|
Heup
dysplasie, elleboog dysplasie, schouder dysplasie; deze en vele andere
gerelateerde bot- en gewrichtsproblemen blijven hun aanvallen doen op jonge
honden. Vooral jonge honden van grotere rassen, ondanks dat we zoveel
honden röntgenen en ondanks de strenge selectie. Wat doen we fout? Waarom
verschijnen deze problemen weer in de zogenaamde "ziekte vrije
lijnen"? Ons onvermogen om deze ziektes te elimineren, ondanks alle
dure onderzoeken, dwingt ons om onszelf de vraag te stellen "zijn
onze inspanningen de verkeerde? Moeten we ergens anders naar de oplossing
zoeken?"
Zoeken
we in de verkeerde hoek?
Het antwoord is
zeker-te-weten: JA. De meeste honden die HD of ED ontwikkelen (of andere
skeletziektes) lijden aan ziektes die volledig te vermijden zouden zijn.
Alleen zullen we deze problemen nooit oplossen onder het huidige
geloofssysteem dat door de veterinaire specialisten wordt gehandhaaft.
Al
decennia houden
fokkers, dierenartsen, academicie en iedereen die belang heeft bij deze
problemen, dezelfde oorzaak verantwoordelijk: slechte genen.
Slechte genen als
oorzaak voor HD en ED zijn een stukje veterinaire dogma, die geaccepteerd
is als de waarheid. Op basis van deze waarheid heeft de veterinaire
specialisme samen met de rasverenigingen een grote hoeveelheid ingewikkelde
(onnodige) regelingen opgesteld om HD en ED te elimineren bij de grote
rashonden.
Op basis van dit
geloof, dat alle problemen veroorzaakt worden door genen, wordt aangenomen
dat als je de honden onderzoekt en de ED/HD honden uitsluit van de
fokkerij, aangezien deze honden met deze slechte genen het probleem
veroorzaken, je vanzelf het probleem oplost. Helaas, hoewel veel van deze
prachtige honden uitgesloten zijn van de fokkerij, op basis van deze
bovenstaande theorie, gaan deze ziektes onverminderd door.
Alle regelingen/onderzoeken hebben geen/weinig succes en er is geen enkele
reden om aan te nemen dat deze in de toekomst wel succesvol zullen zijn.
Het onbetekenende van
wat we aan het proberen zijn, is iets dat wij als dierenartsen niet onder
ogen willen zien. We hebben, in samenwerking met fokkers, een enorme
emotionele en professionele investering gedaan in het geloof dat bot- en
gewrichtsproblemen in jonge honden alleen veroorzaakt worden door genen.
Dit laat ons weinig keus: we kunnen slechts proberen om van deze problemen
af te komen door een programma van genetische manipulatie. Onze enige
basis om beslissingen te nemen, is het beoordelen van de röntgenfoto's en
daaruit concluderen dat abnormaliteiten veroorzaakt zijn door genetische
aanleg. Er wordt totaal geen aandacht geschonken aan andere invloeden die
van invloed kunnen zijn geweest op de slechte gewrichten.
Deze manier van denken
heeft een massaal reglement geproduceerd waarbij we massaal laten röntgenen,
waarbij de beoordeling zeer twijfelachtig is en waarbij alle individuele
honden die problemen met het skelet hebben uit de fokkerij worden geëlimineerd.
Mensen met grote honden worden verplicht mee te doen aan deze regelingen
in de ijdele hoop dat alle honden die het gen dragen voor HD en ED ooit
uit de genenpool geëlimineerd zijn. Helaas, maar zeer voorspelbaar,
boeken we na al deze jaren weinig of eigenlijk geen vooruitgang, over het
lijk van vele hondenlijken (deze zin krijg ik niet goed vertaald maar
eerlijk gezegd doet tie er ook niet zoveel toe. Ian B bedoelt dat er
gewoon geen vooruitgang geboekt wordt).
In plaats van de onzin
van deze regelingen in te zien en te kijken naar de realiteit, is het
makkelijker en kun je veel meer winst maken als je in de diergeneeskunde
je kop in het zand steekt en maar door blijft gaan met deze high-tech
aanpak van gespecialiseerde röntgentoestanden en beoordelingen,
regelingen, etc. die worden bestierd door een groep elitaire veterinaire
specialisten (note Lizzy: denk ook even aan de nieuwe PennHip methode.
Misschien hartstikke leuk allemaal hoor, maar Ian B. zegt dus eigenlijk:
onzin.
Het probleem ligt niet louter in de genen en dus heeft het geen zin
om op deze manier je dieren te selecteren voor de fokkerij. En er wordt
natuurlijk GOUDGELD aan deze handel verdiend.
En 'we' doen er allemaal aan mee, want we moeten.
Zo staat het in de
regels van de rasvereniging).
HD en ED maatregels
zijn een enorme winstmarge geworden voor de diergeneeskunde.
Houdt-de-dieren-ziek-en-je-blijft-geld-verdienen-principe. Kunnen we in de
dierengeneeskunde een reuzesprong maken, deze winstgevende maatregelen
afschaffen en kijken naar een goedkope oplossing? Kunnen we ook het
gezichtsverlies accepteren door te zeggen dat we het verkeerd hebben
gezien?
Al deze HD en ED
maatregelen hebben, behalve geld gegenereerd, ondanks dat het niks
geholpen heeft, geleid tot een enorme geloofwaardigheid in de diergeneeskunde.
En dat zal zo blijven. En helaas zullen ze niet hun geloofwaardigheid
krijgen/houden omdat het effectief is, want ze doen maar omdat ze helemaal
nalaten zich een doel voor ogen te stellen dat ze moeten halen (het
afnemen van de aantal HD en ED gevallen).
De
vraag blijft: Waarom hebben al deze maatregelen geen succes gehad?
En waarom zullen ze nooit succes hebben?
Kan het zijn dat de
maatregelen gebaseerd zijn op een verkeerde hypothese? Het moge duidelijk,
als deze maatregelen niet helpen, dan moet de theorie waarop ze gebaseerd
is gaten bevatten en natuurlijk bevatten ze die! Het probleem is simpel.
Er zit gewoon een grote fout in deze maatregelen en dat heeft betrekking
op de basis van de genetica: een dier z'n fenotype (zoals een dier eruit
ziet) is nooit exact hetzelfde van wat je zou kunnen voorspellen van het
genotype, zijn genetische overerving. Met andere woorden, wat een dier
uiteindelijk wordt, inclusief de fouten die hij wel of niet gedurende zijn
leven ontwikkelt, zal nooit hetzelfde zijn als wat je waarschijnlijk kunt
voorspellen door simpelweg te weten welke genen het heeft geërft. Dit is
omdat het fenotype zeer afhankelijk is van de interactie tussen individuële
genen en de omgeving waarin het individu zich bevindt gedurende zijn
leven. Deze interactie tussen het dier z'n genotype en de omgeving is de
enige belangrijke factor die nooit in ogenschouw is genomen door de
dierengeneeskunde om HD en ED uit te roeien (note Lizzy: nou weet ik zelf
al weinig van genetica en dit was een vrij ingewikkeld stuk tekst dus ik
hoop dat het correct is, zoals ik het vertaald heb).
De diergeneeskunde
heeft zichzelf nooit de vraag gesteld "is het mogelijk dat de genen
verantwoordelijk voor bot- en gewrichtsziektes bij jonge honden alleen
problemen gaan veroorzaken onder specifieke omgevingsfactoren/invloeden
van buitenaf/milieu-omstandigheden?"
En dit terwijl de
diergeneeskunde heel goed weet dat er twee essentiële en controleerbare
componenten zijn in de omgeving van een puppie, die een belangrijke rol
spelen in de ontwikkeling van de botten en gewrichten. Deze twee zijn
totaal ontvankelijk voor manipulatie. Deze twee omgevingsfactoren die
sterk kunnen variëren tussen fokkers en puppie-eigenaren, zijn voeding
en beweging.
Zowel voeding als
beweging spelen een vitale rol in botontwikkeling. Feitelijk is de rol van
voeding en beweging/oefening essentieel. Voeding en beweging heeft
interactie met genen en produceren tezamen goede of slechte botten en
gewrichten. Vele wetenschappelijke onderzoeken hebben aangetoond dat
mogelijke slechte invloed van deze twee omgevingsfactoren een essentiële
rol spelen in de ontwikkeling van skeletziektes bij puppies.
Maar ondanks deze
wetenschap/hoeveelheid kennis, wanneer het aankomt op maatregelen om
skeletproblemen in puppies te voorkomen, worden deze belangrijke beïnvloedbare
invloeden op het veroorzaken of voorkomen van skeletziektes totaal
genegeerd. HD en HD-maatregelen nemen deze twee niet mee (oftewel: ondanks
dat we het weten, kijken we alleen naar de röntgenfoto's en doen we ruk
met de wetenschap dat voeding en beweging een essentieel verschil kan
maken tussen wel HD/ED of geen HD/ED).
De makers en
verzinners van al deze maatregelen doen net alsof deze twee factoren geen
rol spelen in deze verlammende ziekte. Wanneer de röntgenfoto's
beoordeeld worden en er beslist wordt over het lot van puppies (speciaal
wanneer het om hun rol in de fokkerij gaat), worden alle abnormaliteiten
die op de röntgenfoto worden gezien toegeschreven aan fouten in de genen.
Voeding en beweging worden genegeerd alsof ze geen rol spelen. Niemand
vraagt zich af "wat heeft deze pup gegeten en hoe heeft deze pup
beweging gekregen, toen zijn botten in ontwikkeling waren". En dat
terwijl het antwoord op deze vragen essentieel is en de sleutel is tot het
oplossen van gezondheidsproblemen in jonge honden van grote en reuze
rassen.
De waarheid is dat de
schuldige van deze problemen eigenlijk de grondslag hebben liggen in
verkeerde/slechte voeding en slechte beweging dan 'slechte genen'.
Bij iedere hond met
skeletziektes zouden we moeten vragen "wat heeft bijgedragen aan de
genen, voeding en verkeerde beweging?". Als voeding en beweging twee
belangrijke veroorzakers waren, dat moeten we in deze richting kijken om
de problemen op te lossen.
En we moeten onszelf ook de vraag stellen "wat win ik door deze
individuen uit de fokkerij te halen?"
We
might also ask at this point… “Does the failure of these schemes rule
out genes as the basic cause of these bone and joint problems?”. Krijg
ik even niet vertaald.
Het antwoord is dat
genen wel degelijk een rol spelen, maar hun rol is voor het grootste
gedeelte niet zo groot/gelimiteerd en deze kunnen ook niet geëlimineerd
of weggehaald worden. Met andere woorden: de meeste genen die deel uit
maken van het ontstaan van deze problemen, zijn genen die we mogelijk
juist willen houden!
Laat me je de volgende
vraag stellen: "Heeft iemand ooit de moeite gedaan om zich de vraag
te stellen welke genen we exact willen elimineren?". Voor zover ik
weet is er geen enkele maatregel (om HD/ED te voorkomen/uit te roeien) die
de 'slechte genen' hebben geïdentificeerd. Jammer maar helaas, als we
niet weten welke genen we zoeken, wat is dan de kans dat we ze kunnen
elimineren? En zelfs als we dat al voor elkaar zouden kunnen krijgen, is
het een goed idee? De genen voor eiwitten spelen diverse rollen in het
zoogdierorganisme. Het verwijderen van een bepaald gen om HD/ED te
elimineren kan ook wel het gen zijn dat we juist willen houden!
Gaan we de baby met
het badwater weggooien, ook als we deze zogenaamde 'slechte genen' kunnen
elimineren? Het elimineren van vele goede genen is niet wat we willen met
deze maatregelen, maar het is wel wat we krijgen op zoveel verschillende
manieren.
Het moge duidelijk
zijn dat met de huidige maatregelen om skeletziektes te elimineren en
waarbij we alleen gebruik maken van het beoordelen van röntgenfoto's, dat
er nauwelijks kans is van slagen. Bijvoorbeeld: fokkers weten het maar al
te goed. Uit twee goede ouderparen kunnen kinderen komen met slechte
genen, wanneer de puppies slecht worden grootgebracht. Ze weten ook dat
twee slechte ouderparen goede puppies op de wereld kunnen zetten, als de
puppies grootgebracht worden met goede zorg.
In de praktijk komt het op
het volgende neer:
Denk eens aan een
slimme fokker die een paar fokproducten heeft (volgens de röntgenfoto's)
niet helemaal een goede achtergrond hebben/vrij zijn van skeletziektes.
Deze fokker geeft de pups de juiste voeding en de juist beweging.
Deze puppies, uit niet perfecte ouders, zullen op basis van de röntgenfoto's
een vinkje krijgen dat ze goedgekeurd zijn. Deze puppies mogen hun genen
doorgeven aan de toekomstige generatie.
In sterk contrast, we nemen een
nieuwe fokker. Deze fokker koopt voor een hoop geld zijn fokdieren,
fokdieren met een eersteklas genetische achtergrond in relatie tot
skeletziektes, volgende de röntgenfoto's. Dit soort fokkers maken vaak
vele fouten in het opgroeien van puppies dmv verkeerde voeding en verkeerde beweging. Deze puppies met hun zogenaamde geweldige genen zullen
van de genenpool geëlimineerd worden omdat hun röntgenfoto's uitwijzen
dat ze skeletziektes hebben.
Het wordt nog
verwarrender. Dierenartsen zijn bekend met het fenomeen dat honden met een
slechte röntgenfoto-uitslag prima kunnen lopen, in tegenstelling tot
honden met een briljante röntgenfoto-uitslag die nauwelijks kunnen lopen.
Met dit voorbeeld lopen er dus manke honden met prima HD/ED uitslagen rond
en lopen er honden rond die behendigheid doen met slechte uitslagen. Je
moet jezelf met de huidige maatregelen toch de vraag stellen welke logica
we gebruiken, wanneer we vast moeten stellen welke honden we wel en niet
gebruiken voor de fokkerij?
De vraag moet gesteld
worden welke genen we proberen te elimineren met deze maatregelen en wat
precies de relatie is tussen de genen, de omgevingsfactoren en de
klinische soudness. Dit is de vraag die de dierengeneeskunde gesteld moet
worden. Ze moeten een werkelijk inzicht krijgen in de rol van genen en
omgevingsfactoren en hoe ze relateren tot elkaar in deze ziektes. Ze
moeten weten welke omgevingsfactoren de belangrijkste zijn, kunnen deze
voeding en beweging zijn?
Wat je je misschien
realiseert, is dat wij dierenartsen minder weten over HD en ED dan dat we
wel weten. Gelukkig zijn er wel antwoorden op deze problemen. Deze
antwoorden kunnen gevonden worden en in het verleden gezocht worden. We
moeten kijken naar het moment dat we voor het eerst honden hadden met deze
problemen. De antwoorden staren ons in het gezicht maar wij
dierenartsen/de diergeneeskunde heeft gekozen, om welke reden dan ook,
deze te negeren.
Laat me je een simpele
maar fundamenteel belangrijke vraag stellen: "hoe lang hebben deze
skeletproblemen onze honden geplaagd? Tien, honderd of duizend jaar? Zijn
deze ziektes een nieuw fenomeen of zijn ze slechts een korte tijd aanwezig
geweest? Het verrassende antwoord is dat bot en gewrichtsabnormaliteiten
een product zijn van de twintigste eeuw. Het verhaal begint bij een
plotseling voorkomen van HD ergens midden 1930. Op dat moment was HD een
zeldzaam voorkomende ziekte: het kwam praktisch niet voor, voor 1930. ED
ontstond pas weer 10 jaar later. Wat is de reden hier voor? De absolute
reden daarvoor was grote armoede van de late twintiger jaren en vroege
dertiger jaren en dat had een enorm en blijvend effect op de
voedingsgewoontes van de moderne hond.
Het was dat in 1930 de
traditionele botten, vlees, orgaanvlees en tafelrestjes die aan de hond
werden gevoerd niet meer aan de hond werden gevoerd maar door de mensen
zelf gegeten moest worden. Het was die dag dat de hond een andere voeding
kreeg en hun gezondheid op het spel kwam te staan. Niet alleen honden,
maar zeker ook katten. Dit was het begin van de enorme
diervoedingsindustrie die we vandaag de dag kennen.
De industrie ontstond
in ergens 1930 en de hondeneigenaren begonnen hun hond te voeren met
afvalvoer, gebaseerd op granen waar dan nog wat extra eiwit en calcium aan
toe werd gevoegd en de basis werd vleesmeel, bloed en botten. Om een lang
verhaal kort te maken: graanproducenten realiseerden zich dat zij winst konden
maken uit hun afval en dat was het begin van de alomtegenwoordige en
schadelijke moderne diervoederindustrie.
Het was dus vanaf laat
1920 dat hondeneigenaren het gouden dieet voor de hond achter zich lieten
en hun hond gingen voeren met kunstmatige diëten, gemaakt door de
diervoederindustrie.
Als we 30 jaar verder
kijken, zien we dat we in 1965 HD en ED hadden in 55 hondenrassen,
wereldwijd en deze problemen werden toentertijd gezien als veelvoorkomende
problemen. In slechts 30 jaar ontstonden er ineens en verspreidden zich
razendsnel twee problemen en niet alleen deze twee
problemen. Binnen een korte periode ontstonden er naast HD en ED allerlei
andere gerelateerde skeletziektes zoals schouder "hock en stifle
dysplasia" (moet even opzoeken wat dat nou weer voor dysplasieën
zijn): al deze ziektes zijn van nauwelijks voorkomende/zeldzame tot mid
jaren '30 naar veel voorkomende syndromen gegaan, vandaag de dag.
Ik moet erbij zeggen
dat ergens laat '40 het een standaard waarheid was dat HD en ED puur
genetisch waren. Vanaf die tijd is deze zogenaamde 'waarheid' nooit
aangevochten, ondanks de massa's onderzoeksrapporten die bewijzen dat
beweging en dieet een belangrijke rol spelen in deze ziektes. Het
resultaat is dus dat elke HD en ED eliminatiemaatregel gebouwd is op de
hypothese dat de problemen puur genetisch zijn. En dat is waarom deze
problemen er nog steeds zijn, niet opgelost zijn en met deze methode nooit
opgelost zullen worden.
Laten we terug gaan
naar het simpele feit dat deze ziektes niet bestonden, voor de grote
armoede van de dertiger jaren. En we gaan uit van de hypothese dat deze
ziektes genetisch bepaald zijn, dan moeten we onszelf toch de vraag
stellen; waar kwamen deze ziektes vandaan? Wat is de oorzaak geweest voor
het ontstaan en de snelle verspreiding? Waarom zijn ze nu zo
veelvoorkomend?
Basisbiologie laat
zien dat masale bot-kapotmakende genen niet zo plotseling kunnen ontstaan
in een hondenpopulatie en zich zo snel kunnen verspreiden. In 2 of 3
decennia, door alle rashonden heen, specifiek de honden van grote rassen.
Basisbiologie laat zien dat de genen altijd aanwezig moeten zijn geweest,
maar nooit een probleem zijn geworden, tot 1930. Het plotseling ontstaan
van HD en alle andere hondenskeletproblemen, is een sterke aanwijzing dat
er een ander grote verandering moet zijn geweest in de omgevingsfactoren,
rond die periode. Een verandering die ervoor gezorgd heeft dat een hele
groep van bot- en gewrichtsziektes zich heeft laten zien.
Natuurlijk moeten we
onszelf dan de vraag stellen "welke grote verandering in het leven
van de hond is ontstaan, rond 1930, die ervoor gezorgd heeft dat genen die
deze ziektes konden veroorzaken, zich zichtbaar hebben gemaakt. Zoals ik al
aangaf, hoeven we niet zo ver te kijken om het antwoord te ontdekken.
Gedurende de dertiger
jaren veranderde het dieet van onze hond drastisch. Tot die tijd voerden
mensen hun honden een evolutie-type dieet van rauwe voeding en weinig
graan.
In de dertiger jaren werd dit vervangen door gekookte granen, gekookt
vlees en beendermeel en een calciumsupplement. Het dieet was niet langer
rauw en het bevatte niet langer dierlijke producten (tenminste, nog
weinig), het bevatte geen botten, geen orgaanvlees, vis, vogels en bevatte
niet langer maag/darminhoud, de "plantaardigheden" die honden al
miljoenen jaren eten.
Tijdens deze
hongersnood van de jaren dertig zochten hondeneigenaren naar goedkope
alternatieven voor hun verse voeding die ze normaal aan de hond gaven,
maar nu zelf moesten eten. En wat ze ontdekten was graangebaseerde
afvalvoeding. Graanproducenten zagen de enorme winsten die ze konden
behalen. Het enige wat ze hoefden te doen was het graanafval te
verzamelen, er een goedkope eiwit- en calciumbron bij te gooien en een
sticker met "hondenvoer" op te plakken.
Voor het eerst in
miljoenen jaren van hondse evolutie werd onze honden vers rauw vlees
onthouden en werden ze gedwongen een dieet te eten dat gebaseerd was op
grote hoeveelheden gekookt graan, vleesmeel en beendermeel in combinatie
met kunstmatige calcium. Voor het eerst in hun lange evolutionaire
geschiedenis kregen honden niet meer het dieet dat ze evolutionair gezien
nodig hadden. In de daaropvolgende tientallen jaren begonnen fokkers
vervolgens steeds grotere exemplaren, met hoge groeisnelheid, voor de fok
te gebruiken en legden daarbij tevens steeds meer nadruk op overmatige
lichaamsbeweging.
Deze veranderingen -en
in het bijzonder de verandering in het dieet- bleken de ideale
omstandigheden om bepaalde genen tot expressie te laten komen in de vorm
van skeletafwijkingen.
De twee grootste
verschuivingen in hun dieet die onze honden vanaf 1930 hebben moeten
ondergaan, waren het verdwijnen van complete rauwe voedingsmiddelen, in
het bijzonder de rauwe vleesbotten, en de toevoeging van grote
hoeveelheden zetmeel. Het verdwijnen van rauwe vleesbotten uit het
hondenmenu betekent het verdwijnen van de normale calciumbron en
andere gezonde botvormende nutriënten uit hun dieet. Het gebruik van
zetmeel, een ogenschijnlijk onschuldige stof, als de belangrijkste
energiebron in het hondse dieet is ook bepaald niet onschuldig. Dit
probleem alleen is zelfs verantwoordelijk voor niet alleen het merendeel
van de botproblemen bij jonge pups, maar ook voor de meeste
degeneratieziekten bij oudere honden die opgegroeid zijn op op graan
gebaseerde dierenvoeding.
Dit nieuwe kunstmatige
honden (puppy)voer leidde tot zowel subtiele als duidelijke overdaad en
tekorten in de voeding, inclusief het compleet verdwijnen van beschermende
nutriënten die alleen in vers rauw voedsel voorkomen. We weten nu wat een
belangrijke voedingsbijdrage vers rauw kraakbeen levert voor normale
botgroei; in kunstmatige voeders ontbreekt deze essentiële voedingsstof
totaal. Wat er wel in deze kunstmatige voeders zit is kunstmatige calcium.
Kunstmatige calcium wordt in veel te hoge doseringen aan deze voeders
toegevoegd. We weten nu dat dit een belangrijke oorzaak is van
botafwijkingen en ziekten van het skelet, doordat het de normale groei van
de botten belemmert. Doordat het op zetmeel gebaseerd is, is dit nieuwe
kunstmatige hondenvoer bedoeld om snelle groei en vetafzetting te
bevorderen, zoals dat bij vee gebeurt.
Bij puppies die gedwongen worden
dit voer te eten, zien we dat ze een verhoogde groeisnelheid krijgen en te
dik worden. Dit komt deels doordat zetmeelrijke diëten schadelijke
hormonale veranderingen veroorzaken, in het bijzonder hyperinsulinaemia.
Een overmaat aan insuline is een sterke groeibevorderende factor. Insuline
bevordert vetopslag en het bevordert ook ontstekingsreacties. Het netto
resultaat was, en is nog steeds, grote fysiologische schade aan de
skeletten van opgroeiende pups, resulterend in pathologische botgroei die
kan worden samengevat als jonge ontstoken botten. Veel te zacht en te ziek
om het enorme gewicht te dragen waar ze vervolgens aan worden
blootgesteld.
De
catastrofale verandering in voeding (en lichaamsbeweging) begon vanaf de
dertiger jaren verwoestingen aan te richten in de botten en gewrichten van
onze honden en dat gaat vandaag de dag nog steeds door. Deze voor de
gezondheid schadelijke kenmerken van moderne diervoeding zijn sinds de
oorspronkelijke samenstelling in de dertiger jaren onveranderd gebleven;
deze schade is in het bijzonder duidelijk bij de grote en reuzenrassen,
die door hun genetische make up het meest kwetsbaar zijn.
Samengevat: overmatige
lichaamsbeweging veroorzaakt beschadigingen, botontstekingen en
botveranderingen in snelgroeiende botten van slechte kwaliteit. Genetisch
kwetsbare pups van grote rassen ontwikkelen botafwijkingen doordat hun
snel toenemende gewicht te veel is voor de ontstoken, zachte en misvormde
botten die het moeten dragen.
Zoals je kunt zien
zijn de oorzaken van heup- en elleboogdysplasie veel meer dan alleen
genetisch, maar er blijft nog een vraag: waar passen de genen in dit
verhaal? Als de genen de basis van het probleem vormen, waarom is het
probleem dan niet opgelost met het verwijderen van deze genen? Het
antwoord is simpel: we hebben het probleem niet opgelost, omdat de genen
niet zijn verwijderd.
Ondanks dat er al
jaren niet gefokt wordt met honden die (op röntgenfoto’s)
skeletafwijkingen hebben en er alleen gefokt is met honden met (relatief)
gezonde botten en gewrichten (op röntgenfoto’s) zijn de genen die de
problemen veroorzaken niet verdwenen. Waarom is dit het geval? Omdat
niemand gevraagd heeft: ‘welke genen proberen we te elimineren?’ De genen die we moeten
elimineren zijn zeer bekend. Ze spelen een rol in de meeste artikelen over
heup- en elleboogdysplasie, maar niemand heeft ze als zodanig herkend.
Zou het zo eenvoudig
kunnen zijn? Ja, dat zou kunnen: zo eenvoudig en zo moeilijk. Het grootste
probleem is dat deze genen ook coderen voor de rasspecifieke kenmerken van
de rassen die gevoelig zijn voor skeletafwijkingen bij jonge pups.
De genen die
predisponeren voor botproblemen bij jongen honden zijn dezelfde genen die
coderen voor de volgende eigenschappen: 1) grote maat; 2) hoge
groeisnelheid; 3) kleine spieren; 4) aanleg voor te dik worden en
tenslotte 5) genen die coderen voor slechte bouw,
of in andere woorden, genen die (vaak) coderen voor datgene dat het meest
specifiek is voor het ras.
De genen die we willen
elimineren om de bot- en gewrichtsproblemen op te lossen zijn nou net de
genen die we willen behouden! Om onze rassen in hun eigen herkenbare vorm
te behouden, moeten we nu juist de genen die predisponeren voor
botafwijkingen niet elimineren. Dit zijn precies de genen waarop we
selecteren als zijnde de genen die de unieke eigenschappen, het bijzondere
uiterlijk en karakter van de grote en reuzenrassen veroorzaken.
En zo kon het dus
gebeuren dat we sinds de dertiger jaren de ideale omstandigheden hebben
geschapen voor botproblemen in jonge honden, waarbij deze problemen in het
bijzonder voorkomen bij de grote, snelgroeiende, slecht bespierde, dikke
en slecht gebouwde rassen.
Zodoende is elke
poging om botproblemen bij jonge honden te elimineren door middel van een
genetische oplossing gedoemd te mislukken. Om het probleem van bot- en
gewrichtsafwijkingen bij onze jonge honden op te lossen, moeten we terug
naar de onderliggende factoren die de oorzaak waren dat deze problemen in
de dertiger jaren opdoken, de factoren die nu nog steeds een rol spelen.
Dit zijn de factoren die we moeten elimineren.
De sleutel voor het
elimineren van botproblemen bij jongen honden ligt in dieet en
lichaamsbeweging en dat zijn gelukkig de twee factoren die elke fokker en
eigenaar prima kan regelen.
We moeten met onze
honden weer terug naar het dieet en de lichaamsbeweging die gezien hun
evolutionaire ontwikkeling het meest geschikt voor ze zijn. Het
allerbelangrijkste is om moderne voedingsmiddelen te vinden die in
voedingsopzicht vergelijkbaar zijn met het evolutionaire dieet. En dat is
eenvoudig.
Een evolutionair dieet
is gebaseerd op 50 tot 60% rauwe vleesbotten, 20 tot 30% rauwe gepureerde
groente en fruit, 10 tot 20% organen, geen kunstmatige calcium,
gecombineerd met simpele toevoegingen zoals kelp, levertraan, visolie,
gemalen lijnzaad, eieren en yoghurt. Dit dieet moet niet in enorme
hoeveelheden gevoerd worden. Pups moeten langzaam groeien, zoals de natuur
het bedoeld heeft. Ze moeten voldoende voer krijgen om op zo’n 60 tot
70% van hun maximale groeicurve te blijven.
Lichaamsbeweging
volgens evolutionaire richtlijnen is essentieel: botten hebben normale
belasting nodig voor normale groei, noch te veel, noch te weinig.
De enige
‘botvriendelijke’ lichaamsbeweging voor jonge honden is SPELEN. Veel
spelen, geen ruwe spelletjes maar spel waarbij de puppy ophoudt zodra hij
moe wordt. Totdat de botten volgroeid zijn is dat de enige
lichaamsbeweging die hij zou moeten krijgen – zoals de natuur/God het
bedoeld heeft.
Als ze op deze manier
opgroeien zullen veruit de meeste pups een gezonde en stevige botstructuur
ontwikkelen, met weinig tot geen sporen van heup- of elleboogdysplasie.
Het is echter wel belangrijk om ons te realiseren dat zelfs als we ons aan
deze principes houden een klein percentage pups toch botproblemen zal
krijgen. Deze pups hebben genen die direct werken. Genen die tot expressie
komen onafhankelijk van dieet en lichaamsbeweging. Alleen in dat geval
zouden we kunnen overwegen deze individuen uit het fokprogramma te
verwijderen: dit individu bezit genen die we beslist niet willen.
Moeten we onze honden
nog steeds röntgenen? Ja! Door een röntgenschema te combineren met een
gezonde opfok creëren we een maximale kans op gezonde pups en kunnen we
die genen die verantwoordelijk zijn voor botproblemen elimineren. En
verder hebben we geen keus: we moeten de meeste predisponerende genen
behouden om de raskenmerken te behouden.
In
een notendop: gezonde opfok vereist dat pups langzaam groeien, slank
gehouden worden, geen kunstmatig calcium supplement krijgen, een
evolutionair soort dieet krijgen, met veel rauwe vleesbotten, organen en
groente gecombineerd met andere rauwe voedingsstoffen. Dit is de enige
logische manier om te zorgen voor normale gezonde botgroei. Totdat de
botten van de pup volgroeid zijn, zou hij als lichaamsbeweging alleen met
even oude en evengrote pups moeten spelen. Hiermee worden zijn botten
normaal belast en zullen ze normaal groeien.
Dit zijn de simpele
maar krachtige methodes waarmee de botten van honden al miljoenen jaren
gezond blijven. Met deze methodes is het mogelijk de meeste
jeugdbotproblemen te voorkomen, wat voor ‘nare’ genen er ook aanwezig
zijn.
Zit jij, als fokker of
als dierenarts of als hondeneigenaar, op het verkeerde spoor als het gaat
om het zorgen voor gezonde botten in jonge honden? Denk goed na voordat je
de ideeën in dit artikel afdoet als onzin. Als je deze eenvoudige maar
bijzonder effectieve methodes niet toepast, kan het fokken en laten
opgroeien van honden moeilijk en pijnlijk worden. Zeer kostbaar wat
betreft geld, emoties en genetisch verlies. Door het toepassen van deze
simpele en verstandige maatregelen wat betreft dieet en lichaamsbeweging
daarentegen, kan het opfokken van gezonde honden met een gezonde
botstructuur simpel en plezierig worden.
Van
belang is ook dat dierenartsen die zich tegen deze methodes keren vaak
geen idee en geen begrip hebben van het materiaal dat in dit artikel
gepresenteerd wordt. Ze hebben geen idee van de schade die moderne diëten
aanrichten bij huisdieren; ze hebben geen idee van de waarde van
evolutionaire voeding voor het bereiken van gezonde botten en gewrichten
en een gezonde oude dag.
Bovendien
hebben dierenartsen als beroepsgroep zeer veel belang bij het handhaven
van de status quo.
Het lijkt veel professioneler en is beslist veel
profijtelijker om de high tech benadering van heup- en elleboogdysplasie
te volgen. Het gebruik van gespecialiseerde röntgenfoto’s en
ingewikkelde heupscores die alleen door goedgetrainde dier-röntgenologen
toegepast kunnen worden, leidt tot elitairisme en genereert centen. Er is
geen eer of winst te behalen met het gebruiken van goedkope effectieve
oplossingen. Het doet er niet toe dat de high tech oplossingen zinloos
zijn. Integendeel, juist het feit dat ze zinloos zijn zorgt ervoor dat ze
blijvende waarde hebben voor de diergeneeskundige industrie. Zulke
procedures genereren juist omdat ze waardeloos zijn tot in de eeuwigheid
verdiensten. Heup- en elleboogdysplasie zijn alweer een belangrijke bron
van inkomsten geworden voor een diergeneeskundige industrie die helaas,
net als zijn humane tegenhanger, profiteert van slechte gezondheid als
gevolg van een ondermaats dieet.
Voor meer
gedetailleerde informatie over voeding en lichaamsbeweging voor jonge
honden volgens evolutionaire principes verwijs ik u naar mijn boek “Grow
your Pup with Bones”.
Copyright
Ian Billinghurst
http://tinyurl.com/o3b7e
Met dank aan de vertaalsters van
www.Barfplaats.nl
|