|

[...]
Ik denk dat
we na de
aanslagen
van 11
september
onze angst
niet zullen
kwijtraken,
we zullen
er nog een
tijd mee
moeten
leven. Na
wat we
gezien
hebben en
nu we
kunnen
vermoeden
wat er in
de toekomst
mogelijk
is, zouden
we gestoord
zijn als we
niet bang
waren. We
zijn
terecht
bang. Ik
zal nu als
theologe
spreken:
alle grote
wereldgodsdiensten
vertellen
ons dat één
van de
grote
obstakels
om wat
sommigen
het
goddelijke
noemen te
kunnen
ervaren,
arrogantie
is,
hovaardij,
een
misplaatst
soort
trots. In
de koran
wordt de
Arabieren
voortdurend
gewaarschuwd
voor
eigenwaan,
omdat we
het heilige
alleen
kunnen
ervaren als
we ons ego
opgeven.
Welnu, wij
zijn
getuige
geweest van
het
ineenstorten
van onze
grote
iconen, we
zagen het
World Trade
Centre als
een
kaartenhuis
ineenstorten,
wij zagen
het
bezwijken
onder de
haat van de
armen en
berooiden
en ik vind
dat we de
angst tot
ons moeten
laten
spreken. We
kunnen op
twee
manieren op
angst
reageren,
óf zoals de
extremistische
fundamentalisten
doen, met
meer
agressie,
meer haat,
meer wraak
en
vergelding,
met het
straffen
van de
ander, wie
die ook
moge zijn.
Of we
kunnen onze
angst
gebruiken
om onszelf
een nieuw
besef te
vormen van
het
heilige. De
grote
theoloog
Rudolf Otto
omschreef
in de
eerste
helft van
de
twintigste
eeuw de
ervaring
van het
goddelijke,
het
heilige,
als een
mysterium
terribile
et
fascinans,
een
mysterie
dat niet
alleen
fascinerend
is, iets
dat ons op
een
verleidelijke
wijze
aantrekt,
maar dat
tevens iets
is dat ons
met angst
en ontzag
vervult en
ons ten
volle
bewust
maakt van
onze eigen
onbestendige,
hachelijke
positie op
deze
planeet,
ons
onmiskenbaar
laat zien
hoe
afhankelijk
we zijn van
alles en
iedereen en
dat we geen
zelfstandige
uitweg
hebben. Men
hoeft niet
gelovig te
zijn om dat
te kunnen
beseffen.
Als wij ons
zouden
realiseren
hoe
afhankelijk
we zijn dan
kunnen we
dit
creatief
gebruiken
om een
groter
gevoel van
spiritualiteit
op te
bouwen. Wat
op 11
september
gebeurde
was
gruwelijk
en
tegelijkertijd
een
openbaring,
een
revelatie,
een woord
dat in zijn
oorspronkelijke
Latijnse
vorm het
afnemen van
een sluier
betekent.
Even was
een sluier
weggerukt
die tussen
ons en de
werkelijkheid
lag. We
zagen
plotseling
een
realiteit
die we
voorheen
niet goed
zagen, we
ervoeren
voorheen
niet
volledig
wat onze
ware
positie in
de wereld
is. We
zaten vol
blinde
trots,
arrogantie,
we hadden
een
misplaatst
gevoel van
veiligheid,
maar nu
hebben we
een blik op
de
werkelijkheid
geworpen.
En de angst
die dat
oproept
moet een
onderdeel
zijn van
die
werkelijkheid,
want om op
het citaat
van Joachim
Fest over
beschaving
terug te
komen, wij
voelen nu
dezelfde
angst,
hetzelfde
gevoel van
geen greep
te hebben,
dezelfde
soort
kwetsbaarheid
als al die
miljoenen
mensen in
ontwikkelingslanden
elke dag
weer
ervaren.
Dit inzicht
kan ons
helpen om
te ervaren
wat zij al
vanaf hun
geboorte
ervaren,
het besef
geen greep
op de
werkelijkheid
te hebben,
dat iets de
mens ineens
van
buitenaf
kan
treffen,
ons
onverwacht
en
onterecht
vreselijk
kan
straffen en
het gevoel
van haat
die dat
oproept,
dat is wat
de moslims
hun hele
leven al
voelen. Als
we dit
besef op
een
creatieve
manier
kunnen
gebruiken
om contact
te leggen
met in dit
geval de
islamitische
wereld, als
we onze
eigen
angsten dus
als
uitgangspunt
gebruiken
voor een
nieuw
begrip van
wat de
moslims al
lang voelen
dan zal er
iets goeds
komen uit
deze
verschrikking.
[...]
)
|