vorm te geven. Behalve een ongekende populariteit als filosoof aan beide kanten van de Atlantische Oceaan, leverde dat James, tenslotte een self-made wijsgeer, ook felle kritiek en hoon van collega's op. 'Het was zijn triomf dat hij de filosofie populariseerde', schreef de Engelse katholieke schrijver G.K. Chesterton, maar 'het was zijn ondergang dat hij zijn eigen filosofie populariseerde.' Volgens Chesterton bestond James' pragmatisme eruit dat 'het feit dat de zon ons tot nut is, hetzelfde is als dat de zon bestaat', wat hij 'nonsens' noemde.
[...]
Pas wanneer je tussen de regels van zijn levensverhaal door leest, wordt duidelijk dat James' filosofie vooral ook een lied van verlangen was. Achter zijn lofzangen op de menselijke ervaring, zijn afkeer van totalitaire abstracties en gesloten denkcircuits, gaat een man schuil die altijd met één been buiten het leven stond. Anderen leefden, hij praatte over het leven, tijdens zijn colleges of zijn eindeloze lezingentournees. In het begin van de jaren negentig maakte James voor het eerst een lange toernee, speciaal voor de leraren van Amerika, zijn 'Talks to Teachers'. De welwillende interesse die hij overal tegenkwam, begon hem danig op zijn zenuwen te werken. Hij verlangde, schreef hij aan zijn vrouw Alice, 'naar iets dat minder schuldeloos is... de glimp van een pistool, een dolk, of een duivelse blik, alles wat de afstotelijke aanblik van 10.000 goede zielen kan verstoren, een misdaad, een moord, verkrachting, het geeft niet wat.'
Alleen tijdens zijn vele trektochten in de ongerepte natuur van de Adirondacks krijg je de indruk dat hij zich werkelijk verbonden voelt met het door hem zo vaak bezongen universum. Verwoed zocht hij naar ervaringen die een onzichtbare dimensie van het bestaan zouden onthullen: zonder wetenschappelijke gêne zochthij steeds weer helderzienden en spiritistische media op, ervan overtuigd dat extreme gemoedstoestanden iets nieuws over onze wereld zouden onthullen.
Hij stelde zich op als de onbevangen onderzoeker, die alle oplichterij in de ook toen al florerende spiritische branche voor lief nam, in de hoop eens een echte ontdekking over telepathisch contact of het woelende leven aan Gene Zijde te doen. Zijn collega-psychologen en filosofen deden aanvankelijk enthousiast mee, maar haakten een voor een gedesillusioneerd af. Niet dat ze niet op een groot aantal onverklaarbare fenomenen stuitten - het bescheiden medium Leonora Piper bleek in alle opzichten oprecht en leek werkelijk telepathisch begaafd - maar wetenschappelijk viel er niets hard te maken. Hoewel ook James uiteindelijk aan twijfels ten prooi viel, weigerde hij het spiritisme af te wijzen - daar was het hem te menselijk voor.
In Pragmatism erkende James in zichzelf het verlangen dat het leven van zijn vader had beheerst: 'Allemaal kennen we momenten van ontmoediging, wanneer we ziek worden van onszelf en ons vruchteloos streven. Onze eigen leven stort ineen en we vallen terug in de houding van de verloren zoon. We wantrouwen de willekeur der dingen. We verlangen een universum waarin we het bijltje erbij neer kunnen gooien, onze vader om de hals kunnen vallen, en opgenomen worden in het absolute leven, zoals een druppels water opgaat in de rivier of de zee.'
[...]
Maar wat William James ook tegenwoordig nog, of misschien juist tegenwoordig, nog tot zo'n aansprekende figuur maakt, iemand die we niet los kunnen laten, is zijn aanhoudende pleidooi voor de kracht van de verbeelding in het leven zelf. Wil het leven leefbaar zijn, dan moet de menselijke geest de vrijheid hebben het van binnen uit te vormen alsof het een eigen kunstwerk is, met alle irrationele tegenstrijdigheden van dien. Geloof en bijgeloof, rede en illusie, idealisme en ironie kunnen in zo'n leven naast elkaar bestaan zonder dat het op een mentale burgeroorlog uitdraait. Kaleidoscopisch als zo'n leven is, vormt het het beste weermiddel tegen fundamentalisme, of dat nu religieus, politiek of wetenschappelijk is.
NRC Handelsblad, 17 april 1998
![]()
|
Vijfde herziene druk € 27,50
400
pagina's
- genaaid
gebrocheerd Fenomenologische klassieken deel 3 ‘Abraxas is een zich «fenomenologisch» noemende uitgeverij, die zich ook met aandacht voor andere klassieken verdienstelijk maakt. –
Zowel
Het
heilige
van
Rudolf
Otto als
de
Varieties
van
William
James
zijn zo
schitterend
geschreven
en hebben
zo’n
impact
gehad op
het
denken
over
religie,
dat zij
in dit
verband
in de
meest
eigenlijke
betekenis
van het
woord
klassiek
geacht
mogen
worden.’
|
|---|
|
AAl onze uitgaven zijn op voorraad bij:
Boekhandel
Kirchner
Als u dat
wilt
stuurt
Boekhandel
Kirchner
de boeken
naar uw
adres. |