Kanalen n FrankrijkEnglish versionCanal de la Marne à la Saône


Mijn verkenning van het Canal de la Marne à la Saône begint op de waterscheiding. Met de auto rijdend zie ik een bord langs de kant staan dat de waterscheiding van Het Kanaal en de Middellandse Zee markeert.
  Het Canal de la Marne à la Saône is een van de waterverbindingen tussen noord en zuid Frankrijk die zijn aangelegd na de verovering van Elzas-Lotharingen door Duitsland in 1871. Zoals de naam al zegt verbindt het kanaal de rivier de Marne met de Saône. 
De waterscheiding is in de buurt van Langres. Als ik het Canal de la Marne à la Saône bereik, zie ik Langres voor me op een hoogte liggen. Ik bevind me bij sluis 1 aan de zijde van de Marne, aan de noordkant van de waterscheiding dus.

 

Ik besluit eerst maar een stukje naar het noorden te fietsen en tref daar om de pakweg twee kilometer een sluis aan. De sluizen zijn handbediend en ik zie twee medewerksters van de VNF onderhoud plegen aan de bedieningsmechanismen.

Als ik weer terugfiets naar boven valt me de stuwdam op die aan de oostkant van het kanaal ligt. Het is een stuwdam van het Lac de Liez, dat is aangelegd voor de waterbevoorrading van het kanaal. 

 Aan de westkant van het kanaal heb ik nu ook een goed zicht op de vestingstad Langres, die strategisch op een heuvel ligt. Ik fiets nu bij sluis 1 verder naar het zuiden in de richting van de tunnel die daar moet liggen. Al gauw zie ik aan beide zijden van het kanaal waterbouwkundige werken liggen die voor de bevoorrading van het kanaal zijn. Een inlaat vanaf het Lac de  Liez aan de overkant en aan de kant van het jaagpad een inlaat van de Marne, die hier vlakbij ontspringt.
Ik fiets door naar de tunnel. Dat is weer een prachtig stukje kanaal. Al gauw zie ik twee dienstwoningen staan, hier werd vroeger natuurlijk het verkeer geregeld door de tunnel. Als ik verder rij, versmalt het kanaal zodat er slechts in één richting kan worden gevaren en snijdt steeds dieper in het landschap.
Dan zie ik de tunnel. Deze is verlicht. Als ik bij de tunnelopening kom, hoor ik in de verte een boot aan komen varen. Ik wacht tot hij uit de tunnel komt. Het is een pleziervaartuig van een Zwitser.
Ik keer terug naar de auto en rij over een heuvel naar de andere kant van de tunnel. De tunnel, souterrain de Balesmes geheten, is 4820 meter lang. Aan de zuidkant ligt het plaatsje Heuilley-Cotton. Daar parkeer ik de auto weer en pak de fiets van het dak. Via een metalen passerelle met houten vloer kan ik naar de overkant om bij de zuidelijke tunnelopening te kijken.
  Daarna fiets ik over het jaagpad naar het zuiden. Al gauw zie ik de eerste sluis en Ik fiets verder. Ik ben nu aan de zijde van de Saône. De sluizen volgen elkaar snel op. Ze liggen ca. 400 meter van elkaar en het verval is telkens zo’n 5 meter. Zo daal ik snel af. Aan deze kant van de tunnel is de bediening trouwens wel geautomatiseerd. Na de zevende sluis ga ik weer terug.
Daarna volg ik het kanaal nog een poosje met de auto. Bij sluis 11 wordt een geladen spits geschut. Als hij verder vaart woelt hij een flink deel van de bodem om. Ik zie grote modderkolk achter hem.
 

Met de auto is het kanaal goed te volgen. Ik vind het Canal de la Marne à la Saône een mooi kanaal. Het kanaal slingert zich prachtig door het heuvellandschap. Beide oevers zijn beplant met hoge bomenrijen en bij praktisch elke sluis staat een karakteristiek sluiswachtershuis.

 

Ik zie ook nog een soortgelijke passerelle als bij Heuilley. Inmiddels is het al laat geworden en zijn de sluizen gesloten. Er ligt een spits met de kop onder een brug bij een sluis afgemeerd voor de nacht. 

Bij sluis 29 laat ik het Canal de la Marne à la Saône voor wat het is nadat ik bij 'Canal Frite' een patatje heb gegeten.

 

 

Kanalen in Frankrijk