Martin is aan het rekenen en kauwt op zijn potlood. Hij houdt niet van rekenen, je moet er zoveel bij nadenken en het duurt zo lang. Plotseling komt er een gedachte bij hem op. Hij sluipt naar zijn vaders buro en pakt de zakrekenmachine. Hij weet hoe hij ermee om moet gaan, zijn vader heeft hem dat een keer laten zien. Nu is het rekenen een genoegen. 345 + 50, 267 + 80, dat rekent het kleine apparaat heel snel uit en Martin hoeft zich niet in te spannen. Gauw legt hij het, als hij klaar is, weer op zijn oude plaats terug en brengt zijn moeder, die net de keuken opruimt, zijn rekenschrift om het na te laten kijken. Ze rekent alles na en zegt dan: ,,bravo Martin, alles is goed!" Dat houdt Martin een tijdje vol. Hij maakt al zijn sommen met de zakrekenmachine en zijn moeder is blij, dat hij zo snel en zo goed rekenen kan. Maar op een dag komt Martin huilend uit school, hij heeft een vijf voor rekenen gekregen! ,,Dat begrijp ik niet," zegt zijn moeder hoofdschuddend, ,,thuis reken je zo goed!" Martin bekent nu het bedrog. ,,Oh domme jongen," zegt ze. Het zakrekenmachientje mag je alleen gebruiken als je de sommen zelf kunt maken. Het denken kan geen machine ons afnemen, dat doen we nog steeds zelf." Bezwaard ziet Martin dat in. Nu maakt hij zijn sommen weer zelf en als ze erg moeilijk zijn, helpt zijn moeder hem een beetje. En vaak mag hij het met de zakrekenmachine narekenen.
Sprookjes verhalen |