Vijver 't Haantje

RIBBELT EN STOKHORST

HISTORIE

Boerderij Schreurserve

Thuis

Wijknieuws

Sport

Natuur

Allerlei

Fotoarchief

Wijkinfo

Gastenboek

Disclaimer

Startpagina's
Startplaats Borne
Startplaats Dinkelland
Startplaats Enschede
Startplaats Haaksbergen
Startplaats Hengelo
Startplaats Hof van Twente
Startplaats Losser
Startplaats Oldenzaal
Startplaats Twente
Twente Gastvrij
Twente Wonen

Heeft u iets voor deze pagina? Mail het naar de webmaster

De inhoud van deze pagina is:

  1. De erven Kolthof en Spiele
  2. Industrieel Erfgoed Twente
  3. De Apenhof
  4. Foto Florapark 1943
  5. Erve Ribbelt
  6. Wallenbeek
Esda kids

 

*

De erven Kolthof en Spiele

In dit artikel wil ik het hebben over de erven Kolthof en Spiele. Beiden erven worden hier gezamenlijk behandeld omdat het erve Spiele ontstaan is uit het erve Kolthof en het erve Kolthof later is opgegaan in het erve Spiele.

De heer C.J. Snuif schrijft in zijn "Verzamelde Bijdragen tot de Geschiedenis van Enschede": Daar, waar nu de weide is voor erve Spiele, lag eertijds het erve Kolthof. Het was een vol gewaard erve en een Bentheimsch borgmansleen, dat wil zeggen, dat de opbrengsten ervan de soldij vertegenwoordigde, die de beleende als borgman van het kasteel van Bentheim toekwam. De borgmannen vormden de oorspronkelijk de met verdediging belaste groep edellieden.
In 1401 is ons een van Wolde als zodanig bekend.

Zo als boven reeds vermeld was het een gewaard erve. In het schattingsregister van 1475 staat bij het Colthoff vermeld: " is gewaert erve" en dat het gelegen is in het Kerspel van Enschede in de Grote Buren (= Esmarke). Gewaard erf wil zeggen dat de eigenaren of diens afgevaardigden toegang hadden tot de markevergaderingen.
De besluiten in de markevergaderingen werden genomen door de goedsheren, dat waren dus de eigenaren van de boerderijen of de vertegenwoordigers daarvan. Ook het Kolthof had dus stemrecht in de Esmarke.

Voor 1566 zijn er twee personen mee beleend, namelijk een lid van de familie Kost en een lid van de familie Van Delen, beide Enschedese burgers. Als in 1572 Hermannus Cost en zijn vrouw Aleken zijn gestorven, laat Gerdt Hessels zich namens de erfgenamen ermee belenen. De opwonende boeren, die nog "eigene lieden", een zachtere vorm voor lijfeigene, waren, heetten Werner ter Koldenhove en zijn vrouw Senne.

Tijdens de Tachtigjarige oorlog moest er geld op tafel komen om de oorlog, waarin ook Overijssel verwikkeld was, te kunnen bekostigen. De Staten van Overijssel stelden in 1601 dat er een Verponding (= belasting) geheven moest worden op alle onroerende goederen. Ook de inwoners van de Esmarke ontkwamen er niet aan. Er moest opgave gedaan worden van alle huizen en gronden en over Kolthof lezen we: "Kolthoeff, togehorich den rentmeester van Linge sinen kinderen, groth 10 mudde gesei, gift jarlickes umbtrint 25 carolusgulden, tendent aver 't landt in die probstie to Oldenseel".

In 1605 wordt van Limborch ermee beleend, in 1618 is Anna Voet, weduwe van Arnold van Limborch, de eigenares.
In 1626 worden leden van de familie ten Brook uit Oldenzaal met het Kolthof beleend.
In 1730 word het Kolthof door Johan Ferdinand Wettendorg en zijn vrouw Wihelemina ten Brook verkocht aan Jan Colthof. Bij die verkoop wordt de "Spiele kotten" verkocht aan Jan Spielen.
Het erve Kolthof gaat in betekenis allengs terug en in 1846 wordt door Gesina Nijhof wed. van Abraham Kolthof en kinderen aan diversen verkocht.
Het Kolthof was ongeveer gelegen waar nu het winkelcentrum Stokhorst is. Het strekte zich ook aan de zuidzijde van de tegenwoordige spoorbaan Enschede - Gronau uit.

Met de Spiele is het veel anders gegaan. Na het zelfstandig worden in 1730 heeft het zich ten koste van het moedererve ontwikkeld. Als in 1805-1807 de administratie er toe overgaat de tienden uit Kolthoff te verkopen, zien we Gerrit Spiele daarvan voor drie vierden eigenaar worden, waarschijnlijk kwam dat overeen met de door hem bebouwde gronden, die administratief nog onder Kolthof hoorden.

Bovengenoemde Gerrit Spiele had slechts één dochter, Hendrina, die in 1830 huwde met Jan Hendrik Lippinkhoff.
In 1868 werden voormalige delen van Kolthof weer verkocht en ging een groot deel van deze landerijen en behuizing over aan Jan Hendrik Lippinkhof. Hierdoor wisten de bewoners van het Spiele hun eigendom wederom te vergroten. Tijdens de verdeling van de gemeenschappelijke markegronden wisten de eigenaren van het Spiele hun hoeveelheid grond bijna te verdubbelen. Ook uit het huwelijk van Hendrina Spielen en Jan Hendrik Lippinkhof werd alleen een dochter geboren, die het erve overbracht in de familie van Gerrit Kromhof van het Schukkink.

Maar ook aan het Spiele is een einde gekomen. Door de uitbreiding van Enschede met de wijk Park Stokhorst, moest ook dit erve het loodje leggen. De heer J.W.E. Berns schrijft: "Verdween het Kolthof in 1868, in 1971 is ook het Spiele verdwenen. Ruim anderhalf jaar heeft het complex, bestaande uit herenhuis, boerderijwoning, stallen, koetshuizen, spieker en schuren leeggestaan, zodat afbraak geen grote moeite meer is geweest".

De huisarchieven van beide erven zijn bewaard gebleven; het huisarchief van de Spiele is in het bezit van het Van Deinseinstituut en het huisarchief van het Kolthof is in privébezit. De namen van deze erven leven voort in Kolthofhorst, Kolthofpad, Spielehorst en Spielepad.
En de twee pilaren (zie foto) aan het begin van de kastanjelaan die naar 'De Spiele' voer, zijn gelukkig gespaard gebleven.

Spielepoort

Artikel geplaatst op 24 juli 2006

*

Industrieel Erfgoed Twente I.E.T

Met de fiets op ontdekking door het bijzondere industriële verleden van Twente

Het is voor het eerst dat Twente het rijke industriële verleden in al haar verscheidenheid ook voor toerist en recreant open stelt. De initiatiefnemers binnen het project Industrieel Erfgoed Twente, te weten de Provincie Overijssel, het Gelders Overijssels Bureau voor Toerisme, Regio Twente, het Twents Bureau voor Toerisme, Museum Jannink, Techniekmuseum HEIM en de VVV's van Enschede en Hengelo, maken dit mogelijk.

Het eerste resultaat ligt er sinds de zomer van 2005: vier nieuwe ontdekkingstochten per fiets door de historie van 150 jaar textiel, metaal en zout. Variërend in lengte van 17 tot 32 kilometer. Twee vanuit 'textielstad' Enschede en twee vanuit 'metaalstad' Hengelo. In Enschede zijn dat een stad- én een landroute.
Lees verder 5

Artikel geplaatst op 14 juli 2005

 

*

De Apenhof

Verscholen achter struikgewas en omringd door hoge bomen staat op het heuveltje in het Florapark een wit gebouwtje.
Het is niet zomaar een gebouwtje. Hier kwam tegen het einde van de 19e eeuw de fabrikantensociëteit "De Aapclub" elke zondagavond bijeen.

De Apenhof

Ongeveer 75 jaar geleden was dit gedeelte van Enschede zeer schaars bebouwd. Hier en daar verspreid lagen wat kleine boerderijtjes, want de grote woningcomplexen van de Laares en het Ribbelt bestonden nog niet.

Vroeger ging met dan ook met de nodige schroom langs de Apenhof, want dat wisten velen te vertellen, het spookte er! In hoeverre de fabrikantensociëteit de "Aapclub" daar debet aan was vermeldt de historie niet.
Op de zondagavondbijeenkomsten van de "Aapclub", waar de jongere fabrikantengarde aan deelnam, werden op gezette tijden ook ontgroeningavonden gehouden en het ging er soms zo aan toe, dat de jongens in de buurt in de hoge bomen klommen, om naar binnen te kunnen kijken.

Oorspronkelijk stond rond het gebouwtje een hoge heg van struiken met doornen en lag er rond het gebouw in die tijd een tuin. In de vijftiger jaren van de vorige eeuw heeft de gemeente deze tuin bij het Florapark aangetrokken en een prachtig geheel van gemaakt.

De bewoning van de Apenhof tijd heeft de laatste dertig jaar zo zijn problemen opgeleverd. In 1966 kwam de bond van speeltuinen in dit gebouw, en in krantenberichten uit die tijd wordt gesproken over het behoud van de Apenhof. Kennelijk heeft men toen overwogen het gebouwtje af te breken. In 1979 is het bijna een ruďne geworden. De Stichting Historische Sociëteit Enschede-Lonneker pleitte bij B&W voor behoud en gelukkig is daar gevolg aan geven. Althans het staat er nog.

In 1980 kraakten 2 jongens van de AKI het pand en gingen er wonen. Ruiten werden door deze jongens hersteld en ze probeerden ook de schouw, het pronkstuk van de Apenhof te herstellen. Na veel geharrewar kregen de jongens tenslotte een huurcontract met de gemeente.
De gemeente heeft de Apenhof als "Atelierruimte" aangemerkt en momenteel is er ook een kunstenaar gehuisvest. Hopelijk blijft de Apenhof nog lange tijd een bijzonder kenmerk in onze wijk.
Artikel geplaatst op 15 januari 2005

*

Foto Florapark 1943

Florapark 1943
Foto geplaatst op 15 januari 2005

*

Erve Ribbelt

Het erve "Ribbelt" is een van de oudste erven in het noordelijke deel van de Esmarke.

In het oudste leenboek van Burgsteinfurt (1280-1430) lezen we het volgende:
"Arnoldus dictus Voet, famulus (tenet jure homagii) donum dictam tho Wedemhove, it. donum Alhardi Rybboldinch, it. donum Henrici de Wendes ...... sitas in parochia Enschede"
In gewoon Nederlands wil dit zeggen dat in 1280 een zeker Arnold Voet leenhulde heeft gedaan voor het erve Weemhof, voor het huis van Allard Rijboldinch en voor dat van Hendrik Wendes enz. alle gelegen in het kerspel Enschede.
Het huis van Allard Rijboldinch is erve "Ribbelt" gelegen op de Ribbelerbrink.

De familie Voet werd ermee beleend door of namens de heren van Benthein-Steinfurt. Deze waren dus eerder eigenaar van "het Ribbelt", doch tegen een bepaalde tegemoetkoming, hetzij wanneer de beleende stierf, hetzij de leenheer stierf, het gebruik daarvan hadden afgestaan aan de familie Voet.
De familie Voet was een Bentheimer borgmansfamilie en heeft o.a het erve Ribbelt zeer lange tijd in bezit gehad.
We zien dat in 1360 Floris Voet met dit erve werd beleend.
De familie Voet is in het eind van de vijftiende eeuw in mannelijke lijn was uitgestorven.
Hun eigendommen zijn door het huwelijk van erfdochter Jutta Voet overgegaan op haar gemaal Dietrich von Kettler tot Assen. Deze bewoonde het huis Lage en verpachtte "Het Ribbelt" voor een jaarlijkse pacht van 2 mud rogge, 5 mud haver, halve mud gerst, vijf gulden en vijf stuivers in geld, benevens een pachtvarken.

De eigendommen zijn van Dietrich van Kettler tot Assen overgegaan op zijn gelijknamige kleinzoon, van wie wij weten dat hij in 1576 de heerlijkheid Lage in pand hield.

Tijdens de Tachtigjarige oorlog moest er geld op tafel komen om de oorlog, waarin ook Overijssel verwikkeld was, te kunnen bekostigen. De Staten van Overijssel stelden dat er een Verponding (= belasting) geheven moest worden op alle onroerende goederen. Ook de inwoners van de Esmarke ontkwamen er niet aan. Er moest opgave gedaan worden van alle huizen en gronden en over erve Ribbelt lezen we verpondingsregister van 1601: " Rybboldt, tobehorende der Kettelersche, groth 13 mudde gesei, 1 maett van 1 dach meijens, noch 1 maet van 11/2 dach meijens, gift ter pacht 2 mudde roggen, 6 scepel gersten, 3 mudde haever, tendet aver tlant in die probstie to Oldenseell."
Dat betekende dat erve Ribbelt in eigendom toebehoorde aan de familie Von Kettler en dat het erf - omgerekend naar begrippen van nu - aan bouwland ongeveer zes hectaren groot geweest moet zijn. En dat bij erve Ribbelt een maat (= aandeel in de gemeenschappelijke gronden) zo groot als in 1 dag gemaaid kon worden en nog een maat dat een 1,5 dag gemaaid kon worden.
Het behoorde hiermede tot een der grootste erven van de (Noord) Esmarke. Het erve Volbert b.v. was " groth 8 mudde gesei, ......".

In 1617 was "het Ribbelt" nog in eigendom van een weduwe Von Kettler tot Assen.
In 1639, 29 januari, wordt "het Ribbelt" verkocht door Ernst van Ittersum tot Nijenhuis aan Everhardt van der Mark, gehuwd met Sandarina van Straelen. Everhardt van der Marck was de toenmalige richter van Enschede, die echter weinige jaren daarna is gestorven terwijl zijn vrouw hertrouwde met burgemeester Everwijn Palthe.
Deze hebben het erve 8 augustus 1663 weder verkocht aan Jenneken Vos.
Daarna tot 1749 niets bekend.

In 1749 zien wij dat Anna Elisabeth von Proobstinck, gehuwd met Everwijn Grijpe, een vierde deel van het erve voor vierhonderd daalders verkoopt aan de opwonende pachter Hendrik Ribbelink, gehuwd met Berentje Menckmaat.
Zij kopen in 1773 het halve erve "Het Ribbelt" voor f 3600,=.
Daar zij kinderloos blijven verkopen zij het in 1786 voor f 5000,= het erve aan hun neef Hendrik Mensink. Deze neef was al inwonend op "het Ribbelt" en had de naam Ribbelt aangenomen.
Hendrik Ribbelt is een ondernemend persoontje, want in 1803 zien we dat hij een compagnieschap aangaat met Lambert Kosters tot het oprichten van een tichelwerk (pannenbakkerij).

Door huwelijk en vererving komt het erve Ribbelt in het begin van de 20e eeuw in het bezit van de familie Bos. Deze familie heeft, tot dat het werd afgebroken, dit erve bewoond.

Om het erf lagen de weiden en bouwgrond en een pachtboerderijtje.
Door de steeds verder uitbreidende stad moest ook erve 't Ribbelt wijken. Plusminus 1929 werd het afgebroken. Op het moment dat het werd afgebroken bestond het voorhuis van "'t Ribbelt" uit een zitkamer, een grote kamer en twee opkamertjes. In de tuin bevond zich een waterput. Aan de achterzijde waren twee (2) niendeuren en een klein deurtje.

Het erve Ribbelt is verdwenen, maar de naam leeft voort in de wijk, waar hij voor moest wijken. Artikel geplaatst op 21 november 2004

*

Wallenbeek

Één van de boerderijen in ons buitengebied is het prachtige erve het "Wallenbeek", in de volksmond beter bekend als "'t Walnbek".

Deze eeuwenoude boerderij met haar "boavnkamer" is gelegen in de bosrijke omgeving net ten noorden van "Het Hoge Boekel".
Kenmerkend is dat de muren in vakwerk zijn uitgevoerd.

Kijken wij naar de geschiedenis van dit erve dan valt het op dat het in het "Schattingsregister van 1475", in 1953 door Drs. A.L. Hulshoff uitgegeven, niet voorkomt. Voor het eerst vinden wij dit erf vermeld in de verpondingslijst van Twente van 1601.

Zowel de schatting als de verponding kunnen wij beschouwen als een soort belasting, die door de landsheer werd geheven. Alleen als er weer geld nodig was, bijvoorbeeld voor het voeren van oorlogen, werd verponding geheven. Het heffen van verponding vond op zeer ongeregelde tijden plaats: soms jaren niet, dan weer twee jaren achter elkaar, zoals in 1601 en 1602.

Dat het Wallenbeek in 1475 niet wordt genoemd, wil niet zeggen dat het erf in 1475 niet bestaan kan hebben. Misschien dat het niet belastingplichtig was. Maar waarschijnlijk is dit niet. Omdat het erf in 1475 niet wordt genoemd, gaan wij er van uit dat het ontstaan van dit erve moet zijn gelegen ná 1475 en vóór 1601.

In de verpondingslijst van 1601 staat bij het Wallenbeek vermeld: "Wallenbecke, togehorich Caspar van Loen, groth 6 scepel gesei, unnd gift die garve". Uit deze gegevens mogen we concluderen, dat het klein was. In 1602 is het niet veel anders:" Wallenbecke goodt synde twe mudde bowlandt, een hoymate van een halven dach meyens unduchtich landt up halff gepryseert."

Het Wallenbeek is gelegen in het gebied van de voormalige marke Lonneker. In de verponding van 1602 wordt dit erf genoemd onder " Volgen de kotters unde bysitters der lonnicker marcke voorgesegt', hetgeen er op duidt dat het Wallenbeek een kotter (katerstede) of "bysiter" in de marke Lonneker moet zijn geweest en geen gewaard erf.

Van de gewaarde erven, waarvan de namen in het Lonneker markeboek staan vermeld, is bekend dat daarop het recht rustte dat de bewoners op een markevergadering, de "hölting", mochten verschijnen en daar het stemrecht konden uitoefenen. In 1601 was Caspar van Loen uit Enschede eigenaar van het Wallenbeek.

Het gebied waarin Wallenbeek gelegen is, was in de vorige eeuwen met uitgestrekte heidevelden bedekt. Hier waren ook de landweren gelegen. In 1648 is er sprake van een "huis bij Wallenbeeke aen de d'Landtweer in Lonneker Marke.

Op enkele plaatsen zijn nog restanten van deze landweren, die ook door J.J. van Deinse zijn beschreven in zijn boek "Uit het Land van Katoen en Heide", terug te vinden. In de nabijheid van Het Hooge Boekel zijn bodemvormen te vinden die doen denken aan deze oude wallen, die als verdedigingswerken in de middeleeuwen zijn aangelegd. Vermoedelijk heeft de naam Wallenbeek te maken met deze verdedigingswallen.
Artikel geplaatst op 1 november 2004


Webstekbeheerder: Theo van Sark