![]()
![]()
![]()
![]()
![]()
![]()
![]()
![]()
![]()
![]()
![]()
![]()
De vanPanhuis Snelschaak Bokaal 2003
![]()
De opzet was dit jaar totaal anders dan voorgaande jaren, waardoor de mindere goden met een flinke tijdcorrectie toch zeker een kans hadden tegen de topspelers van de Barneveldse Dam- en Schaak vereniging. Aan de hand van een van tevoren opgesteld ratingschema moesten de topspelers voor iedere 50 ELO ratingpunten verschil 1 minuut inleveren. Dit kon dus oplopen tot wel 7 minuten, waardoor je als topspeler nog maar 3 minuten bedenktijd over had. De eerste ronde leverde dat komische reakties op bij vele spelers. Een simpele conclusie kon worden gesteld, namelijk: bewijs maar eens dat je zoveel beter bent. Sommige spelers haalden het dus ook echt met de hakken over de sloot door hun partij te winnen met nog 7 seconden op de klok over.
Helaas kregen we vlak voor de aanvang van het toernooi nog te maken met een aantal afzeggingen. Mede omdat het toernooi volgens dit concept wordt gespeeld, bracht dit de organisatie in moeilijkheden, omdat je te maken heb met het uitrekenen van de minuten die een speler krijgt, het toernooischema en het omzetten van sommige poule-indelingen.
Dit was een harde les voor volgend jaar waarin we gewoon op de avond van het spelen zelf gaan loten en indelen. Het van tevoren inplannen van de poules bleek geen haalbare zaak. Rein van Ee wist het misschien wel het allermooist te zeggen : “een systeem valt en staat met het opdraven van de deelnemers’. Als iedereen wel van de partij was geweest had dit namelijk zeker voor meer rust in de eerste ronde geleid.
Toch was het volgens mij een zeer geslaagde avond want er verschenen prachtige partijen op het bord en iedereen had in iedere partij zeker alle kansen. Mijn mening is dat als de mensen aan dit systeem gewend kunnen raken, we er een prachtig jaarlijks evenement van kunnen maken.
Het toernooi zelf:
Door de aanwezigheid van 6 poules was er besloten dat de zes nummers 1 van de poules doorgingen en de beste 2 nummers 2. Na acht gespeelde partijen kwamen als poulewinnaars naar voren: C. van Ingen, B. van de Laar, A. van Dulken, H. Beusekom, H. Verhoeven en E. van Leersum. Als beste nummer 2 ging de jonge B. Hesseweg door en voor de tweede en tevens laatste kwartfinalist kwamen 3 mensen in aanmerking: R. van Ee, J. van de Broek en J. Dekker. R. van Ee bleek de sterkste in de loting en maakte het achttal compleet. Helaas bracht de loting voor de kwartfinales niet de echte kanshebbers tegen elkaar, waardoor we uiteindelijk voor de halve finales misschien wel de 4 beste van de avond over hadden en er niemand echt heeft kunnen stunten wat toch de hoofdopzet is voor dit concept.
Wel kregen we daar twee prachtige partijen voor terug. C. van Ingen trof H. Beusekom en B. van de Laar trof A. van Dulken. De partij tussen C. van Ingen en H. Beusekom was om te smullen, toen ook bleek dat er een tweede partij tussen hen nodig was om de beslissing te bewerkstelligen had niemand daar moeite mee. In de eerste partij ging namelijk H. van Beusekom door zijn tijd heen maar C. van Ingen kon niet de partij claimen omdat hij geen materiaal over had om een mat te kunnen forceren. Volgens de FIDE en de KNSB-regels dus een remise.
Uit eindelijk trok C. van Ingen als nog aan het langste eind en trof in de finale B. van de Laar.
Na een prachtig toernooi mocht B. van de Laar zich uiteindelijk tot winnaar uitroepen en won H. Beusekom de kleine finale waardoor hij beslag legde op de derde plaats.