English versionTweede vaardag: van Marigny naar Pouilly


De tweede nacht hebben we allemaal veel beter geslapen. Ik ga er om half acht uit. We hebben om negen uur met de sluiswachter afgesproken verder te gaan. De bakker blijkt om kwart voor acht gesloten en als ik er om acht uur opnieuw heen loop blijkt dat de bakker op maandags de hele dag gesloten te zijn. Gelukkig hebben we nog wat brood op voorraad maar we kijken des te meer uit naar het eerste stokbrood.

's Morgens nemen we het resterende deel van de sluizentrap van Marigny. We worden vandaag geschut door een sluiswachter die gisteren op het einde van  de middag alleen wat assisteerde en die we inmiddels onder elkaar Boef noemen. Hij lijkt namelijk wat op een Italiaanse gangster. In tegenstelling tot zijn collega rijdt hij met een auto langs de sluizen, hij heeft een bruine kop, draagt een donkere zonnebril en loopt steeds met een sigaret in zijn mond.  

Vlak voor de middagpauze zijn we boven aan de sluizentrap. Nog twee sluizen en dan zijn we bij het langste kanaalpand. Bij de laatste sluis haalt de sluiswachter een dood ree uit het water. We bekijken het dier samen. Boef vertelt dat hier vaker dieren in het water worden gevonden. In dit deel van het kanaal zijn steile kanten en als een ree eenmaal in het water is gevallen of gesprongen, komt ze er niet meer uit.

De laatste sluizen van de sluizentrap worden wij en onze Franse volgers begeleid door een zwarte hond. Vlak na de sluis met de dode ree springt de hond in het water. Ook hij kan er niet uit. We stoppen en ook de Fransen achter ons helpen bij het redden van de hond. Met een pikhaak weet de Franse vrouw de hond naar de kant te trekken zodat ze hem uit het water kan tillen.  

Even later springt hij evenwel weer in het water om er door de Fransen weer uit te worden gevist. Hij blijft ons maar langs het water volgen en springt even later voor de derde keer in het water. Nu zijn wij aan de beurt om hem eruit te vissen.  

Bij het dorpje Braux stoppen we voor de lunch. De hond blijft voor onze boot liggen terwijl wij eten. De kinderen geven hem water. Ondanks zijn duiken in het kanaal heeft hij kennelijk nog dorst. Ik loop daarna het dorpje nog even in en uit terwijl de hond mij blijft volgen. In het dorpje is trouwens niets te beleven.

Na de lunch, waar we het laatste reserve brood opaten, informeren we in de volgende sluis de sluiswachtster over de hond. Zij weet niet van wie de hond is maar als we wegvaren komt haar dochter achter ons aan rennen. Ze hebben bij de andere sluiswachters geïnformeerd en de hond hoort bij een sluiswachter vele kilometers terug. Ze neemt hem mee aan een ketting. We zijn blij dat het probleem zo is opgelost.

De Fransen stoppen daarna bij Pont  Royal. We hebben nu het gehele Canal de Bourgogne voor ons alleen.  

Nu komen we in het langste pand van het kanaal (ruim tien kilometer). We varen eerst door een lange geul (Tranchée de Creusot) die door een heuvel is gegraven. Hier is het eenrichtingsverkeer met een paar passeerplekken. Het is een prachtig stuk kanaal. Het lange pand is een verademing na al die sluizen die we tot dusver hebben gehad. Marga ligt uit te rusten op de voorplecht. De ene na de andere reiger vliegt voor ons op.

 We varen nog steeds op een soort hoogvlakte. Aan het einde van het langste pand komen we weer wat meer tussen de heuvels. Waar het vanmorgen nog regende is het vanmiddag gelukkig droog, al blijft er een koude wind waaien.

We varen door en nemen de laatste twaalf sluizen omhoog. Dit zijn voor het merendeel elektrisch bediende sluizen maar tot de spijt van Pepijn gaat er een sluiswachter met ons mee om de knoppen te bedienen. Er zijn bij meerdere sluizen defecten zodat de sluizen daar alsnog gedeeltelijk handmatig moeten worden bediend.

Alhoewel het riviertje Brenne nog steeds prachtig naast ons meandert, wordt dit deel van het kanaal gedomineerd door de Autoroute du Soleil die op korte afstand ligt.

Inmiddels zijn we ook achter de ongemakken van deze boot. Het warme water wordt aangemaakt door de motor maar nadat Maarten gedoucht heeft, staat Marga vervolgens onder een koude douche (en dat al voor de tweede keer).

We hebben bij het schutten toch wel last van de wind. Deze staat veelal dwars op het kanaal en bij het uitvaren van de sluis is het elke keer een probleem. De kop iets tegen de wind in sturen werkt vaak niet omdat de achterkant van de boot dan tegen de sluiswand aanbotst. Vooral aan het einde van de dag schuurt de boot hinderlijk tegen de sluiswanden. Behalve de Fransen die ons tot Pont Royal vergezelden, zien we de hele dag overigens geen enkele andere boot.

Bij de laatste sluis voor de waterscheiding controleert de sluiswachtster onze schijnwerper. Die moet het doen voor de tunnel die we morgen door willen varen. Verder zegt ze dat we verplicht zijn de zwemvesten aan te doen. We spreken met haar af dat we morgen om elf uur door de tunnel zullen gaan.

De haven is een gapend leeg, rechthoekig stuk water. We liggen er als enigen. Dat voelt wel een beetje eenzaam. Later komt er nog een soort rondvaartboot bij liggen. Aan de overzijde staan de silo’s van een graanhandel en aan onze kant een bouwmaterialenhandel. Alhoewel de haven in principe goed geoutilleerd is zijn water en elektriciteit afgesloten. Aan de andere zijde van de haven zit een visser in zijn auto naar zijn drie hengels te turen. Onder een plastic tent ligt de elektrische sleepboot die vroeger de boten door de tunnel trok.

's Avonds maken we instant bami uit meegebrachte zakjes. Het smaakt ons voortreffelijk. We hebben een voldaan  gevoel. We hebben vandaag 29 kilometer afgelegd en zijn 26 sluizen geklommen. 's Middags scheen de zon volop en zo zitten we 's avonds allemaal met rode koppen aan tafel.

Na het eten kijk ik samen met Pepijn bij de tunnel. Ik vind het heel imponerend. Een enorme gleuf snijdt steeds dieper in het landschap. Langs beide zijden van de nauwe sleuf groeien grote platanen. Daarboven huist een kolonie roeken. Ook horen we een specht. Om een bocht ligt de ingang van de tunnel. Het lijkt nog niet eens zo'n imposante heuvel waar de tunnel doorheen gaat. Het dorpje ligt precies boven de tunnel. 

Ik loop met Pepijn langs de luchtschachten. Zo ongeveer om de honderd meter staat er een. Ze zijn vrijwel allemaal van boven dichtgemaakt omdat kinderen (zoals Pepijn) het leuk vinden steentjes naar beneden te gooien. Dat kan wel aankomen natuurlijk. Op het hoogste punt ligt de tunnel 48 meter onder de oppervlakte. Het pad, Allée des Platanes geheten, loopt in een rechte lijn over de heuvel. Vroeger liepen de schippersvrouwen en de kinderen deze route terwijl de schipper met zijn boot achter de stoomsleper in de rookgassen moest zien te overleven. Aan waar de rook uit de ontluchtingsgaten kwam konden de gezinsleden zien waar de sleep was. Later is de stoomsleper vervangen door de elektrische sleepboot die we in Pouilly hebben zien liggen.

 

Canal de Bourgogne            Andere kanalen            Vorige dag            Volgende dag