Tijdens een inventarisatie van Wespspinnen Argiope bruennichi in het Laegieskamp bij Naarden op 23 augustus 2006 stuitte ik op een kleine populatie van de Moerassprinkhaan Stethophyma grossum . Dat was heel verrassend, omdat deze soort van deze plek - en van het aangrenzende Naardermeer - in het geheel niet bekend was, ook niet uit het verleden. Juist het jaar hiervoor had ik dit gebied ook goed onderzocht en deze soort nog niet aangetroffen. Verder zoeken leverde in totaal 18 dieren op, 9 mannetjes en 9 vrouwtjes. Van deze 9 vrouwtjes waren er 8 erg rood gekleurd, zie bijgaande foto. Met een loeppotje heb ik van de vrouwtjes er 6 gevangen en geprobeerd te meten met een schuifmaat aan de buitenkant van het potje. Tweemaal was de lichaamslengte 3.5 cm, eenmaal 3.7, tweemaal 3.8 en eenmaal 4.0. Dat is dus wat groter dan in de atlas staat vermeld (maximaal 3.5 cm). Verder zoeken in het gebied leverde geen extra exemplaren op.
Op 6 september 2006, wederom tijdens een inventarisatie van Wespspinnen, trof ik ook in het Hilversums Wasmeer, ten zuidoosten van Hilversum, een populatie Moerassprinkhanen aan. Hier telde ik minimaal 17 mannetjes en 3 vrouwtjes, waarvan alle vrouwtjes een vrij normale wat bruinere kleur hadden. Ze bevonden zich op twee hoofdlocaties en nog twee losse exemplaren. De twee jaren hiervoor had ik deze soort hier nog niet aangetroffen.
Tot slot bleek dat op 23 september een vrouwtje zou zijn waargenomen door Trees Kaiser bij 't Laer, aan de oostkant van Hilversum. Ik kon deze hier zelf helaas niet terugvinden.
Hoe kwamen zij hier?
Van alle hier genoemde locaties waren geen eerdere waarnemingen bekend en in de meeste gevallen is ook absoluut zeker dat ze hier niet eerder voorkwamen, ook niet wat langer geleden. Het zijn dus gloednieuwe vestigingen. Maar hoe kwamen ze hier dan?
De dichtstbijzijnde populaties van deze soort bevinden zich in het gebied tussen Utrecht en Loosdrecht (Noorderpark), noordelijk tot aan de Vreelandse Weg (in het Hol bij Kortenhoef). Van daar tot aan het Laegieskamp/Naardermeer is ruim 7 km en van Westbroek tot aan het Hilversums Wasmeer is 5 km. In het eerste geval kan men zich nog wat voorstellen bij migratie, omdat hierbij het tussenliggende gebied bestaat uit moerassen en vochtige graslanden, waar deze soort zich kan thuisvoelen, ook al was deze in eerdere jaren hier niet aanwezig. Maar op weg naar het Hilversums Wasmeer ontmoet men al gauw hindernissen als heiden, snelwegen en een bosgebied, welke genomen moet worden. Dat geldt al helemaal voor de plek bij 't Laer.
Nu gelden Moerassprinkhanen als goede vliegers, in ieder geval over afstanden van tientallen meters. Dan zouden ze eventueel van boomtop tot boomtop kunnen zijn gevlogen, zeker als ze in staat zouden zijn om ook afstanden van 100 m of meer te overbruggen. Of zouden ze welhaast nog hoger - en over alles heen - zijn gevlogen? Hier waren bij deze soort tot op heden nog geen indicaties voor. Wel is dit bekend van o.a. Kustsprinkhaan, die werd aangetroffen tijdens luchtplanktonvangsten met ballonnen (med. R. Kleukers). Hoe dan ook, Moerassprinkhanen zijn blijkbaar flexibeler dan al werd gedacht!
2007
Dat bleek ook inderdaad in 2007. Zowel in het Laegieskamp, het Hilversums Wasmeer als in Zanderij Cruysbergen bleek de soort nog steeds aanwezig, zij het in kleinere aantallen (resp. 4, 14 en 3). In het Laegieskamp werd de soort in eerste instantie gemist, maar tijdens een vervolgbezoek bleken er dus toch zeker 4 aanwezig. Bij 't Laer trof ik niets aan en de oostrand van het Naardermeer kon ik helaas niet tijdens goed weer bezoeken. Vanwege het slechte zomerweer was er ook geen gelegenheid om andere gebieden in de Vechtplassen te bezoeken.
2008
Ondanks de weinig zonnige zomer kon deze soort nog steeds worden aangetroffen in het Laegieskamp, het Hilversums Wasmeer en in Zanderij Cruysbergen. Ook werd weer een exemplaar aan de oostrand van het Naardermeer aangetroffen en zelfs ook een exemplaar aan de westrand van het Naardermeer. Ook bleek een populatie aanwezig bij het plasje op Monnikenberg, ten noorden van het Hilversums Wasmeer. Daar was ik 3-4 jaar terug ook al eens geweest, toen zaten zij daar nog niet. Anderen zagen deze soort ook op locaties vlak bij de genoemde plaatsen, evenals langs het Oppad bij Kortenhoef (bron: waarneming.nl). We kunnen dus rustig stellen dat het goed gaat met deze soort.
2009 en 2010
In 2009 had ik zelf helaas weinig gelegenheid om sprinkhaanonderzoek te doen, maar inmiddels keken ook andere waarnemers wat meer naar sprinkhanen (zie waarneming.nl). In 2010 kon ik gelukkig ook weer zelf op pad. Op de hierboven al genoemde locaties was de Moerassprinkhaan nog steeds aanwezig, hoewel soms in lage aantallen. Daarnaast werden er ook nieuwe locaties gevonden, waar de soort voordien niet voorkwam. Met name Wolfsbergen (bij Huizen) in 2009 en naast de Stichtse Brug (naar Flevoland) in 2010 springen eruit als nieuwe locaties. Dat betekende weer een flinke uitbreiding van het areaal. Daarnaast werd de soort ook in de Vechtplassen op enkele nieuwe plekken gevonden.
2011
Er werden door mij enkele nieuwe vindplaatsen gevonden in het oostelijke Vechtplassengebied. In Hollands Ankeveen oostzijde vond ik op twee plaatsen een mooie populatie. Achteraf hoorde ik dat de kleinste daarvan ook al in 2010 was gevonden door Willem Jan Hoeffnagel. In Kortenhoef westzijde werd de soort aangetroffen in een nieuw kilometerhok en ook nabij Vreeland, aan de westkant van de Wijde Blik, werd een nieuwe populatie gevonden. Het kan zijn dat deze dieren hier al wat eerder zaten. Fotograaf Ben Walet kwam een moerassprinkhaan tegen langs een slootje bij Boekesteyn in 's-Graveland. Een tamelijk opmerkelijke locatie. Daarnaast werden ze ook gevonden op de inmiddels bekende locaties als het Hol, Suikerpot, Hilversums Wasmeer, Laegieskamp (Koeienmeent, twee locaties), Cruijsbergen, Wolfsbergen en bij de Stichtse Brug. Het gaat blijkbaar best goed met deze soort.
Laatste wijziging 14 december 2011
(c) Rombout de Wijs
Home