Mogelijkheden van presentatie resultaten en de keuze daaruit.

 

Bij het publiceren van genealogische gegevens moet het "verband" in de familie zo goed mogelijk tot zijn recht komen. Dat kan op verschillende manieren gebeuren. Uitgaande van een (bijvoorbeeld de oudst bekende) persoon, kan zijn nageslacht worden beschreven. We noemen dat een stamboom of genealogie in engere zin, als dat overzicht zich beperkt tot de afstammelingen in mannelijke lijn. Wordt het gehele nageslacht, zowel mannelijk als vrouwelijk, behandeld, dan spreken we van een parenteel of parenteelstaat. Een andere mogelijkheid is het om uit te gaan van iemand, van wie het voorgeslacht wordt behandeld. Men noemt dat een kwartierstaat als in beginsel het gehele voorgeslacht aan de orde komt, of een stamreeks als men zich tot de mannelijke lijn beperkt.

Opgemerkt moet nog worden, dat we eigenlijk over een fragment-genealogie

(-parenteel, -kwartierstaat) moeten spreken, omdat die vrijwel nooit volledig kan zijn.

Een verdere mogelijkheid is een afstammingsreeks (een afgeleide van de kwartierstaat). Een dergelijke reeks gaat echter in omgekeerde richting uit van een bepaalde voorouder en geeft daarvan uitgaande, in de volgende generatie het kind (zoon of dochter) dat in de reeks past, vervolgens daarvan weer het kind, enz. De echtgenoot of echtgenote kan bij elke generatie naar keuze al dan niet worden vermeld.

 

 

De systematiek in de kwartierstaten:

 

Een kwartierstaat is een systematisch overzicht van de voorouders van een bepaald persoon (die kwartierdrager wordt genoemd), in generaties gerangschikt. De achtereenvolgende generaties voorouders van de kwartierdrager worden parentaties genoemd. De ouders van de kwartierdrager vormen dan de eerste parentatie, de grootouders de tweede parentatie, enz. Om een kwartierstaat overzichtelijk te houden, wordt een bepaalde nummering gebruikt. Er zijn verschillende nummeringsystemen, maar meestal wordt het zgn."systeem Kekule" gebruikt. Het is een doorlopende nummering, die bij de kwartierdrager begint met 1 (ingeval er sprake is van meerdere kwartierdragers -broers  en zussen van elkaar- worden die in chronologische volgorde met letter aangeduid, dus 1a, 1b, 1c, enz.). De ouders krijgen de nummers 2 en 3, de grootouders 4, 5, 6 en 7, enz. In dit systeem heeft de vader van iemand altijd een nummer dat het dubbele is van het nummer van zijn kind, en dus altijd een even nummer. De moeder heeft altijd een nummer dat het dubbele + 1 is van haar kind, en dus altijd oneven. Alles nog eens op een rijtje:

1 = kwartierdrager

2 = vader

3 = moeder

4 = grootvader aan vaderszijde

5 = grootmoeder aan vaderszijde

6 = grootvader aan moederszijde

7 = grootmoeder aan moederszijde

8 = overgrootvader aan vaders-vaderzijde

9 = overgrootmoeder aan vaders-vaderzijde

10= overgrootvader aan vaders-moederzijde 

11= overgrootmoeder aan vaders-moederzijde

12= overgrootvader aan moeders-vaderzijde

13= overgrootmoeder aan moeders-vaderzijde

14= overgrootvader aan moeders-moederzijde

15= overgrootmoeder aan moeders-moederzijde

    enz., enz......

Alle mannen hebben in dit systeem dus een even, alle vrouwen een oneven nummer. Op deze regel is één uitzondering: de kwartierdrager met het (oneven) nummer 1 kan zowel een man als een vrouw zijn. Iemands kwartiernummer is dus afhankelijk van de plaats die hij of zij inneemt in de kwartierstaat van een bepaalde kwartierdrager. In een andere kwartierstaat zal dezelfde persoon weer een ander nummer hebben.

Een ander fenomeen, dat in dit verband aandacht verdient is het zogenaamde kwartierverlies (dat eigenlijk beter kwartierherhaling had kunnen worden genoemd). Hiervan is sprake als een bepaalde voorouder meerdere keren in een kwartierstaat voorkomt, en de kwartierdrager dus meerdere malen van die voorouder afstamt. Daarvan kan sprake zijn door vroegere huwelijken van (vaak verre) verwanten. Dit soort "kortsluitingen" zal in het algemeen gesproken méér kunnen voorkomen als we verder in de tijd teruggaan.

Een kwartierstaat kan zowel in de vorm van een schema als in een lijst worden gepresenteerd. De rangorde der parentatie-nummers zal met romeinse cijfers worden aangegeven, kwartiernummers met gewone arabische cijfers.

 

 

De systematiek in de parenteelstaten:

 

De verschillende generaties zijn genummerd met Romeinse cijfers: I, II, III, IV, enz. Voor elke hoofdpersoon (daarmee is bedoeld iemand, die in de parenteel afstamt van de voorgaande generatie en zelf met nakomelingen daarin is opgenomen) wordt aan het generatienummer een letter toegevoegd : a, b, c, enz. Indien bekend worden de ouders van de partner ook genoemd.

De kinderen van een echtpaar zijn genummerd 1-, 2-, 3-, enz. Indien van een kind nakomelingen bekend zijn, staat daarachter "volgt" met het nummer van de volgende generatie en de letter waarheen verwezen wordt. Dáár is het desbetreffende kind dan dus hoofdpersoon geworden, en zijn de gegevens over zijn/haar huwelijk en gezin vermeld.

Binnen een generatie zijn de hoofdpersonen van één ouderpaar altijd gegroepeerd onder een hoofdje waar de namen van de ouders vermeld zijn (met generatienummer en letter).

Als van een kind geen verdere nakomelingen bekend zijn, komt die niet als hoofdpersoon terug in de volgende generatie, maar wordt een eventueel huwelijk van hem of haar ter plaatse vermeld.

 

 

De systematiek in de stamboom of genealogie:

 

Deze is is dezelfde als van de parenteelstaten, echter met dien verstande, dat dochters -met nakomelingen, die een andere geslachtsnaam hebben, niet terugkomen in de volgende generatie. Een stamboom of genealogie in engere zin beperkt zich immers tot de afstammelingen in mannelijke lijn.

 

 

De systematiek in een afstammingsreeks:

 

De afstammingsreeks is een systematisch overzicht van achtereenvolgende generaties, uitgaande van een stamvader of -moeder, en wel zodanig dat het kind in de volgende generatie als hoofdpersoon altijd als eerste wordt vermeld. Een of meerde echtgeno(o)t(e)(n) kunnen daarna in dezelfde generatie vermeld worden, maar alleen de eerstgenoemde, de hoofdpersoon, past dan in de desbetreffende rechtstreekse lijn tussen stamvader en kwartierdrager.

 

Eén en dezelfde persoon kan (in geval van kwartierherhaling) meerdere malen in een kwartierstaat voorkomen, heeft daarin dan meerdere kwartiernummers en past dan ook in meerdere afstammingsreeksen. Dat zal vooral dikwijls het geval zijn, als een kwartierstaat tot ver in het verleden teruggaat. Als er in een kwartierstaat meerdere afstammingsreeksen vanuit een bepaalde persoon naar de kwartierdrager bestaan, dan is elk van die reeksen te identificeren aan de hand van het kwartiernummer van die persoon.

 

Voor het onderscheiden van meerdere Karel de Grote-reeksen binnen één kwartierstaat is dit wel van belang. Alle in deze site opgenomen “Karel de Grote-afstammingsreeksen” zijn afgeleid van mijn eigen kwartierstaat. De in de reeks passende personen, en dus ook Karel de Grote zelf, worden vooraf gegaan door het kwartiernummer dat die persoon in de desbetreffende afstammingsreeks in mijn kwartierstaat heeft. De reeksen zelf worden doorlopend genummerd.