ROTTERDAM, 12 FEBR. Fortuna
Sittard was vorige week nog maar nauwelijks gered of een
raadslid van de jonge fusiegemeente Sittard-Geleen gooide eens
een visje uit. ,,Kan bij de naam van Fortuna Sittard voortaan
Geleen niet worden gevoegd?'', zo vroeg de voorman van de
Geleense fractie aan een commissaris van de eerste divisionist.
Het verzoek was in elk geval
consequent: nogal wat raadsleden (en wethouders) hadden in de
voorafgaande uren in de gemeenteraad steun voor Fortuna
toegezegd waarbij de uitstraling van de club voor de stad
centraal stond. En dan is een vermelding van Geleen niet meer
dan logisch. Het voetballoze Almere bijvoorbeeld zou, zo zeiden
sommige raadsleden van de armlastige stad, zelfs stikjaloers
zijn op Sittard.
,,Op zich kan de bekendheid van
een gemeente profijtelijk zijn'', zegt onderzoeker Erik Braun
van de Erasmus Universiteit die zich met 'citymarketing'
bezighoudt. ,,Onbekend maakt onbemind. Bij het besluit om een
bedrijf in een bepaalde stad te vestigen of om een stad te
bezoeken wordt altijd een voorselectie van mogelijkheden
gemaakt. En het kan best zo zijn dat de associatie met voetbal
daarbij helpt. Zonder RKC had je bij wijze van spreken wellicht
niet aan Waalwijk gedacht. Dat kan. Maar je vestigt je
natuurlijk nooit in een gemeente, alleen omdat er een betaald
voetbalclub zit.''
Die potentiële promotierol van
een voetbalclub wil volgens Braun niet zeggen dat elke
investering dan maar geoorloofd is. ,,Juist omdat je de waarde
van een betaald voetbalclub niet precies kan bepalen, is het
argument van de uitstraling ook heel gemakkelijk te misbruiken.
Breda betaalde 15 miljoen euro om het stadion van NAC te kopen.
Dat is in de Nederlandse verhoudingen veel geld en het is maar
de vraag of dat alleen vanuit citymarketing is te
rechtvaardigen. Bij Fortuna is er eveneens veel geld ingestoken
en hierbij gaat het om een kleinere gemeente en ook nog eens om
de onderkant van de eerste divisie in plaats van de middenmoot
van de eredivisie.''
Braun tekent verder aan dat een
gemeente soms ook dure campagnes voert om 'zich op de kaart te
zetten'. ,,Ook bij reclamecampagnes of bij het ontwikkelen van
een slogan, zoals het bekende 'er gaat niets boven Groningen' is
niet zomaar vast te stellen wat de opbrengsten daarvan zijn.
Dergelijke acties kunnen ook veel geld kosten en ook dan weet je
nooit precies of de uitgaven met de inkomsten in verhouding
staan.''
De Bredase voetbalclub NAC was
twee jaar geleden op sterven na dood, maar werd door de gemeente
gered van de ondergang. Voor een bedrag van 15,7 miljoen euro
werd de gemeente eigenaar van het stadion en de oefenvelden.
,,Er waren twee kampen'', zegt wethouder Janus Oomen van
Financiën (CDA). ,,De ene helft zei: NAC moet blijven. En de
andere helft zei: NAC moet blijven, maar het mag geen geld
kosten. We hebben onze nek uitgestoken. Daar wilden we wel wat
voor terug. Een van de voorwaarden was dat de club NAC Breda zou
gaan heten. Verder zijn de voetballers nu ook verplicht zich
maatschappelijk in te zetten. En ik kijk als wethouder Financiën
twee keer per jaar in de boeken. Mocht NAC onverhoopt verdwijnen
dan kunnen we het stadion dat op een gunstige plek ligt voor
hetzelfde bedrag weer verkopen.''
Wat precies de waarde van NAC
voor de Brabantse stad is kan Oomen niet in geld uitdrukken.
,,Breda en NAC zijn negentig jaar aan elkaar verbonden. Het
sociale aspect van de club is groot. Ik heb de jongeren liever
bij elkaar in het stadion dan dat ze ergens anders gaan
rondhangen. En voor bedrijven die zich ergens willen vestigen
spelen cultuur en sport een steeds belangrijkere rol'', stelt
Oomen. ,,Misschien is de aanwezigheid van een voetbalclub net
genoeg voor het laatste duwtje. Maar hoe groot de impact
daadwerkelijk is weten we niet. Ik kan me echter geen bedrijf of
instelling voorstellen die de stad beter op de kaart zet dan NAC.''
De gemeente Waalwijk nam in het
verleden het stadion van de plaatselijke profclub over. Volgens
een woordvoerder van de gemeente staat daar tegenover dat het
Brabantse plaatsje door RKC Waalwijk zelfs ,,internationaal
bekend'' is geworden. ,,In Nederland kennen ze Waalwijk vaak ook
van de meubelboulevard. Gasten uit het buitenland kennen onze
naam vaak door de voetbalclub. Het is echter moeilijk te meten
hoe groot de spin-off is.''
De publieke investeringen in
Nederlandse stadions zijn overigens zeer bescheiden in
vergelijking met de Verenigde Staten. Daar is het bouwen van
stadions met publiek geld een heet hangijzer. Staten en steden
zijn bereid gebleken om honderden miljoenen uit te geven om een
American-footballclub, baseballteam of basketbalclub binnen de
stadsgrenzen te krijgen. ,,Daar wordt soms gewoon een compleet
stadion neergezet en dan wordt er met een club onderhandeld om
te verhuizen'', zegt onderzoeker Braun. ,,Van St. Louis weet ik
dat de overheid meer dan 300 miljoen dollar heeft geïnvesteerd
in een stadion voor de Rams en nog eens 190 miljoen om deze
American Football-club over te halen Los Angeles te verruilen
voor St. Louis. Bij dat soort bedragen weet je één ding zeker:
dat verdien je nooit terug.''