English versionEerste vaardag: van Venarey naar Marigny


De volgende ochtend ben ik vroeg wakker. We hebben allemaal niet zo goed geslapen omdat we nog moeten wennen aan het slapen op een boot. We varen op tijd naar de eerste sluis. Volgens het haveloze bord dat er hangt kun je immers om negen uur worden geschut.

De deuren van de sluis staan open en we meren af in de sluis. Om negen uur is er nog niemand te zien en ik word een beetje ongerust of  het allemaal wel goed komt. Misschien hadden we iemand moeten bellen of zo.

Om vijf over negen komt er iemand op een brommertje aangereden. Het is de sluiswachter. Hij vraagt waar we naartoe willen. Als ik Pouilly noem zegt hij dat dat te ver is. Dertig sluizen is het maximum op een dag. Ik zeg dat dat ook goed is. Op de kaart zie ik dat we dan ongeveer tot het plaatsje Marigny kunnen komen.

Nadat we de eerste drie sluizen zonder problemen zijn doorgekomen vraagt de sluiswachter ons even te wachten. Er komt nog een boot aan. Verder vertelt hij dat er ook nog een boot van de andere kant komt. We varen een klein stukje verder en leggen bij de bocht vlak voor de volgende sluis aan. 

Op onze rustplaats zie ik op ongeveer honderd meter een bruggetje over een riviertje. Als ik er naartoe loop blijkt het een prachtig bemost vergeten bruggetje over het riviertje 'La Brenne'. Ik maak een paar foto's.

Als de tweede boot met de sluiswachter arriveert, varen we de volgende sluis in. In de verte zien we een boot uit tegenovergestelde richting aankomen varen. Het is een Nederlands oud-vrachtschip: de Klazina uit Rotterdam.

Langs het kanaal groeien populieren, soms aan beide zijden van het kanaal, soms aan een kant. Er groeien merkwaardige bollen in. We horen later dat dit maretak is. De populieren en de bollen maretak zullen we de hele vakantie blijven zien. Het kanaal kronkelt zich langs de heuvels naar boven. Hoog boven ons in de heuvels zien we een steengroeve liggen. Deze houden we bijna de hele dag in het zicht. We klimmen er als het ware naartoe. De sluizen liggen dicht bij elkaar, vaak niet meer dan een paar honderd meter uit elkaar.

Na 10 sluizen omhoog is het twaalf uur. In de zwaaikom bij Pouillenay meren we aan. Aan de kant staat een nomadencaravan waar rieten manden zijn uitgestald. De sluiswachter blijkt vanochtend precies bij zijn eigen huis te zijn gekomen voor de middagpauze.

Om half twee varen we verder. Het gaat nu snel. We doen gemiddeld vijf sluizen per uur. Pepijn helpt volop mee met de sluiswachter en gaat op de fiets van sluis tot sluis. We varen de sluizen binnen en Marga of Charlotte gooien de tros omhoog naar Pepijn en die het touw om de bolder legt en teruggeeft. Dan helpt hij mij op het achterdek met hetzelfde. Soms helpt hij ook de Fransen die nu achter ons dezelfde weg gaan. De Fransen, en ook wij, helpen de sluiswachter mee met het schutten. Soms zijn de sluisdeuren al achter ons gesloten voordat de sluiswachter met zijn brommertje bij de sluis is gearriveerd. Pepijn helpt ook mee met het omhoog draaien van de schuiven in de sluisdeuren. Pepijn, Charlotte en Marga wisselen overigens regelmatig van rol.  

Maarten heeft zo zijn eigen bezigheden. Soms helpt ook hij mee maar meestal gaat hij zijn eigen gang. Vanochtend lag hij nog een hele tijd op bed te spelen met zijn gameboy. Pepijn vaart vandaag trouwens ook hele stukken. Net als vorig jaar wil hij een matrozendiploma verdienen. Hij vaart nu ook de sluizen al in. Het uitvaren van de sluizen blijkt nog lastig omdat de boot zo af en toe wordt gegrepen door de wind.

Om ongeveer half zes komen we aan in Marigny-le-Cahouët. We meren af naast een hotelschip (péniche-hôtel). Dit is een min of meer tot varend hotel omgebouwd vrachtschip waarmee vooral Amerikanen zich over het Canal de Bourgogne laten vervoeren. Omdat de bruggen op het Canal de Bourgogne erg laag zijn, hebben deze boten meestal geen stuurhut meer en zien er daardoor wat geamputeerd uit.

Later legt er nog een Engelsman naast ons aan die al 19 maanden met zijn boot door Frankrijk vaart. Nou ja varen, hij vertelt dat hij deze winter vier maanden ingevroren was in het Canal de la Marne à la Saône op negen kilometer van de dichtstbijzijnde winkel. Hij vindt het varen over de kanalen 'a way of life'.

We eten in Marigny de stukken pizza die we van gisteren over hadden. In onze boot zit ook een oventje. De koelkast op onze boot heeft spiegelende wanden. Daardoor lijkt het of we van alles een geweldige voorraad hebben maar die slinkt ook twee keer zo snel. De stukken pizza smaken ons heerlijk na de 29 sluizen die we hebben genomen. Op de kaart zijn we op het oog maar een klein eindje opgeschoten. We hebben vandaag nog geen elf kilometer afgelegd.

In Marigny bekijken we het dorpje nog even en het kasteel dat er vlak naast het dorpje ligt. Marga wordt er later weggestuurd: C'est propriété privée, madame!

Ik fiets ook nog verder langs de sluizentrap van Marigny omhoog. We komen morgen tussen de heuvels uit op een soort van hoogvlakte temidden van fel gele koolzaadvelden. Het is een prachtig gezicht.

 

Canal de Bourgogne            Andere kanalen            Vorige dag            Volgende dag