Heidesabelsprinkhanen in het Gooi

mannetje heidesabelsprinkhaan, Zuiderheide 2008 Sabelsprinkhanen
De heidesabelsprinkhaan (Metrioptera brachyptera, foto) behoort, net als de veldkrekel, tot de insectenorde van de Rechtvleugeligen (Orthoptera). Hiertoe behoren ook soortgroepen als de veldsprinkhanen, sabelsprinkhanen, krekels, kakkerlakken en oorwormen. Bij veldsprinkhanen, sabelsprinkhanen en krekels maken de mannetjes geluid om vrouwtjes te lokken. Veldsprinkhanen doen dat met hun achterpoten, sabelsprinkhanen en krekels doen dat met speciaal gevormde voorvleugels. Veldsprinkhanen hebben korte voelsprieten, sabelsprinkhanen en krekels hebben lange. De vrouwtjes van krekels en sabelsprinkhanen hebben een legboor om eitjes mee te leggen. Bij sabelsprinkhanen hebben die vaak de vorm van een sabel, vandaar de naam.

In Nederland komen 15 soorten sabelsprinkhanen voor, deze pagina gaat vooral over de heidesabelsprinkhaan.

Heidesabelsprinkhaan
De heidesabelsprinkhaan komt voor op vochtige heide en velden met pijpestrootje. De droge heide is minder in trek. De mannetjes zitten vaak hoog in heidestruikjes of grashalmen te zingen. Ze zingen vooral in juli t/m september. Het geluid is voor het menselijke oor moeilijk te horen, maar met behulp van een ultrasoon-ontvanger (bat-detector) zijn ze tot op 15m waar te nemen. De soort komt voor in vrijwel alle Nederlandse gebieden met een dergelijk biotoop (op de zandgronden) en is dus op zich niet zeldzaam. De dieren hebben zeer korte vleugels, waarmee ze niet kunnen vliegen. Hierdoor zijn ze gevoelig voor versnippering. Heel af en toe (3x in Nederland gevonden) komt ook een langvleugelige vorm voor die mogelijk wel kan vliegen. Er zijn de laatste jaren enkele populaties uit Nederland verdwenen en aaneengesloten populaties versnipperd geraakt. Het is daarom de verwachting dat door de voortschrijdende versnippering de soort verder zal afnemen. (meer over hun leefwijze)
De populaties in het Gooi zijn de meest westelijke van Midden-Nederland.

Het Gooi
verspreiding Gooi 2003 In het Gooi waren 3 populaties bekend en nog een 4e net ten oosten hiervan in de Stulp (Lage Vuursche). Deze trof ik in 2003 nog allemaal aan. De grootste zat op de Hoorneboegse Heide, verder in en naast het Laarder Wasmeer, in het Hilversums Wasmeer en nog een kleine populatie in een van de lussen van de A27. Zie bijgaande kaart.
Met blauwe stippen is hierop aangegeven waar ik naar deze soort in 2003 heb gezocht (augustus-september), met rode waar ik ze daadwerkelijk heb gevonden. Het gaat uitsluitend om geluidswaarnemingen van zingende mannetjes met de ultrasoon ontvanger. Het is duidelijk dat ze op de heidevelden ten noorden van Hilversum niet voorkomen, daar zijn ook uit vroeger jaren geen waarnemingen van bekend.
Hieronder worden de Gooise populaties besproken. Helemaal onderaan nog wat aanvullingen van 2004 (en latere jaren), toen enkele nieuwe plekken werden gevonden.











Hoorneboegse Heide
verspreiding Hoorneboeg 2003 Op deze kaart zijn de nulwaarnemingen weergegeven als blauwe stippen en de positieve waarnemingen als rode driehoekjes. De heidesabelsprinkhaan kwam ruim verspreid door het gebied voor, maar ontbrak blijkbaar in gebiedjes die net buiten de hoofdheide liggen. Dit illustreert mijns inziens de gevoeligheid voor versnippering. Wel is opmerkelijk dat de soort zich ongeveer overal ophoudt, terwijl ikzelf deze heide toch niet zou karakteriseren als vochtige heide, wat in de literatuur is genoemd als voorkeursbiotoop. De soort ontbrak voornamelijk in de geplagde delen, waar nog maar weinig of alleen lage begroeiing was.
Ook in 2004 waren op deze heide nog veel Heidesabelsprinkhanen aanwezig, maar er is hieraan verder geen aandacht besteed, dat gold ook voor 2005 en 2006. De aantallen in 2006 leken aan de lage kant, maar ik had toen ook het weer steeds niet mee.
In 2007 leken de aantallen nog sterker aan de lage kant, maar was ik opnieuw (vanwege het vochtige weer) niet in de gelegenheid dit beter te onderzoeken. De situatie in 2008 leek ongewijzigd, met schijnbaar toch lagere dichtheden dan toen ik met deze inventarisatie begon. Maar wederom veel slecht weer. In 2009 had ik weinig tijd, net als in 2010 en 2011. Niettemin krijg ik de laatste jaren toch sterk de indruk dat de dichtheden veel lager waren dan in 2003, ook bij goed weer. Hopelijk kan ik hier in de toekomst wat meer aandacht aan schenken. Zou het iets met de ingevoerde begrazing te maken hebben?






Hilversums Wasmeer en lus A27
verspreiding Hilv.Wasmeer 2003 Ook hier weer de nulwaarnemingen in 2003 als blauwe stippen en de positieve waarnemingen als rode driehoekjes. In het Hilversums Wasmeer kwam de soort vooral voor in het zuidwestelijke deel en maar lokaal in het noordoostelijke deel. Ook kwam ik hier het gewoon spitskopje (of rietsprinkhaan) Conocephalus dorsalis tegen en een zingend mannetje van de sikkelsprinkhaan Phaneroptera falcata . Meer hierover.
In 2004 is aan dit gebied niet veel tijd besteed, wel kon hun aanwezigheid nog wel worden geconstateerd. Grappig is wel dat in het ruige graslandje net ten zuidoosten van dit gebied (als wit vlakje onder op de kaart), waar deze soort in 2003 niet voorkwam, er in 2004 wel enkele exemplaren werden gevonden. In 2005 en 2006 kon slechts worden geconstateerd dat de soort nog steeds aanwezig was.
Ook in 2007 was de soort hier nog talrijk aanwezig, evenals in 2008, 2010 en 2011.

Er werden drie zingende mannetjes heidesabelsprinkhaan gevonden in een lus van de A27. Het was toen al wat later in het seizoen, dus misschien waren er eerder wat meer exemplaren. Waarschijnlijk vormden zij oorspronkelijk samen één populatie met die in het wasmeer, maar de aanleg van de A27 omstreeks 1972 bracht al een eerste isolatie aan. Toen later ook een open strook (oorspronkelijk een akker) tussen beide gebieden bebost werd, raakte de isolatie compleet. Of deze kleine populatie het hier op termijn uithoudt zal moeten blijken. In 2004 waren er nog minstens 2 aanwezig. In 2005 is in de grote lus geplagd, maar er waren nog wel enkele exemplaren aanwezig. In 2006 kon ik de soort hier niet meer aantreffen, maar in 2007 waren er zeker 8 aanwezig. In 2008 kon ik weer niets vinden en in 2009 en 2010 is dit gebied niet bezocht. In 2011 bleek de soort hier nog steeds aanwezig.



Laarder Wasmeer
verspreiding Laarder Wasmeer 2003 Het Laarder Wasmeer zelf kon helaas niet bezocht worden vanwege de werkzaamheden daar in september 2003, ook t/m 2008 mocht ik hier nog niet in. Wel konden de naastgelegen delen worden bezocht. Opvallend is dat de soort toch maar een beperkte verspreiding heeft op de aangrenzende Zuiderheide. Deze was in 2003 ook niet erg geschikt voor deze soort, grote delen waren recent geplagd en hadden nog nauwelijks of heel korte vegetatie.
De populatie hier was lang de noordelijkste in Midden Nederland, tot die in Zanderij Cruijsbergen ontstond (zie onder). Tot en met 2008 is de situatie hier nauwelijks veranderd. In het vochtige veldje achter 't Laer zat in alle jaren een flinke populatie.
In 2010 kon het eigenlijke Laarder Wasmeer, binnen het raster, eindelijk bezocht worden. Het gebied is danig op de schop genomen, de plassen zijn verdwenen en enkele Heidesabelsprinkhanen werden alleen gevonden in het noordoostelijike deel, grenzend aan het overige verspreidingsgebied.











De Stulp (SBB)
verspreiding de Stulp 2003 Dit gebied werd maar vluchtig bekeken. De centrale gedeelten waren niet toegankelijk en werden niet bezocht, evenmin werd het oostelijk deel bezocht. Wel was duidelijk dat de meeste dieren zich bevonden in het oostelijk en zuidelijk gedeelte (grenzend aan het Pluismeer). Het centrale deel van de hei had een korte vegetatie en open stuifzand, hier zijn ook niet veel heidesabelsprinkhanen te verwachten. In 2004-2007 leek de situatie hier niet gewijzigd, in latere jaren is het niet meer door mij bezocht.











Laapersheide
verspreiding Laapersheide 2004 Opmerkelijk was dat op deze heide, waar in 2003 en daarvoor door mij geen dieren van deze soort werden gevonden (zie linksboven op het kaartje Hilversums Wasmeer), er in 2004 zeker 20 zingende mannetjes verspreid over deze heide werden gevonden. Ook meer naar het zuiden, in de bermen van zowel de spoorlijn als de A27 werden enkele heidesabelsprinkhanen gevonden, evenals op het Laapersveld aan de andere kant van de spoorlijn. Misschien is deze uitbreiding een gevolg van de warme zomer van 2003? Ook in 2005-2011 bleek de soort hier nog aanwezig, op alle genoemde plekken. Ook wat zuidelijker, langs de spoorlijn naar Utrecht, bleek de soort nog aanwezig.









Zanderij Cruysbergen
verspreiding 2007 Dit gebied is in 2005-2006 afgegraven en heringericht. In 2007 heb ik dit gebied bekeken op het voorkomen van sprinkhanen. Tot mijn verrassing bleken hier op twee locaties in totaal 6 heidesabelsprinkhanen aanwezig te zijn. Omdat dit gebied nogal ver verwijderd ligt van hun overige gebieden (zie kaartje rechts), heb ik er meteen 2 opgespoord om te bekijken of het hier dan misschien om de zeldzame langvleugelige vorm zou kunnen gaan. Dat bleek helaas niet het geval. Dat maakte het waarschijnlijk dat ze dan door menselijk ingrijpen zijn aangevoerd. Bij navraag bleek dat er in voorgaande jaren inderdaad maaisel van twee gebieden is aangevoerd om hier gentianen en twee soorten zonnedauw mee uit te zaaien (wat massaal gelukt is). In 2005 betrof dat maaisel van 't Laer, waar inderdaad heidesabelsprinkhaan talrijk voorkomt (zie boven). Het is dus waarschijnlijk dat via dit maaisel ook eitjes van deze soort zijn meegekomen. Een mooi voorbeeld van onopzettelijke passieve verspreiding van deze soort. Ik ben benieuwd of ze zich hier weten te handhaven, het gebied ontwikkelt zich daartoe wel in gunstige zin. In ieder geval waren er in 2008 nog 2 zingende mannetjes aanwezig op 1 van de 2 locaties en ook in 2010 waren op die plek nog enkele dieren aanwezig. In 2011 was dit gebied flink gemaaid (of zelfs geklepeld?), waardoor het grotendeels ongeschikt is geworden voor deze soort. Alleen langs de randen was nog wat ruig gras aanwezig. De soort werd niet meer aangetroffen.


Conclusies en aanbevelingen
De heidesabelsprinkhaan is in Nederland nog niet zeldzaam, maar zijn gevoeligheid voor versnippering maakt hem toch potentieel kwetsbaar. Het is daarmee een soort die onze aandacht verdiend. Het is vooral zaak om voldoende hogere vegetatie, in de vorm van oudere heide en wat hogere grassen, te handhaven. Wat geplagde of jongere stukken daartussen, noodzakelijk voor de verjonging, zijn waarschijnlijk geen probleem, maar moeten niet de overhand krijgen. Ook moet dichtgroeien met bomen en struiken worden voorkomen. Het is zaak om isolatie van populaties te voorkomen, door open banen tussen gebiedsdelen te handhaven. Hoe een barriere als verschillende rijbanen van een drukke snelweg moet worden opgeheven is mij momenteel nog niet duidelijk.
Of begrazing invloed heeft op de verspreiding is mij nog niet bekend, maar de recente schijnbare afname op de Hoorneboegse Heide stemt tot nadenken...

De beheerder van de meeste van deze gebieden, het Goois Natuurreservaat, is hiervan op de hoogte gebracht.

Heeft u nog vragen, neem dan contact op met Rombout de Wijs. Ik hou me ook aanbevolen voor suggesties ter verbetering van deze site.

Links o.a. over heidesabelsprinkhanen

Naar de Homepage

Laatste wijziging 8 december 2011
(c) Rombout de Wijs