Veldkrekels
Veel mensen kennen en waarderen het lieflijke geluid van zingende krekels. Wat zijn dit
nu voor dieren en waar komen zij nog voor?
Veldkrekels (Gryllus campestris, foto) behoren tot de insectenorde van de Rechtvleugeligen (Orthoptera). Hiertoe behoren groepen als de
veldsprinkhanen, sabelsprinkhanen, krekels, kakkerlakken en oorwormen.
Bij veldsprinkhanen, sabelsprinkhanen en krekels maken de mannetjes geluid om vrouwtjes te lokken.
Veldsprinkhanen doen dat met hun achterpoten, sabelsprinkhanen en krekels doen dat met speciaal
gevormde voorvleugels. Veldsprinkhanen hebben korte voelsprieten, sabelsprinkhanen en krekels
hebben lange.
In Nederland komen 5 soorten krekels voor: de veldkrekel, de huiskrekel, de boskrekel, de veenmol (foto) en sinds 2004 de boomkrekel.
Deze pagina gaat vooral over de veldkrekel. Er is ook nog zo'n pagina over de heidesabelsprinkhaan.
Veldkrekels leven vooral in heidevelden. Hier eten ze grassen. Ze hebben een voorkeur voor
heidevelden met een afwisseling van oude en jonge heidestruiken, met hier en daar wat kale plekken
met zand. In de heidevelden leven krekels in een holletje. De volwassen mannetjes maken voor de ingang
een zangplaats, door hier alle sprieten en takjes weg te knagen.
Bij gevaar trekken ze zich onverwijld in hun holletje terug. Daarom krijgen de meeste mensen ook zelden een krekel te zien.
Krijg je ze eindelijk te zien, dan blijken het onverwacht grote en stevige insecten (foto). Om ze te zien te krijgen kan
je ze het beste omzichtig besluipen en in de richting van het geluid kijken. Maak hierbij een omtrekkende beweging,
want het geluid is moeilijk te localiseren.
Ze zingen vooral in mei en juni. (meer over hun leefwijze)
In Nederland zijn ze sterk in aantal achteruit gegaan, ze staan daarom ook op de Rode Lijst
van bedreigde dieren. In het Gooi bevindt zich hun meest noordelijke vindplaats.
Het Gooi
In 1972 heb ik als Jeugdbonder eens een onderzoekje gedaan naar de veldkrekels die toen nog op
de Zuiderheide voorkwamen (zie kaart, locatie ZH, ten noordoosten van Hilversum). Ik vond ze daar toen nog op diverse
plaatsen en heb geprobeerd uit te vinden of de mannetjes zich verplaatsten. Ook heb ik
bekeken hoe de relatie was tussen de temperatuur en het aantal sjirpen per 30 seconden (Klik voor meer).
In 1972 en 1973 heb ik ook gekeken op welke plaatsen ze nog meer in het Gooi en omgeving voorkwamen.
Sindsdien heb ik alleen de populatie bij de Stulp (zie kaart, locatie S) nog geregeld bezocht.
Toen ik eind 2000 weer opnieuw in Hilversum kwam wonen, kon ik het niet laten om weer eens naar
ze op zoek te gaan. Ik had namelijk gehoord dat het niet meer zo goed ging. De populatie van
de Zuiderheide was (in 2001) inmiddels verlaten, die bleek al kort na 1975 verlaten te zijn (med. R.
Tienstra). De populatie op de Hoorneboegse Heide bleek gelukkig nog heel vitaal (locatie HB).
Er bleken zelfs enkele krekels aanwezig in het noordwestelijke uitlopertje van de hei langs de Kolhoornseweg.
Zij zijn nu de allernoordelijkste van Nederland! Ook bleek de kleine populatie in het Dassenbos
nog steeds aanwezig (locatie DB), ondanks dat hun leefgebied er door begrazing met Schotse
Hooglanders nogal toegetakeld uitzag. Tot mijn verrassing vond ik ook een kleine populatie in
het Laapersbos (locatie LB). Of die populatie daar altijd al heeft gezeten is mij niet bekend.
Op de andere heidevelden in de omgeving kon ik geen krekels vinden.
2002 en 2003
In 2002 had ik niet veel tijd, maar bleken alle populaties nog aanwezig, hoewel ik in het Laapersbos met enige moeite nog
maar 1 krekel kon terugvinden. In 2003 had ik meer gelegenheid (ook al had ik toen loopgips) en
kon constateren dat de populaties op de Hoorneboegse Heide en in het Dassenbos nog vitaal waren.
De laatste omvatte ongeveer 35 zingende mannetjes in een gebiedje van 0.67 ha, een hoge dichtheid.
Bovendien waren er ook nog twee "uitzaaingen", op 210m afstand zaten 3 mannetjes te zingen in
een bosaanplant en op een grasveld op 550m afstand zat 1 mannetje te zingen. Deze afstanden
zijn hemelsbreed gemeten, in werkelijkheid hebben ze vermoedelijk de paden gevolgd en hebben
dan resp. 295m en 760m gelopen.
De toch al kleine populatie in het Laapersbos bleek helaas
geheel verdwenen, maar dit gebiedje lijkt momenteel ook niet meer zo geschikt: voornamelijk
hoge oude hei, met weinig grassen en weinig open zandige plekken. Bovendien dreigt het dicht
te groeien met bosopslag. Mocht het na beheersmaatregelen toch weer geschikt gemaakt worden,
dan is kolonisatie vanuit de Hoorneboegse Heide misschien mogelijk, aangezien de afstand
(over de paden) ongeveer 730m is en ze dat blijkbaar kunnen overbruggen (zie boven). Dan
moeten ze echter wel de drukke Utrechtseweg oversteken en of dat ook haalbaar is...?
De toekomst zal het leren.
De populatie op de Hoorneboegse Heide leek heel vitaal. Er zaten ook weer enkele krekels in
het NW uitlopertje langs de Kolhoornseweg. Dit was verbazingwekkend, omdat hier Amerikaanse
vogelkers nogal flink was opgeslagen, waardoor sommige krekels zaten op een open stukje van
maar enkele vierkante meters. Ik ben heel benieuwd hoe de krekels op de Hoorneboegse Heide zullen reageren op de begrazing die
hier later dit jaar van start gaat. Tenslotte eten zowel krekels als koeien gras....
De populatie op de Stulp heb ik maar eenmalig 's avonds bezocht en leek toen heel vitaal.
2004
In 2004 was de situatie niet erg veranderd (zie kaartje, stippen in blauw). In het Laapersbos was toch weer een zingend mannetje in een holletje aanwezig, met daarnaast nog twee andere holletjes. Maar tijdens bezoeken na 18 mei werd hier niets meer gehoord. De populatie in het Dassenbos omvatte 24 mannetjes, iets minder dan in 2003. De twee kleine vestigingen hier iets ten zuiden van waren opnieuw door enkele krekels bewoond.
Op het stukje Hoorneboegse Hei langs de Kolhoornse Weg werd nu zelfs een mannetje gehoord in de meest noordwestelijke punt hiervan, nu de allernoordelijkste van Nederland, 85 m noordelijker dan in eerdere jaren. Er graasden hier inmiddels enkele koeien, maar van enig effect was nog niets merkbaar. Ook werden twee krekels gehoord in het stukje hei in het Loosdrechtse Bos (Zonnestraal). Het meest opmerkelijk was echter een zingend mannetje langs de spoorlijn halverwege de Laapershei. Hierdoor lijkt het mogelijk dat met gerichte inrichtingsmaatregelen zelfs een verbindingszone met dit stuk hei kan worden gerealiseerd, zodat ook daar dan veldkrekels zouden kunnen komen!
2005
In 2005 waren er enkele kleine wijzigingen ten opzichte van 2004. In het Laapersbos werd nu geen enkel zingend mannetje meer gevonden en ook geen holletjes. De populatie in het Dassenbos omvatte 32 mannetjes op 1 juni, iets meer dan in 2004. De twee kleine vestigingen hier iets ten zuiden van waren nu onbewoond.
Op het stukje Hoorneboegse Hei langs de Kolhoornse Weg werd opnieuw een mannetje gehoord in de meest noordwestelijke punt hiervan, nu de allernoordelijkste van Nederland. Ook werd opnieuw een krekel gehoord in het stukje hei in het Loosdrechtse Bos (Zonnestraal) en ook weer een exemplaar langs de spoorlijn, nu iets zuidelijker dan vorig jaar. Hierdoor lijkt het nog steeds mogelijk dat met gerichte inrichtingsmaatregelen een verbindingszone met de Laapersheide kan worden gerealiseerd, zodat ook daar dan veldkrekels zouden kunnen komen!
2006
In 2006 was er niet veel nieuws. Door een slechte combinatie van beperkte vrije tijd en slecht weer kon ik dat jaar geen grondige inventarisatie doen. Ik kwam niet verder dan de constatering dat de populaties op de Hoorneboegse Heide en in het Dassenbos nog steeds aanwezig waren, op andere plaatsen is wel gezocht, maar niets gevonden. Dat was echter bij niet zo goed weer, dus dat zegt niet zoveel.
T.b.v. bovengenoemde verbindingszone zijn wat kapwerkzaamheden gestart op de Hoorneboegse Heide en op de Laapersheide, ook werd wat opslag verwijderd langs de spoorlijn. Langs het stuk tussen Hoorneboegse Heide en de spoorlijn is in de winter een open plek in het bos gekapt, met de bedoeling hier een klein heideveldje te creeëren dat dienst zou kunnen doen als stepping-stone.
2007
In dit jaar werden de eerste exemplaren al weer eind april waargenomen. Op 24 mei kon ik wel weer een eenmalige inventarisatie van de Hoorneboegse Heide uitvoeren (zie hieronder), maar een telling van het Dassenbos mislukte steeds, wel waren er minstens 20 aanwezig.
Het opengekapte stukje langs de voorgenomen verbindingsroute dreigde al weer enigzins dicht te groeien, hopelijk kan dat opengehouden worden.
De eenmalige telling op de Hoorneboegse Heide op 24 mei leverde in totaal 195 zingende mannetjes op. Dat bleek een onderschatting, want toen ik na afloop later op de middag het kleine stukje langs de Kolhornseweg voor de tweede keer passeerde, bleek het aantal daar van 2 naar 8 gegroeid. Omdat ik van west naar oost werkte, zal het aantal in de westelijke helft dus onderteld zijn. Niettemin is het toch aardig om de verspreiding nu eens als gridkaart te presenteren. Hierbij zijn de aantallen per gridcel van 100x100m (=1ha) geturfd en gepresenteerd in verschillende dichtheidsklassen. De aantallen liepen van 0 to 8 dieren per ha.
Op het eerste gezicht lijkt het erop dat dit jaar de nadruk lag op de oostelijke helft van het gebied. Dit kan voor een deel dus zijn veroorzaakt door het feit dat toen ik de telling begon (begin van de middag) nog niet alle dieren zongen. Dergelijke dichtheidskaarten van enkele eerdere jaren tonen soms ook een andere verspreiding, met vreemd genoeg flink wat krekels in de NW-hoek, juist daar waar de meeste bezoekers met hun honden het gebied binnenkomen. De hogere dichtheid in de ZO hoek is in alledrie de onderzochte jaren aanwezig, ook al een plaats waar vrij veel mensen het gebied in- en uitkomen. Mogelijk ontstaat op die plaatsen een vegetatiestructuur die gunstig is voor zingende mannetjes, waarbij ze de hoge recreatiedruk blijkbaar voor lief nemen. Of op die plaatsen ook een gunstige voortplanting optreedt is natuurlijk vooralsnog onbekend.
2008
In 2008 kon ik slechts op 2 dagen wat tijd besteden aan de krekels. De weersomstandigheden waren niet optimaal. Op de Hoorneboegse Heide kon ik alleen op 1 juni een redelijke indruk krijgen door wat steekproef-transecten af te fietsen. Hierbij werd zo'n 60% van het gebied bekeken wat 131 zingende mannetjes opleverde, waarvan er ook weer enkele in de heidestrook langs de Kolhoornseweg zaten. In het Dassenbos kon ik op dezelfde dag 22 zingende mannetjes vaststellen. Fred van Klaveren hoorde een veldkrekel bij het Zonneheideven, later in het seizoen kon ik die zelf niet meer met zekerheid constateren.
De stepping-stone van 2006 begint helaas al weer flink dicht te groeien met Amerikaanse Vogelkers waardoor het voorlopig niet geschikt is voor deze soort. Misschien moet ik daar dan maar eens met een zaag naar toe....
Bij de Stulp zaten zeker ook weer heel wat veldkrekels, die kon ik daar goed horen toen ik daar 's nachts enkele veenmollen ging opnemen (die daar nog nooit eerder waren gehoord). Er zijn al enkele jaren meldingen van krekels op het nabijgelegen Nonnenland, maar toen ik daar eindelijk eens heen kon met redelijk weer, kon ik die daar niet zelf constateren. Het gebied ziet er eigenlijk ook wat te ruig voor uit. Hopelijk kan ik volgend seizoen hier eens wat eerder in het seizoen bij goed weer gaan kijken.
2009-2011
Helaas had ik in 2009 geen gelegenheid om aan deze soort aandacht te schenken. Alle grotere populaties waren nog steeds aanwezig.
In 2010 kon ik wel weer goed op pad. Een telling op de Hoorneboegse Heide leverde zeker 380 zingende mannetjes op, met enkele flinke afdwalers in de omgeving. Ook in het Dassenbos waren er flink wat afdwalers, zelfs tot aan het Hilversums Wasmeer aan toe (zie kaartje). Op de Hoorneboegse Heide leken ze opnieuw wat minder aan de westzijde voor te komen, misschien omdat daar wat minder stukken voorkomen met lage grazige begroeiing, waar ze elders zo'n voorkeur voor lijken te hebben.
In 2011 heb ik maar weinig aandacht geschonken aan deze soort. Wel was het goed om te merken dat de stepping-stone was opgeschoond en ontdaan van allerlei opslag. Er bloeide zelfs wat struikhei. Op deze wijze zou het in de toekomst voor deze soort kunnen gaan functioneren.
Isolatie
De relatief kleine populatie in het Dassenbos is nu behoorlijk geïsoleerd van zowel de Hoorneboegse
Heide (1400m hemelsbreed gemeten, met daartussen bossen, Rijksweg 27 en de drukke Utrechtseweg)
als de Stulp (3200m hemelsbreed, met daartussen bossen). Bij uitsterven van deze kleine populatie
zal herkolonisatie op eigen kracht vrijwel uitgesloten zijn. Om de overlevingskans te vergroten
kan het beste hun leefgebied worden uitgebreid, door aangrenzend stukken bos te kappen in dit
door Schotse Hooglanders begraasde gebied. Op kleine schaal is hiermee ook een aanvang gemaakt (om andere redenen), maar dit is voor overleving op langere termijn waarschijnlijk nog onvoldoende. Dit is gelukkig in 2009 weer verder opgepakt.
In 2011 zijn ook wat stukken bos gekapt aan weerszijden van de plek waar een ecoduct komt over de A27 en de spoorlijn. De ontwikkelingen hiervan zullen nauwlettend worden gevolgd. Wie weet kunnen dan in de toekomst de deelpopulaties dan toch met elkaar worden verbonden.
Het is heel mooi dat de beheerder van deze gebieden, het Goois Natuurreservaat, bereid is gebleken om ook met een soort als de veldkrekel rekening te houden.
Heeft u nog vragen, neem dan contact op met Rombout
de Wijs.
Ik hou me ook aanbevolen voor suggesties ter verbetering van deze site.