De zin en onzin van chemisch ontwormen

Vergroot Natural Raw Feeding de kans op worminfecties?

In tegenstelling tot wat vele commerciële diervoederfabrikanten, overheden en belanghebbende organisaties de consument willen laten geloven, is de kans dat honden en katten worminfecties oplopen door zelf samengestelde rauwe voeding uiterst gering. De voeding die wij onze honden geven, is geschikt voor menselijke consumptie en wordt dan ook onder zeer hygiënische omstandigheden verwerkt en aan de honden aangeboden. Dat begint al bij het slachthuis waar de beschikbare onderdelen van de diverse diersoorten onder hoge vriestemperaturen worden opgeslagen en eventuele (lint)wormen worden gedood c.q. inactief worden gemaakt, waardoor de risico's tot een minimum zijn beperkt. 

Door de natuurlijke enzymen- en bacteriewerking uit een natuurlijke rauwe voeding is het metabolisme van een carnivoor (hieronder valt ook onze huishond) zo ingesteld dat de juiste afweer tegen 'aanvallen van buitenaf' is opgebouwd. Ons gehele milieu bestaat uit parasieten en bacteriën, waarmee carnivore huisdieren continu in aanraking komen. Vlooien kunnen bijvoorbeeld de lintworm overbrengen, maar ook niet uitgemeste paardenstallen kunnen een worminfectie teweeg brengen bij honden met een slechte weerstand. Een moederhond kan een spoelworm overbrengen aan haar pups, maar de pups kunnen deze wormbesmetting ook oplopen door het likken aan tegels en objecten in een niet schoongehouden omgeving. 
In Nederland komt de vossenlintworm nauwelijks voor, maar het kan voorkomen dat kadavers van klein wild deze worm bij zich hebben of dat ze in kikkers, op bramen en ander bosfruit zitten, die vaak ongewassen door mens en hond worden gegeten. Wormsoorten zoals de haakworm dringen door de huid naar binnen om vervolgens via de bloedbaan de darm te bereiken. 

Deze invloeden zijn vele malen risicovoller dan het verstrekken van een kwalitatief hoogwaardige rauwe voeding, dat in uiterst hygiënische omstandigheden is verpakt c.q. vervaardigd. Het risico is er niet zozeer voor het carnivore huisdier, maar wel voor de mens. Hierdoor worden we geacht groentes en fruit goed te wassen, het vlees dat wij eten goed te verhitten, maar ook onze huisdieren regelmatig te ontwormen. Gelukkig zijn daarvoor prima alternatieven mogelijk. In de eerste plaats het verrichten van ontlastingonderzoek, zodat je met zekerheid kunt stellen dat je niet zomaar gif in een dier stopt, terwijl er geen worminfectie en eitjes van de vele wormsoorten en andere parasieten zoals giardia en coccidia zijn aangetroffen. Hierover later meer. 

Een soortgerichte voeding zal ervoor zorgen dat de weerstand van een carnivoor wordt verhoogd en niet wordt ondermijnd door het verstrekken van een koolhydraatrijke op graan en/of soja gebaseerde steriele brokvoeding. Een degelijke natuurlijke rauwe voeding zorgt indirect dat een dier minder vatbaar wordt voor worminfecties, vlooien en virussen. De pH-waarde van het maagzuur van een gezonde hond is zo ingesteld dat wormeitjes niet of nauwelijks tot ontwikkeling zullen komen. Zolang de weerstand optimaal blijft door het verstrekken van een gezonde natuurlijke voeding, is ontwormen EN het bestrijden van vlooien via de reguliere chemische weg voor veel honden niet nodig. Daarnaast is vachtonderhoud en beweging in de buitenlucht erg belangrijk om de algehele conditie van je dier op peil te houden. En niet in de laatste plaats is het belangrijk om je hond regelmatig te laten kluiven op rauwe bevleesde botten. Tandbederf en tandvleesinfecties zijn een vorm van weerstandsvermindering, waardoor parasieten en bacteriën de kans krijgen zich te nestelen en schade aan te richten. 

Over het algemeen kan bij het merendeel van onze carnivore huisdieren gesteld worden dat de preventieve werking van een natuurlijke rauwe voeding een stuk gezonder voor het algehele immuunsysteem is en dat komt onze huisdieren alleen maar ten goede!

Veelvuldig chemisch ontwormen en ontvlooien is ongezond

Preventieve chemische ontworming schaadt meer dan het baadt. Maar ook chemische vlo- en tekenbestrijding preventief inzetten, schaadt meer dan het baadt. Resistentie van dergelijke middelen door te veelvuldig gebruik is aangetoond en nog zwaarder weegt het dat het immuunsysteem continu ondermijnd wordt door deze ongezonde manieren van preventie. Het is een aanslag op de algehele immuniteit van een dier. 

Risicogroepen en chemisch ontwormen

Diverse rassen hebben een erfelijke afwijking in het MDR1 gen, het zogenoemde MDR1 Gen Defect, waar men als eigenaar enorm mee moet oppassen voor wat betreft de keuze van ontwormmiddelen, anti-vlo- en teekmiddelen, geneesmiddelen en vaccinaties. Een verkeerde keuze kan allergische reacties bij de hond opwekken, levensbedreigend zijn en zelfs tot de dood van de hond leiden. 
 
Risicorassen zijn de Collie en Collie-bastaarden, Shetland Sheepdog (Sheltie), Border Collie, Australian Shepherd, Australian Cattledog, Old English Sheepdog (Bobtail), Duitse Herders, Zwitserse Witte Herders, Langharige Whippets en Silken Windhounds. Rassen die niet vermeld staan in de lijst van Gencouns, maar zeer zeker wel het afwijkende MDR1 gen bij zich kunnen dragen, zijn de Nova Scotia Duck Tolling Retriever, Kelpie, Pinchers, Schapendoes en Spaanse Waterhond. Het is dan ook verstandig om bij aanschaf van een hond uit de genoemde risicogroepen een MDR1 gentest te laten doen en met beleid de keuze van medicatie te bepalen. 

In het geval van de bestrijding van wormen en andere parasieten kunnen de stoffen ivermectin, milbemycin, selametin, moxidentin en doramectin desastreus zijn voor bovengenoemde categorie. 

Zie voor meer info de onderstaande linken over het MDR1 Gen en de 'problem drugs' die bovengenoemde rasgroepen moeten mijden:
http://www.gencouns.nl/mdr1-3.php
http://www.awca.net/drug.htm
http://www.vetmed.wsu.edu/depts-vcpl/breeds.aspx
http://www.mdr1-defekt.de/index.php?lang=NL
 
Testen op dit afwijkende gen en uitwijken naar minder belastende middelen zijn belangrijk, juist ook voor de pupeigenaar die geen fokplannen heeft maar wel een rashond c.q. kruising uit de risicogroepen wil aanschaffen. Zij worden immers opgescheept met de problemen, indien die niet bekend zijn. Bij voorkeur wordt er met zowel dragers als lijders niet meer gefokt, maar dat is waarschijnlijk een utopie. 

Het grote nut van ontlastingonderzoek voor elk dier

Via ontlastingonderzoek kan duidelijk aangetoond worden of het zinvol is te ontwormen of niet. Uitgebreid ontlastingonderzoek kun je laten doen bij jouw dierenartspraktijk of als je het nog breder en deskundiger wilt laten onderzoeken via:
http://www.wormbestrijding.nl/hond_index.html 
 
Er wordt op verzoek gezocht op oöcysten, coccidiosis, giardia cysten, alle wormsoorten waaronder Echinococcus multilo-cularis (vossenlintworm), Echinococcus granulosus en er wordt een advies afgegeven rondom de behandeling. Wij laten nu zo'n zes jaar ontlastingonderzoek doen en tot nog toe hebben we geen chemisch ontwormadvies gekregen, omdat er niets is aangetroffen. Het is nuttig om regelmatig ontlastingonderzoek te laten verrichten en niet preventief te kiezen voor chemisch ontwormen als er niet zichtbaar wormen en eitjes aanwezig zijn. Het continu nutteloos ontwormen met chemische producten werkt resistentie in de hand en kan de gezondheid van je hond schaden. De preventie willen wij bij voorkeur zelf in de hand hebben door het verschaffen van een adequate natuurlijke rauwe voeding..........en regelmatig ontlastingonderzoek.

Resistentie van ontwormmiddelen door te frequent ontwormen
 
Het gemiddelde advies voor chemisch ontwormen is:

Fokteven: Ontworm de teef vóór de loopsheid waarin ze wordt gedekt.
  - Teef na de geboorte tegelijk met de pups ontwormen.
  - Pups ontwormen op 2, 4 en 6 weken en daarna op 2, 4 en 6 maanden.
  - Poezen vóór de dracht en daarna gelijk met de kittens op 4 weken ontwormen.
  - Kittens op 4, 6 en 8 weken en daarna op 4 en 6 maanden ontwormen.
  - Volwassen honden en katten minimaal 2, maar liefst 4x per jaar ontwormen.

Er zijn hardnekkige adviezen om pups en volwassen honden en katten zelfs maandelijks te ontwormen, ondanks de vele feiten dat frequent chemisch ontwormen een zeer slechte optie is. Zoals al eerder geschreven, de wormen zijn of worden resistent tegen de ontwormmiddelen die te frequent worden toegepast en ontwormen heeft pas nut als daadwerkelijk via ontlastingonderzoek is aangetoond dat een dier wormen heeft. Zo min mogelijk chemisch ontwormen heeft in het geval van de resistentie meer nut, dan het maar klakkeloos preventief ontwormen en je dier indirect een blijvende schade te bezorgen. 
http://www.wormbestrijding.nl/schaap_resistentie.html

Graag verwijzen wij naar onderstaande tekst uit het ESCCAP. De vraag rijst dan op wie er beter van worden van al die steeds frequentere ontwormadviezen. Het zullen helaas niet de dieren zijn, die deze dwaasheid continu moeten ondergaan.

II.3. Resistentie

Er zijn enkele gerapporteerde gevallen bij hond en kat waarbij resistentie tegen anthelminthica is waargenomen. Een lage incidentie kan in verband worden gebracht met een lage frequentie of afwezigheid van resistentie. Tot nu toe is er geen methode om anthelminticumresistentie bij de hond of kat aan te tonen, anders dan via het tellen van de ei-reductie in een ontlastingsmonster. Gewacht wordt op de ontwikkeling van gevoeligere testmethoden, waarbij gebruik wordt gemaakt van moleculaire technieken, zodat een continue controle van de effectiviteit van producten kan plaatsvinden.

Ontworming van de hond en kat bereikt niet de parasitaire stadia in de omgeving van de gastheer. Indien de ontwormingsfrequentie toeneemt, kan dit de selectiedruk onder parasieten verhogen. 
Het verwachte resultaat is resistentie ingeval van een kennelsituatie waar de gelijktijdige behandeling van een groep honden met hetzelfde product kan resulteren in een hogere selectiedruk. Het advies luidt daarom om extra voorzichtig te zijn bij het ontwormen van honden in een kennel en regelmatig de ontlasting te controleren om de aanwezige wormsoorten vast te stellen en het effect van de ontworming te kunnen beoordelen.

Naarmate een groter deel van de parasietenpopulatie blootgesteld wordt aan een middel, neemt het risico op ontwikkeling van resistentie tegen dat middel toe. Door niet overmatig en onnodig te ontwormen treedt minder snel resistentieontwikkeling op. Een op risico gebaseerde strategie in plaats van een allesomvattende aanpak is daarom beter.
Bron:
http://www.esccap.org/index.php/fuseaction/download/lrn_file/esccap-richtlijn-nl-def.pdf

 
Alternatieve ontwormmethodes voor pups en volwassen honden
 
Diereneigenaren worden vaak geïndoctrineerd door het ontwormadvies van de pharmaceutische industrie en de veterinaire diergeneeskundige organisaties, waardoor ze radicale en ongezonde beslissingen nemen. Want tja, al die adviezen komen toch alleen maar ten goede van mijn dier? Helaas, de enige die er baat bij hebben zijn de eerstgenoemden en vaak niet het dier zelf. 
Er zijn enorme risico's verbonden aan chemische ontworming op een leeftijd van nog voor de 8 weken. 
Volgens verschillende visies is het veelvuldig chemisch ontwormen tussen de 2 weken en 3 maanden gerelateerd aan diverse auto-immune aandoeningen die bij elk dier, ongeacht ras of bastaard, zich kunnen openbaren. Neem daarbij het feit dat heel veel fokkers hun honden nog steeds te jong vaccineren op een leeftijd van nog maar 6 weken en vaak ook nog gelijktijdig hun pups chemisch ontwormen, dan is het voor te stellen dat zo'n pup voor het leven getekend is.
 
Binnen het Natural Rearing in Amerika en inmiddels ook in Engeland zijn er veel fokkers waarvan de ouderhonden op Natural Raw Feeding staan en zo min mogelijk worden belast met chemische parasietbestrijding. De pups worden op  de 'natuurlijke manier' ontwormd, door middel van parasietafdrijvende mineralen genaamd Diatomaceous Earth (DE) en gecheckt via ontlastingonderzoek: http://www.naturesfarmacy.com/blog/diatomaceous-earth/

DE is naar beleving van deze fokkers succesvol in de bestrijding van worminfecties, vlooien, mijten en andere parasieten. Dit product wordt sinds kort besteld door eigenaren uit Nederland en is zelfs voorgeschreven door een vooruitstrevende dierenartspraktijk bij een hond met een auto-immune aandoening. Gezien de behoorlijk positieve ervaringen van fokkers die deze ontwormmethode al jaren toepassen, vinden wij het belangrijk om ook dit product te vermelden.
 
Op deze manier stellen ze zo lang als mogelijk het chemisch ontwormen uit, zodat de eerste chemische ontworming eventueel pas op een leeftijd van drie maanden kan plaatsvinden, wanneer het immuunsysteem ietsjes sterker is opgebouwd. En dan uiteraard enkel en alleen wanneer uit ontlastingonderzoek blijkt dat er ook daadwerkelijk wormen zijn. 
 
Parasietafdrijvende kruidenmengsels als wormpreventie hebben ook bewezen zeer effectief te zijn:
 
 
 
 
 
 
Voeding en hun worm- en parasietafdrijvende eigenschappen

Verse eetbare kruiden

Verse kruiden zoals o.a. brandnetel, paardenbloem, tijm, rozemarijn, venkel, basilicum, kamille, pepermunt, oregano, cichorei en fenegriek hebben een anti-parasitaire werking, bestrijden pathogene gisten en bacteriën zoals o.a. Helicobacter pylori, E-coli, Staphylococcus aureus, Salmonelle typhimurium (Salmonella) en Candida albicans en zorgen voor een goed functionerend spijsverteringsstelsel. Naast deze capaciteiten bevatten ze prima anti-oxidanten, belangrijke aanvullende vitamines en mineralen en bezitten ze antibiotische, ontstekingsremmende en immuniteitsversterkende eigenschappen om zowel mens als dier gezond te houden. 
Verse eetbare kruiden worden al sinds jaar en dag aan honden gevoerd en zijn niet weg te denken in een natuurlijke rauwe voeding voor honden. 

Pompoenzaad

Pompoenzaad heeft een parasietafdrijvende werking, is bloedzuiverend,  immuunversterkend en verbetert de blaas- en prostaatfunctie. Binnen de volksgeneeskunde van Noord- en Midden-Amerika werd pompoenzaad rond de 15e eeuw al gebruikt als ontwormmiddel en ingezet als medicament ter behandeling van urineweg- en prostaataandoeningen. 

Pompoenzaad bevat een hoge concentratie tocoferolen en spoorelementen. In Oostenrijk, Slovenië en Kroatië wordt een specifieke pompoensoort gekweekt, waarvan het zaad de genoemde medicinale eigenschappen bevat. De werkzame stoffen zijn fytosterolen en beta-sitosterine, welke cholestrol verlagend werken. Deze stoffen reguleren ook de productie van galzuren en hebben een remmende werking op de groei van de prostaatklier. 
Het aminozuur cucurbitine is verantwoordelijk voor de afdrijving van darmparasieten.

Natuurlijke wormpreventietip

Mix een plukje verse oreganoblaadjes en een  theelepel pompoenzaden tezamen met een vers  takje tijm, rozemarijn, een kleine winterwortel en een theelepel stuifmeelkorrels in een groentehakker/keukenmachine. Meng daar een eetlepel koudgeslagen rauwe tijm- of manukahoning of propolis door.
Draai hier balletjes van en geef dit 1x per dag 3-5 dagen achtereen als beloning aan je middelgrote hond. Dit mag je elke 2 maanden herhalen. 

Voordat je met bovenstaande wormpreventietip begint, zorg je dat je hond al aan de kruiden, pompoenpitten, winterwortel, honing en stuifmeelkorrels gewend is door bv. de gepureerde kruiden 2x per week apart van elkaar over het vlees te voeren. En de gepureerde stuifmeelkorrels tezamen met de honing meerdere dagen per week te geven. Als de gewenning goed gaat, dan kun je eventueel bovenstaande ontwormtip toepassen waarbij je niet meer dan 3 soorten kruiden per mix gebruikt.  Indien kruiden versnipperd over het rauwe voer gegeven worden, dan is een richtlijn:

- zeer klein ras 0,5 theelepel per maaltijd;
- klein ras 1 theelepel per maaltijd;
- middelgroot ras 1-2 theelepels per maaltijd;
- groot ras kleine eetlepel tot 2 eetlepels per maaltijd.

Deze lekkernij kun je ook als vast onderdeel van de voeding geven 1-2 dagen per week en afwisselen met andere kruidensoorten. Geef je eventueel kiem- of groentemixen, dan kun je ook hieraan een paar dagen per week verse kruiden en pompoenzaad toevoegen. Maximaal drie kruidensoorten zijn meer dan voldoende. Wissel diuretische kruiden af met niet diuretische kruiden in een mix.  
Je houdt binnen het Natural Raw Feeding dan 5-10% van het percentage 'overige' per dag aan.
Daar wij binnen het NRF uitgaan van het grote nut van het 'overige' naast het vlees/orgaan/bot als basis, zijn wij voorstander van het gewoon regelmatig door de week verstrekken van o.a. bovengenoemde items, dan het ineens toepassen van een kuurvorm. 

Honden met epilepsie kunnen triggeren op de geur van kruiden. Houd daar rekening mee en bouw de kruiden zorgvuldig op door eerst te beginnen met 1 kruid per keer en winterwortel te laten overheersen op de rest. 

Zoals je kunt lezen, is de keuze enorm om je dier verantwoord te verzorgen. Consequent een reguliere benadering opvolgen, zonder daar verder over na te denken, is in veel gevallen geen goede optie.

Nuttige literatuur:

http://library.wur.nl/biola/bestanden/1706195.pdf
http://www.ovamed.org/all/casereport/pdf/NatureNewsFeature The worm has turned.pdf
http://www.ovamed.org/all/casereport/pdf/Response_to_Van_Kruiningen.pdf
http://www.ovamed.org/all/clinicalstudies/pdf/GUT%202005.pdf
http://www.thewholedog.org/artcaninecolon.html
http://www.critterchat.net/worming.htm

http://www.akitasbygoodomen.com.au/immune.html
http://www.shirleys-wellness-cafe.com/ahealth2.htm
http://www.katberard.com/hea_pestcontrol.htm
http://edepot.wur.nl/22935

http://www.paardenacademie.nl/pdf/Vrijruiter-apr-2009-Het%20verhaal%20van%20de%20Worm%20en%20het%20Paard.pdf
http://www.canine-epilepsy-guardian-angels.com/essential_oil.htm

Bron: www.rauwevoedingvoorhonden.nl @ All Rights Reserved



Terug naar beginpagina

© Rawdoggies 2006-2011 All Rights Reserved