|
Indeling: Mijn naam is Joyce van Mourik.
Ik zit op de school de Wadden en ben 10 jaar oud.
Hoofdstuk 1: Het land en zijn bewoners.
|
Klik op het plaatje om
het te vergroten. |
|
Oostenrijk is een klein land met negen deelstaten - Burgenland, Carinthië, Neder-Oostenrijk,
Opper-Oostenrijk, Salzburg, Stiermarken, Tirool, Vorarlberg en Wenen.
Iedere deelstaat heeft zijn eigen wapen.
Oostenrijk is ongeveer twee keer zo groot als Nederland.
Het heeft landgrenzen met Zwitserland en Liechtenstein in het westen, Hongarije in het oosten, Slovenië en Italië in het zuiden en Duitsland, Tsjechië en Slowakije in het noorden.
Een kwart van de oppervlakte van Oostenrijk behoort tot laag-en heuvelland.
De rest behoort tot het middel- en hooggebergte.
De hoogste toppen bereiken een hoogte van bijna 4000 meter.
De hoogste berg is de Grossglockner bijna 3800 meter.
Oostenrijk telt ongeveer 2000 Alpengletsjers.
De belangrijkste rivier die door Oostenrijk stroomt is de
Donau die ongeveer 350 km over Oostenrijkse bodem stroomt.
Oostenrijk telt ongeveer 90 meren, het grootste Alpenmeer van Oostenrijk is de Attersee.
Volgens de laatste, in 1999 uitgevoerde volkstelling heeft Oostenrijk 8,09 miljoen inwoners,
Voor 98% Duitstalig.
In het zuiden en in het oosten wonen zes verschillende erkende bevolkingsgroepen.
In het oosten zijn dit Kroaten, Hongaren, Tsjechen, Slowaken en Roma en Sinti.
In het zuiden van Karintië en Steiermaker wonen Slovenen.
Hoofdstuk 2: Het klimaat.
Boven de 1500 meter heerst het hooggebergteklimaat.
Kenmerkend zijn de grote temperatuurverschillen tussen dag en nacht, zomer en winter en noord- en zuidhelling.
Door die ijle lucht stijgt de temperatuur overdag snel.
In de nacht daalt de temperatuur daarentegen weer zeer snel.
Boven de 1800 meter komt de gemiddelde temperatuur in de zomer niet veel hoger dan 10 C.
Op 2800 meter begint de sneeuwgrens.
Het verschil tussen de noordhelling en de zuidhelling kan tientallen graden bedragen.
Het heuvelland en de laagvlakten vormen de overgang naar een landklimaat.
Het zuiden neigt meer naar een mediterraan klimaat met mooie zomers en relatief weinig regen.
Het westen heeft een klimaat met veel regen.
De gemiddelde neerslag bedraagt 620 mm per jaar .
Met name in het voorjaar waait de föhn, een warme droge valwind die vooral waait in de noordelijke alpendalen.
De temperatuur kan dan in enkele uren tussen 10- en 15 C stijgen.
Hierdoor veroorzaakt de föhn met name in de winter vaak groot lawinegevaar.
Hoofdstuk 3: De hoge school van de rijkunst.
Er is nog een school in Wenen die je niet missen mag.
Het is alleen moeilijk om een toegangskaart te bemachtigen.
Een school die in Oostenrijk ligt en desondanks toch ' Spaanse rijschool' heet.
Dat komt zo: in de 16e eeuw woonde keizer Maximilaan 11(die eerder stadhouder in Spanje was geweest)in Wenen.
Uit Spanje had hij een aantal Andalusische paarden meegebracht en daar stichtte hij een manege voor.
Daar werden uitsluitend paarden gefokt voornamelijk schimmels.
Algauw heetten deze paarden 'Lippizaners' naar de plaats waar ze werden gefokt.
Voor de Spaanse rijschool zijn alleen de beste hengsten goed genoeg.
Daar werden zij het dressuur rijden aangeleerd.
Dressuur rijden is een kunst.Voor dat ze de sprongen en passen kennen, zijn ze al jaren aan het oefenen{dat geld voor ruiter en paard.}
Bij de Ballotade sprong, springt het dier met alle vier zijn benen tegelijk omhoog, en laat zijn hoefijzers zien.
En bij de Courbette sprong, springt hij op de achterbenen vooruit.
Na 10 jaar hebben ze alles geleerd wat er te leren valt.
Tot ongeveer hun twintigste jaar kunnen ze hun kunsten vertonen.
Daarna gaan ze met pensioen en genieten zij van hun welverdiende oude dag.
Hoofdstuk 4: Bloemen en planten.
De bekendste bloemen in Oostenrijk zijn, de Edelweiss, de Alpenroosjes en de blauwe Gentiaan.
Edelweiss was vroeger een veel voorkomende plant ,die grote stukken bergweiden bedekten.
Totdat de Edelweiss opeens beroemd werd, werd het door de mensen bij bossen afgeplukt.
Het scheelde niet veel of de plant was uitgeroeid.
Je kunt de Edelweiss herkennen aan zijn witte sterretjes.
Alleen op moeilijke bereikbare plaatsen kan je de Edelweiss nog vinden (hoog in de bergen).
Planten hebben het moeilijk in de Alpenweiden.
Omdat het in het grootste deel van het jaar sneeuw en ijs ligt.
Alleen de Gletsjerranonkel bloeit in de eeuwige sneeuw.
Op grote hoogte dus, waar de sneeuw nooit wegsmelt.
Als je zeldzame planten of bloemen meeneemt en door een bergwachter wordt betrapt moet je een boete betalen.
Hoofdstuk 5: De Alpen.
Wie de naam Oostenrijk hoort , denkt aan bergen en dalen.
Net als in Zwitserland zie je er bijna overal de alpen met hun besneeuwde toppen.
Zo'n 130 miljoen jaar geleden was heel Oostenrijk een zee.
Geleidelijk aan werd de zee echter vlakker, tot op een goede dag de zeebodem begon uit te stulpen en zich openvouwde.
De bergen die hieruit voortkwamen, werden steeds hoger en de dalen steeds dieper.
Zo ontstonden de Alpen.
De Alpen groeien een paar millimeter per jaar, maar er brokkelen ook stukken rots er van af.
De hoogste berg van Oostenrijk heet Grosslockner (3797 meter) in het hoge Tauerngebergte..
Ongeveer tweederde van het land bestaat uit bergen..
Hoe hoger je in de bergen komt, hoe kouder het word zegt men altijd.
Maar het kan ook heel warm zijn hoog in de bergen zelfs als het winter is
(zodra de zon verdwijnt wordt het koud) .
Als je de berg wil beklimmen moet je 8 verschillende voorwerpen meenemen.
Zoals een rugzak, helm, pickel (ijs houweel) bergschoenen, rotshamer, karabiner, stijgijzers, ringhaak en touw.
Als je die spullen niet bij je hebt, heb je een probleem.
Als je geen touw, pickel of helm bij je hebt en je valt naar beneden, dan ben je dood.
Hoog in de bergen ligt er sneeuw.
Als je bij het sneeuwgebied bent kom je soms Alpenklokjes tegen.
De Alpen zijn bekend om zijn temperatuurverschillen.
De ene keer is het warm en de andere keer koud.
Zomaar ineens kan het weer omslaan en kan de wind uit een andere hoek gaan waaien.
Deze wind heet Föhn (zie hoofdstuk klimaat).
Deze warme wind is gevaarlijk.
Daardoor smelt het sneeuw en kunnen lawines ontstaan.
Lawines bestaat uit hoeveelheden sneeuw die neerstorten in de dalen.
Vaak worden rotsblokken en bomen meegesleurd naar beneden.
Veel mensen komen door de lawines om het leven.
Ze worden bedolven onder het sneeuwmassa.
Als er mensen vermist zijn worden speurhonden ingezet.
In de Alpen kan je gemzen tegen komen (een soort berggeit).
Ze klimmen en springen van de ene naar de andere rotsblok en ze kunnen ook over een rotskloof heen springen.
De meeste Alpendieren zijn schuw.
Ze komen niet in de buurt van mensen.
Hoofdstuk 6: Algemeen.
Oostenrijk is een klein land, met veel mogelijkheden.
Oostenrijk heeft zijn gasten veel te bieden, is gezellig, gastvrij en niet te ver.
Of u in de zomer of winter komt, in een klein dorp of stad, er is voor iedereen wat te doen.
Wat kunnen we in de zomer doen, we kunnen gaan wandelen maar ook fietsen.
Trek dan wel goede schoenen aan zoals bergschoenen.
Terwijl de avonturiers het meer zoeken in rafting, canyoning of bungee jumping.
Als wintersportbestemming heeft Oostenrijk veel te bieden.
Er is dan ook voor ieder wat wils in de 76 wintersportgebieden met zo'n 800 winterplaatsen.
Je kan de volgende sporten beoefenen zoals: snowboarden, skiën, watervalklimmen, langlaufen, bobsleeën en rodelen.
Je kunt niet zomaar skiën.
Het is verstandig om een paar skilessen daar te volgen voor beginners.
Als je met de auto op wintersport gaat vergeet niet om sneeuwkettingen mee te nemen.
Op sommige plaatsen zijn sneeuwkettingen zelfs verplicht.
In de Alpen dient men rekening te houden met stijgingen van 6% tot 15% en zelfs meer.
Bijna alle bergwegen zijn aan de kant van de afgrond beveiligd.
Landbouw, veehouderij, bosbouw en visserij
Van de totale oppervlakte is ongeveer 20% bouwland, 28% weidegrond en 38% bos
(Oostenrijk is een van bosrijkste landen van Europa).
De belangrijkste landbouwgebieden liggen in het noorden en noordoosten van het land, de wat lagere en vlakkere gebieden.
De opbrengst van de landbouw voorziet voor ongeveer 90% in de eigen behoeften.
Tussen 1971 en 1997 liep het aantal personen werkzaam in land- en bosbouw sterk terug.
Ook het aantal bedrijven (17% minder dan in 1970) liep sterk terug.
Vele kleine landbouwbedrijven kunnen alleen nog maar bestaan door de inkomsten uit het toerisme.
Naast de verbouw van aardappelen, maïs, graan en suikerbieten zijn de fruit- en wijndruiventeelt belangrijk.
De zonrijke, warme hellingen van het middelgebergte zijn zeer geschikt voor de wijnbouw.
Het hooggebergte wordt gekenmerkt door veeteelt en landbouw.
Veehouderij wordt met name op moeilijk te bereiken Alpenweide bedreven, ten behoeve van de zuivelindustrie.
In de zomer verblijft het vee op de Alpenweiden en in de herfst worden ze naar de dorpen gehaald.
De bosbouw levert hout voor brandstof en de houtverwerkende industrie.
Drie miljoen hectare van het Oostenrijkse oppervlak is bestemd voor de bosbouw.
Er wordt per jaar ongeveer 12.000 m3 hout geproduceerd.
Informatie gevonden in diverse boeken van de bibliotheek,
Haarlems Dagblad
Bureau van toerisme van Oostenrijk uit Amsterdam,
En gegevens opgezocht via Internet.
|