English versionAndere kanalen in FrankrijkCanal de Nantes à Brest

Het Canal de Nantes à Brest loopt dwars door Bretagne van oost naar west. Het is een aaneenschakeling van gekanaliseerde rivieren die met elkaar zijn verbonden: de Erdre, de Isac, de Oust, de Blavet, de Hyère en de Aulne. Slechts zo'n twintig procent van het kanaal volgt geen riviertje. Dat zijn uiteraard de hoogste delen die de verschillende bovenlopen van de rivieren verbinden. Het kanaal is 360 kilometer lang en heeft 237 sluizen.
Het kanaal is tussen 1811 en 1842 gegraven in het kader van een strategisch plan voor waterwegen voor Bretagne waarvan ook het Canal d'Ille et Rance deel uitmaakte en dat zorg droeg voor een binnenlandse verbinding van de havensteden St-Malo, Lorient, Nantes en Brest. Omdat de Engelsen de zeeën onveilig maakten en de Franse havens blokkeerden, konden deze steden dan via de binnenwateren worden bevoorraad.
 

Op een zonnige dag in juli fietsen we langs het gedeelte van de Oust. Hier domineert het karakter van een rivier. Ik zie een prachtige brede watervlakte die de hemel weerspiegelt. Slecht een boot in de verte zorgt voor een rimpeling.

Bij de sluizen verbreedt het water zich nog verder. Direct naast de sluizen ligt een stuwdam waarover het water zich naar beneden stort. Dit zijn uitstekende plekken voor watermolens. De sluizen en sluiswachtershuizen zijn vaak prachtig met bloemen versierd. De sluizen liggen steeds een paar kilometer uit elkaar.

Het is niet druk. We zien maar een paar boten. We nemen een pauze bij een sluis om wat te eten en naar het schutten te kijken. De dochter van de schipper helpt de sluiswachter. Rustig stijgt een boot zo'n anderhalve meter naar boven.

 

 

We fietsen door en komen uit in Josselin waar een prachtig kasteel direct aan het water ligt. Het is het slot van Josselin van de familie Rohan. Bij het slot is een aanlegplaats voor boten waar flink gebruik van wordt gemaakt dit is een populaire ligplaats.

Op een zondag verkennen we het Canal de Nantes a Brest verder. Het is halfbewolkt, zon en bewolking wisselen elkaar af. Het is net boven de twintig graden en zo is het een heerlijke dag om fietsen. We fietsen van iets voorbij Josselin naar Pontivy. Het is een traject met heel veel sluizen. Ons traject voert van de rivier de Oust naar de Blavet.

Bij sluis 43 Cadoret waar we beginnen vaart zojuist een plezierboot binnen. De sluiswachter is een meisje van een jaar of 16 en bedient de deuren en schuiven energiek. Ik help haar met het openen van de deuren.  De sluizen zijn niet zo groot, zo’n 25 meter lang en 4,70 meter breed. 

We fietsen naar het westen over het jaagpad. Het jaagpad bestaat uit steenslag maar is goed te berijden. Het kanaal is wisselend van breedte. 

Bij de sluizen wordt de rivier vaak omgeleid en blijft een bescheiden kanaal over, op andere plaatsen is de stuw voor het rivierwater direct aansluitend bij de sluis, zoals bij voorbeeld bij sluis 46 (La Grenouilliere)  en is de watergang behoorlijk breed. Na een uur fietsen komen we in Rohan. Bij de gelijknamige sluis eten we de meegebrachte baguette op. Op onze weg vinden we veel prachtige, met bloembakken versierde sluizen. Het zijn allemaal kleine paradijsjes. Ook zien we een sluis met een karakteristieke houtoven buiten.
Daarna vervolgen we onze weg  (kilometer voor kilometer) en komen bij sluis 55 (Coët-Prat) waar we de rivier de Oust verlaten. Bij deze sluis staat een kleine schuilhut waar de sluiswachter zit, opnieuw een meisje van een jaar of zestien. Volgens mij doen ze vakantiewerk.
Nu volgt een kunstmatig deel van het kanaal met veel sluizen. We fietsen hier 23 sluizen omhoog in 4 kilometer. Tussen de sluizen zijn aan de zuidkant verbredingen in het kanaal aangebracht om zo veel mogelijk water vast te houden. Weer die prachtige verbrede stukken tussen de sluizen vol waterlelies en andere waterplanten. In tegenstelling tot het stuk langs de Oust waar bij elke sluis een sluiswachterwoning staat die wordt bewoond, ontbreken hier de sluiswachterhuizen veelal en als ze er wel zijn zijn ze dichtgemetseld. We horen praktisch de hele tocht geen enkele auto. Geen wegen evenwijdig aan het kanaal zoals zo vaak in Nederland en ook op de enkele weg die het kanaal kruist, verstoort de rust niet.

Als we het scheidingspand hebben bereikt pauzeren we even. Hier is ook de Rigole de Hilvern te zien: een 62 kilometer lange goot die zorgt voor de waterbevoorrading van het hoogste pand. Helaas is deze niet meer in gebruik. Tegenwoordig wordt het water vanuit de rivier de Blavet omhoog gepompt.

Ook hier staat weer zo’n schuilhutje voor de sluiswachter. Ze rijden op de fiets met je mee. Vandaag hebben ze een makkie want we hebben op dit stuk slechts een enkele boot gezien.

We fietsen langs het 5 kilometer lange scheidingspand naar sluis 79 (Kéroret). Dit gedeelte van het kanaal wordt geteisterd door een overvloedige groei van waterpest. We zien hier twee futuristisch aandoende vaartuigen die speciaal zijn ontwikkeld om de waterpest te lijf te gaan. Langs de kant ligt de waterpest in grote bulten opgestapeld.

 

We komen nu bij de andere zijde van het scheidingspand en freewheelen naar beneden. Er zijn twee series van sluizen (9 en 12  stuks) met een prachtig door bomen overschaduwd stuk ertussen. Het stuk kanaal is door hoge wallen met bomen omgeven en is daardoor donker. We zien grote vissen traag door het water bewegen en een ijsvogeltje dat een visje vangt en wegvliegt. Prachtig gezicht, zo’n klein helblauw vogeltje.

Daarna wordt de afstand tussen de sluizen weer wat groter maar voor we het weten zijn we in Pontivy. Van hier gaat het Canal de Nantes a Brest via de rivier de Blavet stroomopwaarts weer omhoog maar dit deel is gedeclasseerd. Een grote stuwdam blokkeert het kanaal. Stroomafwaarts kun je via de rivier Blavet richting de kustplaats Lorient.

Een paar dagen later verken ik het gedeclasseerde deel van het kanaal vanaf Pontivy richting Brest. De staat van de sluizen valt me nog mee. De sluisdeuren zijn weliswaar in zeer slechte staat maar nog voor het merendeel aanwezig, ondanks dat het kanaal al sinds 1926  buiten gebruik is door de bouw van de stuwdam in Guerlédan. Vanaf Pontivy liggen er 12 sluizen nutteloos tot de stuwdam. Soms is het gewoon een brede rivier, soms is van het kanaal door kapotte sluisdeuren of stuwen niet meer dan een miezerig waterstroompje over. Toch zie ik nog mooie oude elementen zoals de watermolen bij sluis 114 (Le Stumo). Ook zijn de meeste sluiswachterhuizen nog wel bewoond.
Ik kijk ook nog boven de stuwdam. Het stuwmeer heeft 18 sluizen verzwolgen maar vandaar gaat het kanaal gewoon weer verder richting Brest, al is er nog een flink stuk gedeclasseerd. Pas vanaf Carhaix kan er weer worden gevaren. Ik zie de restanten van de Abbaye de Bon Repos, het grootste religieuze bouwwerk van Bretagne.

Ook rijd ik met mijn fiets langs een stuk kanaal waar ook de enige dubbele sluis van het kanaal zich bevindt: de sluis van Coat-Natous. Tot mijn verrassing zie ik daar bij de sluizen daar gloednieuwe sluisdeuren en niet alleen één stel, bij alle sluizen in de buurt zijn de sluisdeuren vernieuwd. Dat biedt hoop voor de toekomst. De kanalen worden trouwens al wel bevaren door kano's, ook de stuwen naast de sluizen. Hier is een soort glijbaanconstructie aangebracht waar kano’s naar beneden kunnen varen. Ook in het stuk kanaal boven het Lac de Guerlédan worden de sluiswachtershuizen trouwens veelal  bewoond.

Ik kijk ook nog weer bij de top, op 184 meter boven de zeespiegel. Het landschap wordt bij de sluis in het scheidingspand gedomineerd door grote watervlaktes die voor de waterbevoorrading dienen. Hier zijn nog wel de oude gammele deuren in de sluizen aanwezig zodat de nieuwe deuren die ik eerder zag nog niet op het bevaarbare deel van het kanaal aansluiten.
Ik kom later ook nog in Redon dat weer veel verder naar het oosten ligt. Zeeschepen konden hier vroeger met de vloedstroom komen. Nu is het kanaal door een dam van de zee afgesloten. Redon was vroeger een belangrijke havenplaats. In deze plaats kruisen de oost-westroute (Canal de Nantes à Brest) en de noord-zuidroute (de rivier de Vilaine en het Canal d’Ille et Rance) elkaar.

In Redon liggen een fors aantal sluizen en bruggen vlak bij elkaar die alle prachtig met bloemen zijn versierd. Een prachtig gezicht! 

Andere kanalen