Het maanbloempje


Het kleine blauwe klokje Tingel droomde ervan één maal in haar leven naar de maan te kunnen gaan. Vooral als in het voorjaar de volle maan aan de hemel stond, zuchtte ze van verlangen. De maan kon het niet langer aanzien en daarom haalde hij '5 nachts het slapende klokje op zijn stralen naar zich toe. Toen Tingel de volgende morgen wakker werd, wist ze eerst niet, waar ze was. Ze zat op de sikkel van de maan en die lachte vriendelijk tegen haar: ,,Zo klein klokje, ik heb je wens vervuld, nu kun je zelf zien, hoe het hierboven is!" Tingel keek om zich heen, maar ze zag alleen maar wolken en een paar sterren, die nu ook gingen slapen, terwijl op de aarde de natuur wakker werd. Iets anders zag ze niet, geen bloemen, geen bomen, geen bijen en hommels. Tingel was het enige levende wezen in de wijde omtrek. Ze had het vreselijk koud, want de zon was er niet. Die zou haar anders met haar warme stralen nu gewekt hebben. De maan begreep, dat het bloempje het bij hem niet fijn vond, dat ze de zonnestralen nodig had om te leven. Daarom zei hij tegen het kleine blauwe klokje: ,,lk geloof, dat het beste is, als ik je weer naar huis stuur, naar de tuin, bij mij kunnen planten en bloemen niet groeien." De maan riep een flinke grote wolk bij zich, die zich onder het blauwe klokje schoof en het zacht naar de aarde terug bracht. Alle bloemen waren blij, dat Tingel er weer was. Aan iedereen vertelde ze; aan de kevers en de slakken, de sprinkhanen en de mieren, wat ze beleefd had, toen ze een maanbloempje was.


Sprookjes verhalen

Indexpagina

Index