        |
De
economische en politieke crisis waarin Indonesië verkeerd,
weerspiegelt zich in het driedaagse "Bali International Kite
Festival 1998". Het festival, waar normaliter tientallen
bezoekers uit het buitenland op af komen,
bestond het internationale gedeelte dit jaar slechts bezocht door
drie Brunei Darussalamen, twee Japanners, een Oostenrijker, een
Nederlander, twee snelweg Hawaiianen, een zeer vertraagde
Singaporees en twee Fransen die een vliegertje hadden geleend.
Voor de vliegeraars die hadden willen komen, maar niet konden een
kort overzicht van de ervaringen: kakkerlakken op het eten in
"Grand Bali Beach Hotel" (blij dat ik daar niet sliep),
terrein ter grootte van een voetbalveld en een grote opkomst van
lokale groepen, een krappe twee uur per dag om te vliegeren, en
slechte communicatie binnen de organisatie waardoor ik de inzegening
van het vliegerveld mistte. Gelukkig maakte de workshop over de
Kikik, de lokale vlieger van Brunei Darussalam, veel goed. Maar het
"Bali International Kite Festival 1998" was de moeite van
het schrijven van volzinnen niet waard, laat staan een lange reis
voor een bezoek.
Wel de moeite van een reis waard was het "Bali Kite Festival 1998", oftewel het lokale deel van het vliegerfeest dat
tegelijkertijd werd georganiseerd. Het lokale festival was een
uitermate spectaculair vertoning waarbij 154 lokale groepen (banjar)
meedongen naar de mooiste traditionele vlieger of eigen creatie. Let
wel, één "banjar" bestaat uit zo'n dertig tot zestig
mensen! Door het formaat van vliegers en staarten, respectievelijk
tot zo'n acht meter hoog (bebean) of een staart van tweehonderd
meter lang (janggan), is een team van minstens
vijftien man nodig om ze op te laten.
Op grond van vliegeigenschappen en entourage worden de traditionele
"bebean", "pecukan" en "janggan" in
series gejureerd. Daarom worden de vliegers met veel toeters en
bellen, en in lokale klederdracht,
de arena in- en uitgedragen en
word een en ander aangekleed door lokale straatorkestjes. De hele
dag is het daarom een komen en gaan van reusachtige vliegers en word
er haast continue gewerkt om een aantal vliegers in de lucht te
houden. Helaas laat El Niño nog altijd zijn sporen na in het
klimaat, zodat er nauwelijks wind was in een gewoonlijk windrijk
seizoen. Ook was de organisatie weer niet echt duidelijk over de
competitie, maar de dagen waren er niet saaier door.
Het oplaten van tien "bebean" tegelijkertijd was dan ook,
in de lucht als op de grond, een ongelofelijk spektakel. Door gebrek
aan wind waren de vliegers nogal onrustig en deinden als logge
vissen door de lucht. Op
de grond was het een gedrang en geschreeuw van jewelste om door
middel van het halen envieren van vliegerlijnen een en ander in
goede banen te leiden. De windharpen op de vliegers lieten zo nu en
dan hun gezang horen en de straatorkestjes brachten hun beste
percussie ten gehore om zodoende bij te dragen aan een hoge
waardering van de vliegers.
Een bezoek aan een toekomstig Bali Kite Festival blijft dus zeker de
moeite waard, zelfs in een politiek onrustige tijd (waar de
toeristen op Bali overigens niets van gemerkt hebben!). Het is
echter wel een festival waar je het liefst je vliegers thuis laat en
de hele dag met camera en camcorder in de hand staat.
Belangstellenden kunnen contact opnemen met Mrs Diajeng Wiwiek,
Secretariat Bali Kite Association, Jl Kartika Plaza No 20, Tuban,
Kuta, Indonesia, tel +361-761888/755352 of +811-396558, fax
+361-755434, e-mail.
1998
|
|