Nieuws

 

06-06-2010 
Wordt gepubliceerd zodra beschikbaar

 

 

 

 

Opening Cursusjaar 2005 - 2006
Herfsttafel     
    Opening en welkomstwoord door Veronica van Ittersum
Inzingen o.l.v. Jan Sierksma    
  Zingen openingslied
Lezing Christie Amons    
Voorstellen van docenten

 

Afsluiting Cursusjaar 2003 - 2004
Verslag uit de Rondbrief van juni 2004
Van de cursisten die elke vrijdag  er naar toe gingen…
Het is ieder jaar weer hartverwarmend om mee te maken, wat de (ditmaal 23) cursusdeelnemers laten zien: hoe zij door deze cursus, de Cursus Rudolf Steiner Pedagogie voor het kleine Kind, geïnspireerd zijn, wat 2 jaar cursus aan hen gedaan heeft!
Deze groep presenteerde zich als een hechte gemeenschap; in een halfrond stonden ze op het podium van de grote zaal van het IONAgebouw. Het publiek, waaronder heel wat dartele kinderen, zag hen deels in prachtig gekleurde euritmiegewaden gehuld, deels in vrolijke lente kleren. Het was ook buiten net lente geworden. Zij stonden achter een soort grote blauwe berg, bezaaid met gouden sterren.
Een cursiste heette de zaal namens allen welkom; en vertelde hoe zij elke vrijdagochtend in de trein stapte met de vraag: ‘wat zal deze cursusdag brengen?’- het was altijd positief! Daarvoor dankte zij de docenten. Het was haar al gauw gebleken, dat je de cursus nodig hebt voor je werk èn voor jezelf. Dat Sibylle van der Schilden, hun mentor, er nu door ziekte niet bij kon zijn, betreurden allen zeer!
Tot slot kondigde zij het verhaal van ‘het knaapje, dat overal mee naar toe genomen wilde worden’ aan.
Dan wordt heel zorgvuldig de blauwe sterrenhemel verwijderd, terwijl zachtjes het liedje ‘Lichtje straal’ klinkt, en de kaars aangestoken wordt. Dat wordt gevolgd door ‘Stralend stijgt de zon omhoog’.
De ‘berg’ blijkt nu de aarde te zijn, een groen glooiend landschap – vogeltjes fluiten. (Alle liedjes die van toepassing kunnen zijn op het gebeuren worden door de groep gezongen, daarin prima geleid door de enige manlijke cursist, en vaak met fluit- of lierbegeleiding. Zo heeft elke cursist  een bepaalde inbreng.)
Daar verschijnt het knaapje ten tonele, een lieve grote marionet. Hij heeft er plezier in! Maar dan wordt hij moe – ‘als er nu eens iemand kwam en mij meenam…’- Plotseling stromen 3 blauwe (euritmie)watervrouwen vóór de tafel in het rond, ze kolken en toveren en passant een beek in het landschap. Waarna het koor de mooie ‘waterkanon’  zingt. Het knaapje springt juichend op het beekje, ‘ja zo bevalt het me wel’ en laat zich meevoeren, tot hij het veel te koud krijgt. Een van de cursisten komt al zingend: ‘Komt een scheepje gevaren van de Rijn naar de zee, lief knaapje ga je mee?’ en  bibberend wordt hij aan boord van een heus zeilschip gehesen.
Maar de beek is smal en gevaarlijk, het knaapje vindt het algauw niet leuk meer; hij springt van boord en mokt: ‘als er nu eens iemand kwam en mij meenam..’
Zie, daar komt een slak met een huis op zijn rug. Snel klimt het knaapje op de slakkenrug. Maar   -    ach, -    het   gaat  -        -    traag. . .
Allen zingen  ‘Mijn paardje is een wilde man’, daar galoppeert ook al een prachtig stofdier de wei in, en het knaapje stijgt te paard – ‘ja, zo bevalt het hem wel’.
Inmiddels waaien 2 witte (euritmie)winden over en om elkaar. ‘Windje waai’ klinkt het terwijl het paard  het knaapje vervoert, zo snel als de wind – veel te gezwind, heen en weer , hij kan niet meer.. En boems landt hij op de grond. Daar zit hij nu.
Er klinkt: ‘Op de grote stille heide’ en ja, daar verschijnt de goede herder! Nu is het knaapje weer zó blij, op hun gemak gaan ze allebei naar de heide met de schapen.
‘Wanneer wij ’s avonds slapen gaan’ klinkt; het knaapje kan in de herdershut gaan slapen en achter de tafel  gaat een   oneindig mooie flonkerende sterrenhemel op, de nacht is lang, wees niet bang..
‘En als weerom de zonne’ dan zien we een zacht oranjekleurige (euritmie)zon verschijnen, alles wordt weer helder licht en het knaapje is uitgeslapen. En wie komt daar nu aan?
De moeder! Heel gelukkig gaat hij met haar mee, want: de mooiste plek is thuis! Lied: ‘als de zon is heengegaan’.
De kaars wordt uitgeblazen, en er klinkt APPLAUS!
Een cursiste spreekt speciaal voor de docenten een spreuk uit:
Spreek tot ons over kinderen
En hij zeide:
Uw kinderen zijn uw kinderen niet
Zij zijn de zonen en dochteren van
’s levens hunkering naar zichzelf
Zij komen door u, maar zij zijn niet van u
En hoewel zij bij u zijn, behoren ze u niet toe
Gij moogt hun geven van uw liefde
Maar niet van uw gedachten
Want zij hebben hun eigen gedachten
Gij moogt hun lichamen huisvesten
Maar niet hun zielen
Want hun zielen toeven in het huis van morgen
Dat gij niet bezoeken kunt, zelfs niet in uw dromen
Gij moogt proberen hun gelijk te worden
Maar tracht hen niet aan u gelijk te maken
Want het leven gaat niet terug
Noch blijft het dralen bij gisteren
Gij zijt de bogen, waarmee uw kinderen
Als levende pijlen worden weggeschoten
Khalil Gibran
Dan is het tijd om de certificaten uit te reiken. Maar Lien Troost leest allereerst een brief voor van Sibylle van der Schilden, die diepe indruk op de groep maakt.
Lien had de taak om deze groep naar de eindstreep te begeleiden; zij toonde zich perplex dat het allemaal zó prachtig gelukt was! De ideeën voor deze performance werden door iedereen ingebracht, maar het was vooral de geest die eruit sprak, die zo inspireerde!

 

 

Opening van het cursusjaar 2003-2004

Scheepjes Lien maakt tafereeltje op

Overgang van zomer naar herfst

Herfst landschap

Lien Troost richt haar tafereeltjes in

St.Joris

Kabouters

José Borghouts opent het cursusjaar

Addie Sierksma dirigeert  "Viele kleine Leute..."

 

De voorzitter van de Stichting, Marike van Giessen, houdt een inleiding  op het thema "Oprichten, spreken, denken door het leven heen"

Tussen de voordracht in brengt Alo Besemboen de toehoorders in beweging met euritmische oefeningen

~ ~ ~ ~ ~ ~ ~ ~ ~ ~ ~ ~ ~ ~ ~ ~ ~ ~

 

28 maart 2003
De feestelijke afsluiting  van het cursusjaar 2002/2003 vond plaats op 28 maart j.l.  op het terrein van de Stichting Antropia te Driebergen.

Annette ten Hoopen en José Borghouts in de Villa druk bezig met de voorbereidingen
klik op foto
Het was druk in de tuin Dank zij het mooie weer konden de gasten buiten worden ontvangen
Geanimeerd gesprek bij de thee
Wat ziet dat er lekker uit!
 

Eindpresentaties werden gegeven door 3de-jaars oude stijl en 2de-jaars nieuwe stijl

poppenspel 3de-jaars voeren het spel "Roodstaart en de Draak"op, links poppenspel, rechts  euritmisch tussenspel euritmie
3de jaars zingen 3de jaars zingen 2

3de-jaars zingen ons toe

opening verhaal Wortelkinderen 2de-jaars geven gestalte aan het spel "De Wortelkindertjes" Ontwaakte wortelkinderen
bedankje 2de-jaars bedankje 3de-jaars
2de-jaars bedanken de docenten

3e-jaars bedanken de docenten

Sibylle van der Schilden, mentor derde jaar, reikt certificaten uit Lien Troost, mentor tweede jaar, spreekt afscheidswoorden
Sibylle van der Schilden reikt certificaat uit Lien Troost spreekt  afscheidswoorden

 

 

~ ~ ~ ~ ~ ~ ~ ~ ~ ~ ~ ~ ~ ~ ~ ~ ~ ~

 

Reactie van de heer G. Mulder 
Van de heer G. Mulder, wonende in Pretoria (Zuid-Afrika) ontvingen wij een e-mail, waarin hij vermeldde, dat hij met grote belangstelling het gedicht "Het Kind" op onze website had gelezen.
Hij vroeg zich af hoe wij aan het gedicht waren gekomen. Het was van zijn grootvader en het leek hem, dat er enige waardering voor diens werk in Nederland aan het ontstaan was, in tegenstelling tot in Zuid-Afrika, waar uit litterair oogpunt zijn werk verloren schijnt. 
Ons antwoord: 
Wij vonden het gedicht vele jaren geleden in ons lokale dagblad en hebben het bewaard.
Het had ons geraakt, omdat het precies verwoordt wat de betekenis van het kindzijn is. 
Toen we deze site opzetten namen we het gedicht op, omdat we de hoopten, dat ook anderen door het te lezen zouden worden geraakt en zouden beginnen na te denken over het welzijn van de kinderen. Misschien zou het een steentje kunnen bijdragen tot verbetering in de situatie van de tegenwoordige "childhoodcare". 
 
De heer G. Mulder liet ons vervolgens weten: "You are more than welcome to make a summary of my grandfathers life and put it on your website. It would be an honour for us".
Aan het Jaarboek van de Maatschappij der Nederlandse Letterkunde te Leiden (1969-1970, pag. 142-154 ontlenen wij enige gegevens omtrent Hendrik Adolph Mulder, die veel publiceerde onder zijn pseudoniem Willem Hessels.
De Nederlandse dichter Willen Hessels heeft in Zuid-Afrika enige bekendheid gekregen en is in Nederland thans, maar zeker ten onrechte, bijna vergeten. 
Van de literaire criticus H.A. Mulder hebben in Nederland tegenwoordig maar heel weinigen gehoord, maar in de geschiedenis van de Afrikaanse letteren heeft deze een duidelijke en blijvende plaats verworven. 
Het debuut in beperkte kring, zijn ziekte, zijn emigratie en later vooral de Wereldoorlog II, maakten, dat hij geheel buiten het Nederlandse literaire leven kwam te staan. De publicatie van Con Sordino na de oorlog vond maar een flauwe echo in Nederland, zeker nadat de stormachtige vernieuwingen van de vijftigers zich begonnen aan te kondigen. 
In Zuid-Afrika is hij echter, om uit een herdenkingsartikel van Standpunte te citeren: "die vernaamste kritikus van die jonger Afrikaanse literêre beweging"geworden, "een van die fynste wat ons ooit gehad het". 
H.A. Mulder werd geboren op 19 juli 1906 in Zaamslag in Zeeuws-Vlaanderen. Zijn vader, een gereformeerde predikant nam in 1908 een beroep in Harderwijk aan, waar de jonge Hendrik een belangrijk deel van zijn kinderjaren doorbracht. De landstreek van de noordelijke Veluwe, destijds veel stiller dan nu, zal op de latere dichter van verzen, waarin de natuurmystiek een wezenlijk element vormt, een onuitwisbare indruk hebben gemaakt.
Na zijn gymnasiumtijd studeerde Mulder aan de Vrije Universiteit te Amsterdam, alwaar hij al op jeugdige leeftijd zich ontwikkelde tot een begaafd kunstcriticus. Hij heeft het daar niet gemakkelijk gehad. Hij was te beschouwelijk, te weinig berekenend om zich in de korpspolitieke woelingen goed staande te kunnen houden. De vele drukke bezigheden naast zijn studie zijn vermoedelijk te veel geweest voor zijn zwakke gezondheid. Er openbaarde zich longtuberculoze, die zijn verdere leven zozeer zou bemoeilijken en tenslotte mede de oorzaak worden van zijn betrekkelijk vroege dood.
Van de verzen, die hij voor zijn ziekte had geschreven (1925-1928) is in 1949 een keuze opgenomen in zijn bundel verzamelde gedichten Con Sordino.
De overheersende motieven zijn een verlangen naar licht en schoonheid in een duistere en koude wereld, een heimwee naar de ongebroken harmonie van de kindertijd, de behoefte tot "bevrijding uit het persoonlijke, een oplossing en opgaan in een vreugde die groter was dan ik zelf", zoals hij dat in 1930 formuleerde.
Mulder vatte het plan op zich in Zuid-Afrika - in een gezonder klimaat - een bestaan op te bouwen, aanvankelijk als free-lancejournalist en na het behalen van de nodige diploma's bij het onderwijs.
Met zijn verloofde Roelina  Jantina Stagger vertrok hij op 2 februari 1934 via Londen naar Kaapstad, alwaar hij op 3 mei met haar in het huwelijk trad.
In 1939 werd zijn dochter Hermione geboren in Pretoria, alwaar Jan Greshoff en zijn echtgenote in 1941 voor langere tijd gasten van het echtpaar Mulder waren.
In 1946 werd hij tot lector voor de Nederlandse en Afrikaanse letteren benoemd aan het Rhodes Universiteitscollege in het plaatsje Grahamstad, alwaar zijn zoon Gelmer Jan werd geboren. Op 3 mei 1949 overleed hij aldaar.
 
Het is vooral met zijn literair-kritische stukken, dat hij krachtig heeft bijgedragen  tot het verbreiden in Zuid-afrika van de kennis van de contemporaine Nederlandse poëzie, o.m. die van A. Roland Holst, Nijhoff, Greshoff, Marsman, Vestdijk, De Mérode, Achterberg en Hoornik.