Henkes in Halsteren door Henk Muntjewerff, Breda augustus 1998.
Steenfabrikant Verkouteren
In 1835 startte de kapitaalkrachtige Cornelis Arnoldus Verkouteren (1808-1892), zoon van de stadsdrukker, in Bergen op Zoom een pottenbakkerij genaamd 'De Arend'. Niet afkomstig uit een lange traditie van ambachtelijke pottenbakkers rebelleerde hij tegen het Bergse potmakers-gilde en kwam in 1845 met zijn eigen merkteken. Na de bouw van een tweede oven in 1855 schakelde het bedrijf als eerste in Bergen op Zoom over op de fabricage van draineerbuizen. Het bedrijf heeft dan de beschikking over twee vliegwielen, een trekschijf en twee persmachines; het is niet langer een ambachtelijke pottenbakkerij maar een echte steenfabriek geworden. De introductie van de draineerbuis in Nederland in 1851 bood de kwijnende Bergse pottenbakkersnijverheid de mogelijkheid tot een meer winstgevende productie. In 1867 deed C.A. Verkouteren zijn fabriek De Arend van de hand. (1)
Het aantal pottenbakkerijen daalde in Bergen op Zoom van twaalf in 1866 naar negen in 1876. Het aardewerk verloor terrein aan de geëmailleerde metalenpannen. Rond 1900 zijn er nog maar drie pottenbakkers in bedrijf, waaronder het bedrijf van Govert Marinus Augustijn. (2) Gedeeltelijk was dit een gevolg van de trek naar de omliggende dorpen waar men nog de directe beschikking had over de kleigrondstof uit de leemputten. Zo begon de oudste zoon van Verkouteren, Marijn Willem, in 1862 een pottenbakkerij in Halsteren. (3) In juni 1866 gingen vader Corn. Arn. en zijn twee zonen in het huis nabij de pottenbakkerij in Halsteren (wijk A.11a) wonen. Nadat Marijn Willem al in 1872 naar Wouw was vertrokken, verhuisde de rest van de familie in november 1876 weer naar Bergen op Zoom. Corn. Arn. Verkouteren had toen namelijk het huis met pottenbakkerij en omliggende bouwlanden verkocht aan de koopman Hermanus Henkes uit Delfshaven. (4) Maar het werken kon hij toch niet laten, want in 1877 verkreeg C.A. Verkouteren van Gedeputeerde Staten een voorwaardelijke vergunning voor de oprichting van een steenfabriek met oven en houten droogloods op een stuk land, genaamd Heininge, vlakbij het kerkhof in de kom van het dorp Halsteren. Ook kwam zijn gezin weer in Halsteren (wijk A.14k) wonen bij de nieuwe steenbakkerij. Deze draineerbuizenfabriek 'De Vlijt', gerund door zoon Johannes Jacobus Verkouteren, zou uiteindelijk in 1887 worden overgenomen door F. de Leeuw. (5)
Henkes' steenfabriek
Het voeren van de firmanaam had Verkouteren eveneens aan Hermanus Henkes verkocht, zodat deze in 1876 met zijn halfbroer, de distillateur Jan Hendrik Henkes jr. een vennootschap aanging onder firma C.A. Verkouteren. De steen-, pannen- en draineerbuizenfabriek firma C.A. Verkouteren te Halsteren werd na vijf jaar, met ingang van 1 november 1882, ontbonden door de beide firmanten. H. Henkes trad uit de vennootschap en de firma C.A. Verkouteren werd voortgezet door vennoot J.H. Henkes jr, de distillateur, die tevens fabrikant en koopman was. (6)
Namens de firma C.A. Verkouteren vroeg directeur Isaäc Cornelis Elink Sterk in 1880 een vergunning aan voor de plaatsing van een stoommachine van 5PK in de draineerbuizenfabriek van de gebroeders Henkes. De stoomketel was op 5 oktober 1880 gebruiksklaar en was daarmee het eerste stoomwerktuig in Halsteren. De steenfabricage was op dat moment de enige industriële activiteit van betekenis in Halsteren. (7) In 1883 en 1888 werd de steenfabriek nog enkele malen verbouwd en uitgebreid met een droogloods. (8) Met haar stoomsteenfabriek liep de firma voorop binnen Noord-Brabant, in 1887 waren er in totaal slechts vier en in 1896 altijd nog maar tien steenbedrijven met stoom. Volgens de nijverheidsenquete Struve-Bekaar uit 1887 werden door Elink Sterk "twee ruime en goede arbeiderswoningen" verhuurd en zou ze daarmee volgens de baksteenhistoricus Ben Janssen voorop hebben gelopen met arbeidershuisvesting. Echter volgens het kadaster bezat de firma van J.H. Henkes slechts twee woningen en die werden bewoond door de bedrijfsleiders Elink Sterk en Van Campenhout. Met het vooroplopen viel het wat dat betreft nog wel tegen. (9)
In de steenfabriek werkten circa tien mannen en enkele jongens. De draineerbuizenfabriek beschikte in 1892 over een stoommachine van 8PK, die in 1896 tot 12PK werd opgevoerd. Het Provinciaal Verslag wist te melden dat in deze fabriek op 2 januari 1893 niet gewerkt werd. (10) De firma stond kort daarop onder de directie van August Henkes, die van oktober 1893 t/m maart 1898 woonde en werkte in Halsteren. Zijn oudere broer Herman, die handelsbediende was, kwam hem in 1895 nog even helpen met de bedrijfsvoering, maar werd nog datzelfde jaar vervangen door Jacob Kooiman. Vanaf 1898 trad (mede-firmant?) Kooiman op als directeur van Henkes' steenfabriek. (11)
Henkes' conservenfabriek
In februari 1887 richtte directeur Is.C. Elink Sterk aan de weg vóór de draineerbuizenfabriek, in de Rode Schouwsche Hoek een fabriek van verduurzaamde levensmiddelen op. De eigenaar J.H. Henkes jr. bezat op dat moment naast de draineerbuizenfabriek ook het woonhuis van Elink Sterk (wijk A.15), een tuin, een tweede woonhuis (bewoond door Van Campenhout) en een stuk bouwland. De stoomketel, fabrikaat Suijver te Amsterdam, was op 23 juli 1887 gebruiksklaar en voor de beweegkracht in de conservenfabriek kon gebruik worden gemaakt van de stoommachine uit 1880 in de steenfabriek. (12) In deze conservenfabriek van Henkes, 'Het Klaverblad' geheten, werden groenten, in hoofdzaak asperges uit eigen kwekerij, verduurzaamd oftewel ingeblikt en bestemd voor de export. In het tuinbouwgebied van Bergen op Zoom e.o. konden tuinders een goed bestaan vinden in o.a. de aspergeteelt voor Antwerpen en de exporthandel. (13) In 1889 en 1890 werd het fabrieksgebouw nog uitgebreid. (14) Het is de eerste conservenfabriek in Noord-Brabant. (15)
Van april 1893 tot en met februari 1898 verbleef Elink Sterk in Gorinchem, was hij er werkzaam als conservenfabrikant of bij de suikerfabriek? (16) Met ingang van 1893 was August Henkes de directeur van deze conservenfabriek, waar tussen de 9 en 29 personen werkten, afhankelijk van het seizoen. (17) Werd de conservenfabriek (en steenfabriek) gedurende 1893-1898 gevoerd onder firma J.H. Henkes & Kooiman? In 1898 is ze weer geheel eigendom van J.H. Henkes jr. (18) In 1901 werd de fabriek herbouwd en uitgebreid met een woonhuis voor de directeur, Van Campenhout?. Het oude woonhuis van Elink Sterk werd daarop gesloopt. (19)
Het debacle
In 1902 stortte het Henkes-imperium in elkaar. (20) De steenfabriek en de conservenfabriek in Halsteren kwamen tijdelijk in handen van de Centrale Bank voor Landbouw en Nijverheid. De beide fabrieken konden weer worden terug verkregen, maar J.H. Henkes jr. had al zijn kapitaal nodig voor een mogelijke overlevingskans van de distilleerderij. In 1903 verkocht J.H. Henkes jr. zijn bezittingen in Halsteren aan Jacob Kooiman. De conservenfabriek 'Het Klaverblad' werd opgeheven en de gebouwen bij de draineerbuizenfabriek getrokken. In 1911 werd de fabriek geheel herbouwd. (21) Het ging Jacob Kooiman voor de wind, in 1918 kwam zijn oudere broer Willem hem assisteren in de steenfabriek. Ca.1927 vormden zij de firma C.A. Verkouteren om tot de NV Draineerbuizenfabriek te Halsteren. (22) De fabriek, die later werd verkocht aan G. de Leeuw, heeft plaats moeten maken voor woningbouw, alleen het woonhuis staat er anno 1998 nog. (23)
Conservenfabriek Elink Sterk
Terug in Halsteren richtte Is.C. Elink Sterk in maart 1898 een eigen stoomconservenfabriek op, 'Delta' genaamd, aan de straatweg Bergen op Zoom-Tholen, in de Noordgeest. In het langwerpige gebouw van één bouwlaag met schoorsteen stond een stoommachine van 8PK opgesteld met een stoomketel. Naast de fabriek bouwde hij zijn woonhuis. (24) In de conservenfabriek werkten 8 personen. (25) Elink Sterk sr. overleed in 1903, waarna zijn weduwe de zaak voortzette. Zij kreeg in 1904 nog een verbruiksvergunning voor een nieuwe stoomketel. (26) Na het overlijden van de wed. Elink Sterk in 1906 nam haar zoon G.P. Elink Sterk de zaak over. Zijn vroegtijdig overlijden in 1914 bracht Is.C. Elink Sterk jr. weer terug naar Halsteren om er de aspergefabriek te runnen. Hij liet ca.1914 nog een schuur bijbouwen. De fabriek sloot haar deuren in 1920, waarop het gebouw werd gesloopt om plaats te maken voor woningbouw. Elink Sterk werd huisjesbaas, maar bezat daarnaast ook nog een kwekerij. Rond 1955 werden door de erfgenamen deze eigendommen van de hand gedaan, nadat Is.C.jr ca.1946 was overleden. (27)
Besluit (of inleiding)
Aan het begin van de 20ste eeuw waren er in Noord-Brabant slechts drie conservenfabrieken gevestigd. Het bijzondere is echter vooral gelegen in het feit dat ze alle drie in verband gebracht kunnen worden met de familie Henkes uit Delfshaven, van huis uit distilleerders. Het zijn de aspergefabrieken van August Henkes (1887) en Is.C. Elink Sterk (1898) te Halsteren en Henkes' Jamfabriek (1901) te Princenhage bij Breda. De distillateur J.H. Henkes jr (1842-1910) was gehuwd met Justine Elink Sterk, de zus van Is.C. Elink Sterk. Hun oudste zoon August Henkes (1874-1954) nam vanaf 1893 het toezicht over de aspergefabriek voor zijn vader waar. De oprichter van de jamfabriek was een volle neef van August, Jan Lourens Henkes (1871-1935), wiens vader Hermanus (1830-1908) in 1882 het eigendom van de steenfabriek in Halsteren aan zijn broer Jan Hendrik Henkes jr. had gelaten. J.H. Henkes jr. zat met kapitaal in alle drie de conservenfabrieken. (28)
Aantekeningen:
1. Gerrit Groeneweg, Bergen op Zooms aardewerk (Waalre 1992), 104-105, 109, 116-117, 169; F. Gielis, 'Een gesigneerd theestoofje van Bergs aardewerk uit 1849', in: Antiek III (1969), 567; C.J.F. Slootmans, 'Economisch-sociale geschiedenis van het potmakersambacht te Bergen op Zoom 1400-1925', in: Slootmans e.a., Tussen hete vuren (Tilburg 1970) deel I, 208-210.
2. Groeneweg, Bergen op Zooms aardewerk, 104, 114; zie ook Cees Vanwesenbeeck, 'IJzer en suiker, ingrediënten van een nieuwe industrie in Bergen op Zoom in de 19de eeuw', in: Waterschans 26 (1996) 1, 15-21.
3. GABoZ, Oud archief Halsteren, inv.nr.1587, hinderwetvergunning voor sectie C.602; Kadastrale legger Gem.Halsteren, art.1199.
4. GABoZ, Bevolkingsregister Halsteren; Kadastrale legger Gem. Halsteren, art.1482 en art.1571.
5. GABoZ, Oud archief Halsteren, inv.nr.1591, hinderwetvergunning: kad.sectie C.1115-1116, met vermelding dat de oven in 1887 door F. de Leeuw werd overgenomen; Bevolkingsregister Halsteren. Op 9 maart 1887 stortte het dak van de steenoven van de draineerbuizenfabriek fa.C.A. Verkouteren in. F.J.A. de Leeuw, inmiddels de nieuwe eigenaar, moest daarop van de gemeente de schouw van de fabriek wijzigen: Gemeenteverslag Halsteren 1887, 28. Zie ook: Halsteren een monument uitgave Heemkundige Studiekring Halsteren (Halsteren 1998), 15.
6. GABoZ, Kadastrale legger Gem.Halsteren, art.1571, 1572, 1813 en 1822; Bredasche Courant 23 november 1882, adv.: notaris Ulrik Lourensz, Delfshaven dd 18 november 1882; Gemeenteverslag Halsteren 1886, stoomstaat, spreekt nog van de beide broers.
7. GABoZ, Oud archief Halsteren, inv.nrs.1595-1596, hinderwetverg.: 1 juli 1880 plaatsing, kad.sectie C.1061; inv.nr. 1896, stoomstaat: 1880-1887, firma C.A. Verkouteren. Vgl. Zeven eeuwen Halsteren, 409.
8. Kadastrale legger Gem.Halsteren, art.1822: sectie C.1372, later C.1499.
9. G.B. Janssen, Baksteenfabricage in Noord-Brabant in de negentiende en twintigste eeuw (Tilburg 1992), 205-206, 252.
10. Gemeenteverslag Halsteren 1882: 10 man, 7 jongens; 1883: 7m, 2j; 1886: 6m, 4j; 1896: 10m, 2j. GABoZ, Oud archief Halsteren, Fabrieksstaten (inv.nr.1893), 1894: 8m, 2j; 1901: 8m, 5j en 1 vrouw. Provinciaal Verslag Noord-Brabant (1892-1908), Staat van fabrieken: draineerbuizen.
11. Bevolkingsregister Halsteren; genealogie Henkes en Kooiman. Herman Henkes vertrok naar Rotterdam waar hij in 1895 samen met Willem Kooiman, Jacob's oudere broer, de firma Henkes & Kooiman in koolzuurhoudende dranken oprichtte: N.S.C.....
12. GABoZ, Oud archief Halsteren, inv.nr.1603, hinderwetverg.: kad.sectie C.1372; bouwland C.1371, huis,erf C.1373, tuin C.1374, tweede huis,erf C.1347.
13. Gemeenteverslag Halsteren 1890, 46. In de verslagen over 1891-1897 wordt de vermelding herhaald; Verslag van den Landbouw 1898, III, 18; zie ook Verslag van den Landbouw 1900, 23. A.Delahaye, J.P. van Dooren en Th. Mooren, Zeven eeuwen Halsteren (Halsteren 1980), 398-400.
14. Kadastrale legger Gem.Halsteren, art.1822: sectie C.1372, later C.1500.
15. Tweede conservenfabriek was NV De Voorzorg, Breda (1889-1899).
16. Bevolkingsregister Halsteren.
17. Provinciaal Verslag Noord-Brabant 1892, Staat van fabrieken, verduurzaamde levensmiddelen: 4man, 5vrouw; 1893: 6m, 11v, 2j, 3m; 1894: 6m, 11v, 2j, 3m; Gemeenteverslag Halsteren 1891, stoomstaat: 4man, 14vrouw, 2jongens en 9 meisjes; 1896: 4m, 0v, 1j, 4m. GABoZ, Oud archief Halsteren, Fabrieksstaten (inv.nr.1893), 1894: 10m, 3v, 2j, 2m; 1895: 4m, 3v, 2j, 2m. In Zeven eeuwen Halsteren, 409 wordt de conservenfabriek wel vermeld, maar de relatie tussen Elink Sterk en Henkes is de auteur totaal onbekend.
18. Verslag van den Landbouw 1898, III, 18: van eigenaars verwisseld.
19. Kadastrale legger Gem. Halsteren, art.1822 en art.2627: C.1564 (fabriek) en C.1347 (huis).
20. Hans van der Sloot, 150 jaar Henkes. Enkele aspecten van anderhalve eeuw gedistilleerd-industrie in Delftshaven en omgeving (Vlaardingen 1975), 42-43.
21. Kadastrale legger Gem.Halsteren, art.1822, 2622, 2627 en 2699.
22. Bevolkingsregister Halsteren; Zeven eeuwen Halsteren, 412.
23. Provinciaal Verslag Noord-Brabant 1909, fabrieksstaat: verduurzaamde levensmiddelen; Halsteren een monument, 14-15; Jan Moerbeek, Halsteren en Lepelstraat in oude ansichten (Zaltbommel 1974), foto 9: Draineerbuizen fabriek De Leeuw aan de Buurtweg met woonhuis van Kooiman, foto d.d. 1918.
24. GABoZ, Kadastrale legger Gem. Halsteren, art.1898 en 2098; Oud archief Halsteren, inv.nr.1619, hinderwetverg.: kad.sectie D.182; inv.nr.1737, bouwverg. dd 22 augustus 1898; Verslag van den Landbouw 1898, III, 18.
25. GABoZ, Oud archief Halsteren, Fabrieksstaten (inv.nr.1893), 1901: 2m, 2v, 1j, 3m.
26. GABoZ, Oud archief Halsteren, inv.nr.1626, hinderwetvergunning.
27. Genealogie Elink-Sterk; GABoZ, Kadastrale legger Gem.Halsteren, art.1932.
28. Genealogie Henkes; mededeling Wim Henkes, Scheveningen.