Hoi ik ben Sabine van Bragt en ik woon in Haarlem
Op 25 juni 1991 riep Slovenië zichzelf uit tot onafhankelijke staat.
De gemiddelde tempratuur in juli in het binnenland is 21'C, aan de kust 24'C, de eerste en de laatste maanden van het jaar daalt de tempratuur tot dichtbij het nulpunt, in de bergen vriest het dan hard. Het land "aan de zonkant van de alpen" heeft een Middellandse- zeeklimaat in het westen, een landklimaat in het oosten en een bergklimaat in het noorden: mooie zomers dus in het westen, koude winters en hete, droge zomers in het oosten.
De meeste regen (sneeuw) valt in het bergachtige noordwesten (3000 mm per jaar), de minste in het oosten (800 mm per jaar).
Tot de volkskunst behoren de oude houtsnijkunst, waarvan de producten in elk dorp nog aan de gevels der huizen zijn er zien, de blaasmuziek (die de toerist ook kent uit Oostenrijk), in de grote steden zijn veel straatmuzikanten en dansers (ze dragen klederdracht in een beetje zigeuner stijl) en de kunst vind je in oude kerken en kloosters.
Ze eten veel goulash en mixed-grill en specialiteiten zijn:
Van 1283 tot 1918 stond Slovenië onder Habsburgs bestuur. Na de eerste wereldoorlog werden enkele delen van Kroatië, Servië en Montenegro samengevoegd tot het koningkrijk Joegoslavië. In 1945 werd Slovenië een deelrubriek van Joegoslavië. In 1990 werd het land onafhankelijk.
De nationale munteenheid is de Sloveense Tolar (SIT), verdeeld in 100 stotings. 100 Tolar is ongeveer 0,45 eurocent waard, 1 euro ongeveer 221,41SIT. Tolars zijn in het Nederlands zo goed als niet te verkrijgen, het is te allen tijde beter te plaatsen te wisselen. Dat kan via de geldautomaat, contant, creditcards, eurocheques of girobetaalkaarten. Terug wisselen is onvoordelig en kan alleen met het wisselbewijs.
Het Sloveense, een Slavische taal, die verwant is aan het Servo-Kroatisch. De meeste Slovenen spreken ook Engels en Duits, aan de grens bij Italië wordt ook wel eens Italiaans gesproken.
INLEIDING
STADSBEELD
Een fraai overzicht is te vinden in het Alpinum Ljubljana bij het dorpje Trenta, waar in 1926 een zeer gevarieerde verzameling planten bijeen is gebracht. Ook tijdens bergtochten te voet zijn nog veel mooie alpenplanten te ontdekken. Bossen bedekken voorts de helft van het land, in de lagere delen zijn dat loofbomen, hoger tegen de bergen op naaldwouden. Beschermde bosgebieden zijn richting het zuiden en oosten. De dierenwereld kent naast de gewone huisdieren bv de sneeuwhoen, de vos,de wezel en de das en ook een haas, konijn en een fazant de ooievaar zie je heel vaak in de zomerseizoen meestal op het platteland.
Na een moeilijke start in 1991 (de markt van Joegoslavië was weg gevallen) gaat het nu wat beter. De bevolking doet heel erg zijn best om van Slovenië een opbloeiend land te maken en er komen steeds meer toeristen naar Slovenië. De belangrijkste opbrengst is van landbouw (fruit,graan,suikerbieten en aardappelen) ook de melkveehouderij is een grote bron van inkomsten en . De industrie is het meest voortgekomen uit de vroegere houtindustrie(meubels)kleermakerijen, papier- en leerfabricage en de ijzerindustrie.
Ik vond het heel leuk om een werkstuk te maken.
Ik heb alles van Internet af gehaald op deze website:
|