Geschiedenis peritoneaal dialyse.
In 1877 vond Wegner bij dier experimenten dat een geconcentreerde suiker oplossing, die enige tijd in de buikholte verbleef in volume toenam. In 1923 beschreef Ganter 2 patiënten bij wie hij intermitterend fysiologisch zout in de peritoneaal holte liet lopen. Hierbij bleek dat de uitgelopen vloeistof na een uur bijna evenveel ureum bevatte als het bloed en hij vond dat er verbetering van de uraemie optrad. Uiteindelijk had dit toch geen succes. De ontdekking is ook toegeschreven aan Rosenack, die waarnam dat de klinische conditie van uraemische patiënten met ascites en pleura effusies verbeterde na verwijdering van dit vocht, zoals bekend komen bij uraemische patiënten steriele ontstekingen van de sereuze vliezen, zoals peritoneum en pleura voor, waarbij zich grote hoeveelheden vocht kunnen vormen. In de volgende jaren werden diverse pogingen ondernomen om op deze manier patiënten in leven te houden. Het werd steeds duidelijker dat het mogelijk was ureum uit het lichaam te verwijderen, maar succes bleef voorlopig uit. Als eerste in ons land paste Formijne deze techniek toe bij 2 patiënten met uraemie in 1946. In dat jaar beschreven ook Seligman, Frank en Fine de klinische toepassing van  peritoneaaldialyse waarbij schone dialyse vloeistof in de buikholte wordt gebracht en het buikvlies als dialyse membraan wordt gebruikt. Het was hun al gelukt om anefrische honden langere tijd in leven te houden met behulp van twee katheters waardoor continu dialysaat werd geleid. De honden stierven niet door de uraemie maar tengevolge van infecties langs de katheters. Een patiënt met een acute nierinsufficiëntie kon op deze manier in leven worden gehouden. In het begin van de vijftiger jaren hadden enkele tientallen patiënten over de hele wereld dank zij deze techniek hun acute nierinsufficiëntie overleefd.

Geleidelijk begon een nieuwe methode terrein te winnen waarbij gebruik werd gemaakt van maar 1 katheter waardoor het dialysaat werd ingebracht en na een bepaalde verblijftijd ook weer werd verwijderd. Voor dit in en uitlopen werden semi-automatische machines  ontwikkeld, de cyclers, waardoor de wisselingen onder meer steriele omstandigheden konden plaatsvinden. De Nederlandse arts Boen paste deze techniek aan het eind van de jaren '50 en het begin van de jaren '60 voor het eerst toe als intermitterende peritoneaaldialyse of IPD. Vooral zijn werk in het Binnengasthuis in Amsterdam en later in Seattle leidde tot toepassing op grotere schaal van de intermitterende peritoneaaldialyse en door hem werd ook meer bekend over de functie van het peritoneum als dialyse membraan. De toegang tot de peritoneale holte was nog steeds het grootste probleem bij de langdurige toepassing van peritoneaaldialyse. Voor een korte periode bij acute nierinsufficiëntie bleek de methode heel geschikt, maar chronische toepassing lukte niet door het vaak  optreden van ernstige peritonitis. Verder bleken de herhaalde puncties voor iedere behandeling te arbeidsintensief en te belastend voor de patiënt. De chronische nierinsufficiëntie kan sinds 1965 worden behandeld met een peritoneaaldialyse machine. De patiënt komt hiervoor 3 keer per week naar een dialyse centrum waar hij meestal 's nachts wordt behandeld. Omdat de creatinine klaring in vergelijking met hemodialyse beduidend lager ligt, is met IPD een behandeling van 3 keer per week  10 tot 12 uur noodzakelijk.
Toen in 1968 de Tenckhoff katheter werd geïntroduceerd, die wel voldeed als langdurige toegang tot de buikholte, ontstond de mogelijkheid om ook chronische peritoneaaldialyse toe te passen. De methode van de continue ambulante peritoneale dialyse of CAPD, gepubliceerd door Popovich en Moncrief in 1976 heeft tot een grote toename en populariteit geleid van de peritoneaaldialyse. Het is een vorm van peritoneaaldialyse, waarbij de behandeling zonder onderbreking 24 uur per dag en alle dagen van de week plaats vindt, terwijl de patiënt ambulant blijft. De resultaten werden nu vergelijkbaar met hemodialyse, wat betreft klaring  en ultrafiltratie. Tegenwoordig worden ongeveer 25% van de patiënten met een terminale nierinsufficiëntie met CAPD behandeld.

Made by O.S. Haakma - 2001.