Leefwijze

Levenscyclus
Vrouwtje met legboor, Kleukers 1997 De levenscyclus van de heidesabelsprinkhaan duurt 2-3 jaar. Na de paring legt het vrouwtje de eieren in plantenstengels of daartussen in spleten in de grond, die liefst vochtig is. Hiervoor gebruikt ze haar lange legboor, die de vorm van een sabel heeft (foto). Na twee of drie overwinteringen komen de eieren uit, de nymphen vervellen dan nog 6 maal, waarna ze volwassen zijn geworden. De volwassen dieren (imago's) zijn te vinden vanaf half juni t/m oktober, maar vooral in de periode juli t/m september.

Voedsel
Heidesabelsprinkhanen eten van alles (omnivoor), vooral knoppen en zaaddozen van allerlei kruiden, maar ook zachte insecten.

Vleugels en zang
Heidesabelsprinkhanen hebben wel vleugels, maar deze zijn doorgaans te kort om mee te vliegen. Heel zeldzaam komen echter ook langvleugelige dieren voor (3x in Nederland gevonden). Bij de mannetjes zijn de voorvleugels speciaal gevormd om geluid mee te maken. Om die geluiden te kunnen horen, hebben sabelsprinkhanen natuurlijk ook een gehoororgaan. Dat zit, net als bij de andere krekels en sprinkhanen, in hun voorpoten!

Voorkomen heidesabelsprinkhaan in NL Kwetsbaar
Omdat heidesabelsprinkhanen, net als veldkrekels, dus niet kunnen vliegen, moeten ze overal te voet naar toe. Dat maakt ze relatief kwetsbaar om ergens uit te sterven. Als een bepaald heideterreintje tijdelijk ongeschikt is geworden, bijvoorbeeld omdat het is afgebrand, onder water heeft gestaan of is dichtgegroeid met bomen, kunnen alle heidesabelsprinkhanen daar uitsterven. Als het terreintje daarna weer geschikt is geworden, kunnen ze daar dus niet meer zo makkelijk naar toe komen. Dat kan alleen als er nog ergens anders in de buurt heidesabelsprinkhanen voorkomen. Is dat wat verder weg en ligt daar bijv. een drukke weg tussen of een groot bosgebied, dan kunnen ze daar dus niet meer komen en blijven ze uitgestorven.
Toch zijn heidesabelsprinkhanen hierbij wat minder kwetsbaar dan veldkrekels, omdat een deel van de eieren pas na enkele jaren uitkomt. Deze zitten dan steeds in de grond en zijn dan toch minder kwetsbaar dan larven of imago's, zoals bij veldkrekels. Daarom weten ze het op vele plaatsen langer uit te houden dan veldkrekels.

Verschillende heideterreinen, waar vroeger heidesabelsprinkhanen voorkwamen, zijn minder geschikt geworden door bijv. vergrassing, of zijn te veel afgezonderd geraakt van andere leefgebieden. Hierdoor zijn de aantallen in Nederland hoogstwaarschijnlijk afgenomen. Omdat deze soort niettemin nog een ruime verspreiding in Nederland heeft (kaart), staat hij niet op de Rode Lijst van bedreigde dieren. Bij de voortschrijdende versnippering van ons land, kan hier natuurlijk best eens verandering in komen. Het is dus zaak om de ontwikkelingen goed te volgen.
De heidesabelsprinkhanen in het Gooi zijn de meest westelijke van Midden Nederland.

Bron: De sprinkhanen en krekels van Nederland, Kleukers et al. 1997.

Laatste wijziging 9 maart 2004
(c) Rombout de Wijs


Terug
mannetje verscholen in de hei