Zuidelijke boomspinkhaan
De meest recente nieuwkomer vanuit het zuiden is hier de Zuidelijke boomsprinkhaan Meconema meridionale . Elders in Nederland was deze soort al op diverse plaatsen aangetroffen, ook in het nabije Utrecht, maar zoektochten door mij op de flatgebouwen in mijn woonwijk (Kerkelanden, Hilversum) in 2005 en 2006 bleven zonder resultaat. Juist op flatgebouwen zou deze soort vaak worden aangetroffen. Verder is deze soort moeilijk te vinden, omdat hij geen voor mensen hoorbaar geluid produceert, ook niet via een batdetector (zacht getrommel met de achterpoten). Maar in 2006 werd toch wel het eerste exemplaar in het Gooi aangetroffen door Jeroen Brandjes, in Naarden op de voorruit van zijn auto .
In 2007 vond Hans van Oosterhout er ook bij toeval eentje in zijn tuin in Hilversum, vlakbij mijn huis. Ik besloot het gerichte zoeken naar die soort op te geven en gewoon af te wachten wanneer deze zou opduiken. Tot mijn stomme verbazing bleek dat een goede tactiek: 8 dagen later trof mijn dochter een mannetje van deze soort aan in onze badkamer (foto's)! In november 2007 werden vervolgens nog 2 exemplaren aangetroffen, in Bussum en wederom in Naarden.
Ook in 2008 werden volgens waarneming.nl weer enkele exemplaren in de regio aangetroffen, 2 in Bussum en 1 in Hilversum. Verder nog een mogelijke verstekeling vanuit Utrecht die per auto was aangevoerd in de Hilversumse Meent.
In 2009 en 2010 werden er nog wat meer gevonden, ook door mijzelf, zowel in eigen tuin als in de tuin van mijn moeder (Hilversum noord). Voor een kaartje verwijs ik weer naar waarneming.nl, zie ook hiernaast. Volgens ingewijden liften ze makkelijk met auto's mee, vandaar dat ze zich zo snel over Nederland verspreiden, ondanks de zeer korte vleugels.
Ook in 2011 werden her en der exemplaren van deze soort aangetroffen. Zelf vond ik alleen maar wat nimfjes in juli, waarvan de soort Meconema nog niet kon worden vastgesteld. Het begint erop te lijken dat deze soort in de bebouwde kom nu talrijker voorkomt dan de gewone boomsprinkhaan, omdat daar vrijwel nooit meer waarnemingen van worden gedaan. Of hier sprake is van verdrijving is niet duidelijk.
Laatste wijziging 8 december 2011
(c) Rombout de Wijs
Home