Kardung La
Dinsdag 20 augustus 1996.
Deze dag staat bij mij in
mijn geheugen gegrift als de dag van mijn grootste sportieve prestatie van mijn
leven: de beklimming van de Kardung La, met zijn 5606 meter hoogte de hoogst
berijdbare pas ter wereld. Die morgen sta ik met 13 mannen en 1 vrouw aan de het
begin van de 40 km lange klim naar de top. Er moet een hoogteverschil van
ongeveer 2000 meter overwonnen worden. Voor iemand afkomstig uit het vlakke
Groninger land waar de grootste bult het viaduct over de A7 is een enorme
opgave. De 485 km lange weg van Manali naar Leh was al slopend geweest en dit
was het toetje. Gelukkig was ik in de loop van de etappe steeds beter aan de
hoogte gewend geraakt en ik stond uitgerust aan de start.
Van de groep van 15 moest één achterblijven omdat hij zich ziek voelde. Marion de triatlete had het plan opgevat om lopend naar boven te gaan. Toen het startschot was gevallen waren de sterkste rijders en zij die daarvoor door wilden gaan al snel uit zicht verdwenen. Ik heb mij voorgenomen om mij door niemand te laten beïnvloeden. Ik rij in mijn eigen tempo en begin in een lekker klimritme. Na tien kilometer haal ik een paar van de snelle vertrekkers in die hun krachten kennelijk hebben overschat, die krijgen het nog zwaar. Ik voel mij goed en volledig geconcentreerd klim ik door. Voor mij zie ik Marie gemakkelijk klimmen met in haar kielzog de kleine Belg Bernard, op karakter aanklampend. Max die achter mij reed heeft inmiddels moeten afhaken en is niet meer te zien. Fred, Dennis, Piet en Marsel zitten daar nog achter. Jan is mij op een zeer klein verzet klimmend voorbij gereden. Als het asfalt eindigt na 24 km worden we opgewacht door Bahwani en kunnen we een etensstop inlassen. Voor mij net op tijd want ik begin de kilometers in mijn benen te voelen. Hans en Etienne zijn dit punt al gepasseerd en zijn op weg naar een recordtijd. Na een half uur ga ik weer op weg en het blijkt al spoedig dat ik het zeer lastig zal krijgen. Het asfalt heeft namelijk plaats gemaakt voor een met keien bezaait pad. Al gauw zoek ik naar mijn kleinste verzet om praktisch onbegaanbare passages te nemen.
Het
moment van afstappen stel ik zolang mogelijk uit maar dan moet ik wel even op
adem komen. Ik vervloek de vrachtauto die mij met zijn getoeter tot een extra
inspanning dwingt. Enkele toeristen in jeeps moedigen mij aan en aplaudisseren.
Naarmate de klim vordert worden mijn rustpauzes langer en het tempo zakt tot 6
km per uur, net genoeg om niet om te vallen. Ik weet dat dit de enige kans is om
een prestatie neer te zetten die respect zal afdwingen bij collega-fietsers dus
ik denk er niet over om op te geven. Ik troost mij met de gedachte dat achter
mij
nog anderen worstelen. Later hoor ik van Marsel dat hij in de bezemwagen is gestapt. Hij had zijn lunch eruit gegooid en het enige voedsel dat nog in zijn lijf zat was de pap in zijn benen. Fred en Max hebben elkaar gevonden en passeren mij als ik weer eens sta uit te hijgen. Enkele Britse fietsers op flitsende mountainbikes komen mij tegemoet en roepen dat het niet ver meer is. Plotseling zie ik in de verte enkele leden van de groep op de weg staan. "Nog honderd meter tot de top" roepen ze en met mijn laatste krachten weet ik de laatste meters zonder af te stappen te volbrengen.
Ik ben helemaal leeg en pas na het eten van een kop hete soep kom ik weer wat op
verhaal en ben ik in staat wat rond te kijken. Militairen die hier op de top
zitten hebben er helaas een troep van gemaakt maar het uitzicht op de besneeuwde
toppen van de Himalaya is prachtig. Marion is de laatst die arriveert maar zij
is zeer diep gegaan. Wankelend legt zij de laatste meters af. Nadat de nodige
foto's zijn gemaakt wordt de afdaling weer ingezet over dezelfde weg als we
gekomen zijn.
Na een uur afdalen zijn we terug in Leh waar blijkt dat Etienne de
snelste tijd heeft gehaald met drie uur en tien minuten. Ik heb de negende tijd
met vier uur en 52 minuten maar dat is voor mij totaal onbelangrijk. Iedereen
die hier de top haalt is een winnaar.
De volgende dag vliegen we terug naar Delhi en nog een dag in deze stad te hebben doorgebracht vliegen we terug naar Nederland en zit deze bijzondere vakantie erop.
Deze reis zal echter altijd in mijn herinnering blijven voortleven.