Geschiedenis personal computers (pc) |
|
|
|
|
Oude China, telraam, de abacus. |
|
|
|
1623: De Duitser Wilhelm Schickard komt met een idee voor de eerste mechanische rekenmachine |
|
|
|
1642: Blaise Pascal bouwt de eerste telmachine (Pascaline). |
|
|
|
1679: Wilhelm Leibniz ontwerpt het binaire stelsel. |
|
|
|
1801: Joseph Marie Jacquard gebruikt ponskaarten voor een automatisch werkend weefgetouw. Na jaren experimenteren had hij een model waarin de ponskaarten in een eindeloze lus aan elkaar gekoppeld waren : de eerste programmeerbare machine!!. |
|
|
|
1815-1864 George Boole. Aan hem danken we dat de moderne computer veel meer kan dan goochelen met getallen. Bijv. de vraag stellen: "Wilt u dit document bewaren?". En als we op "ja" klikken, wordt de programmeerregel "IF antwoord = JA, THEN bewaar document" uitgevoerd. Een computer kan beslissingen nemen. Dit danken we aan George Boole. |
|
|
|
1833: Charles Babbage (Engelse wiskundige die leefde van 1792 tot 1871), maakt het ontwerp voor zijn "Analytical Engine", de eerste computer die geprogrammeerd kon worden. Hij zag het belang van Jacquards ponskaarten. Hij kon ze prima gebruiken om zijn "Analytische Machine" mee te besturen. Dit apparaat moest tot véél meer in staat zijn dan de simpele mechanische rekenmachines uit die tijd. De machine zou verschillende soorten berekeningen moeten gaat uitvoeren, afhankelijk van wat het programma op dat moment voorschreef. Daattoe bezat hij een "mill", die het rekenwerk verrichtte, een "store" (opgebouwd uit tandwielen) waarin resultaten werden bewaard, en aparte delen voor in- en uitvoer. Waar Babbage van droomde, was in elk opzicht een echte computer. Jammer voor hem leefde hij in een tijd waarin elektriciteit nog nauwelijks werd begrepen, laat staan dat men wist hoe je er schakelaars mee kon omzetten, of bits mee bewaarde. De machine van Babbage moest worden gebouwd met de materialen en kennis uit die tijd: koperen tandwielen, stangen, zuigers en stoom. Dat bleek een onmogelijke opgave. |
|
|
|
1847: George Boole publiceerde
The Mathematical Analysts of Logic.De titel geeft aan waarom het gaat,
Logica.Precies zoals we in de gewone algebra getallen bewerken met behulp
van 'operatoren' als 'PLUS' , 'MIN' of "MAAL", zo bewerk je in de Boolse
algebra uitspraken met behulp van operatoren EN, OF en NIET. Met dat gereedschap
kun je stukjes van de wereld beschrijven en - het belanrijkste - via logische
redenen nagaan of reeksen uitspraken waar of onwaar zijn. Bijv. als de
uitspraak "alle mensen zijn leugenaars" waar is, EN de uitspraak "ik ben
een mens" is ook waar, dan is de uitspraak "ik ben een leugenaar" ook
waar. (Voor zover een leugenaar ware uitspraken kan doen, natuurlijk,
maar dat is wat anders :-) |
|
|
|
1854: George Boole gebruikt algebra om rekenkundig-logische problemen op te lossen. |
|
|
|
1885: Dorr E. Felt bouwt een telmachine met toetsenbord. |
|
|
|
1886: Herman Hollerith (1860-1929) gebruikt een machine voor de verwerking van de volkstelling-gegevens op ponskaarten. |
|
|
|
1888: Burroughs bouwt een telmachine die de uitkomst van de berekeningen afdrukt. |
|
|
|
1904: Uitvinding van de vacuumbuis. Nu waren er onderdelen voorhanden om een elektronische computer te bouwen. |
|
| 1930: Bush bouwt de eerste elektronische computer voor diverse doeleinden. |
||
|
|
1938: Konrad Zuse, 28
jaar oud en in dienst bij de Henschel vliegtuigfabrieken in Berlijn, bouwt
de Z1, de eerste computer die de binaire code gebruikt. |
|
|
|
1940: De Engelsen gebruiken "Colossus" om vijandelijke militaire berichten te decoderen. Dit was een volledige computer ontworpen met één speciaal doel: het kraken van de code. De gegevens werden op geponste papierstroken in de machine gevoerd. Colossis bezat eem foto-elektrische 'lezer', waarmee de papierstroken in een tempo van vijfduizend tekens per seconde konden worden verwerkt. De Colossus had 2000 radiobuizen. |
|
| 1941: De eerste programmeerbare rekenmachine wordt in Duitsland uitgevonden. De "Z3" kan drie keer per seconde optellen. Vermenigvuldigen duurt vijf keer zo lang. Bestaat in totaal uit 2000 relais, 64 registers à 22 bit en hij werkt met een kloksnelheid van 5,33 hertz. De computer schakelt met vacuümbuizen (een idee van Zuses medewerker Helmut Schreyer), werd geprogrammeerd via ponskaarten en kon 64 getallen van elk 22 binaire cijfers opslaan. |
|
|
|
|
1943: Aan de Universiteit van Harvard wordt de eerste grote "general purpose" computer gebouwd, de Mark 1. Maakte gebruik van relais. Hiervan zaten er 3300 in de Mark1. |
|
|
|
1945 / 1946: Aan de universiteit van Pensylvania wordt de eerste electronische computer gebouwd, de ENIAC. (Electronical Numerical Integrator & Calculator; 18.000 radiobuizen, 70.000 weerstanden en 10.000 condensatoren, gewicht 30 ton, geen bewegende delen). De Eniac werd gebouwd door John Mauchly en J.Presper Eckert. De Eniac werd geprogrammeerd door het aanbrengen van elektronische verbindingen op een schakelpaneel, dat er ongeveer uitzag als een ouderwetse telefooncentrale. Al voor de Eniac in gebruik werd genomen had de wiskundige John von Neumann (1903-1957) gewezen op het grote voordeel van een programma van numerieke codes. Eenmaal in de computer opgeslagen, kan een dergelijk programma worden gebruikt om de elektronische verbindingen automatisch tot stand te brengen. Daarnaast kan het ook, als normale gegevens, door de computer zelf worden bewerkt en aangepast. Door het ontbreken van geheugens, zoals we die nu kennen, duurde het tot 1949 voordat de eerste machine met intern geheugen werkte (de EDSAC, in Engeland, die werkte met akoestische geheugenelementen, een nu volledig verlaten techniek). Von Neumanns idee van het intern opgeslagen programma is dermate succesvol gebleken dat alle huidige computers hiermee werken. |
|
|
|
1947/48: De uitvinding van de transistor of halfgeleider (Bell Laboratoria van AT&T in de VS, tegenwoordig een onderdeel van Lucent Technologies) door John Bardeen en Walther Brattain een van de belangrijkste stappen op weg naar de PC-revolutie. Zij maakten een verbinding tussen twee stukjes germaniumkristal en twee batterijen. Met deze eenvoudige instructie waren zij in staat een electrisch signaal met een factor honderd te versterken. Daarvoor was veel minder energie nodig dan voor de grote kwetsbare radiobuizen, ook wel vacuumbuizen genoemd, waarmee de gangbare apparatuur destijds was uitgerust. Toch duurde het nog tot 1952 voor William Shockley de transistor zo wist te verbeteren dat het een serieuze concurrent werd voor de radiobuis. De transistor, in wezen een complete electronische schakeling, verving de radiobuis. Omdat de transistor duidelijk minder vermogen nodig had, was een computer die uit transistors was opgebouwd, kleiner en efficienter dan een buizencomputer. Dankzij dit simpele schakelelementje kunnen de energievretende vacuümbuizen in een keer naar de schroothoop. Een transistor is veel kleiner en robuuster dan een radiobuis. Hij kost bijna niets, gebruikt weinig stroom en geeft nauwelijks warmte af. Zo'n vinding verdient een Nobelprijs en in 1956 wordt deze prijs danook aan de heren uitgereikt. |
|
|
|
1950: De eerste chip of integrated circuit. Jack Kilby van Texas Instruments ziet kans een aantal transistoren op een plaatje halfgeleidermateriaal met elkaar te verbinden, en hij bouwt zo het allereerste geïntegreerde circuit (IC). De microprocessor zal nog tot 1971 op zich laten wachten. |
|
|
|
1951: UNIVAC. Remmington Rand een verre
voorganger van het huidige UNISYS, verkoopt 's-werelds eerste computer
aan het Amerikaanse buro voor volkstelling. Het is de UNIVAC 1. (Universal
Automatic Computer). Het apparaat woog een paar duizend kilo, rekende
met 5000 electronenbuizen met een snelheid van duizenden berekeningen
per seconde. Het geheugen van 256 Kb, was opgebouwd uit ferrietringen. |
|
|
|
1957: De toepassing van transistoren in
computers zoals we die nu kennen is mogelijk vanaf 1957. Jack
Kilby kwam op het idee een reeks electronische transistors op één
stuk halfgeleidermateriaal te bouwen, in plaats van op de tot dan toe
gebruikelijke ontwerpen waarbij losstaande componenten aan elkaar werden
gesoldeerd. |
|
|
|
1959: Uitvinding van Texas Instruments: geïntegreerd circuit (IC: integrated circuit); een halfgeleider-circuit met meer dan één transistor op dezelfde onderlaag die de transistor draadloos verbindt. Het eerste IC bevatte maar 6 transistoren; de Intel 486 microprocessor had 1,2 miljoen transistors. Moderne IC kunnen gefabriceerd worden met een paar miljoen transistors. |
|
|
|
1965: Uitvinding van de muis door Doug Engelbart in het Stanford Research Instituut. In die tijd deed men daar al onderzoek naar zaken als grafische gebruikersinterfaces. De eerste muis was nog geheel van hout en maakte gebruik van twee schijven die haaks op elkaar stonden. Muizen met bal zouden nog jaren op zich laten wachten. De muis is pas echt doorgebroken bij de introductie van de Apple-Macintosh-computer in 1984. http://sloan.stanford.edu/MouseSite/ voor meer gegevens over de geschiedenis van de muis. |
|
|
|
1965: Uitvinding van BASIC (Beginners All-purpose Symbolic Instruction Code), de eerste computertaal waarin woorden werden gebruikt, door John Kemeny en Thomas Kurtz. |
|
|
|
1969: -Uitvinding van de micro-processor
door Ted Hoff (Intel). |
|
| 1971: -Een Japanse klant vraagt het nog
jonge Intel Corporation of ze een serie chips wil maken voor een programmeerbare
rekenmachine. Dat lijkt ingenieur Ted Hoff een
uitdaging. Alleen vindt hij losse chips maar lastig en nodeloos ingewikkeld.
Waarom niet één programmeerbaar "logisch apparaat" dat verschillende
taken aankan en zijn instructies uit halfgeleidergeheugenput? Samen met
collega'a Les Vadasz,
Stan Mazor en Federico Faggin gaat
Hoff aan het werk, en uiteindelijk weten ze alle schakelingen op één
chip onder te brengen. Het resultaat is de allereerste microprocessor
, de Intel 4004. Deze processor draaide op een kloksnelheid van 108 KHz
en kon een geheugen van maximaal 640 bytes aanspreken. |
|
|
|
|
1972: de Intel 8008, een 8-bits microprocessor. |
|
|
|
1973: Het lab van Xerox Parc bouwt de 1e echte 'personal' computer, de ALTO. Deze legendarische machine beschikte naast een muis al over een echt grafische bediening en liet zich door één persoon (met goede conditie) verplaatsen. De ALTO geldt als de grootvader van alle moderne pc's. |
|
|
|
1973; de eerste microcomputers op basis van de 8008 worden ontwikkeld. Dit waren niet meer dan demonstratiemodellen en lieten voornamelijk lichten knipperen. |
|
|
|
1973 eind '73 introduceerde Intel de 8080 microprocessor, die tien keer sneller was dan de eerste 8008-chip en 64 Kb (kilobytes) aan geheugen kon adresseren. Dit was de doorbraak waarop de pc-industrie zat te wachten. Het was de eerste microprocessor die krachtig genoeg was om in een echte computer gebruikt te worden. De 8080 had 4800 transistoren. |
|
|
|
december 1974: introductie van de Altair 8800; geen muis geen toetsenbord geen beeldscherm. Op basis van de Intel 8080 microprocessor, waarin 4800 transistors waren verwerkt.. De eerste personal computer leek nog in niets op de huidige apparaten. Klanten moesten de Altair zelf in elkaar zetten en programmeren. Aanvankelijk werden de gegevens op audiocassettes opgeslagen. Een zekere Bill GATES schreef hiervoor samen met Paul ALLEN een programmeertaal (Basicversie). Invoer door schakelaartjes in de drukken. Antwoord door lichtjes te laten knipperen. De Altair heeft een geheugen van welgeteld 256 bytes en kost - als bouwpakket - 400 dollar. |
|
| 1975 eerste personal computer van IBM de 5100, 16 Kb geheugen, een ingebouwd beeldscherm van 16 regels en 64 tekens, een ingebouwde BASIC-interpreter en een ingebouwde DC-300 cassette-recorder voor opslag. De prijs van 9000 dollar sloot het systeem uit voor de grote pc-markt, die werd gedomineerd door hobbyisten die goedkope systemen bouwden (voor zo'n 500 dollar). Het systeem van IBM was duidelijk niet concurrerend in deze markt en werd niet goed verkocht. Het model 5100 werd opgevolgd door de 5110 en de 5120, een reeks die aan de IBM pc vooraf gaat en op dezelfde manier wordt genummerd, maar verder niets gemeen heeft met de IBM pc. De IBM personal computer (model 5150) heeft meer wer van het IBM/23 DataMaster, op de markt gekomen in 1980. |
|
|
|
|
1976 Apple Computer, een nieuw bedrijf van Steve JOBS en Stephen WOZNIAK, introduceert de Apple I voor 695 dollar. Dit systeem bestond uit een hoofdkaart die op een stuk triplex was geschroefd. Een kast en een voeding zaten er niet bij. Er werden maar een paar van deze computers gemaakt. Werkgeheugen was 8 kB. |
|
|
|
03.01.1977 formele oprichting van de Apple
Computer Corporation. |
|
|
|
1978 Intel kwam met de 8086, met 29.000 transistoren. Dit was de processor voor de eerste IBM-pc. (1981). |
|
|
|
1980 wereld van microcomputers beheerst door twee systemen: de Apple II met een grote schare trouwe gebruikers en een gigantische hoeveelheid software. Het andere omvatte alle systemen die voortkwamen uit de originele Altair van MITS. Deze systemen waren onderling compatible en hadden als kenmerk het gebruik van het besturingssysteem CP/M en uitbreidingsslots volgens de S-100 standaard (vanwege de 100 pinnen in het slot). Al deze systemen werden gemaakt door verschillende bedrijven en verkocht onder allerlei namen, maar ze gebruikten overwegend dezelfde software en direct aansluitbare hardware. |
|
|
|
1980 : ZX80 ontwerp van sir Cleve
Sinclair. Eerste computer die minder dan f 1000.- kostte. Werkgeheugen
1kB. De computer was gebouwd rond drie chips, een 8 kB ROM, een Z80 microprocessor
en een speciale chip om alles samen te laten werken en het scherm en het
toetsenbord aan te sturen. Aan te sluiten op een tv. Opslag gegevens via
cassetterecorder. Op toetsen staat een letter, maar bij programmeren levert
iedere toets een complete code op. Programma ZX Basic. De Z80 processor
is vele malen eenvoudiger dan bijv.een 80386- die qua instructieset in
feite nauwelijks onderdoet voor een Pentium. De Z80 was weer net iets
veelzijdiger en eenvoudiger programmeerbaar dan bijv. een 6502, zoals
die in de Commodore 64 te vinden was. De instructieset vande Z80 telt
zo'n 700 gedocumenteerde instructies en nog een aantal geheime instructies. |
|
| 1981 IBM 5150 de eerste pc , kost 20.000.-. |
|
|
|
|
1982: IBM 5160, de XT, de moeder van de
apparaten die tegenwoordig met besturingssysteem Windows worden geleverd.
De XT had een werkgeheugen van 64K. Was beperkt tot zakelijke markt. IBM
zag niets in computers voor thuisgebruik. Schrijven en een beetje rekenen,
dat kon de XT, spelletejs, geen sprake van. |
|
|
|
1983: Commodore C64. Hier begon explosie
werkgeheugen. De C64 had 64 keer zoveel geheugen als de ZX80 voor een
vergelijkbare prijs. Uitgebreide mogelijkheden om zelf te programmeren.De
software stond op cassettebandjes. Deze werd enthousiast gekopieerd en
gewisseld op schoolpleinen. Daar hebben we vandaag de dag alle beveiliging
en serienummers aan te danken. |
|
|
|
1983: Amerikaanse electronicaketen Radio Shack kwam met de eerste echt draagbare computer. De Tandy Model 100. Ook bekend als Olivetti M10 en NEC 8201, want het apparaat werd gebouwd in Japan en daar hoeft het niet exclusief te zijn. Geheugen groot genoeg op een paar flinke bladzijden vol te typen, rekenvellen en gegevensverzamelingen zijn er ook mee te beheren. Een ingebouwd modem zorgt voor de communicatie met de buitenwereld. Met wat creatief soldeerwerk is Model 100 eenvoudig op een hedendaagse bureaucomputer |
|
|
|
1984: introductie Apple Macintosh. De eerste
computer voor thuis met een grafisch scherm. Hello op scherm bij introductie
in zwierige letters. Deze machine sloeg aan. In 1982 was het ook al geprobeerd
met de Lisa, maar deze was met 25000,- te duur voor gewone mensen. Toch
was Lisa net als Xerox Star zondermeer revolutionair, doordat er een muis
aan het apparaat hing. |
|
| 1985: ATARI ST-serie (the poor man's Macintosh) ook met muis en grafische besturing. In computer twee speciale muziekpoorten. Hierdoor kon je met een Atari zonder al te veel gedoe een synthesizer en andere digitale instrumenten besturen. |
|
|
| 1986: Bij IBM zijn ze al sinds de jaren 70 bezig
met project 801, processors die zijn uitgerust met RISC-technologie. In
februari toont IBM zijn RT Personal Computer., welke is uitgerust met
een 32-bits RISC-processor. Standaard is 2 Mb geheugen aanwezig, een 1,2
Mb floppy-drive en een 40 Mb harddisk. Echt snel was het ding eigenlijk
niet en het is dan ook geen groot succes geworden. |
||
|
|
1987: In januari brengt Commodore 2 nieuwe
computers op de markt, de Amiga 500 en haar grote broer de Amiga 2000.
Eerste thuiscomputer met een directe aansturing voor videorecorders en
camera's. Intel brengt de 80387 coprocessor uit om rekenkundige bewerkingen
sneller te kunnen uitvoeren. Apple komt met de Macintosh II, met 16 MHz
68020 processor. |
|
|
|
Vanaf 1985 alleen maar grijze/beige dozen met daarin componenten die steeds meer kunnen. |
|
|
|
1988: Acorn PC met RISC processor en het
RiscOS besturingssysteem. In in 1998 met 233 ARM Risc processor. In augustus
komt Intel met een nieuwe processor, de 16 MHz 80386 SX microprocessor.
Eigenlijk is dit een 80386, maar nu met een 16-bits databus in plaats
van de 32-bits databus. De productiekosten liggen een stuk lager. |
|
| 1989: Intel komt met een nieuwe processor,
de 20-MHz 80386SX. |
||
| 1992: In maart introduceert Advanced Micro Designs de eerste kloon van de Intel 386, de AMD386DX |
||
|
|
1993: In april is Motorola klaar met de eerst generatie PowerPC-processoren. Dit zijn de 50 en 66 Mhz 601 processoren |
|
|
|
1994: Op 14 maart komen de eerste Apple PowerMacs op de markt. Ze gebruiken de 601 processor en hebben een snelheid van 60, 66 en 80 MHz. Apple PowerPC; Apple's versie van Risc op de desktop 6100; 7100; 8100. |
|
|
|
04.01.1996 Intel lanceert nieuwe Pentium processoren. Pentium 150 en 166 Mhz. |
|
|
|
1997: 10 november, de PowerMac G3 van Apple komt uit. |
|
|
|
1998: Op 15 augustus komt iMac van Apple op de markt. Hello again. |
|
|
|
1999: 5 jan: Apple intoduceert de G3 Blue & White ("Yosemite"). Deze computer heeft als eerste standaard FireWire. |
|
|
|
09.1999: Apple introduceert de iBooks met 366MHz G3-processor, 4MB geheugen, 10GB harddisk en 8 MB videogeheugen |
|
|
|
02.2000 Apple introduceert de iBook Special Edition met 466MHz G3-processor, uitgerust met een DVD-speler. |
|
|
|
begin 2000 De nieuwe Apple G4 is leverbaar, deze Powermac kan mede dankzij de Velocity Engine meer dan 1 miljard drijvende komma-berekeningen per seconde uitvoeren. |
|
|
|
eind 2000 De Apple G4 Cube is leverbaar. De Cube is meer een luxe paard dan een werkpaard, waaraan liefhebbers van design hun hart op kunnen halen. Uitgerust met een PowerPC G4-processor met snelheid van 450MHz, harddisk van 20 GB en 64 MB intern en 16 MB videogeheugen. |
|
|
|
20 november 2000 introduceert Intel de Pentium 4 processor. Deze heeft een 400 MHz processorbus, een 3-voudige snelheid t.o.v. de 133 MHz van de Pentium III. De processor maakt gebruik van de Intel 850 chipset en rambus geheugen. Kloksnelheid start met 1.4 GHz. |
|
januari 2002: de nieuwe iMac G4, met 15 inch LCD-scherm (max.res. 1024x768) in drie varianten; high-end = 800 MHz-G4-processor, 256 Mb geheugen, Superdrive (de Pioneer cd-r/dvd-r-schrijver) en harde schijf van 60 GB; tussenvorm= 700 MHz-G4-processor, 256 Mb geheugen, cd-r/dvd-speler en 40 GB harde schijf. en insstapmodel = 700 MHz-G4-processor, 128 Mb geheugen, een cd-rw-drive en 40 GB harde schijf. (prijzen 2650, 2150 en 1900 euro). |
||
|
|
juni 2003: Apple komt met de nieuwe G5 processor en levert de eerste 64-bit personal computer, leverbaar met 1.6 of 1.8 MHz G5 PowerPC of met dualprocessor op 2 Mhz. |
|
| .......© Ht |
|