|
|
|||||||
|
|
|
|
|||||
|
StoasOOR is het kwartaalblad van Stoaspoor. Met
columns, ervaringen en indrukken uit het werkveld.
Kortom: Informatief met een scherp kantje. |
|||||||
|
Wil jij ook iets plaatsen? stoaspoor@lycos.nl |
|||||||
|
|||||||
|
|
|||||||
|
Van de redactie
Stoaspoor is de alumni vereniging van (oud)Stoasstudenten Dat was je immiddels bekend. Om van elkaar op de hoogte te blijven heeft de stoaSpoor werkgroep het stoasOOR in het leven geroepen. In dit digitale kwartaalblad staan belevenissen en actualiteiten uit het Stoaswerkveld.Van handige weetje tot scherpe columns. Als je zelf een artikel wilt plaatsen kun je dat tevens mailen naar stoaspoor@lycos.nl Werkgroep Stoaspoor |
|||||||
|
Zomerse romantiek?!? Als eeuwige student mag je er iedere dag weer aan proeven. Romantiek! Als student op je kleine kamertje, elke week wel een feestje. Ik word ouder, de vrouwen in mijn omgeving niet. Of nabij Utrecht, met een zeilbootje de Loosdrechtse plassen op. Kabbelend water, een hapje en een drank je mee en een lekker zonnetje. Stereotype maar heerlijk. Niet iedereen leek zo over de ambiance te denken. Op de vele te dure sloepen met Ralph Lauren poloshirttypes, ging het om het zien en gezien worden. Op de wal was het gedrag van mijn omgeving niet anders. De grote SUV’s reden af en aan. Van mijn zijde, verbazing alom. Zeker toen ik het er later met iemand over had. Hij zei dat hij zich er ook zo aan stoorde. Zijn beweegrede was echter dat er vroeger op Loosdrecht tenminste nog klasse was. In de tijd dat men er voornamelijk nog uit het Gooi kwam, zag je tenminste nog een mooie Porsche i.p.v. zo’n overdone Jeep ding. PARDON, dat was mijn statement niet! Zijn we bezeten door bezit? Waar is de passie, het gevoel en de romantiek? Waar vind je dit gevoel wel? In Parijs, de stad van de liefde. Waar in de dagen ervoor tijdens mijn vakantie op het Franse platteland bijna geen mooie vrouw te bekennen was, struikelde ik er in Parijs over. Frans centralisme ten top. Ja, dat noem ik nog eens vakantie (en dan de Postbank leeuwenbrul). Helaas spreek ik geen woord Frans dus kon ik niets aanvangen met de vele “loslopende” dames. Er waren ook heel veel stelletjes. Samen op de foto bij de Eifeltoren, gearmd door de straten of zoenend in de metro. Leeftijd deed er even niet meer toe. Hier was naast Dior, Gucci en Prada al la sex en the city, ook de gevoelskant aanwezig. Iets waar in deze wereld nog wel eens een gebrek lijkt te zijn. Alles leuk en aardig maar ik was alleen in Parijs…. dus. In Groot-Brittannië leek juist weer een gebrek aan gevoel. De VS wilde op de G8 top in het Schotse Glen Eagles geen Kioto achtig besluit nemen want dat was slecht voor hun economie. De derde wereld kwam er bekaaid af met enkele miljarden aan steun. De investeringen in ontwikkelingshulp worden meestal wel uitgevoerd worden door bedrijven van het land dat de hulp verstrekt. Zo is ons eigen kringetje weer rond. Tevens zijn westerse subsidies voor eigen producten blijven bestaan waardoor een Afrikaan nooit kan concurreren op de wereldmarkt. Het knallende tegengeluid in de Londense Metro en bus, zij het gericht op een andere kwestie, gaf wel blijk van passie. Dan wel in een beetje overtrokken en fundamentalistische vorm. Waarom verbaas ik me nu
zo vaak over deze wereld? Ben ik zo’n idealist of kom ik de oude man in
mij nu al tegen die over “vrogher” praat? Ik denk dat verbazing juist
een gezonde eigenschap is. Iets wat filosofen als Sartre en Nietzsche ook
als één van hun drijfveren hadden. Ik denk dat een bepaalde mate van
verbazing je scherp houdt, net als idealen, dromen en passie. Iets wat ik
ook in jou terug zie. Zo voor de zomervakantie was ik wel blij dat ik even
zonder je kon. Dat je niet in Loosdrecht, Parijs of Londen was. Maar na al
die weken vrij is je aanwezigheid toch wel weer fijn. Ik zeur wel eens op
je, dat ik geen zin heb om zo vroeg voor je op te staan maar eigenlijk mag
ik je graag. Dat komt omdat ik mijn idealen in je kwijt kan. Maar ook mijn
verbazing en passie. Samen varen over de Seine, op Loosdrecht of op de
foto met de Eifeltoren zou wat moeilijk worden. Je blijft immers mijn werk.
Maar misschien daarom vind ik je wel zo leuk. Mijn werk in de groene
sector, op het (V)MBO als docent of al het andere wat ik mede met mijn
Stoas papiertje heb kunnen worden. Sander van Schagen (terug) |
|||||||
| . | |||||||
|
Op allerlei verschillende gelegenheden, privé of zakelijk, wordt wel eens gevraagd naar je opleiding(en). Als ik dan het woord levensmiddelentechnologie uitspreek zie je vele gezichten vragend opkijken. Sorry, wat zeg je? Tja, probeer dan maar eens in het kort uit te leggen wat dit inhoudt. Waarschijnlijk ook een belangrijk argument waarom de huidige mbo- en hbo levensmiddelenopleidingen worstelen te blijven bestaan. Potentiële leerlingen kiezen toch liever voor duidelijkheid. Ze kiezen voor laboratorium onderwijs of voeding en dietiek. Leerlingen hebben hierbij een duidelijk einddoel voor ogen. Werken als laborant, voedingsdeskundige of diëtiste. Het mooie aan een opleiding levensmiddelentechnologie is de grote diversheid van richtingen die je op kunt gaan. Tevens is dit ook de grote valkuil. Er kunnen nog zoveel mooie folders worden geschreven waarin mogelijkheden verteld worden. Het ontbreekt nog steeds aan een duidelijk toekomst beeld en mogelijkheden voor leerlingen. Hoe lang de opleidingen nog kunnen blijven bestaan is ieder jaar weer spannend. Werk zal er in deze industrie volop blijven want het ziet er voorlopig nog niet naar uit dat we zullen stoppen met eten en drinken. |
|||||||
|
|||||||
|
(Column over Pieter
die net ‘op kamers’ is gegaan) Hallo allemaal, ik zal me eerst even voorstellen en in het kort iets over mezelf vertellen. Mijn naam is Pieter Seuneke en heb nu iets meer dan een jaar geleden de STOAS verlaten. Ik ben vanuit de Havo aan de opleiding Tuin & Landschap begonnen, en de vier jaren zijn voorbij gevlogen. Van het voor het eerst voor een klas staan in Utrecht tot de afsluitende stage binnen Natuurmuseum Brabant, ik kan terug kijken op een zeer leerzame maar vooral ook erg leuke studietijd. Na het behalen van het getuigschrift was ik het echter nog lang niet beu en besloot door te studeren. Ik begon hierna aan een schakelprogramma Milieu-maatschappijwetenschappen aan de Radboud Universiteit Nijmegen. Na verloop van tijd begon ik te twijfelen aan mijn keuze en besloot niet lang daarna te stoppen. Na vervolgens een half jaar aan het werk te zijn geweest woon ik nu in Wageningen. Ik draai al weer bijna drie weken mee in het Msc. programma MAKS; Kennis Innovatie en Ontwikkeling of Management of Agro-ecological Knowledge and Social Change aan de Universiteit van Wageningen. De studie bevalt enorm goed en de stad ook. Zo
daar zit ik dan, het college is wat uitgelopen, even een moment voor
mezelf. Ik heb besloten niet te koken vanavond maar om lekker ‘uit’
eten te gaan in een van de mensae die Wageningen rijk is. Computer
opgesteld en ook mooi even tijd om mijn eerste column voor de nieuwste
StoasOOR te schrijven. Tijdens de Algemene Introductie Dagen (AID) heb ik
voor het eerst kennis gemaakt met het fenomeen ‘mensa’. Een
eetgelegenheid waar je tegen een laag tarief eenvoudig, maar lekker kan
eten. Iedere studentenvereniging in Wageningen scheen er een te hebben en
enkele daarvan zijn zelfs toegankelijk ook voor niet-leden. Een geweldig
concept naar mijn mening dat uitkomst biedt als je even geen zin hebt om
over eten na te denken, en je huisgenoten andere afspraken hebben. Koken
heb ik ten slotte gisteren al gedaan! Ik kijk vol verwachting naar mijn
dienblad en snuffel aan het eten, niet slecht! Vanavond
is het de keuken van Unitas geworden, volgens velen dé Mensa van
Wageningen. Ik probeer zo nu en dan eens van keuken te wisselen, Unitas,
SSR-W en die van KSV. Wel even wennen hoor, zo ieder dag voor je eigen
eten zorgen. Het leuke van de mensa is dat verrassingseffect, wat je van
thuis gewend bent. Je weet nooit wat er gekookt gaat worden, en dat vind
ik altijd wel bijzonder. Zo zijn er wel meer bijzondere kanten aan
Wageningen. Het is een stad maar heeft eigenlijk meer weg van een groot
dorp, je kunt hier namelijk echt niets doen zonder bekenden tegen te komen
en er wordt dan ook stevig geroddeld. Iedereen heeft wel iets met de
Universiteit te maken, de docent noem je gewoon ´Bert´ en staat voor je
in de rij bij de super. Ook lijkt het tijdens het wachten voor het
stoplicht soms net of je in een zonnig vakantieoord bent, staan er een
aantal wild discussierende Spanjaarden naast je en even verderop twee
lachende Françaises. In geen enkele Nederlandse studentenstad wonen
zoveel nationaliteiten, wat soms voor bijzondere momenten kan zorgen. Een
leuk voorbeeld is dat van een Spaanse klasgenoot die met vrienden een
dagje naar ‘Le Haje’ ging, om daar wat Nederlandse cultuur te snuiven.
Een weekend later besloten de vrienden eens een andere stad uit te
proberen, Den Haag leek ze ook erg leuk. Bij het uitstappen op centraal
bleken ze echter in dezelfde stad terecht te zijn gekomen als die ze
vorige week hadden bezocht. Den Haag is onder Spanjaarden ook wel bekend
als Le Haje! Omdat
men in Wageningen met zoveel nationaliteiten heeft te maken is de voertaal
binnen de opleiding dan ook Engels. Colleges, discussies, gesprekken
tijdens de pauze bij het koffieapparaat, alles gebeurt hier in het Engels.
Een goede oefening en een extra dimensie aan de opleiding wat mij betreft,
echter kan het ook nog wel eens voor verwarring zorgen. Zo stond ik
onlangs met een Nederlandse klasgenoot in de kroeg in het Engels een
gesprek te voeren, we zijn later toch maar op het Nederlands
overgeschakeld. Zo,
dat heeft goed gesmaakt! Ga zodadelijk nog even mijn toetje halen en
daarna weer snel naar huis, er moet nog geroeid worden vanavond! Pieter
(terug) |
|||||||