English versionTweede vaardag: van l'Isle-sur-le-Doubs naar Baumes-les-Dames


’s Morgens haal ik brood bij de bakker en Marga doet nog wat laatste boodschappen in een supermarkt. Daarna vertrekken we. 

We schutten door twee sluizen. Er zijn nu geen sluiswachters meer maar de sluizen zijn geautomatiseerd. We hebben een soort van afstandbediening gekregen waarmee we op zo’n tweehonderd meter afstand zelf de sluizen voor ons gereed kunnen maken. We vinden het allemaal jammer dat de sluiswachters er niet meer zijn. We gebruiken het hele jaar al afstandbediening en nu zappen we ook al door de sluizen.

Eenmaal in de sluis stel je het schutten in werking door een stang omhoog te duwen.  

We komen nu voor het eerst echt op de rivier de Doubs te varen. Pal tegenover de sluis zie ik door de bomen nog een restant van een constructie die gemaakt is om de scheepsjagers en hun paarden in het verleden op deze plaats over te zetten. Ik ben blij dat ik er gisteren al even heen was gefietst om het te fotograferen. Vanaf het water ligt de constructie toch wat verborgen achter de bomen. Het is een soort omgekeerde Y van roestig ijzer waaraan vroeger een kabel naar de overkant van de rivier was gespannen.  

 

Eenmaal op de rivier varen we echt door een weids landschap. Ik schat dat de rivier zo’n tachtig meter breed is. Aan beide zijden weilanden vol van paardebloemen met daarachter beboste heuvels. We moeten steeds 15 tot 20 meter uit de wal blijven. De vaargeul wordt met grote borden aan de kant gemarkeerd. Op het kanaal hoorden we steeds de vogels fluiten. Door de afstand tot de wal is het op de rivier stil, met uitzondering van het geluid van de motor.  

 

Als we na een poosje op de brede rivier weer een besloten kanaaldeel invaren horen we meteen de vogels weer. Verder zie ik een muskusrat met een bos gras in zijn bek zwemmen om vlak bij de kant onder water te duiken om in zijn hol te komen. Reigers staan aan de kant te vissen bij de oude houten beschoeiing. Ze vliegen als we met onze boot naderen, steeds een stukje voor ons uit. Ook zie ik een aalscholver.  
We proberen voor de middag nog in het dorpje Clerval te komen. We zijn net iets later dan halféén bij de laatste sluis maar deze reageert nog op de afstandsbediening. We schutten naar beneden maar halverwege gaat een rode lamp aan. De sluis maakt het schutten af tot we helemaal beneden zijn maar de deuren gaan niet open. Eigen schuld, nu moeten we de middagpauze in een sluiskolk doorbrengen! We eten aan boord in de sluis. Na het eten liggen de kinderen op dek in de beschutting van de sluiskolk heerlijk te zonnen met ieder een walkman op het hoofd.

Als ik om halftwee op de display van de afstandsbediening lees dat de VNF inmiddels automatisch is gewaarschuwd wacht ik nog een poos. Er gebeurt echter niets. Uiteindelijk bellen we via een op de sluis aangebrachte installatie de VNF. Ze zullen iemand sturen en inderdaad, even later komt er een bestelauto van de VNF aangereden en kunnen we verder.

We varen langs het dorpje Clerval dat er prachtig uitziet vanaf de rivier. Even later duiken we weer een besloten kanaaldeel in.

Een Vlaamse gaai neemt een bad aan de zijkant van het kanaal. Verder zie ik een ijsvogel en veel kwikstaartjes. In de verte horen we een koekoek. We zitten midden in de natuur. Rechts loopt een spoorlijn naast hoge rotsen maar er passeren geen treinen.

Daarna komt een lang stuk over de rivier. We passeren drie sluizen die direct naast brede stuwdammen liggen. Pepijn en Margo gaan hier een stuk fietsen. Langs de rivier, en ook langs de kanaaldelen, ligt steeds een verhard jaagpad waar je prima over kunt fietsen.

We overnachten in Baumes-les-Dames op een onooglijke aanlegplaats. We liggen aan een (niet drukke) weg achter de vangrails. De zijkant van het kanaal bestaat uit ruwe rotsblokken die door puntig gaas bij elkaar worden gehouden. Er liggen een aantal boten. Er staan aan de andere zijde van de weg ook nog negen campers geparkeerd. Omdat onze slang niet lang genoeg is om bij de kraan te komen, leggen we eerst aan bij een andere boot. Een fransman helpt ons bij het aanleggen. Na het water tanken maken we weer los en gaan we gewoon aan de kant liggen.  

Het regent ’s avonds. Vlak voordat de zon ondergaat, houdt het op met regenen en komt de zon erdoor. De zon zet de hoge rotsen in een prachtig rood licht. Er staat ook nog een regenboog. Ik loop daarna nog even het stadje in om te kijken bij een monument voor Jouffroy d’Abbans. Hij heeft de stoomraderboot uitgevonden. In 1776 heeft op de Doubs, hier bij Baumes-les-Dames, voor het eerst zo’n type boot gevaren.

 

Canal Rhône-Rhin            Andere kanalen            Vorige dag            Volgende dag