Alfons en de Turkse buren


,,Nu ga ik naar die mensen toe en vertel hen, hoe ik over ze denk," zegt de huismeester Alfons vastbesloten. ,,Iedereen kan toch niet zijn afval in de tuin gooien, dat gaat niet!" Kort daarop belt hij aan de deur van de familie Gediktasch. Een man met een zwarte snor en een lichtbruine huidskleur verschijnt in de deur en achter hem een kleine jongen, Erdogan. ,,Ja, alstublieft, wat willen?" vraagt de man. ,,Luister," begint Alfons dan steekt de man vriendelijk zijn hand uit en zegt: ,,lk, Mustafa Gediktasch, jij zijn huismeester, kom binnen, mijn vrouw koken Turkse koffie!" Meteen zit Alfons in een makkelijke oude stoel en kijkt verbluft om zich heen. Zo netjes had hij het zich niet voorgesteld! ,,Jij vriend?" vroeg de kleine Erdogan en klom op Alfons zijn schoot. ,,Gūneiden, barraber, ekmek, jemek." Alfons verstond er geen woord van, maar hij was geroerd door de aanhankelijkheid van de kleine Turkse jongen. Mevrouw Gediktasch bood sterke, zoete Turkse koffie aan en Alfons wilde eindelijk terzake komen. Maar meneer Gediktasch zei: ,,Veel oude spullen in huis. Waarom hebben de mensen dat hier gelaten? Ik weet niet, waarheen met oude dingen." Daarop bood Alfons aan, het volgende weekeinde alles met hem naar een vuilnisschuit te brengen. ,,Het zijn eigenlijk heel aardige mensen," dacht Alfons, toen hij later de flat van de familie Gediktasch verliet.


Sprookjes verhalen

Indexpagina

Index