English versionPrelude: naar Venarey-les-Laumes


Na ruim 900 kilometer verlaten we om ongeveer vijf uur 's middags de autosnelweg en worden even later betoverd door het aanzicht van Semur-en-Auxois. 

Voor ons rijst een vestingstad op uit een diepe kloof waarin de diepte het riviertje Armanšon stroomt. Ik zie een watermolen in de diepte en daarboven het stadje met twee imposante vestingtorens.

 
We hebben niet veel tijd om van het dorpje te genieten want we moeten tussen vier en zes uur bij de basis van de bootverhuurmaatschappij zijn. Onmiddellijk nadat we Venarey-les-Laumes binnen rijden zien we de basis links liggen. Ook onze boot herkennen we onmiddellijk en ik parkeer de auto ernaast. We worden hartelijk ontvangen door de verhuurster die zich voorstelt als Marie. Zij geeft ons eerst de gelegenheid om uit te pakken voor we aan het papierwerk beginnen. Na de ruime boot die we vorig jaar gehuurd hadden, is het wel weer even wennen aan de wat smallere boot. Het is wel een boot van 11 meter lang en je kan deze boot zowel binnen als buiten besturen. Alles loopt op rolletjes dit keer, de spullen zijn snel overgeladen en ingeruimd, de contracten getekend en we krijgen de instructies over de boot.  

De proefvaart lukt uitstekend al vind ik het wel weer een vreemde gewaarwording aan het roer te staan. Ik keer de boot makkelijk in het kanaal en ook over het aanleggen ben ik tevreden.

De sluiswachter van sluis 56 informeert of we vanmiddag nog door de sluis heen willen maar ik zeg dat we eerst de andere kant uit willen. Hij zegt dat die sluis (55) door een collega wordt bediend.

Even later wordt onze boot nog verder volgetankt. De sluiswachter heeft doorgegeven dat we eerst naar Pouilly-en-Auxois gaan en voor deze extra trip moeten we echt een volle dieseltank hebben.

De verhuurster, Marie, vertelt later dat ze verbaasd was dat we naar Pouilly-en-Auxois willen. Kennelijk ben ik een van de eersten die dat doet. Na enig nadenken besefte ze evenwel dat het mogelijk is om in een week op en neer naar Pouilly te varen. Ze vertelt dat de basis nog maar een maand open is.

Bij het boodschappen doen, zie ik in het dorpje een pizza-auto. Aan het einde van de dag denken we daar gewoon vijf pizza's op te halen maar ze zijn pas een uur later klaar. Als de pizza's om een uur of acht eindelijk opgehaald kunnen worden, zijn we gammel van de honger maar toch houden we nog flinke stukken over.

Het weer tijdens de reis was wisselend. Soms kregen we flinke buien regen over ons heen maar er waren ook opklaringen met zonnige perioden. In BourgondiŰ aangekomen zijn de luchten soms dreigend maar het is en blijft gelukkig droog.

's Avonds loop ik nog een stukje langs het Canal de Bourgogne. Ik kijk uit over het dal en zie verschillende dorpjes tegen de heuvels aangeplakt. Het ziet er allemaal erg pittoresk uit. Ik loop naar de eerste sluis. Ik lees dat er drie keer per dag wordt geschut: de eerste keer om 9.00 uur en de volgende pas om 12.30 uur. We moeten er morgen dus op tijd bij zijn. De sluis ziet er erg oud uit. De sluiswachterwoning maakt een verlaten indruk. De bolders liggen links evenals het trappetje aan de sluisdeur. Je kunt aan de sluis zien dat die in het verleden met een flinke steen is verhoogd om de diepgang aan te passen aan de zgn. Freycinet afmetingen.

De kinderen verkennen ondertussen de omgeving van het kanaal en ontdekken in een weilandje aan de overzijde van het kanaal een lama.

's Nachts spiegelen de lichtjes van de straatlantaarns in het water. In de boot hoor je af en toe het klotsen van water. We moeten wel weer wennen aan de geluiden en de geur van het water. De kinderen zijn echter doodmoe van de reis en vallen meteen in slaap.

Canal de Bourgogne            Andere kanalen            Eerste vaardag