Meneer Mol woont in zijn ruime gezellige kamertje, diep in de aarde. Hij heeft deze mooie woning zelf, met zijn voorpoten, die hij als schep gebruikt gegraven. Hij heeft de wanden netjes glad gemaakt en op de grond van zijn holletje ligt mos. Maar hij is een onrustige jongen. Inplaats van het zich gezellig te maken in zijn huisje, graaft hij steeds weer nieuwe gangen. Vaak komt hij aan de oppervlakte, om de aarde naar buiten te gooien, dan zie je in het gras zo'n klein hoopje aarde. Meneer Mol ziet jou echter niet of nauwelijks, want zijn kleine oogjes zijn zeer slecht. Maar hij vindt het voldoende, als hij licht en donker kan onderscheiden. De boer zegt: ,,lk weet, dat de mol nuttig is, omdat hij een heleboel ongedierte eet, als ik alleen al aan de engerds denk, maar die vele aardhoopjes maken mij het maaien van het gras erg moeilijk. Als die jongen nu eens niet zo ijverig zou graven!"
Sprookjes verhalen |