Een vleermuis IN huis, wat nu?
Soms vergist een vleermuis zich en komt deze IN huis terecht.
Dat is niet de bedoeling en als ze de weg terug niet kunnen vinden, vliegen ze een tijd rond. Meestal is het dan voldoende om 's avonds
even een raam open te zetten, zodat de vleermuis naar buiten kan.
Een aantal vleermuizen IN huis, wat nu?
In de zomer en herfst breekt voor veel vleermuizen de paartijd aan. Ze bezoeken dan vaak plekken waar ze kunnen baltsen en paren. Vaak zijn dat plekken die bij de vleermuizen bekend zijn, zoals mogelijke winterverblijfplaatsen, maar dat kunnen ook heel andere plaatsen zijn. Men vermoed dat ze op die manier soms ook gebruik maken van een leegstaand huis (bijv. in de vakantietijd), waar een raam open is blijven staan. Als de bewoners dan van vakantie terugkeren treffen ze een hele club vleermuizen aan, met alle commotie van dien. Ook in dat geval volstaat meestal om 's avonds een raam open te zetten en ze actief naar buiten te jagen.
Door vleermuizen gaat steeds het inbraak-alarm af
Soms gaat door een of meer rondvliegende vleermuizen het inbraak-alarm af. Dat kan heel vervelend zijn, vooral als daardoor
de bewakingsdienst of de politie steeds moet uitrukken. Vaak is dit eenvoudig te verhelpen door het alarm minder gevoelig af te stellen:
deze was immers niet bedoeld voor kleine vleermuizen maar voor grote boeven!
Kunnen zij ziektes overbrengen?
Net als vele andere wilde dieren (en huisdieren) kunnen ook vleermuizen ziektes overbrengen. Vaak worden vleermuizen in een adem genoemd met rabies
of hondsdolheid. Deze ook voor mensen gevaarlijke ziekte komt, net als bij diverse andere zoogdieren, inderdaad ook bij vleermuizen voor.
In Nederland is de ziekte maar bij twee soorten aangetroffen, de laatvlieger en de meervleermuis. Bij die laatste ging het maar om enkele incidentele gevallen,
maar bij de laatvlieger blijkt het iets vaker voor te komen. Bij ruim 20% van de zieke of doodgevonden laatvliegers was dit virus de doodsoorzaak. Dat betekent trouwens
dat het merendeel (80%) van de laatvliegers doodgaat aan andere oorzaken (zoals ouderdom), dus de ziekte speelt hier geen sleutelrol. Het betekent echter wel, dat we moeten oppassen
met zieke of dode laatvliegers (en meervleermuizen). Nu krijg je ook daarvan niet zomaar rabies, dat kan alleen als je door zo'n dier gebeten wordt.
Laatvliegers en meervleermuizen zijn op zich
goed van diverse andere Nederlandse vleermuizen te onderscheiden, omdat ze tamelijk groot zijn: van kop tot staart 8-10 cm. De vleermuizen die in
Nederland meestal worden gevonden zijn veel kleiner, bij deze komt rabies niet voor. Toch wordt geadviseerd om vleermuizen altijd voorzichtig te behandelen en ze
zo min mogelijk met blote handen aan te raken. Dat advies geldt eigenlijk voor alle wilde dieren, deze zijn immers niet tegen allerlei ziektes ingeent, zoals
huisdieren! Wordt men onverhoopt toch gebeten, neem dan contact op met de huisarts.
Een kolonie vleermuizen in bijv. de spouw van een huis levert geen enkel risico op!
Een vleermuis die niet wil vliegen
Soms vindt men een vleermuis buiten tegen de muur of op de grond die niet meer wil vliegen. Dat betekent in de regel dat er iets mis is, want een gezonde vleermuis zou
normaliter weg moeten kunnen komen, ook overdag en ook vanaf de grond. Het beste kunt u dan contact opnemen met uw gemeente of met een vleermuisdeskundige bij u in de omgeving. Zie voor een adressenlijst bij de
VLEN, neem anders contact op met een lokale dierenambulance. Lukt dat allemaal niet zo gauw
(het gaat hier tenslotte vaak om vrijwilligers), kijk dan hieronder.
Eerste hulp voor een vleermuis
Een zieke of gewonde vleermuis moet door een deskundige worden behandeld. Toch zijn die niet altijd direct voorhanden. Dan kan men toch wel alvast wat doen voor het arme dier.
Als er geen zichtbare verwondingen zijn, bijv. aan de vleugels, is het dier misschien tijdelijk verzwakt. Bijv. een nog jong en onervaren dier, dat aan het einde van de nacht zo gauw geen
geschikt dagrustverblijf heeft kunnen vinden. Vaak is het dan voldoende om te proberen het met een theelepeltje enkele druppels water aan te bieden, zodat het kan drinken. Vervolgens kan
het dan zolang in een vogelnestkastje worden geplaatst, van waaruit het dan zelf weg kan vliegen als de tijd gekomen is. Lukt dat niet, wacht dan rustig op hulp van een deskundige.
Ga niet zelf zitten aanmodderen met zo'n dier, want daar komt nog heel wat bij kijken. Raak het zo min mogelijk met blote handen aan en laat je zeker niet bijten!
Vleermuizen in de spouw, kan dat kwaad?
Nee, dat kan geen kwaad. Eventuele ziektes kunnen alleen worden overgebracht wanneer men wordt gebeten door een zieke laatvlieger (zie boven). Normaal uit een spouw vliegende vleermuizen brengen dus geen ziektes over.
Schade aan de woning kan vrijwel niet worden aangericht, want knagen kunnen ze niet (hebben ze de tanden niet voor), hun mest is droog en korrelig, en bovendien doen ze hun behoeften grotendeels buiten de deur.
Wel kan men wat mest en urinesporen aantreffen onder de in- en uitvliegopening, maar dat is doorgaans geen groot probleem. Bovendien zitten vleermuizen in de regel maar tijdelijk op een plek, meestal verhuizen ze
om de paar weken.
Heeft men toch overlast van vleermuizen, neem dan contact op met uw gemeente of met een vleermuisdeskundige in de omgeving. Dan kan in overleg misschien iets worden gedaan om de hinder te beperken. Zie voor een adressenlijst bij de
VLEN. Bedenk wel steeds dat het meestal gaat om vrijwilligers, die het ook maar in hun vrije tijd moeten doen. Bij de VZZ is men overigens ook geinteresseerd in kolonies
voor een landelijk project om ze te tellen.
Vleermuizen zijn trouwens wettelijk beschermd, dus mogen ze niet zomaar bestreden worden!
Wat is de grootste en de kleinste?
In Nederland is de grootste soort de vale vleermuis Myotis myotis, met een lengte van kop tot staart van 67-79 mm en een spanwijdte van 35-45 cm. De kleinste is de (gewone) dwergvleermuis Pipistrellus pipistrellus met een lengte van 36-51 mm en een spanwijdte van
18-24 cm. De grootste vleermuis ter wereld is de grote kalong Pteropus vampyrus uit Zuidoost Azie en Australie met een lengte van 42 cm en een spanwijdte van 170 cm. De allerkleinste is de hommelvleermuis Craseonycteris thonglongyai uit Thailand met een lengte van 29-33 mm en een spanwijdte van 15-16 cm (foto).
Hiermee is de laatste een van de kleinste zoogdieren ter wereld. Het is de kleinste wat betreft de afmetingen, maar niet de kleinste wat betreft het gewicht. Dat is namelijk de wimperspitsmuis Suncus etruscus uit het gebied rond de Middellandse Zee (foto). Deze weegt
namelijk maar 1.2-2.7 gram en de hommelvleermuis 1.5-3.0 gram.
Zijn ze blind?
Nee, vleermuizen zijn niet blind, al was het maar om te weten wanneer het dag of nacht is. Ze kunnen best goed kijken. Hun zicht is echter niet voldoende om 's nachts mee rond te vliegen, laat staan om zo muggen te vangen.
Daarvoor gebruiken ze hun sonar (zie verder). In de tropen leeft ook een groter type vleermuizen, kalongs of vliegende honden, dat geen sonar heeft en zich geheel op het zicht (en reuk) orienteert. Zij hebben dan ook juist hele grote ogen (en een lange snuit).
Waarom hangen vleermuizen op hun kop?
Over deze vraag hebben al veel onderzoekers zich gebogen. Vleermuizen hebben allerlei aanpassingen waarmee ze heel handig op hun kop kunnen hangen. Zo zijn hun knieen 180 graden gedraaid en hebben ze een speciaal slot op hun klauwtjes, zodat ze daaraan kunnen hangen zonder moe te worden.
Ook is het handig om meteen weg te kunnen vliegen, door je even te laten vallen. Dat is al helemaal handig als je met zijn velen in een grot of op een kerkzolder hangt. Bovendien kan je als vleermuis zo op een betrekkelijk veilige manier hangen, op plaatsen waar hongerige roofdieren
je niet makkelijk kunnen pakken.
Daarmee is de vraag nog niet beantwoord waarom ze dat dan ooit zijn gaan doen. Vermoedelijk hangt het samen met het feit dat vele soorten vleermuizen een bepaald soort diepe rust kennen (torpor), waarbij ze hun lichaamsfuncties op een heel laag pitje kunnen zetten.
Dat is handig om perioden van voedselschaarste te overbruggen, zeker als je van insecten leeft. Insecten vliegen namelijk alleen maar bij gunstige weersomstandigheden. In Nederland passen vleermuizen 's zomers deze truc vaak overdag toe en bij slecht weer.
's Winters kunnen vleermuizen dat heel lang volhouden, dan gaan ze maandenlang in een diepe winterslaap.
Om dat te kunnen doen, moesten ze dus wel een manier ontwikkelen om zonder enige inspanning (energieverlies) toch op een veilige plaats te kunnen verblijven. Hangen met de voeten op slot bleek voor hen de beste oplossing.
Als mensen lang op hun kop staan zakt door de zwaartekracht bloed van hun benen en lijf naar hun hoofd, wat op den duur vervelend kan worden. Vleermuizen zijn zo klein, dat de afstand waarover druk in hun bloed zich zou kunnen opbouwen zo klein is dat dit geen noemenswaardig drukverschil oplevert. Dat kunnen ze makkelijk opvangen door de bloedvaten bij hun hoofd wat meer samen te trekken. Dus hebben zij nergens last van.
Sonar
Alle Europese soorten vleermuizen hebben sonar. Ze zenden zelf geluiden uit en luisteren daarna naar de echo hiervan. Aan de hand hiervan kunnen zij niet alleen een goed beeld krijgen van de omgeving, maar ook van de prooien (vliegende insecten) die ze willen vangen.
De meeste soorten zenden die geluiden uit via hun bek, maar de hoefijzerneuzen doen dat via hun neus: deze heeft dan ook een rare vorm, die wat lijkt op een hoefijzer. Hiermee kunnen ze de geluiden goed richten.
Waarom is sonar ultrasoon?
De sonar van de meeste soorten is voor ons niet hoorbaar, omdat ze (soms ver) boven onze gehoorgrens liggen (ultrasoon). Dat heeft natuurlijk een reden. Het is een wet uit de natuurkunde, dat je dingen alleen maar kunt waarnemen als ze groter zijn dan 1x de golflengte die je
gebruikt. Denk maar aan het feit dat je geen dingen door een microscoop kunt zien, die kleiner zijn dan de golflengte van het zichtbare licht. Wanneer je als vleermuis een prooi ter grootte van een klein insect (bijv. een mug) wilt vangen met geluid, moet je dus ook een
golflengte gebruiken die kleiner is dan die prooi. Dat betekent dus heel korte golven en dat betekent heel hoog geluid.
Ultrasoonontvangers/batdetectors
De sonar van vleermuizen kunnen we vrijwel nooit gewoon horen, alleen van sommige grote soorten kunnen sommige (jonge) mensen een deel van de sonar horen. Daarom zijn er apparaten ontwikkeld om die geluiden voor ons hoorbaar te maken. We noemen dat
ultrasoonontvangers of op zijn Engels batdetectors. Er zijn verschillende manieren waarop dat electronisch kan, met verschillende prijskaartjes. De mooiste methode (time-expansion) is meteen ook de duurste, maar gelukkig kan je ook heel goed met andere systemen die geluiden
hoorbaar maken. Ultrasoonontvangers zijn in Nederland maar op enkele plaatsen te koop. Het grootste assortiment heeft BioQuip in Leiden, de eenvoudigste typen kosten rond de Eur 100,=, maar de meeste zijn duurder. Er is ook een nog eenvoudiger type te koop bij Cees Bakker voor rond de Eur 50,=. Verder zijn er via Internet enkele bouwschema's te vinden als je zo'n ding zelf zou willen bouwen. Zie o.a. bij de links. Om een detector te testen staat er een geluidsopname van sonar hier, zie bij punt 6.
Hoe vangen ze hun prooi?
De Europese vleermuizen zijn allemaal insecteneters (hoewel de grote rosse
vleermuis uit Zuid Europa ook wel kleine zangvogels eet), die hun prooi opsporen
met sonar. Hebben ze eenmaal een prooi opgespoord, dan bundelen ze hun sonar
op die prooi, voeren de zgn. pulsherhalingsfrequentie op (meer pulsen per
seconde) en voeren ook de frequentie van de toonhoogte op. Hierdoor krijgen
ze zeer gedetailleerde informatie over hun prooi en hoe die te vangen. Op de
ultrasoonontvanger is dat goed te horen, we noemen dat dan een vangstbuzz.
Het vangen zelf kan op allerlei manieren plaatsvinden. Een vliegend insect
wordt als dat kan soms met de bek gevangen, maar meestal met de vlieghuid of
staarthuid. Die fungeert dan als een soort vangnet, waaruit de prooi met de
bek wordt gepakt. Watervleermuizen en meervleermuizen vangen op het water
liggende insecten meestal met hun achterpoten. Daartoe hebben ze relatief
grote klauwen, waarmee ze de prooi opharken. Soms kunnen dat zelfs kleine
vissen zijn.
Sommige soorten zijn zgn. gleaners, zij sporen prooien op die op bladeren
zitten of zelfs op de grond. Hiertoe hebben ze een speciaal type sonar, met hoge
pulsherhalingsfrequentie en vaak ook tamelijk zacht. Dit levert natuurlijk weer heel gedetailleerde
informatie op. Die soorten zijn hieraan aangepast doordat zij ook relatief
grote oren hebben. Een van die soorten, de grootoorvleermuis, gaat zelfs zo
ver dat deze zich vooral ook richt op de geluiden die de prooien (insecten)
zelf maken, geritsel op de grond of zoemende vleugels. Zelf maakt de
grootoorvleermuis voor ons dan nog maar nauwelijks hoorbare "fluister"sonar (waardoor
hij ook moeilijk in kaart te brengen is). Vervolgens stort deze soort zich
op de prooi, dat kan gewoon op de grond zijn. Ze kunnen ook gewoon weer van
de grond opvliegen, iets wat de meeste soorten vleermuizen wel kunnen
trouwens.
Hoe snel vliegen ze?
In het donker lijkt het net of vleermuizen heel snel kunnen vliegen. Toch vliegen
ze in werkelijkheid langzamer dan de meeste vogels. Tijdens de jacht vliegt de
gewone dwergvleermuis meestal 18 km/uur, de laatvlieger 22-25 km/uur en de
rosse vleermuis 29-43 km/uur.
Hoe oud kunnen ze worden?
Vleermuizen kunnen behoorlijk oud worden. Kleine zoogdieren leven meestal maar kort, muizen en spitsmuizen bijvoorbeeld leven hoogstens een jaar of twee.
Vleermuizen kunnen echter vele jaren oud worden, tenminste als ze hun eerste levensjaar hebben overleefd. De kleinere soorten kunnen 15-20 jaar oud worden, de grotere soorten wel 30-35 jaar en misschien nog wel ouder!
Bevruchting en draagtijd
Bij de Watervleermuis, een vrij kleine soort, worden de eicellen niet direct na de paring bevrucht. De zaadcellen worden bewaard in de baarmoeder van het vrouwtje en worden daar gedurende de winterslaap in leven gehouden. De rijping van de eicel, de eisprong, de bevruchting en de daarop volgende embryonale ontwikkeling vindt pas na de winterslaap in het voorjaar plaats. De draagtijd is moeilijk vast te stellen, omdat meestal niet bekend is wanneer bovenstaande heeft plaatsgevonden, maar wordt geschat op 45-70 dagen. Ze krijgen meestal maar 1 jong per jaar.
Bij de meeste andere soorten gaat dit ongeveer net zo, alleen kan bij grotere soorten de draagtijd soms wat langer zijn. Een soort als de Dwergvleermuis krijgt iets vaker een tweeling dan andere soorten.
Waarom vliegen ze 's nachts?
Vleermuizen jagen ´s nachts, omdat dat ze dan minder concurrentie hebben van
andere dieren (vooral vogels) die ook op insecten jagen. Daarnaast hebben ze
´s nachts minder te vrezen van roofvogels.
Hebben ze vijanden?
Het spreekt vanzelf dat ook vleermuizen natuurlijke vijanden hebben. Vooral tijdens de winterslaap zijn ze kwetsbaar,
als ze zich maanden achtereen nauwelijks kunnen verweren (zie ook bij: Waarom hangen ze op hun kop? ).
Dan hebben ze geen verweer tegen allerlei roofdieren, zoals marterachtigen en alleseters zoals ratten en bosmuizen.
Daarom proberen ze buiten bereik van deze dieren te blijven door op onbereikbare plaatsen weg te kruipen of te gaan hangen.
Ze kiezen hiervoor ook donkere plekken uit, omdat dan vogels (zoals de Vlaamse gaai) ze niet op het gezicht kunnen vinden om ze te vangen.
Toch lukt het ze niet altijd om een geschikte plek te vinden en worden ze dan toch gevangen.
Tijdens hun nachtelijke jachtvluchten hebben ze nauwelijks vijanden. Alleen de boomvalk gaat soms wel speciaal op jacht in de avondschemering of bij
volle maan, om te proberen vroeg vliegende vleermuizen te vangen (zoals rosse vleermuis en dwergvleermuis). Dat lukt ze inderdaad wel eens, daar zijn diverse zichtwaarnemingen van bekend. In 2004 werden op een nest van een boomvalk bij Amersfoort de resten gevonden van minstens 8 rosse vleermuizen, dus deze boomvalk was hier erg goed in geworden!
In en bij de kolonie lopen vleermuizen ook wel gevaar. Uilen (in het bos) en huiskatten (in de bebouwing) kunnen uitvliegende of invliegende
vleermuizen vangen, omdat dan grote aantallen op een bijna voorspelbare manier langsvliegen. Vooral jonge vleermuizen kunnen gevangen worden als ze nog wat onhandig
nabij de uitvliegplaats van de kolonie rondhangen.
Overdag vliegende vleermuizen
Soms worden ook overdag vliegende vleermuizen gezien. Dat is vooral het
geval in het najaar (augustus-oktober) en in het vroege voorjaar (april).
Het gebeurt vooral in de (na)middag, bij droog, helder en windstil weer. Meestal gaat het maar om 1 enkele
vleermuis, maar vooral in het najaar kan het ook om een groep vleermuizen
gaan.
De meeste overdag vliegende vleermuizen zijn aan het fourageren of aan het
drinken (boven water). Soms komt het doordat zij zijn
verstoord op hun dagrustplaats. Langs de kust worden wel eens vleermuizen
gezien die over zee aan komen vliegen. Deze zijn meestal op trek geweest,
vervolgens verdwaald en er niet in geslaagd om tijdig een dagrustplaats te
vinden. Zodra ze bij de kust komen worden zij dan vaak door meeuwen gevangen
en opgegeten.....
Dat vleermuizen soms overdag fourageren komt vermoedelijk omdat ze er niet
in zijn geslaagd om voldoende voedsel te vangen in de voorgaande nachten,
maar wel grote behoefte hebben aan voedsel. Dat ze te weinig hebben gevangen
kan komen door slechte weersomstandigheden of omdat ze nog jong zijn en
onervaren. Soms ook profiteren ze gewoon van het feit dat er plotseling veel
voedsel is te vangen (insecten). Een grote voedselbehoefte hebben ze vooral
voor en na de winterslaap.
Uit Midden Europa is bekend dat groepen rosse vleermuizen soms ook overdag
te zien zijn terwijl ze op trek zijn, dan vliegen ze meestal hoog en in een bepaalde
richting, zonder veel te fourageren. In Nederland is dat nog nooit waargenomen.
Ook in de winter worden wel eens overdag vliegende vleermuizen gezien,
vooral op warme dagen. Er wordt aangenomen dat ze dat dan vooral doen om te
drinken (zo'n winterslaap duurt lang en daar krijg je dorst van). Omdat ze
daarvoor moeten vliegen, wat veel energie kost, proberen ze meteen wat te
eten om dat op te vangen. Omdat het ontwaken uit een winterslaap kan
gebeuren op allerlei momenten op de dag, en ze willen proberen zo kort
mogelijk wakker te blijven, kan dat rondvliegen dus ook midden op de dag zijn.
(bron: o.a. Speakman, 1990).
De soorten die het vaakst worden gezien zijn de rosse vleermuis, de dwergvleermuis
en de ruige dwergvleermuis. De rosse vleermuis is vrij groot, ongeveer zo groot als een
spreeuw, met tamelijk lange en slanke vleugels. Hun roepjes en sonargeluiden zijn voor veel
mensen goed te horen (als heel hoog gepiep), vooral door jonge mensen. De beide soorten
dwergvleermuizen zijn veel kleiner, iets kleiner dan een mus. Hun sonar is niet te horen,
maar soms wel af en toe een contactroep (social call).
Overdag vliegende vleermuizen zijn altijd een leuk gezicht, want dan kan je ze eindelijk
eens goed bekijken!
Trekgedrag
In de winter zijn er maar weinig insecten om te vangen. Daarom gaan de Nederlandse
vleermuizen allemaal (voor korte of lange tijd) in winterslaap. Meestal vinden ze geschikte plekken om dat te doen
in de omgeving, soms moeten ze daar wel enige tientallen kilometers voor vliegen.
Enkele soorten gaan hiervoor echt op trek, zoals de ruige dwergvleermuis, de meervleermuis,
de rosse vleermuis en de tweekleurige vleermuis. De rosse vleermuizen die in
Midden en Noord-Europa leven gaan bijna allemaal op trek. De winters zijn daar zo streng,
dat overwinteren in holle bomen hier moeilijk is. In Nederland valt dat wel mee, maar misschien
trekt toch een deel weg. Op de Britse eilanden trekken ze in het gehhel niet. Uit Midden Europa is bekend dat ze ook in groepen trekken, wat soms
ook overdag is te zien.
Van de meervleermuis en de ruige dwergvleermuis is dat het best bekend, omdat bij die soorten
ringonderzoek is gebeurd. De ruige dwergvleermuis trekt het verst, tot 1200 km. De meervleermuis trekt
iets minder ver, tot 300 km. Omdat rosse vleermuizen in de nazomer vaak al in de namiddag
gaan vliegen (zie boven) en ook de trek in die periode valt, is hiervan in enkele gevallen ook
wat trekgedrag gezien. Dan vlogen ze namelijk overwegend in zuidelijke richting.
De tweekleurige vleermuis is een dwaalgast uit Scandinavië, hiervan komen bijna elk jaar wel een paar dieren
in Nederland terecht.
Kolonies melden
De Vleermuiswerkgroep Nederland en de VZZ hebben in 1995 het programma ZOOGDIERMONITORING gestart om de aantallen vleermuizen in Nederland te kunnen volgen. Op die manier kan worden nagegaan of het goed of slecht gaat met onze vleermuizen. Heeft u een kolonie in uw huis, dan zou het heel
nuttig zijn als u daaraan wilt meedoen. Neemt u dan vooral contact op met de VZZ. Hiermee kunt u bijdragen aan een betere bescherming van deze leuke en heel nuttige dieren!
Beschermingsmaatregelen
U kunt op allerlei manieren bijdragen aan de bescherming van vleermuizen. In en om het huis kunt u dat doen door uw tuin zo in te richten dat er veel nachtinsecten (voedsel) rondvliegen, ook kunt u dagverblijfplaatsen maken,
zoals door het uitveilen van ventilatiespleten in de spouw of eventueel het plaatsen van vleermuiskasten (zie hieronder). In stadsparken of jonge bossen kunnen vleermuiskasten zelfs nog beter helpen. Ook kunt u zorgen voor voldoende
winterverblijfplaatsen, bijv. door oude vervallen ondergrondse ruimtes goed in te richten of zelfs nieuwe aan te leggen (zie onder). Doe dat alleen nooit op eigen houtje, maar neem contact op met een deskundige van de
VLEN-VZZ.
Natuurlijk kunt u ook bijdragen aan de bescherming van vleermuizen door u aan te sluiten bij een organisatie die zich daarvoor inzet. De landelijke organisatie
voor vleermuizen is de VLEN (Vleermuiswerkgroep Nederland), een onderdeel van de Zoogdiervereniging VZZ (Vereniging voor Zoogdierkunde en Zoogdierbescherming). Daarnaast
zijn er in sommige provincies regionale zoogdier/vleermuis-werkgroepen waar u zich bij kunt aansluiten.
Vleermuiskasten
Voor vleermuizen kunnen speciale kasten worden opgehangen. Deze kunnen dan worden gebruikt als dagverblijfplaats. In de bebouwde kom maken vleermuizen van zo'n kast maar beperkt gebruik. Hier vinden vleermuizen in de regel voldoende verblijfplaatsen in spouwmuren, achter beschot, onder dakpannen of op sommige zolders. In de nazomer kunnen vleermuiskasten hier wel tijdelijk door dwergvleermuizen worden gebruikt als paarplaats.
Vleermuiskasten worden soms goed door vleermuizen als tijdelijke verblijf- of paarplaatsen gebruikt in bossen met weinig natuurlijke holten. Dat is meestal het geval in (tamelijk) jonge bossen. Het duurt namelijke vele jaren voordat
spechteholen zover naar boven toe zijn uitgerot, dat ze geschikt worden voor vleermuizen. Bossen krijgen meestal pas geschikte holten als de bomen ouder zijn dan 80 jaar! In Nederland zijn veel bossen jonger, dan kunnen vleermuizen geholpen worden met vleermuiskasten. Maar bedenk wel dat kasten vaak ongeschikt zijn voor kolonies (te klein) en als overwinteringsplaats (te weinig isolatie). Het is veel beter en natuurlijker om dode bomen in bossen te sparen en de spechteholen daarin wat versneld te laten uitrotten. Soms echter is ook dat iets van te lange adem en kunnen vleermuiskasten tijdelijke wat verlichting brengen.
Het ophangen van vleermuiskasten als compenserende maatregel voor het kappen van oude bomen met holtes werkt dus niet. Zij kunnen geschikte boomholtes nooit evenaren omdat zij te klein en ongeschikt zijn voor kolonies en ongeschikt voor overwintering!
Een vleermuiskast moet minimaal op een hoogte van 3.5 m worden opgehangen, maar nog beter is een hoogte tussen de 4.5 en 6 m. De voorkant kan het beste gericht zijn op het zuidwesten, het zuiden of het zuidoosten. Bij het gebruik van meerdere vleermuiskasten kunnen die het beste worden opgehangen op ongeveer 30 m afstand van elkaar. Dan kunnen ze plaats bieden aan verschillende paargroepen in het najaar, maar ook aan kolonies in voorjaar en zomer. Of kasten gebruikt worden is meestal goed te constateren door de keuteltjes die ze achterlaten, sommige kasten hebben daarvoor speciale opvangricheltjes onderaan. Ook kan 's avonds gekeken worden of er vleermuizen uitvliegen. Als een kast na 2 jaar nog niet is gebruikt kan er beter een andere plek worden gekozen.
Er zijn verschillende typen in gebruik, die verschillen in vorm van de leefruimte. Ze hebben allemaal een in- en uitvliegopening aan de onderzijde. Er zijn allerlei typen in de handel, soms zelfs in tuincentra. Gebruik bij houten kasten geen houtconserveermiddelen, dat stinkt teveel voor ze.
De meest degelijke zijn gemaakt van houtbeton, zie bijv. bij Waveka. Er zijn ook bouwschema's (van een houten kast).
Voor meer info over vleermuiskasten en het ophangen daarvan kijk dan ook hier. Lees ook dit.
Winterverblijven
Op plaatsen waar weinig bestaande winterverblijfplaatsen zijn, kunnen ook nieuwe gebouwd worden. Dat kan op verschillende manieren, afhankelijk van het beschikbare materiaal en menskracht. Het beste kan men
hiervoor contact opnemen met de VLEN-VZZ voor een deskundig advies. Dat advies heeft betrekking op de volgende punten:
Ligging in het landschap. Het is belangrijk dat de nieuwe verblijfplaats wordt gebouwd op een plek waar ook daadwerkelijk vleermuizen voorkomen, van de soorten die in zo'n verblijfplaats te verwachten zijn.
Hierbij gaat het om soorten als watervleermuis, meervleermuis (kuststreek), baardvleermuis, grootoorvleermuis en franjestaart (Oost en Midden Nederland).
Hoge luchtvochtigheid. De luchtvochtigheid moet zo dicht mogelijk in de buurt van de 100% komen, onder de 90% nemen de kansen flink af. Dit is noodzakelijk om uitdroging tijdens de lange winterslaap te voorkomen.
Lage temperatuur. De temperatuur moet gedurende de winter liggen tussen de 0 en de 8 graden Celsius. In bijzondere gevallen (zachte winters, bijzondere soorten) zijn ook temperaturen tot 10 graden Celsius mogelijk.
Deze temperatuur moet bovendien zo constant mogelijk zijn. Het mag zeker niet vriezen, want daar kunnen vleermuizen niet tegen.
Isolatie van de kelder kan worden bereikt door een dikke isolerende laag aarde erover aan te brengen. Voorkom ook dat de zon op de ingang kan schijnen, anders kan het binnen te veel opwarmen.
Geen verstoring. Tijdens de winterslaap moeten vleermuizen
zo min mogelijk worden gestoord. Elke keer extra ontwaken kost zoveel energie
dat ze hun winterslaap met 3-4 dagen moeten bekorten. Het is dus zaak om de
vleermuiskelder met rust te laten, tenminste in de periode oktober t/m
april.
Wegkruipmogelijkheden. Vleermuizen kruipen graag
weg in spleten en gaten. Niet alleen scheelt dat in predatiekans, bovendien
zitten ze dan extra beschut tegen klimaatswisselingen. Spleten en gaten in wand
of plafond kunnen op allerlei manieren worden aangebracht.
Frisse lucht. Er mogen geen vieze luchtjes hangen, bijv. afkomstig van de opslag van onwelriekende goederen.
Duisternis. Het moet in de verblijfplaats tamelijk donker zijn. Dat is waarschijnlijk nodig om predatie van vogels, zoals kraaiachtigen, te voorkomen. Die zien namelijk niets in het donker!
Voldoende groot. De inhoud van de verblijfplaats moet tenminste 40 m3 zijn. Anders heeft het buitenklimaat te veel invloed op schommelingen in de temperatuur.
Geduld hebben! Het duurt vaak een aantal jaren voordat vleermuizen de verblijfplaats ontdekken. Een voormalige waterkelder in het Gooi bleef na inrichting voor vleermuizen eerst 13 jaar ongebruikt.
Toch werd hij ontdekt door watervleermuizen en een grootoorvleermuis. De eerste keer zaten er 10 in, vervolgens 26, 33, 32, 48, 53 etc, in 2005 waren het er 103, met inmiddels 4 soorten. Dus het duurt vaak een flinke tijd, maar kan vervolgens toch een succes worden!
Nogmaals, neem voor een deskundig advies op maat altijd eerst contact op met de VLEN-VZZ. Maar kijk ook even
hier.
Andere vragen
Heeft u een andere vraag, neem dan contact op met Rombout de Wijs of met de VLEN-VZZ. Eerstgenoemde houdt zich ook aanbevolen voor suggesties ter verbetering van deze site.