English versionVijfde vaardag: van Vandenesse naar Saint-Thibault


Het is vanochtend bewolkt, koud maar droog. Vandaag gaan we weer terug. Als ik in de levensmiddelenwinkel het brood haal dat we gisteren besteld hebben, zie ik dat het water in het kanaal wel zo'n 20 centimeter is gezakt. De grote hotelboot die mij gisteren uit de modder trok ligt nu zelf scheef in de modder. Het is maar goed dat we van plek gewisseld zijn want vandaag waren we helemaal nooit van onze oorspronkelijke plek gekomen. Om negen uur varen we de sluis in. Na een poosje komt een sluiswachtster aangereden op haar brommertje om ons te vragen nog wat geduld te hebben. Eerst moet het kanaal worden bijgevuld. In het kanaalpand boven de sluis waar we nu liggen, is het water wel een halve meter gezakt. Ik zie van verre het water door de openstaande schuiven van de volgende sluis bruisen om het waterpeil te verhogen.

De Engelsen zijn inmiddels achter ons gaan liggen. Hun motor is gisteren aan het einde van de middag gerepareerd. Er zijn slechts twee bolders in de sluizen. Ik los het handig op door een touw achter een ladder langs te halen maar dat blijkt bij de tweede sluis toch niet zo'n goed idee. Het touw blijft haken en trekt zich strak. Wat ik ook doe het blijft zitten. Ondertussen loopt de sluiskom vol en stijgt het water. De boot wordt door het vastzittende touw naar beneden getrokken. Ik maak een gebaar naar de sluiswachtster. Ze begrijpt het gelukkig meteen en draait onmiddellijk de schuiven dicht en laat het water weer zakken. Zo zie je maar weer, een ongeluk zit in een klein hoekje Het is maar goed dat de sluiswachtster zo alert reageerde.

We varen met de Engelsen in ons kielzog naar de tunnel. Marga gaat dit keer mee door de tunnel en vult bij de sluis het benodigde formulier in. Als de schijnwerper is gecontroleerd en de zwemvesten aan zijn kunnen we de tunnel in varen. De Engelsen volgen ons op enige afstand. Vlak voor de tunnel lijkt het alsof ze hun lichten uitdoen. Ik zie nu nog één lamp wat lager op hun boot. We varen verder de tunnel in maar horen achter ons allerlei geluiden. De Engelsen roepen naar elkaar en schrapen met hun boot steeds langs de wanden. Doordat ze planken aan de buitenzijde van de stootwillen geplaatst horen we ook het schuren van hout aan steen. Doordat elk geluid een enorme nagalm heeft, is er veel kabaal. Ik vraag me af of ze hulp nodig hebben. Misschien gaan ze ook wel terug. Als mij duidelijk wordt dat ze steeds verder de tunnel ingaan en het kabaal en geroep niet afneemt, stoppen we en wachten ze op.

 Hun schijnwerpers zijn uitgegaan en de vrouw zit op de voorplecht om met een zaklantaarn voor nog een beetje licht te zorgen. Als ze bij ons zijn, varen we langzaam verder. Als Pepijn, die de hele tunnel aan het stuur staat, iets versnelt, raken ze weer achter en horen we ze weer tegen de tunnelwanden botsen en schuren. We zijn nog niet eens op een derde van de tunnel.

In konvooi varen we nu langzaam de tunnel door. Als we een kleine kilometer voor het einde van de tunnel zijn, springen hun schijnwerpers opeens weer aan. Nu kunnen we weer wat meer afstand nemen. Enkele honderden meters voor het einde van de tunnel gaan de lichten van de Engelsen weer uit maar ze zijn nu gelukkig vlak bij het einde. Hun boot ziet er na de tocht door de tunnel een stuk minder nieuw uit dan eerst.

 

In de loop van de middag klaart het weer op. Ik kan nu buiten in de middagpauze op een bankje in het zonnetje schrijven. De jongens kunnen voor het eerst met hun nieuwe bal voetballen. Vlak bij de haven van Pouilly is het voetbalveld van de plaatselijke club. Er hangen zelfs netten in de doelen.

"s Middags om kwart voor vier vertrekken we uit Pouilly. Na een aantal sluizen komen we weer langs de snelweg maar als je deze weg weg denkt, varen we door een prachtig landschap. Naast ons meandert de Armançon en ligt een mooie versterkte boerenhoeve. Om ongeveer zes uur komen we weer bij de langste kanaalsectie. Het kanaal heeft hier wel veel aan charme ingeboet. De kanten zijn vervallen, ingestort of inmiddels over grote delen vervangen door damwanden. Ik zie weer een tweetal dode reeën drijven. Als ze  hier te water geraken hebben ze nauwelijks een kans om eruit te komen.

We zijn van plan te overnachten bij Saint-Thibault. De aanlegplaats volgens de vaargids biedt in werkelijkheid behalve een bord 'Aanlegplaats' geen faciliteiten. Ik besluit door te varen tot de tweede brug die naar Saint-Thibault voert. Ook dat is niet echt een bijzondere plek. Voor het bruggetje meren we aan. Ik ben verkleumd en neem een warme douche. Eerder had Charlotte in het lange stuk al gedoucht en is Maarten eerder tussen de middag weer aan zijn trekken gekomen. Daarna stond Marga weer onder een koude douche. Het is zoeken naar de goede formule met de beperkte hoeveelheid warm water.

Saint-Thibault is een dorpje van boerenhoeves met een bijzondere kerk. Bijzonder is dat de kerk veel hoger is dan de toren. De kerk is uit diverse perioden maar heeft een prachtige gotische entreepartij die mooi verlicht wordt in de avondzon. Helaas ben ik mijn fototoestel vergeten.

We liggen buiten de bewoonde wereld. De lucht trekt helemaal open en zo wordt het toch nog een prachtige zonsondergang. Buiten is het aardedonker en doodstil.

 

Canal de Bourgogne            Andere kanalen            Vorige dag            Volgende dag