Canal de Briare
Eind juli 2000 staan we in Châtillon-Coligny op een camping tussen het Canal de Briare en het riviertje de Loing. Vlak bij onze plek is een watervalletje. Het ruisen van het water is de hele dag nadrukkelijk aanwezig. Aan de overzijde van het riviertje is een oude overdekte wasplaats. Plateaus van hout kunnen aan touwen via katrollen naar het water zakken. Hierop kon de was worden gedaan. Ook in een dorpje verderop, in Montbouy, heb ik zo'n wasplaats gezien. De wasplaatsen zijn nu ingenomen door de jongeren van het dorp die er een ontmoetingsplaats hebben.
In de documentatie over het dorpje lees ik dat vroeger de protestanten een ontmoetingsplaats hadden in de Rue de l'Enfer (hel) en de katholieken in de Rue du Paradis. De korte straatjes, het zijn eigenlijk meer steegjes, lopen wel in elkaar over. Er is niet veel voor nodig om van het paradijs in de hel te komen.
Vanaf de camping ontdek ik achter het kanaal nog een stuk water. Het lijkt een zijtak speciaal voor een landbouwsilo. Het blijkt bij nadere bestudering een stuk van het oude tracé van het Canal de Briare te zijn. Het kanaal is later pas om Châtillon heen gelegd. Aan het einde van de zijtak zie ik nog resten van een sluiskade en de vroegere sluiswachterwoning.
Ik ben de afgelopen dagen langs het Canal de Briare gefietst. In Briare is een bijzonder aquaduct over de Loire uit 1896. In het Een metalen geul van 660 meter met water loopt hoog boven de Loire naar het Canal latéral à la Loire aan de overkant . Aan beide zijden van de geul loopt een breed jaagpad. Langs de reling een eindeloze reeks oude lantaarns. Het aquaduct gaat ook over het oude Canal latéral à la Loire.
I
Ik fiets over een van de jaagpaden van het aquaduct. Als ik voor voetgangers wat uit moet wijken fiets ik op enkele tientallen centimeters van het water. Boven het water van de Loire sta ik weer even stil en kijk in de verte. Mooi dat ze hier geen verkeersbrug of spoorbrug naast hebben gelegd. Alleen het water dat het water kruist.
In Briare zoek ik de oude kanaaltak op. Ik fiets langs de watertuinen waar een jachthaventje ligt. Verder kun je er waterfietsen en kano's huren. De bruggen zijn prachtig met bloemen versierd. Er loopt weer een riviertje langs het kanaal, de Trézée. Ik zie alweer een wasplaats.
Ik kom dan langs een paar sluizen en even later komt het oude kanaal weer bij het nieuwe Canal latéral à la Loire dat naar het aquaduct leidt. Het fietst weer lastig. Er is nauwelijks sprake van een jaagpad. Ik fiets zwaar door het hoge gras. Na een kilometer of twee kom ik bij een sluis en wordt het pad weer begaanbaar. Bij sluis 6 zie ik de ruïne van een oud huisje dat van de dijk afgegleden lijkt. Het staat erg laag. Vroeger lag het niveau van het kanaal hier lager. Er is een verbreding in het kanaal en zie ik een aanlegsteiger. Er is niemand te zien en ik besluit een duik te nemen. Het is de hele dag al prachtig zonnig weer en ik heb het door het fietsen warm gekregen. Het water is heerlijk koel.
Ik fiets verder. De sluizen dienen zich nu met enige regelmaat aan. Een aantal heeft een prachtige ijzeren ophaalbrug. Dit is een heel mooi stuk. Het kanaal is op een aantal plaatsen vervlochten met het riviertje de Trézée. Dan weer komt het riviertje in het kanaal en gaat het jaagpad via een brug met gietijzeren leuningen over de Trézée. Dan weer kom ik over een overloop en gaan rivier en kanaal gescheiden verder. Ik kom nu steeds hoger en bij de laatste 2 sluizen omhoog kom ik in een heel andere wereld, de wereld van de étangs.
Links en rechts van het kanaal liggen meertjes die moeten zorgen voor een voldoende watervoorraad ook in tijden dat er van nature weinig water is. Tegenwoordig wordt er water vanuit Briare opgepompt maar vroeger was de watervoorraad van de hoogste panden een probleem dat permanent om aandacht vroeg. In de étangs werd dan water gespaard. Het landschap is hier opeens meer open en her en der grijpen vissers hun kans.
Later gaan we er nog eens met z'n allen heen. Bovenop gaan we eten bij een picknickbank en nemen daarna een duik in een van de meertjes. Het is heerlijk water. We krijgen nadien wel een uitbrander van de sluiswachter van sluis 12 (l'écluse de la Gazonne). Hij dreigt met een proces-verbaal. Wij mochten daar niet zwemmen. Volgens mij was hij echter vooral gepikeerd over het feit dat de kinderen steentjes in het kanaal gooiden.
Dan verlaat ik de étangs en na een paar lange rechte stukken in een bosachtige omgeving volgen de sluizen naar beneden elkaar snel op. Het jaagpad is verhard en ik fiets bijna zonder trappen naar beneden tot ik bij Rogny kom. Daar bekijk ik de oude sluizentrap van 7 sluizen. Ze zijn van 1642 tot 1887 in gebruik geweest. Op de laatste zaterdag van juli hebben we hier een fenomenaal vuurwerk gezien. Ik heb nog nooit zoiets gezien. Het was een enorm spektakel van vuur, vuurwerk, licht en muziek. Het duurde wel een uur en verveelde geen moment.
Na Rogny komt een saai stuk kanaal dat ik eerder heb gelopen en dat ik nu maar oversla. Bij Dantelot zoek ik het kanaal weer op en rij weer langs de sluizen. De sluiswachterwoningen worden veelal niet meer door de sluiswachter bewoond maar zijn wel in gebruik. Ze zien er soms prachtig uit. Er zijn erbij die helemaal in de bloemen staan.
Bij l'écluse du Moulin-Brulée is opnieuw een oude sluizentrap te zien, nu van vier sluizen. Het valt me op dat aan deze kant van de waterscheiding het kanaal met sprongen omhoog gaat. De sluizen volgen elkaar snel op en even later heb je weer lange stukken zonder sluizen. Eerder was ik vanaf Châtillon in noordelijke richting gefietst en toen was me dat ook al opgevallen. Ik heb gelezen dat daar vroeger ook een sluizentrap van vijf sluizen was. Hier is helaas weinig meer van over. Het landschap is afwisselend. Ik fiets soms in de bossen, soms langs de graanvelden en af en toe zie ik velden vol zonnebloemen.
Het kanaal van Briare ademt toch minder nostalgie uit dan ik had verwacht. Het is het oudste verbindingskanaal van Frankrijk maar bij de modernisering aan het einde van de negentiende eeuw is er veel verloren gegaan. De sluiswachterhuizen, de bruggen, de sluizen zijn allemaal van eind negentiende eeuw en veelal identiek. Ze zijn allemaal rond 1880 gebouwd. Er is ook nog maar weinig beroepsvaart. Gelukkig heb ik nog wel een spits door het water zien ploegen.
De laatste dag neem ik een kijkje bij het Canal d'Orleans. Dit kanaal is al sinds 1954 buiten gebruik. Ik rijd met de auto naar het dorpje Grignon dat bij het scheidingspand ligt. Er liggen een drietal sluizen vlak bij elkaar. Er zijn enkele oude sluisdeuren die nog als karkassen nog in hun scharnieren hangen. De loopplanken zijn bemost. De meeste deuren ontbreken. Het kanaal ademt veel nostalgie uit. Ik volg het kanaal richting Montargis. Het jaagpad is steeds goed begaanbaar.
Naarmate ik lager kom, wordt de sfeer minder nostalgisch. In het één na laatste pand staat bijna geen water. Dan ziet het kanaal er wel treurig uit. Ik fotografeer aan de overkant een grote treurwilg die dat symboliseert. Dan kom ik op een driespong. Hier komen Canal d'Orleans, Canal du Loing en Canal de Briare bij elkaar. Er staat een vervallen fabriek.

Via een lange stalen brug ga ik over het Canal d'Orleans en via een sluis fiets ik naar de andere zijde van het Canal du Loing waar het jaagpad ligt. Ik volg het jaagpad tot het eerste dorpje Cepoy. Onderweg kom ik langs een aantal watermolens met aan de overzijde een aantal idyllisch gelegen woningen.

Daarna fiets ik langs het Canal de Briare weer terug naar Montargis. Ik kom eerst in een industriegebied met fabrieken, silo's en spoorrails terecht maar ik kan toch steeds langs het kanaal blijven fietsen. Later kom ik in de stad en wordt de entourage stenig. Er zijn een aantal mooie doorkijkjes de stad in en bij een tweetal sluizen is een mooie gekromd metalen voetgangersbruggetje dat toegeschreven wordt aan Eifel. Ook aan het andere einde van het Canal de Briare (in Briare dus) had ik al enkele van die fraaie bruggetjes gezien. De cirkel is rond.