back

Geschiedenis personal computers (pc)

 

 

Oude China, telraam, de abacus.

 

 

1623: De Duitser Wilhelm Schickard komt met een idee voor de eerste mechanische rekenmachine

 

 

1642: Blaise Pascal bouwt de eerste telmachine (Pascaline).

 

 

1679: Wilhelm Leibniz ontwerpt het binaire stelsel.

 

 

1801: Joseph Marie Jacquard gebruikt ponskaarten voor een automatisch werkend weefgetouw. Na jaren experimenteren had hij een model waarin de ponskaarten in een eindeloze lus aan elkaar gekoppeld waren : de eerste programmeerbare machine!!.

 

 

1815-1864 George Boole. Aan hem danken we dat de moderne computer veel meer kan dan goochelen met getallen. Bijv. de vraag stellen: "Wilt u dit document bewaren?". En als we op "ja" klikken, wordt de programmeerregel "IF antwoord = JA, THEN bewaar document" uitgevoerd. Een computer kan beslissingen nemen. Dit danken we aan George Boole.

 

 

1833: Charles Babbage (Engelse wiskundige die leefde van 1792 tot 1871), maakt het ontwerp voor zijn "Analytical Engine", de eerste computer die geprogrammeerd kon worden. Hij zag het belang van Jacquards ponskaarten. Hij kon ze prima gebruiken om zijn "Analytische Machine" mee te besturen. Dit apparaat moest tot véél meer in staat zijn dan de simpele mechanische rekenmachines uit die tijd. De machine zou verschillende soorten berekeningen moeten gaat uitvoeren, afhankelijk van wat het programma op dat moment voorschreef. Daattoe bezat hij een "mill", die het rekenwerk verrichtte, een "store" (opgebouwd uit tandwielen) waarin resultaten werden bewaard, en aparte delen voor in- en uitvoer. Waar Babbage van droomde, was in elk opzicht een echte computer. Jammer voor hem leefde hij in een tijd waarin elektriciteit nog nauwelijks werd begrepen, laat staan dat men wist hoe je er schakelaars mee kon omzetten, of bits mee bewaarde. De machine van Babbage moest worden gebouwd met de materialen en kennis uit die tijd: koperen tandwielen, stangen, zuigers en stoom. Dat bleek een onmogelijke opgave.

 

 

1847: George Boole publiceerde The Mathematical Analysts of Logic.De titel geeft aan waarom het gaat, Logica.Precies zoals we in de gewone algebra getallen bewerken met behulp van 'operatoren' als 'PLUS' , 'MIN' of "MAAL", zo bewerk je in de Boolse algebra uitspraken met behulp van operatoren EN, OF en NIET. Met dat gereedschap kun je stukjes van de wereld beschrijven en - het belanrijkste - via logische redenen nagaan of reeksen uitspraken waar of onwaar zijn. Bijv. als de uitspraak "alle mensen zijn leugenaars" waar is, EN de uitspraak "ik ben een mens" is ook waar, dan is de uitspraak "ik ben een leugenaar" ook waar. (Voor zover een leugenaar ware uitspraken kan doen, natuurlijk, maar dat is wat anders :-)
De Boolse algebra rekent dus in een tweetallig stelsel (waar of onwaar), en dat kan perfect worden geïmiteerd door de elektronische schakelaars die aan of uit staan, en dus wel of geen stroompje doorlaten. De EN-operator is bijv. een schakeling met twee ingangen, die alléén een signaal stuurt als op beide ingangen een stroompje binnenkomt. De OF-schakeling is minder kritisch: hier hoeft maar op één van de twee ingangen spanning te staan, wil hij zelf een signaal geven. Die logische schakelingen ("poorten") worden eenvoudig opgebouwd door een handjevol transistoren op bepaalde manieren aan elkaar te koppelen. Miljoenen van zulke poorten vormen samen een microprocessor, het Boole-hart van de computer.

 

 

1854: George Boole gebruikt algebra om rekenkundig-logische problemen op te lossen.

 

 

1885: Dorr E. Felt bouwt een telmachine met toetsenbord.

 

 

1886: Herman Hollerith (1860-1929) gebruikt een machine voor de verwerking van de volkstelling-gegevens op ponskaarten.

 

 

1888: Burroughs bouwt een telmachine die de uitkomst van de berekeningen afdrukt.

 

 

1904: Uitvinding van de vacuumbuis. Nu waren er onderdelen voorhanden om een elektronische computer te bouwen.

 

1930: Bush bouwt de eerste elektronische computer voor diverse doeleinden.

 

1938: Konrad Zuse, 28 jaar oud en in dienst bij de Henschel vliegtuigfabrieken in Berlijn, bouwt de Z1, de eerste computer die de binaire code gebruikt.
Shannon toont aan dat de Booleaanse algebra en het binaire stelsel in de circuits van computers kunnen worden gebruikt. De Z1 kon allerlei wiskundige opgaven afwerken. De Z1 gebruikte nog mechanische schakelaars. Wat dat betreft begon de Z3 (zie 1941) meer op een echte computer te lijken.

 

 

1940: De Engelsen gebruiken "Colossus" om vijandelijke militaire berichten te decoderen. Dit was een volledige computer ontworpen met één speciaal doel: het kraken van de code. De gegevens werden op geponste papierstroken in de machine gevoerd. Colossis bezat eem foto-elektrische 'lezer', waarmee de papierstroken in een tempo van vijfduizend tekens per seconde konden worden verwerkt. De Colossus had 2000 radiobuizen.

 

back

1941: De eerste programmeerbare rekenmachine wordt in Duitsland uitgevonden. De "Z3" kan drie keer per seconde optellen. Vermenigvuldigen duurt vijf keer zo lang. Bestaat in totaal uit 2000 relais, 64 registers à 22 bit en hij werkt met een kloksnelheid van 5,33 hertz. De computer schakelt met vacuümbuizen (een idee van Zuses medewerker Helmut Schreyer), werd geprogrammeerd via ponskaarten en kon 64 getallen van elk 22 binaire cijfers opslaan.

 

 

1943: Aan de Universiteit van Harvard wordt de eerste grote "general purpose" computer gebouwd, de Mark 1. Maakte gebruik van relais. Hiervan zaten er 3300 in de Mark1.

 

 

1945 / 1946: Aan de universiteit van Pensylvania wordt de eerste electronische computer gebouwd, de ENIAC. (Electronical Numerical Integrator & Calculator; 18.000 radiobuizen, 70.000 weerstanden en 10.000 condensatoren, gewicht 30 ton, geen bewegende delen). De Eniac werd gebouwd door John Mauchly en J.Presper Eckert. De Eniac werd geprogrammeerd door het aanbrengen van elektronische verbindingen op een schakelpaneel, dat er ongeveer uitzag als een ouderwetse telefooncentrale. Al voor de Eniac in gebruik werd genomen had de wiskundige John von Neumann (1903-1957) gewezen op het grote voordeel van een programma van numerieke codes. Eenmaal in de computer opgeslagen, kan een dergelijk programma worden gebruikt om de elektronische verbindingen automatisch tot stand te brengen. Daarnaast kan het ook, als normale gegevens, door de computer zelf worden bewerkt en aangepast. Door het ontbreken van geheugens, zoals we die nu kennen, duurde het tot 1949 voordat de eerste machine met intern geheugen werkte (de EDSAC, in Engeland, die werkte met akoestische geheugenelementen, een nu volledig verlaten techniek). Von Neumanns idee van het intern opgeslagen programma is dermate succesvol gebleken dat alle huidige computers hiermee werken.

 

 

1947/48: De uitvinding van de transistor of halfgeleider (Bell Laboratoria van AT&T in de VS, tegenwoordig een onderdeel van Lucent Technologies) door John Bardeen en Walther Brattain een van de belangrijkste stappen op weg naar de PC-revolutie. Zij maakten een verbinding tussen twee stukjes germaniumkristal en twee batterijen. Met deze eenvoudige instructie waren zij in staat een electrisch signaal met een factor honderd te versterken. Daarvoor was veel minder energie nodig dan voor de grote kwetsbare radiobuizen, ook wel vacuumbuizen genoemd, waarmee de gangbare apparatuur destijds was uitgerust. Toch duurde het nog tot 1952 voor William Shockley de transistor zo wist te verbeteren dat het een serieuze concurrent werd voor de radiobuis. De transistor, in wezen een complete electronische schakeling, verving de radiobuis. Omdat de transistor duidelijk minder vermogen nodig had, was een computer die uit transistors was opgebouwd, kleiner en efficienter dan een buizencomputer. Dankzij dit simpele schakelelementje kunnen de energievretende vacuümbuizen in een keer naar de schroothoop. Een transistor is veel kleiner en robuuster dan een radiobuis. Hij kost bijna niets, gebruikt weinig stroom en geeft nauwelijks warmte af. Zo'n vinding verdient een Nobelprijs en in 1956 wordt deze prijs danook aan de heren uitgereikt.

 

 

1950: De eerste chip of integrated circuit. Jack Kilby van Texas Instruments ziet kans een aantal transistoren op een plaatje halfgeleidermateriaal met elkaar te verbinden, en hij bouwt zo het allereerste geïntegreerde circuit (IC). De microprocessor zal nog tot 1971 op zich laten wachten.

 

 

1951: UNIVAC. Remmington Rand een verre voorganger van het huidige UNISYS, verkoopt 's-werelds eerste computer aan het Amerikaanse buro voor volkstelling. Het is de UNIVAC 1. (Universal Automatic Computer). Het apparaat woog een paar duizend kilo, rekende met 5000 electronenbuizen met een snelheid van duizenden berekeningen per seconde. Het geheugen van 256 Kb, was opgebouwd uit ferrietringen.
Eén van de beroemdste klusjes van de UNIVAC was het voorspellen van de uitslag van de Amerikaanse presidentsverkiezingen van 1952. Nadat het 'rekenmonster' één procent van de stemmen had geteld wist hij al dat Dwight Eisenhouwer zou winnen en hij kreeg gelijk.

 

 

1957: De toepassing van transistoren in computers zoals we die nu kennen is mogelijk vanaf 1957. Jack Kilby kwam op het idee een reeks electronische transistors op één stuk halfgeleidermateriaal te bouwen, in plaats van op de tot dan toe gebruikelijke ontwerpen waarbij losstaande componenten aan elkaar werden gesoldeerd.
Robert Noyce (een van de oprichters van Intel) bracht twee jaar later met succes een electronische schakeling met diverse transistors op een klein plakje silicium aan, Hiermee zag de geintegreerde schakeling, ofwel de 'chip' het levenslicht. Bovendien verbeterde Noyce het aanbrengen van de verbindingen tussen componenten op het circuit. Vanaf dat moment raken de ontwilllelingen in een stroomversnelling, Steeds meer transistoren werden geïntegreerd op één chip. In 1963 twintig, in 1965 veertig en zes jaar later 2300 stuks op de Intel 4004.

 

 

1959: Uitvinding van Texas Instruments: geïntegreerd circuit (IC: integrated circuit); een halfgeleider-circuit met meer dan één transistor op dezelfde onderlaag die de transistor draadloos verbindt. Het eerste IC bevatte maar 6 transistoren; de Intel 486 microprocessor had 1,2 miljoen transistors. Moderne IC kunnen gefabriceerd worden met een paar miljoen transistors.

 

 

1965: Uitvinding van de muis door Doug Engelbart in het Stanford Research Instituut. In die tijd deed men daar al onderzoek naar zaken als grafische gebruikersinterfaces. De eerste muis was nog geheel van hout en maakte gebruik van twee schijven die haaks op elkaar stonden. Muizen met bal zouden nog jaren op zich laten wachten. De muis is pas echt doorgebroken bij de introductie van de Apple-Macintosh-computer in 1984. http://sloan.stanford.edu/MouseSite/ voor meer gegevens over de geschiedenis van de muis.

 

 

1965: Uitvinding van BASIC (Beginners All-purpose Symbolic Instruction Code), de eerste computertaal waarin woorden werden gebruikt, door John Kemeny en Thomas Kurtz.

 

 

1969: -Uitvinding van de micro-processor door Ted Hoff (Intel).
-Intel introduceert geheugenchip van 1 K bits, veel meer capaciteit dan op dat moment waar dan ook beschikbaar was. (Een K bits is gelijk aan 1024 bits, en een byte bevat 8 bits; zodoende bevatte deze chip 128 bytes - tegenwoordig niet veel). Vanwege Intels succes bij het ontwerpen en fabriceren van chips vroeg Busicomp, een Japanse rekenmachineproducent, Intel om twaalf verschillende logische chips te produceren voor een van hun rekenmachines. In plaats van twaalf verschillende logische chips te ontwerpen, brachten de technici van Intel alle functies ervan op één enkele chip aan. Bovendien maakten zij het ontwerp van de chip zodanig dat hij werd bestuurd door een programma dat de functie van de chip kon veranderen. De chip was dus algemeen toepasbaar geworden en kon daardoor ook in andere apparaten functioneren. Vorige ontwerpen waren vast bedraad eb, met ingebouwde instructies, bestemd voor één toepassing: deze chip las allerlei instructies uit het geheugen. Het idee was om bijna de hele processor op één chip te maken.

 

back

1971: -Een Japanse klant vraagt het nog jonge Intel Corporation of ze een serie chips wil maken voor een programmeerbare rekenmachine. Dat lijkt ingenieur Ted Hoff een uitdaging. Alleen vindt hij losse chips maar lastig en nodeloos ingewikkeld. Waarom niet één programmeerbaar "logisch apparaat" dat verschillende taken aankan en zijn instructies uit halfgeleidergeheugenput? Samen met collega'a Les Vadasz, Stan Mazor en Federico Faggin gaat Hoff aan het werk, en uiteindelijk weten ze alle schakelingen op één chip onder te brengen. Het resultaat is de allereerste microprocessor , de Intel 4004. Deze processor draaide op een kloksnelheid van 108 KHz en kon een geheugen van maximaal 640 bytes aanspreken.
De 4004 is een 4-bits processor. (8-bits architectuur waarvan slechts 4-bits werden gebruikt. Deze processor had 2300 transistoren, die samen evenveel rekenkracht hebben als de kolossale ENIAC van een kwart eeuw eerder. Maar hij kost maar 200 dollar - dat is ruim 2000 keer goedkoper. En met zijn 12 vierkante millimeter neemt hij maar liefst 10 miljoen (!) keer minder ruimte in beslag dan zijn beroemde voorganger.
-Nolan Bushnell maakt "Pong", het eerste videospel. Zijn bedrijf heette ATARI. Dit spel kon in een automatenhal worden gespeeld.

 

 

1972: de Intel 8008, een 8-bits microprocessor.

 

 

1973: Het lab van Xerox Parc bouwt de 1e echte 'personal' computer, de ALTO. Deze legendarische machine beschikte naast een muis al over een echt grafische bediening en liet zich door één persoon (met goede conditie) verplaatsen. De ALTO geldt als de grootvader van alle moderne pc's.

 

 

1973; de eerste microcomputers op basis van de 8008 worden ontwikkeld. Dit waren niet meer dan demonstratiemodellen en lieten voornamelijk lichten knipperen.

 

 

1973 eind '73 introduceerde Intel de 8080 microprocessor, die tien keer sneller was dan de eerste 8008-chip en 64 Kb (kilobytes) aan geheugen kon adresseren. Dit was de doorbraak waarop de pc-industrie zat te wachten. Het was de eerste microprocessor die krachtig genoeg was om in een echte computer gebruikt te worden. De 8080 had 4800 transistoren.

 

 

december 1974: introductie van de Altair 8800; geen muis geen toetsenbord geen beeldscherm. Op basis van de Intel 8080 microprocessor, waarin 4800 transistors waren verwerkt.. De eerste personal computer leek nog in niets op de huidige apparaten. Klanten moesten de Altair zelf in elkaar zetten en programmeren. Aanvankelijk werden de gegevens op audiocassettes opgeslagen. Een zekere Bill GATES schreef hiervoor samen met Paul ALLEN een programmeertaal (Basicversie). Invoer door schakelaartjes in de drukken. Antwoord door lichtjes te laten knipperen. De Altair heeft een geheugen van welgeteld 256 bytes en kost - als bouwpakket - 400 dollar.

 

back

1975 eerste personal computer van IBM de 5100, 16 Kb geheugen, een ingebouwd beeldscherm van 16 regels en 64 tekens, een ingebouwde BASIC-interpreter en een ingebouwde DC-300 cassette-recorder voor opslag. De prijs van 9000 dollar sloot het systeem uit voor de grote pc-markt, die werd gedomineerd door hobbyisten die goedkope systemen bouwden (voor zo'n 500 dollar). Het systeem van IBM was duidelijk niet concurrerend in deze markt en werd niet goed verkocht. Het model 5100 werd opgevolgd door de 5110 en de 5120, een reeks die aan de IBM pc vooraf gaat en op dezelfde manier wordt genummerd, maar verder niets gemeen heeft met de IBM pc. De IBM personal computer (model 5150) heeft meer wer van het IBM/23 DataMaster, op de markt gekomen in 1980.

 

 

1976 Apple Computer, een nieuw bedrijf van Steve JOBS en Stephen WOZNIAK, introduceert de Apple I voor 695 dollar. Dit systeem bestond uit een hoofdkaart die op een stuk triplex was geschroefd. Een kast en een voeding zaten er niet bij. Er werden maar een paar van deze computers gemaakt. Werkgeheugen was 8 kB.

 

 

03.01.1977 formele oprichting van de Apple Computer Corporation.
1977 De Apple II (een pc voor thuisgebruik, gebouwd rond de Motorola 6502 microprocessor met een geheugen van 16 kB); deze heeft bijgedragen aan de norm voor bijna alle belangrijke microcomputers die erna kwamen. Deze computer wordt aangesloten op een (kleuren!)tv. De data wordt bewaard op cassettebandjes. Het geheugen was 4 kB, uit te breiden tot 64 kB. Deze Apple II wordt een enorm succes en al snel verschijnen er allerlei andere merken. Besturingssysteem: BASIC. De II levert Apple de eerste miljoenen op. Het was een kant-en-klaar systeem emt ingebouwd toetsenbord, geluid, kleurengraphics en optioneel een diskettestation. Met een prijs van $2600.- was het de duurste thuiscomputer, maar dat weerhield Apple Computers er niet van tegen het einde van de jaren zeventig 60% van de onderwijsmarkt te beheersen.
- - de apple2

 

 

1978 Intel kwam met de 8086, met 29.000 transistoren. Dit was de processor voor de eerste IBM-pc. (1981).

 

 

1980 wereld van microcomputers beheerst door twee systemen: de Apple II met een grote schare trouwe gebruikers en een gigantische hoeveelheid software. Het andere omvatte alle systemen die voortkwamen uit de originele Altair van MITS. Deze systemen waren onderling compatible en hadden als kenmerk het gebruik van het besturingssysteem CP/M en uitbreidingsslots volgens de S-100 standaard (vanwege de 100 pinnen in het slot). Al deze systemen werden gemaakt door verschillende bedrijven en verkocht onder allerlei namen, maar ze gebruikten overwegend dezelfde software en direct aansluitbare hardware.

 

 

1980 : ZX80 ontwerp van sir Cleve Sinclair. Eerste computer die minder dan f 1000.- kostte. Werkgeheugen 1kB. De computer was gebouwd rond drie chips, een 8 kB ROM, een Z80 microprocessor en een speciale chip om alles samen te laten werken en het scherm en het toetsenbord aan te sturen. Aan te sluiten op een tv. Opslag gegevens via cassetterecorder. Op toetsen staat een letter, maar bij programmeren levert iedere toets een complete code op. Programma ZX Basic. De Z80 processor is vele malen eenvoudiger dan bijv.een 80386- die qua instructieset in feite nauwelijks onderdoet voor een Pentium. De Z80 was weer net iets veelzijdiger en eenvoudiger programmeerbaar dan bijv. een 6502, zoals die in de Commodore 64 te vinden was. De instructieset vande Z80 telt zo'n 700 gedocumenteerde instructies en nog een aantal geheime instructies.
Tegen 1980 draaide de gemiddelde bedrijfscomputer op een 8-bits processorchip. De meeste gebruikten het CP/M besturingssysteem en boden 64 Kb RAM-geheugen, twee diskettestations en een groen beeldscherm voor tekst. In tegenstelling tot het Apple besturingssysteem kon CP/M geen enkele vorm van graphics aan.

 

back

1981 IBM 5150 de eerste pc , kost 20.000.-.
De eerste 64 Kb RAM-chips zijn verkrijgbaar
1e originele IBM pc, 8088 microprocessor, 4,77 MHz, 16 kilobyte werkgeheugen, een beeldscherm, een floppydrive en een toetsenbord. Dit blijt genoeg te zijn om talloze kleine bedrijfjes, instellingen en zelfs particulieren over de streep te trekken.
Eerst zou Digital Research de software leveren, maar dat ging op het laatste moment niet door en daarna ging IBM in zee met Bill Gates, die ergens een Disk Operation System op de kop had getikt en dat wel kon aanpassen. Hij was wel zo slim de rechten van de MS-DOS software in eigen hand te houden. Ook de eerste bruikbare tekstverwerkers, spreadsheets en databases komen op de markt.
XEROX, de uitvinder van o.a. de GUI, Graphical user Interface, komt op de markt met de XEROX STAR. Ondanks het feit dat het Xerox-onderzoekscentrum allerlei technologieen heeft uitgevonden die nu standaard zijn binnen de computerwereld, brachten ze hun uitvindingen niet zo snel op de markt. De Xerox Star werd in 1981 uitgegeven, vele jaren nadat de GUIwas uitgevonden. Met een prijskaartje van f.32.000.- werd de Star weinig verkocht.

 

 

1982: IBM 5160, de XT, de moeder van de apparaten die tegenwoordig met besturingssysteem Windows worden geleverd. De XT had een werkgeheugen van 64K. Was beperkt tot zakelijke markt. IBM zag niets in computers voor thuisgebruik. Schrijven en een beetje rekenen, dat kon de XT, spelletejs, geen sprake van.
De eerste 256Kb RAM-chips zijn verkrijgbaar.

 

 

1983: Commodore C64. Hier begon explosie werkgeheugen. De C64 had 64 keer zoveel geheugen als de ZX80 voor een vergelijkbare prijs. Uitgebreide mogelijkheden om zelf te programmeren.De software stond op cassettebandjes. Deze werd enthousiast gekopieerd en gewisseld op schoolpleinen. Daar hebben we vandaag de dag alle beveiliging en serienummers aan te danken.

 

 

1983: Amerikaanse electronicaketen Radio Shack kwam met de eerste echt draagbare computer. De Tandy Model 100. Ook bekend als Olivetti M10 en NEC 8201, want het apparaat werd gebouwd in Japan en daar hoeft het niet exclusief te zijn. Geheugen groot genoeg op een paar flinke bladzijden vol te typen, rekenvellen en gegevensverzamelingen zijn er ook mee te beheren. Een ingebouwd modem zorgt voor de communicatie met de buitenwereld. Met wat creatief soldeerwerk is Model 100 eenvoudig op een hedendaagse bureaucomputer

 

 

1984: introductie Apple Macintosh. De eerste computer voor thuis met een grafisch scherm. Hello op scherm bij introductie in zwierige letters. Deze machine sloeg aan. In 1982 was het ook al geprobeerd met de Lisa, maar deze was met 25000,- te duur voor gewone mensen. Toch was Lisa net als Xerox Star zondermeer revolutionair, doordat er een muis aan het apparaat hing.
IBM is in staat 1 Mb RAM-chips te maken.

 

back

1985: ATARI ST-serie (the poor man's Macintosh) ook met muis en grafische besturing. In computer twee speciale muziekpoorten. Hierdoor kon je met een Atari zonder al te veel gedoe een synthesizer en andere digitale instrumenten besturen.

 

1986: Bij IBM zijn ze al sinds de jaren 70 bezig met project 801, processors die zijn uitgerust met RISC-technologie. In februari toont IBM zijn RT Personal Computer., welke is uitgerust met een 32-bits RISC-processor. Standaard is 2 Mb geheugen aanwezig, een 1,2 Mb floppy-drive en een 40 Mb harddisk. Echt snel was het ding eigenlijk niet en het is dan ook geen groot succes geworden.
In maart van 1986 weet IBM de snelheid van de IBM PC AT verder op te voeren, door gebruik te maken van een 8-MHz uitvoering van de 80286 processor.
Bij Apple zitten ze ook niet stil. Zij introduceren de Macintosh 512K Enhanced
In september brengt Compaq de Deskpro 386, een 16-MHz 80386 pc op de markt.

 

1987: In januari brengt Commodore 2 nieuwe computers op de markt, de Amiga 500 en haar grote broer de Amiga 2000. Eerste thuiscomputer met een directe aansturing voor videorecorders en camera's. Intel brengt de 80387 coprocessor uit om rekenkundige bewerkingen sneller te kunnen uitvoeren. Apple komt met de Macintosh II, met 16 MHz 68020 processor.
IBM introduceert de Personal System/2 (PS/2) systemen. De PS/2 Model 30 heeft een 8-MHz 8086 aan boord. De modellen 50 en 60 een 10 MHz 80286 en model 80 een 20 MHz 80386. Model 50 heeft een nieuw soort videokaart met VGA. Hierdoor is het mogelijk om 256 kleuren tegelijkertijd te tonen met een resolutie van 320x200 en 16 kleuren bij 640 x 480
In augustus komt de SUN-4/260 uit, hun eerste SPARC werkstation.

 

 

Vanaf 1985 alleen maar grijze/beige dozen met daarin componenten die steeds meer kunnen.

 

 

1988: Acorn PC met RISC processor en het RiscOS besturingssysteem. In in 1998 met 233 ARM Risc processor. In augustus komt Intel met een nieuwe processor, de 16 MHz 80386 SX microprocessor. Eigenlijk is dit een 80386, maar nu met een 16-bits databus in plaats van de 32-bits databus. De productiekosten liggen een stuk lager.
Later dat jaar komt Compaq met hun eerste laptop PC met VGA LCD scherm, de Compaq SLT/286. De snelheid is 12-MHz en de processor een 80286. De winkelprijs is rond de f 10.000.- .
In december komt Commodore met een uitbreidingskaart voor de Amiga 2000, waardoor het mogelijk wordt MS-DOS op de Amiga te draaien. Het A2286D Bridgeboard bevat een 8-MHz Intel 80286 en een 1,2 Mb 5,25 inch disk-drive.

 

1989: Intel komt met een nieuwe processor, de 20-MHz 80386SX.
In januari heeft komt het bericht dat Commodore al meer dan 1 miljoen Amiga computers heeft verkocht.
In april introduceert Intel de 486 processor. De eerste versie draait op 25 MHz. In feite is het een 386 met een 387, plus een 8 Kb grote cache. Tevens brengen ze een 33 MHz versie van de 386 processor uit.
Concurent Motorola heeft ook een nieuwe processor, de 68040 microprocessor..
Creative Labs verkoopt zijn eerste Sound Blaster, een 8-bits mono geluidskaart.

1992: In maart introduceert Advanced Micro Designs de eerste kloon van de Intel 386, de AMD386DX

 

1993: In april is Motorola klaar met de eerst generatie PowerPC-processoren. Dit zijn de 50 en 66 Mhz 601 processoren

 

 

1994: Op 14 maart komen de eerste Apple PowerMacs op de markt. Ze gebruiken de 601 processor en hebben een snelheid van 60, 66 en 80 MHz. Apple PowerPC; Apple's versie van Risc op de desktop 6100; 7100; 8100.

 

 

04.01.1996 Intel lanceert nieuwe Pentium processoren. Pentium 150 en 166 Mhz.

 

 

1997: 10 november, de PowerMac G3 van Apple komt uit.

 

 

1998: Op 15 augustus komt iMac van Apple op de markt. Hello again.

 

 

1999: 5 jan: Apple intoduceert de G3 Blue & White ("Yosemite"). Deze computer heeft als eerste standaard FireWire.

 

 

09.1999: Apple introduceert de iBooks met 366MHz G3-processor, 4MB geheugen, 10GB harddisk en 8 MB videogeheugen

 

 

02.2000 Apple introduceert de iBook Special Edition met 466MHz G3-processor, uitgerust met een DVD-speler.

 

 

begin 2000 De nieuwe Apple G4 is leverbaar, deze Powermac kan mede dankzij de Velocity Engine meer dan 1 miljard drijvende komma-berekeningen per seconde uitvoeren.

 

 

eind 2000 De Apple G4 Cube is leverbaar. De Cube is meer een luxe paard dan een werkpaard, waaraan liefhebbers van design hun hart op kunnen halen. Uitgerust met een PowerPC G4-processor met snelheid van 450MHz, harddisk van 20 GB en 64 MB intern en 16 MB videogeheugen.

 

 

20 november 2000 introduceert Intel de Pentium 4 processor. Deze heeft een 400 MHz processorbus, een 3-voudige snelheid t.o.v. de 133 MHz van de Pentium III. De processor maakt gebruik van de Intel 850 chipset en rambus geheugen. Kloksnelheid start met 1.4 GHz.

 

 

januari 2002: de nieuwe iMac G4, met 15 inch LCD-scherm (max.res. 1024x768) in drie varianten; high-end = 800 MHz-G4-processor, 256 Mb geheugen, Superdrive (de Pioneer cd-r/dvd-r-schrijver) en harde schijf van 60 GB; tussenvorm= 700 MHz-G4-processor, 256 Mb geheugen, cd-r/dvd-speler en 40 GB harde schijf. en insstapmodel = 700 MHz-G4-processor, 128 Mb geheugen, een cd-rw-drive en 40 GB harde schijf. (prijzen 2650, 2150 en 1900 euro).

 

 

juni 2003: Apple komt met de nieuwe G5 processor en levert de eerste 64-bit personal computer, leverbaar met 1.6 of 1.8 MHz G5 PowerPC of met dualprocessor op 2 Mhz.

 

back

.......© Ht