Een wijze uit het westen opent met een biografische notitie over Rudolf Otto.
Gevolgd door een een aantal theologische, godsdienstfilosofische, historische en letterkundige beschouwingen over het thema van het heilige. Het tweede gedeelte van het boek heeft een godsdienstpsychologische invalshoek met uitlopers naar psychologie, kinderpsychologie en psychiatrie. Er is een apart hoofdstuk over numineuze poëzie en hymnen met voorbeelden die ook in de bijlagen van de Engelse uitgave, The idea of the Holy, zijn opgenomen. Veel aandacht is er voor het heilige en de heilige aspecten binnen de joodse geloofsbelevenis.
In Een wijze zijn als bijlage twee aanvullingen op Het heilige opgenomen. Het boek bevat ook een stoutmoedige fenomenoscopie tussen Das Heilige van dr. Rudolf Otto en het magnus opus van dr. Helen Schucman uit 1975: acim:
Je houdt duizenden stukjes angst vast die de Hoogheilige beletten binnen te treden.

Uit de pers:

'Daniël Mok heeft met deze selectie teksten een goede inleiding tot het werk en gedachtegoed van Rudolf Otto samengesteld. En meer dan dat: de bundel laat tevens de invloed van Otto op tijdgenoten en de generaties die na hem komen zien.'

In de wereld van de theologie zijn boeken verschenen die het hele landschap veranderden en voor lange tijd de discussie bepaalden. Het grote voorbeeld hiervan is de verschijning in 1918 van de Römerbrief van Karl Barth, het beroemde commentaar op de brief aan de Romeinen. Een jaar eerder was een boek uitgekomen dat minder bekend geworden is, maar evenzeer baanbrekend was, Das Heilige van Rudolf Otto. In die tijd gingen zowel de rechtzinnigheid als de vrijzinnigheid sterk uit van het rationele. Alles moest te beredeneren zijn. Het gevaar is dan dat het eigenlijke van het religieuze verdwijnt. Otto bouwde voort op een traditie van ontzag voor het heilige en aandacht voor het niet-rationele. Hij had daarin grote voorgangers. Augustinus schreef zijn bekentenissen ten overstaan van een ontzagwekkend geheim. Pascal noteerde de gedachten over een God die niet langs de weg van de filosofen te vinden is. Volgens Pascal is de mens een denkend riet (rosau pensant). Het heelal kan hem verpletteren, maar als dit gebeurt, heeft het universum daar geen weet van en de mens wel. De mens is groots én ellendig. Het hart schouwt dieper dan het verstand. In deze traditie van kritiek op het rationalisme staat Otto. Er is bij hem geen sprake van afwijzing van de rede, maar het gaat om de erkenning dat we juist denkend stoten op het grootste geheim, dat zowel troostend is en geborgenheid biedt als dat het huiveringwekkend is en angst inboezemt. Otto heeft met zijn benadering een belangrijke bijdrage geleverd aan zowel de godsdienstfilosofie als de godsdienstpsychologie. Najaar 2002 verschijnt bij uitgeverij De Appelbloesem Pers een geheel herziene derde Nederlandse druk van Het heilige. Als voorbereiding daarop is een bundel samengesteld met allerlei beschouwingen over en naar aanleiding van Otto. Het is een beetje een allegaartje geworden van commentaren en aanduidingen van verwantschap. Dit heeft wel het voordeel dat zo ook artikelen werden opgediept die niet gemakkelijk toegankelijk zijn. We vinden er de levensbeschrijving en plaatsbepaling die Rudolph Boeke indertijd gaf van Otto. Boeke zegt: 'Dat het heilige werkelijk verschijnt en zich laat gelden, daar gaat het om'. Geen gedweep en wars van illusies. Het heilige doet zich aan ons voor, een goddelijke werkelijkheid maakt zich kenbaar. De remonstrantse hoogleraar H. IJ. Groenewegen was een groot bewonderaar van Otto. Volgens hem gaat het bij Otto om het diepste en meest oorspronkelijk moment van de religie. Het is de combinatie van huiver en verlangen. Deze benadering is van grote betekenis voor pastoraat, maar ook voor de liturgie. Er is ruimte voor een aanbidding die niet verwordt tot zinloos vragen. De huiver, het staan voor God, heeft een plaats in de viering. Een modern godsdienstpsycholoog als Jan Weima zegt: 'Voor Otto is het numineuze iets irrationeels, dat wil zeggen iets dat buiten de kaders valt van vertrouwde of definieerbare begrippen, iets dat zich niet onttrekt aan ons gevoel, maar wel aan ons begripsmatig denken'. We vinden in dit boek ook een interessante levensbeschrijving van de eerste vertaler van Het heilige, dominee Johannes Dippel. Diens werk kan meer dan tachtig jaar later nog goed worden gebruikt.

(Hervormd Nederland 8 IX 2001)

 

 Daniël Mok: Een wijze uit het westen; beschouwingen over Rudolf Otto en het heilige  Rudolf Otto: Het heilige; over het onberedenaarbare aspect in de religieuze ervaring en de relatie daarvan met het redelijke  Rudolf Otto: Indiase genadereligie en het christendom  William James: Vormen van de religieuze ervaring; een onderzoek naar het wezen van de mens