English versionEerste vaardag: van Dompierre via Digoin naar Talenne


Vanochtend ben ik op tijd wakker en fiets terug naar Dompierre om er brood te halen. Het is ruim drie kilometer en ik heb het warm als ik terugkom. Het is mooi weer en er hangt wat damp boven het kanaal. Na het ontbijt maken we om tien voor negen los en draaien in het kanaal. We varen weer langs de abdij en de ijzergieterij. Bij de ijzergieterij zien we een wagon op een draaischijf de fabriek in draaien. Ik ken die draaischijven alleen van de speelgoedtreinen van vroeger.

Tot mijn verbazing zijn we niet de enigen die in de richting van Digoin varen. Voor de eerste sluis, l'écluse de la Bêbre, sluis liggen al twee boten te wachten. De sluisdeuren staan echter al open en we kunnen direct de sluis invaren. Direct na de sluis ligt een kanaalbrug. We varen over een dalletje met in de diepte het riviertje Besbre.

We varen 's ochtends stug door. In een van de sluizen is op een balk van de sluisdeur een snoekbaars blijven liggen. Gelukkig heeft hij niet lang zo gelegen en als we omhoog worden geschut, zwemt hij langzaam weer verder. Om twaalf uur komen we nog net voor de lunch van de sluiswachters door onze vijfde sluis (Thaleine). Nu volgt er een kanaalpand van 8,5 kilometer naar Digoin. De volgende sluis ligt vlak voor de kanaalbrug over de Loire bij Digoin. Dat is ook de reden dat ik deze kant op vaar. Voor het Canal de Nivernais moeten we eigenlijk de andere kant op varen maar ik ben erg benieuwd naar de kanaalbrug over de Loire. We varen soms vlak langs de Loire. Helaas ligt er ook een 'route nationale' vlak bij het kanaal die de rust wat verstoort.

Als we bij Digoin aankomen is de pauze van de sluiswachters al weer voorbij en we kunnen direct omhoog worden geschut. Het is een flink verval (4m). Als we geschut zijn, ligt de kanaalbrug over de Loire voor ons met een kleine verbreding ervoor. We besluiten de kanaalbrug nog niet over te varen maar eerst in de verbreding aan te leggen en houden er onze lunchpauze. Marga gaat direct daarna Digoin verkennen, op zoek naar leuke winkeltjes en supermarkten. Even later gaan ook Pepijn en Robert en Maarten het stadje in. Robert heeft de jongens een cd beloofd omdat onze boot onverwacht over een cd-speler blijkt te beschikken. Zij aan dus op zoek naar een cd-zaak.
Ik neem de gelegenheid om te douchen en bekijk daarna de kanaalbrug. De kanaalbrug is 243 meter lang en heeft elf gemetselde bogen. Het Loiredal is hier prachtig. De rivier zelf voert op dit moment niet zoveel water maar de uiterwaarden zijn prachtig. Aan markeringen op het brughoofd kan ik zien hoe hoog het water hier soms kan zijn.

Er komen kanovaarders aan over de Loire. Direct na de kanaalbrug is een stuw gemaakt. Aan de zuidkant is een nauwe opening vrijgelaten waar de kanovaarders doorheen kunnen varen. Van boven op de kanaalbrug zien mijn moeder en ik de kanovaarders door de stroomversnelling varen.

Later op de middag varen we een stukje verder naar het haventje. Vlakbij is een supermarkt en we laden ons winkelwagentje flink vol. We kunnen met het eten nu drie dagen vooruit.

Na de boodschappen fiets ik een stukje verder langs het kanaal. Dit is een ander kanaal. Het Canal latéral à la Loire eindigt in Digoin en gaat verder als het Canal du Centre. Het Canal du Centre verbindt de Loire met de Saône. Net buiten Digoin ligt aan het Canal du Centre een smal kanaaltje dat speciaal voor een staalfabriek in het naburige Geugnon is gegraven, de Rigole de l'Arroux. Het kanaaltje was precies breed genoeg om een door ezels getrokken vrachtbootjes door te laten. Er waren een twintigtal verbrede plekken waar de bootjes elkaar konden passeren.

Vlakbij het Canal du Centre liggen achtereenvolgens een hefbruggetje, een kanaalbrug en een sluis. 

De sluis is maar 2,50 meter breed en heeft maar één deur per kant. Hij is verder maar 17 meter lang. De dijk vlak voor de kanaalbrug blijkt evenwel doorgebroken zodat er geen water meer in de Rigole navigable de l'Arroux staat. Het moet nog maar vrij recent zijn gebeurd want een wandelaar met hond vertelt me dat het altijd vol water stond en dat het er goed vissen was. Ik informeer naar de volgende sluis. Die ligt 5 km verder en het jaagpad is niet al te best. Ik besluit daarom net verder te gaan en om te keren.

Als iedereen weer bij de boot is, varen we terug. Om zes uur worden we bij de kanaalbrug naar beneden geschut en we varen door tot de tweede sluis in het Canal latéral à la Loire (Thaleine). Het Canal latéral à la Loire doet hier wat denken aan het Canal de Bourgogne nabij Pouilly: een breed dal met groene weiden met witte Charolaise koeien. De verschillende percelen zijn door heggen van elkaar gescheiden. Ook de drukke verkeersweg op enige afstand parallel aan het kanaal is hetzelfde. We leggen vlak voor een overloop van het kanaal. Helaas kan het geluid van het vallende water het geraas van de vrachtauto's op de N79 niet overstemmen.

We eten gebakken aardappels, sla en vissticks. Het weer is nog heerlijk zodat we nog buiten kunnen eten.

Na het eten spelen de kinderen met Robert nog voetbal in een weiland vlak bij de sluis. In de sluiswachterswoning woont een jong stel met twee kinderen. De kinderen fietsen op hun fietsjes over het perron van de sluis maar ze worden goed in de gaten gehouden. Als het te donker wordt om te voetballen lopen Pepijn, Maarten en Robert terug. Pepijn geeft een schop tegen de bal en tergend langzaam rolt de bal in de sluiskolk. We staan er wat verslagen bij. Gelukkig komt de sluiswachter met zijn slinger naar buiten. Hij heeft gezien wat er gebeurd was en laat speciaal voor onze bal de sluiskolk vol lopen zodat de bal er makkelijk kan worden uitgehaald.

 

Canal latéral à la Loire            Andere kanalen            Vorige dag            Volgende dag