De bosgeest


Er was eens een wortelmannetje, een bosgeest, die in het bos allerlei kattekwaad uithaalde. Hij turnde op de wortels en aan de neerhangende takken van de bomen, speelde voetbal met de bonte kiezelstenen uit de beek, rende om het hardst met de bosslakken en hield van het vroege concert van de vogels. Iedere nieuwe dag bracht hem afwisseling en amusement. De tijd waar de bosgeest het meest van hield, was de tijd van de bessen en de paddestoelen. Dan was hij de hele dag op de been, in de hoop, een paar mensenkinderen tegen te komen, die hij dan een poets kon bakken. Als hij mensen zag, die zich inspanden om hun potjes met bessen te vullen, dan kon het zo zijn, dat hij hen stiekem bij het verzamelen hielp. Maar oh, als hij merkte dat iemand moedwillig struiken en planten uittrok, of op paddestoelen ging staan! Dan werd hij heel erg boos. Dan gooide hij de mandjes om, verstopte hij de bessen of hij krabde aan hun benen en trok aan hun haren. De bosgeest hield erg van kinderen. Als zij paddestoelen verzamelden, lette hij goed op, dat ze geen giftige pakten, bijvoorbeeld een vliegezwam of een knolbladzwam. Dan trok hij het kind aan haar rokje of broekje, zodat het geschrokken de zwam liet vallen en snel naar zijn moeder rende. Als de bosgeest zich ver-veelde kon het voorkomen, dat hij van ijverige verzamelaars de mand verstopte, of bladeren en slakken erin legde. Als de mensen elkaar dan beschuldigden en ruzie maakten, had hij er spijt van en bracht alles weer in orde. Dan wreven de verzamelaars zich verbaasd de ogen uit en zeiden hoofdschuddend: ,,De bosgeest was hier zeker!" En ze verdroegen elkaar weer. Wie weet, komen jullie de volgende keer, als jullie bessen verzamelen in het bos, ook de bosgeest tegen. Zorg er dan voor, dat hij jullie geen poets bakt.


Sprookjes verhalen

Indexpagina

Index