Blauwvleugelsprinkhaan

blauwvleugelsprinkhaan, J. Wertwijn 2006 Een grote verrassing in 2006 was dat er enkele waarnemingen werden gedaan van de Blauwvleugelsprinkhaan Oedipoda caerulescens op de Bussummerheide. Op 19 augustus zag J. Wertwijn zeker 3 exemplaren op deze heide en kon van 1 ervan een bewijsfoto gemaakt worden (zie hiernaast). Op 8 september zag Christian Brinkman niet ver daarvandaan en onafhankelijk ook een exemplaar op die heide. Ik kreeg er toen lucht van (via waarneming.nl) en ben meteen die heide op deze soort gaan afstruinen, helaas zonder gevolg. Ook de andere waarnemers konden ze niet meer terugvinden.

Deze soort bewoonde vroeger diverse heiden in het Gooi, maar verdween geleidelijk. De soort wist t/m 1993 nog stand te houden op de Limitische Heide (med. J. Brandjes), daarna is deze niet meer aangetroffen, ook niet tijdens mijn jaarlijkse zoektochten daar sinds 2002 en ook niet op de andere heidegebieden.

Van deze soort was wel bekend dat ze tientallen meters konden vliegen, maar deze exemplaren zijn misschien toch hoger gevlogen, aangezien ze van flinke afstand moeten zijn gekomen. Hun dichtstbijzijnde leefgebieden bevinden zich namelijk in de kustduinen (40 km) aan de ene kant en op de Veluwe (35 km) aan de andere kant. De waarneming van een Blauwvleugelsprinkhaan van een balkon in een stad in Duitsland leek ook al te wijzen op een zeer goed vliegvermogen (med. R. Kleukers).

In 2005 werd nabij Soest trouwens ook al een klein aantal aangetroffen op een plaats waar ze voordien niet zaten (med. B. Geerdes), dus het verschijnsel van dergelijke grote verplaatsingen is op zich niet nieuw.

blauwvleugelsprinkhaan, WJR. de Wijs 2007 Verrassend was dat deze soort ook in 2007 hier weer aanwezig bleek. Op 12 juli 2007 zag Christian Brinkman het eerste exemplaar, een gerichte zoektocht door mij op 11 augustus 2007 leverde 7 exemplaren op (foto). Het lijkt er dus op dat de soort zich hier met succes heeft voortgeplant. Ze zaten vooral op enkele recent geplagde stukken, waar nog veel kale zandgrond aanwezig was. Omdat deze binnen 1-2 jaar zullen zijn dichtgegroeid, valt te hopen dat ze tegen die tijd een andere plek hebben kunnen vinden, zoals andere verse plagstroken. De terreinbeheerder (Goois Natuurreservaat) is hierover ingelicht.

In 2008 verhinderde het gebrek aan zonnig weer in augustus dat ik weer naar deze soort op zoek kon gaan. Maar gelukkig hebben anderen er wel naar gezocht (waarneming.nl). Op één van de plekken van vorige jaren werden er in juli nog enkele gezien, maar er bleken er meer te zitten op een plek ten oosten hiervan. Op die plek had ik in beide voorgaande jaren ook gekeken, toen zaten ze er zeker nog niet. Ze blijken dus wederom vrij mobiel. Dat bleek al helemaal toen er ook nog een exemplaar op de aanpalende Westerheide werd gezien. Er lijkt dus echt weer een toekomst weggelegd voor deze soort in het Gooi!

Dat bleek zeker in 2009. Helaas was ik dat jaar door ziekte niet in staat zelf veel op pad te gaan, maar op 23 augustus 2009 vonden Ellen de Bruin en Ricardo van Dijk een nieuwe locatie ten zuiden van Hilversum, op de Hoorneboegse Heide. In voorgaande jaren was de soort daar niet gevonden. Deze plek ligt 5.6 km vanaf de dichtbijzijnde locaties ten noorden van Hilversum. Een dag later vond ik er daar zelfs 14, waaronder parende stelletjes. Of deze nu vanaf de eerder bekende locaties afkomstig zijn of een geheel onafhankelijke kolonisatie vormen is natuurlijk niet bekend. Maar mobiele beesten zijn het!
In 2010 bezocht ik de locaties van voorgaande jaren en inderdaad bleek de soort nog aanwezig op zowel de Bussummer- en Westerheide als op de Hoorneboegse Heide. Ook anderen deden daar diverse waarnemingen. Christian Brinkman telde op 9 augustus op de Hoorneboegse Heide zeker 100 exemplaren! Zelf heb ik alle stuifzandgebieden in het Gooi afgezocht op zoek naar deze soort, net zoals ik in 2002 deed. Toen had ik er niet een, dit seizoen trof ik de soort op twee plekken aan. Maar ze blijken dus niet alleen op stuifzanden te zitten, maar meer nog op recent geplagde stukken hei. Op gemaaide stukken trof ik ze niet aan. Inmiddels is dus wel duidelijk dat de Blauwvleugelsprinkhaan zich toch echt weer in het Gooi heeft gevestigd!
Dat bleek ook weer in 2011, want de soort bleek opnieuw aanwezig op de hierboven genoemde heidevelden. Op de Hoorneboegse Heide telde ik er op 20 juli 27, wel iets minder dan vorig jaar, maar toch een mooi aantal. Opmerkelijk was dat fotograaf Ben Walet deze soort fotografeerde op De Snip, een klein heideveldje aan de westzijde van de Natuurbrug. Weliswaar niet ver van de Bussummerheide, maar ik had de soort daar in de voorgaande jaren nooit aangetroffen.

Laatste wijziging 8 december 2011
(c) Rombout de Wijs


Home