|
|
Agadir - 10 oktober 2001 Hallo lieve allemaal, Zoals ik verwacht had is er een heel behoorlijk Cybercafe in Agadir. Nadat ik gisteren hier ben aangekomen en mijn intrek heb genomen in Hotel Paris, ben ik gaan rondlopen en vond het cybercafe al snel. Omdat ik tijdens het fietsen helemaal gek wordt van de zon, is het heerlijk om rustig achter de computer - in deze koele ruimte - te kunnen internetten. Daarom maar een lang verhaal van mijn eerste 1,5 week reiservaring. Uiteindelijk is het me toch gelukt om Casablanca te verlaten. Met half bewolkt weer, 29 graden en een stevige meewind ben ik richting El Jadida gefietst. (Als iemand trouwens geinteresseerd is in de precieze route, dan heeft Bernadette die). De weg is prima en langs de route zijn genoeg mogelijkheden om drinken en eten te kopen. Omdat ik niet erg getraind ben, moet ik vaak de neiging onderdrukken om te stoppen en uit te rusten. Om 16:30 kwam ik na precies 100 km toch in El Jadida aan. Een mooi hotel en een kamer met douche voor 25 gulden verkoos ik boven de camping. Ik kan nog wel even wat luxe gebruiken. Na even geslapen te hebben bleek ik toch weer koorts te hebben. Ik hoop dat de zon uiteindelijk de verkoudheid uit mijn lichaam zal branden. Nu hoest ik me te pletter en spuug ik constant groen slijm dat naar tamme kastanjes smaakt. El Jadida lijkt al meer op een marokkaanse stad, zoals ik dat verwacht had. Een drukke straat met ontelbare kraampjes en stalletjes waar van alles verkocht wordt. Oppassen voor het vuil en de modder, maar voor de rest heerlijk om doorheen te lopen. Vooral omdat ik goed met rust gelaten wordt en dus niet constant bezig hoef te zijn met uit te vinden wat de mensen van me willen (ik merk dat dat een echte frustratie van mij is; mensen die iets van me willen, omdat ik een tourist ben). Ondanks dat ik in Casablanca al naar de kapper was geweest (voor 200 dirham), in El Jadida toch maar weer om het echt te laten millimeteren. En dat was een goeie ervaring. Van te voren de prijs gevraagd (30 dirham), goed getondeust en naderhand met alle in de kapperszaak aanwezige jongens CousCous gegeten. Erg leuk. Mijn frans zal nooit perfect worden, maar ik kan er al wel leuke gesprekken mee voeren. In de medina (oude stad) van El Jadida, kreeg ik mijn eerste ervaring met afdingen. Ik was in de medina opzoek naar de trap om over de stadswallen te kunnen lopen. Natuurlijk werd ik aangesproken door een verkoper. Bonjour mon ami, common ca va? Where are you from? Have a look in my shop; Etc, Etc. Ik vertelde dat ik met de fiets door de sahara zou gaan fietsen en dat ik niets wilde kopen, omdat ik dat allemaal niet mee kan nemen op de fiets. Oh, maar dan had ik toch wel een hanger nodig met het kruis van de mensen uit Westelijk Sahara. Voor ik het wist hing de hanger al om mijn nek. Mooi? Ja erg mooi! 200 dirham slechts. Ja, maar ik wil em helemaal niet! Niets mee te maken. Dit kruis beschermt je tegen alles en doen alle poorten voor je opengaan! Oke, 50 dirham dan. Wat! 50? Veel te weinig. Toen had ik vol moeten houden, maar ik ging naar 75 en uiteindelijk beklonken we 100 dirham. De verkoper prees mij als zijnde een echte Berber, omdat ik zo goed kon afdingen (Slijmbal! De hanger leek me achteraf nog geen 10 dirham waard). Maar de verkoper was nog niet tevreden en vond dat ik een tulband en een jalabah (jurk) nodig had voor in de Sahara. Dat vond ik ook, dus ging ik met hem mee naar huis om een zwarte tulband en een zwarte jalabah uit te zoeken. Afdingen kon nu niet meer, want hij noemde nu de echte prijs, omdat ik zijn huis had gezien. Zei hij! Ik heb twee tulbanden (een zwarte en een blauwe) en een jurk gekocht. Voor 450 dirham! Achteraf voelde ik me vreselijk belazerd. De jalabah is erg mooi, maar niet functioneel voor de Sahara. En ik denk dat ik zo een 300 teveel heb betaald! Waar ik wel blij mee ben, is dat hij me heeft geleerd hoe ik de tulband moet omdoen. Ik kan geen stropdas strikken, maar wel een tulband! Het was een dure les, maar wel weer één die ik geleerd heb! De rest van de dag heb ik doorgebracht met zitten op terrasjes. Een colaatje, een koffie-verkeerd, een franse krant en schrijven in mijn dagboek. Samen met mij zitten op de terrasjes talloze mannen. Dan loopt er weer iemand voorbij, die wordt aangsproken door één van de terraszitters, en die komt er ook bijzitten. Ik vraag me af wat al die mannen de hele dag doen op zo een terras. Volgens mij doen ze hetzelfde als ik. Namelijk NIETS. Ik moet er nog wel aan wennen. Ik heb snel het idee dat ik me verveel. Maar volgens mij moet ik alleen maar het gevoel hebben dat ik in het HIER en NU zit. Als ik dat probeer te voelen, dan wordt zo een terras opeens iets heel anders, veel spiritueeler! Nog steeds voelde ik me niet helemaal lekker, maar toch weer op de fiets gestapt de volgende ochtend. Nu met felle tegenwind. Het zou een zware dag worden. Na 7 kilometer was ik het al helemaal zat. Met die harde tegenwind en de steile klimmetjes tussendoor, was ik al uitgeput. Waar ben ik aan begonnen? Met mijn ijzeren wil en de gedachte dat ik dit dan maar als training moest zien, lukte het me door te fietsen. Vaak stoppen en proberen te genieten van de onherbergzame omgeving om me heen, deden me kilometergewijs verder komen. Het begon zelfs even te regenen. Maar daar werd ik niet natter van dan ik al was van het zweet. Na weer een stop, waarbij ik in een winkeltje langs de kant van de weg een liter Cola heb gekocht, haalde ik een marokkaan op een echte hollandse Batavus in. Zidani heette hij. Hij was bezig met een tour door Marokko. We fietsten samen op en converseerde in gebrekkig frans. Achteraf ben ik heel blij dat ik hem ontmoet heb. Hij heeft me gestimuleerd met fietsen en heeft me veel grotere afstanden laten overbruggen dan ik van plan was. Als ik Zidani niet was tegengekomen, dan denk ik dat ik gedacht had dat ik Mauritanie nooit zou kunnen bereiken. Nu voel ik me daarover weer een stuk zekerder. We hebben in drie dagen zo;n 420 kilometer gefietst. Met één dag van 193 km! We reden allebei dezelfde richting op. Allebei naar Agadir. Alleen ik had tijd genoeg, maar Zidani moest op 19 oktober weer terug zijn in zijn dorp. Daarom liet ik me maar door hem opjutten. |
Voor de dag dat we Ouialida verlieten, had ik voor mezelf gepland om tot Safi te fietsen. Zo;n 70 km. Doordat we weer meewind hadden waren we sneller in Safi, dan ik had verwacht. Dus door naar de volgende plaats, 122 km verder op. Het gaf me een heel fijn gevoel, om zo maar om half twee smiddags te beslissen nog 122 kilometer te gaan fietsen. Het weer was heerlijk, de wind perfect en de route langs de kust prachtig. Onderweg stoppen om wat te eten en te drinken (Zidani heeft me veel geleerd; prijzen van alles en de juiste dingen om te eten en te drinken!). Ik kreeg even een gevoel van wat het is om echt vrij te zijn. Om 18:00 uur leek de zon niet meer te zakken, maar te vallen. Om half zeven was het donker. Ook bijna direct springt dan de sterrenhemel aan. En zo duidelijk is de band van de melkweg te zien, dat ik het eerste uur alleen maar met kippenvel over heel mijn lichaam heb gereden. Af en toe een auto of vrachtwagen, waarvoor we moesten oppassen. Maar verder was de weg voor ons tweeen alleen. Van pure opwinding hebben we allebei luidkeels zitten zingen op de fiets. De leegte, de stilte, de sterren, de meewind en het met soms wel 43 km per uur raassen over het gitzwarte asfalt. Daarbij heb ik gigantische vallende sterren gezien. Niet van die lullige kleine flikkeringetjes, nee, het echte zware geschut. Een felle streep en een uit elkaar spattende kop. Hemels vuurwerk! Als al mijn wensen uitkomen, worden heel veel mensen gelukkig! Maar ondanks al dat moois werd ik wel moeier en moeier. Mijn knieen brandden van de pijn en de aanhechting van mijn rechterbeen en mijn bekken deed vreselijk zeer. Al gauw zag ik het schijnsel van de stad waar we heen wilden. Essauria. Maar we leken er omheen te fietsen, inplaats van er naar toe. Bij kilometer 150 van die dag zag ik het schijnsel, maar pas bij kilometer 193 reden we de stad in. Maar eerst nog een ongeluk! Door vermoeidheid en de plotselinge snelheid van een afdaling, reed ik in een gat aan de rand van weg. Ik hield de fiets in bedwang, waarbij ik Zidani bijna ramde, maar kon niet voorkomen dat allebei mijn banden lek gereden waren. Om 23:30 in het aardedonker twee binnenbanden verwisseld. Ook heb ik er een grote slag bij in mijn (al niet helemaal goede) voorwiel. Een half uur later reden we de uitgestorven medina binnen. Na lang zoeken vonden we toch nog een hotel en een kop koffie. Na een geimproviseerde douche, heb ik mijn vermoeide lichaam op bed gelegd en heerlijk geslapen. Na een nachtrust van 6 uur, wilde Zidani alweer op pad. Ik was wel toe aan een rustdag, maar ik had ook wel zin in ontbering. De Sahara kan ik ook niet doorkruizen met rustdagen! Nu gingen we op weg voor de laatste 160 km naar Agadir, vond Zidani. Ik vond eerder dat we eerst Tamri, 100 km verderop, maar moesten bereiken. We zouden wel zien! De route liep nu meer landinwaarts. Dat betekende minder voordeel van de wind, veel warmer (gewoon een slordige 35 graden) en veel meer klimmen en afdalen. Niet echt in een ritme komen dus. Echt waar, verschrikkelijk zwaar. Voor zover ik door mijn met zweet bevlekte zonnebril en van onder de kap van mijn pet kon zien, begon het landschap al aardig leeg te raken. Kale heuvels met struiken en hier en daar een huis. Veel droge rivierbeddingen, dorre akkers en steeds maar weer de streep van het zwarte asfalt voor me uit. We tapten nu ook water uit bronnen langs de weg. Ik rijdt nu met 3,75 liter water, maar dat vul ik wel zo;n twee keer helemaal bij. Als ik uit Agadir vertrek zal het niet lang meer duren voor ik mijn waterzakken moet gaan gebruiken! Zoals ik voorspeld had kwamen we pas om een uur of 21:00 in Tamri aan. Er was geen hotel, maar ik heb Zidani een slaapplaats laten regelen. Hoe hij het deed maakte me niet uit, als hij het maar deed. Uiteindelijk konden we onder een afdak bij het restaurant slapen. Ik op mijn matje en in mijn (veel te warme) slaapzak. Zidani, als de dood dat onze spullen en fietsen werden gejat, hield de wacht. Hij kon me wat! Ik heb uit pure vermoeidheid heerlijk geslapen. ´s Morgens om 05:00 ging het restaurant al weer open. Snel hebben we onze spullen ingepakt en zijn tussen de zwijgende en thee drinkende mannen in het restaurant gaan zitten. Wat iedereen daar zo vroeg doet, is me een raadsel. Volgens mij weten ze dat zelf ook niet. In het donker zijn we weer op pad gegaan. De laatste 60 km naar Agadir. Een prachtige weg langs de kust. In Agadir meteen een hotel gezocht. Zidani heeft zich wat opgefrist en wilde meteen weer door. Hij had nog 9 dagen voor een bergachtige 1000 kilometer. Bij het afscheid moest hij bijna huilen. Als echte vrienden hebben we elkaar vier keer op de wang gekuste en onze handen op het hart gedrukt. Ik denk dat hij ook erg bezorgd om mij was. Hij heeft me van alles op het hart gedrukt (op mijn geld letten, goed op de weg letten, niemand vertrouwen en heel goed oppassen met genoeg water bij me hebben). Ik ben heel blij dat ik hem ontmoet heb! Nu zit ik voor de tweede dag in Agadir. Ik rust uit en ik internet. Zwemmen of naar het strand gaan trekt me nu niet. Ik ben blij dat ik even uit de zon ben. En het gezeur van al die zogenaamde vrienden van mij kan me ook gestolen worden. Ik ga nog wat spullen naar huis sturen, om het gewicht te beperken en wat voorraden inslaan. Van Zidani heb ik geleerd, dat melkpoeder met suiker en water heerlijk verfrissend werkt en lekker is. Verder neem ik een pot honing mee (instant energie), papierenzakdoekjes (voor mijn zonnebril en mijn snotneus) en nescafe (met de melkpoeder en de suiker is dat koud heel goed te drinken). Brooden en koekjes en zo hoef ik nog niet in te slaan, want die kom ik de komende drie fietsdagen nog wel genoeg tegen. Dan begint het grote werk en worden de afstanden (bijna onmogelijk zoals ik dat nu bekijk) groot. Mijn fiets doet het aardig. Als ik terug ben dan zal in iedergeval mijn derrailleur helemaal versleten zijn. Nu moet ik al steeds bijstellen. Ik hoop dat hij het houdt. Verder voel ik mij goed. Geestelijk. Ik ben nog niet echt in de gelegenheid geweest om echt helemaal alleen in de eenzaamheid te zijn, maar dat komt de komende twee weken wel. Ik wens jullie allen een fijne tijd en ik hoop dat ik in Mauritanie een internetcafe vind. In iedergeval tot zo gauw mogelijk. Liefs Peter |